Geschiedenis
Rond 1880 kwam er en enorme industrialisatie op gang. In een hoog tempo veranderde Nederland van een overwegend agrarische samenleving en handelsland in een industriële natie. Er verdwenen ook verschijnselen zoals bijvoorbeeld het gildestelsel. In de 19e eeuw ontstond er een complete politiek ideologie, met politieke partijen, het liberalisme. Vrijheid van meningsuiting, een vrije pers, vrijheid van godsdienst en de scheiding tussen kerk en staat werd door deze liberale partijen bepleit. Ook onderwijs en wetenschap maakten een grote ontwikkeling door. Door betere medische zorg steeg de gemiddelde levensduur en groeide de bevolking explosief. Maatschappelijke misstanden waren er nogsteeds: slechte woon- en werkomstandigheden, analfabetisme, alcoholisme en kinderarbeid.
Symbolisme
Het symbolisme was een reactie op het naturalisme en impressionalisme. In hun opvatting was het niet de taak van de dichter om iets te zeggen over de samenleving. Poëzie moest volgens hen niet gaan over de alledaagse realiteit, bijvoorbeeld oorlog of werkloosheid, maar moest zich juist richten op wat daarboven uitstijgt ‘het hogere’.
Symbolisten gaan ervan uit dat de wereld weliswaar chaotisch en verwarrend is, maar dat er een hogere wereld is waarin er wel orde en eenheid heerst. Net als de Griekse filosoof Plato stellen ze dat achter alles een hogere Idee schuilgaat. Zo weerspiegelt alles op aarde, tot in het kleinste regendruppeltje, een andere wereld: het heeft daar een ‘correspondentie’ mee.
- Het belangrijkste kenmerk van de symbolisten is dan dat zij het gedicht beschouwen als een instrument of kenmiddel om in contact te komen met de schoonheid van die hogere werkelijkheid. Dat kan bijvoorbeeld door het gebruik van ‘symbolen’. Daarmee worden geen vastliggende symbolen bedoeld, zoals ‘het hart’ dat staat voor ‘liefde’, maar unieke en daardoor soms moeilijk te interpreteren symbolen. Water verwijst naar het leven (denk aan vruchtwater) en naar de dood (denk aan de verdrinking). Slaap bijvoorbeeld is een symbool van de dood (denk aan ‘eeuwige slaap’). Zo zijn er nog talloze symbolen, bijvoorbeeld groen (hoop), de vis (christendom), het eiland (eenzaamheid) en de lelie (zuiverheid). Zo onstond er dus een harmonische verhouding tussen de mens en de goddelijke werkelijkheid. Die zich in de natuur in symbolen openbaart.
- Een tweede kenmerk is dat het de symbolisten niet gaat om het uitdrukken van de emoties van de dichter, zoals bij de Tachtigers, maar om het gedicht en de taal. Een belangrijke eigenschap van symbolistische poëzie is dus dat die vaak naar zichzelf verwijst. Daarom zegt men wel, met een Franse term, dat deze stroming kunst voor de kunst voortbracht: l’art pour l’art.
- Het bijzondere taalgebruik is een derde kenmerk: symbolisten maken veelvuldig gebruik van suggestie, ingewikkelde beeldspraak en ambiguïteit (meerduidigheid). Op die manier proberen ze het ‘onzegbare’ toch te zeggen.
Hoewel er in Nederland, in tegenstelling tot Frankrijk, geen vaste groep symbolisten heeft bestaan, kan een aantal auteurs toch met de stroming in verband worden gebracht. Te denken valt aan dichters als Albert Verwey, P.C. Boutens en J.H. Leopold. Deze gedichten werden geschreven voor de hele samenleving.
REACTIES
1 seconde geleden