ADVERTENTIE
Maak nu een gratis account aan op Mijn Examenbundel!

Nog 17 weken tot de eindexamens beginnen. Wil jij je zo goed mogelijk voorbereiden? Check Mijn Examenbundel voor een gepersonaliseerd dashboard en rooster, examenstof per vak, gratis oefenexamens en meer!

Naar mijn.examenbundel.nl
Beschouwing over de Verlichting
Voordat de ideeën van de Verlichting doorkwamen heersten er in Europa een paar absolute vorsten. De vorst was volstrekt alleenheerser en ontleende zijn macht aan god.
In de 17e eeuw kwam John Locke op het idee dat ieder individu recht op lichamelijke en geestelijke vrijheid had. De koning mocht zijn macht alleen gebruiken om deze rechten te beschermen.
Zijn ideeën worden overgenomen door de fransman Montesquieu, hij pleit voor de trias politica. De wetgevende macht, de uitvoerende macht en de rechtsprekende macht moeten streng van elkaar gescheiden worden.
Een andere fransman die veel invloed heeft gehad is Voltaire, hij verheerlijkte het parlementaire stelsel tegenover de absolute macht van de vorst.

Jean-Jeacques Rousseau wilde een gemeenschap waarin mensen hun eigen lieder kiezen en waarin ze samenwerken tot nut van het algmeen.
De invloed van de burgerij werd ook meer tijdens de Verlichting, door handel, nijverheid en de ambachten kreeg de burgerij meer geld en konden zich dus meer permitteren. Ze leidden luxe levens en door de hogere status die ze kregen, hadden ze ook meer te zeggen.
Maar waarom heet de Verlichting nu eigenlijk Verlichting? In de 17e eeuw kreeg het woord ‘licht’ een andere betekenis. Men associeerde het woord ‘licht’ met rede, de vrijheid en het geluk. Deze dingen gaan in de Verlichting een veel grotere rol spelen, de mens zoekt het bij zichzelf en minder bij god. In Engeland noemde men dit verschijnsel Age of Reason of Enlightement, in Duitsland de Aufklärung.
Je ziet in de Verlichting een contrast met de Renaissance, in de Renaissance greep men terug op de klassieke oudheid, maar in de Verlichting wordt iets nieuws in gang gezet. De mens gaat zelf nadenken en ontwikkelt zelf nieuwe ideeën, ze nemen dus geen oude ideeën over.
René Descartes was één der grootste verlichte filosofen. Hij gaf duidelijk de basisideeën aan van de Verlichting. Zijn standpunten waren duidelijk en voor iedereen te begrijpen. De samenleving was klaar voor de rationalistische denkwijze, en had dus behoefte aan iemand die alles duidelijk wist te vertellen.
De Verlichting was niet alleen een tijd van rede, maar ook van verdraagzaamheid. Doordat men zich niet alleen oriënteerde op vooroordelen, dingen die werden gezegd over mensen of gedachten, maar meer op de eigen rede werden de mensen veel verdraagzamer. Ze stelden waarheden die zomaar aangenomen werden op de proef.
Een logisch gevolg van de Verlichting is de encyclopedie. Men had behoefte aan kennis, dacht na over dingen en had daarvoor ook kennis nodig. Men wilde in de 18e eeuw alle wetenschap verzamelen en kritisch afwegen. De aandacht werd in de encyclopedieën onder andere gevestigd op de ambachten, wat opmerkelijk was. Tot dan toe had men alleen aandacht gehad voor de veldheren en koningen, terwijl het volk eigenlijk de geschiedenis maakt.

Er zijn verschillende manieren waarop de ideeën van de Verlichting werden verspreid. Allereerst gingen vriendschappen een grote rol spelen, er wordt gesproken over ‘levenselixer’ als het om vriendschap gaat. Men ging zich verenigen. Een voorbeeld hiervan is de academie. Deze bestond al bij de Grieken ten tijde van Plato maar breidde zich uit naar Italië. Wat universiteiten niet konden, moest door het vrijwillige werk van de academie worden bereikt. In de 17e eeuw worden er ook in Frankrijk, Engeland en Duitsland academies gesticht.
Een ander voorbeeld is de genootschappen, ze zijn verwant aan de academies. Ze hebben aan de verspreiding van de Verlichtingsideeën een groot aandeel geleverd. Genootschappen voor de handel bestonden la maar eind 17e eeuw en in de 18e eeuw verenigden geleerden zich in genootschappen, om hun boeken en verhandelingen onder de aandacht te brengen. Nederland liep bij deze ontwikkeling wat achter bij de rest van de landen.
Literaire genootschappen werden dichtgenootschappen genoemd omdat men tot de 18e eeuw alleen de poëzie als literatuur beschouwde.
Vervolgens ontstonden de salons. Hierbij kwamen mannen en vrouwen bijeen om over interessante onderwerpen te praten. In Frankrijk ontstonden de eerste salons, in Parijs. In de Verlichting spelen ze een grote rol op literair gebied.
Rond 1700 verschijnen in ons land de eerste koffiehuizen. Ze hadden dezelfde functie als salons, alleen werden hier geen vrouwen toegelaten. Er waren ook besloten kamers, daarin kwamen gezelschappen bijeen om over de vragen van de dag te spreken, maar alleen in combinatie met moraal en godsdienst, politieke onderwerpen waren taboe.
Kranten en tijdschriften die ook in de koffiehuizen waren verspreid hadden ook hun aandeel in de verspreiding. De gedachten in vindingen van geleerden werden zo verspreid en dit gaf weer stof tot discussiëren.
De verlichting is ook de tijd waarin de proza de positie van de poëzie gaat overnemen. De burger wilde niet langer gekunstelde zinnen waar ze niets van begrepen, maar duidelijke verhalen die leuk waren om te lezen. Er ontwikkelden zich drie verschillende genres. Het schelmen- en avonturenverhaal, de levensbeschrijving en het reisverhaal.
Het schelmenverhaal is een verhaal over iemand die door armoede zichzelf aan een bestaan moet helpen. Hij gaat hiervoor leugen en bedrog niet uit de weg want nood breekt wetten. Ook heeft de schelm mensenkennis nodig, want hij moet snel de zwakke plekken van mensen doorzien om gebruik van hen te kunnen maken.
In de Verlichting bestaat ook een grote behoefte aan reizen. Men wilde reizen om te leren. Geleerden namen hele laboratoria mee op schepen en ontdekten nieuwe landen en culturen. Hier werden natuurlijk verslagen over gemaakt, die gretig werden gelezen. Ook in de fictie gaan reizen een rol spelen, steeds meer schrijvers maken gebruik van reizen in hun fictionele boeken.
Een verhaal op basis van brieven kon natuurlijk niet uitblijven. Er zijn talloze mogelijkheden van verhalen als je een briefroman schrijft. Het kan een briefwisseling over een familieruzie zijn, maar ook tussen twee geliefden.
Betje Wolff en Aagje Deken zijn belangrijk geweest voor de ontwikkeling van de Nederlandse literatuur. Ze schreven niet alleen op een leuke manier maar verwikkelden ook levenslessen in hun verhalen. Bovendien bewezen ze dat vrouwen net zoveel kunnen betekenen in de literatuur als mannen.
We kunnen zeggen dat er in de Verlichting veel is veranderd ten goede van het individu. Er zijn veel positieve ontwikkelingen op gang gekomen en we zijn meer van de wereld te weten gekomen door de vele reizen die zijn gemaakt. De mens is meer gaan nadenken, en dat is een positieve daad geweest.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.