ADVERTENTIE
Ga jij volgend jaar studeren?

Check dan de speciale sjaars-artikelen op Studenten.com en Studententijd de podcast. Voor de beste voorbereiding op je nieuwe leven.

Naar Studenten.com

Maatschappijwetenschappen.
Hoofdstuk 1: Het milieu als maatschappelijk probleem

1.1 Milieu als sociaal en politiek probleem: terug op de agenda.
Wat moet ik kennen? Begrippen:
1. Waarom is het milieu een sociaal probleem?: Omdat de milieu problemen (onder andere)
veroorzaakt word door mensen en het gevolgen heeft voor mensen.
2. Waarom is het milieu een politiek probleem?:
- De verschillende groepen mensen gingen om politieke besluitvorming vragen.
- Het milieu is een collectief goed, dat ernstig aangetast word.
- Het milieuprobleem is grensoverschrijdend en niet alleen een zaak voor de nationale (Nederlandse) overheid is, maar het is een internationaal probleem.
3. Wat is het IPCC? IPCC staat voor Intergovernmental Panel on Climate Change. Een
internationale groep van wetenschappers die naar overeenstemming zoekt over de best
mogelijke wetenschappelijke voorspellingen over klimaatverandering.
1.2 De historische ontwikkeling van de milieuproblematiek.
Wat moet ik kennen? Begrippen:
1. Wat zijn hygiënisten?: Ze hechten veel belang aan de omgevingsfactoren van ziekten.
2. Wat is het groeidenken?: De voortdurende groei van de techniek, nieuwe producten en nieuwe werkgelegenheden en dit zou meer welvaart brengen.
3. Wat is de club van Rome?: Deze club kwam in 1968 bijeen met als doel: het bevorderen van de analyse van belangrijke wereldproblemen in hun onderlinge samenhang, en van het denken over de dynamiek van de menselijke samenleving.
4. Wat is het ministerie van VROM?: Ontstond in 1982 en stond voor het ministerie van volkshuisvesting Ruimtelijk Ordening en Milieubeheer. Milieuproblemen werden voortaan bekeken in hun samenhang met andere problemen.
5. Wat is duurzame ontwikkeling?: Duurzame ontwikkeling wil zeggen: de economische ontwikkelingen moeten wel doorgaan, maar op een manier dat ze niet ten koste gaan van de mensen in andere delen van de wereld en van de mensen die na ons komen.

1.3 Milieuproblemen.
Wat moet ik kennen? Begrippen:
1. Wat is het milieu?: Met het milieu word bedoelen we de natuurlijke en door de mens vormgegeven omgeving waar in de mens leeft en waarmee de mens in een wederkerigheidrelatie staat.
2. Wat is uitputting?: De mens verwijdert componenten uit het milieu waardoor het milieu beschadigd raakt.
3. Wat zijn fossiele brandstoffen?: steenkool, aardolie en aardgas.
4. Wat is aantasting?: De mens veranderd op een schadelijke manier iets wezenlijks in de natuur, de kwaliteit van de natuur en landschap vermindert hierdoor.
5. Wat zijn ecosystemen?: Een samenhangend geheel van planten en dieren in een bepaald gebied, bekeken vanuit hun wisselwerking met milieufactoren.
6. Wat is verontreiniging?: De mens voegt iets toe aan de natuur dat de natuur beschadigd.
7. Wat is het lokale, regionale, fluviale, continentale en mondiale niveau?:
- Het regionale niveau: Dit zijn problemen in een bepaald gebied.
- Het fluviale niveau: Waterverontreiniging, denk aan vissterfte en drinkwatervoorzieningen.
- Het continentale niveau: De vervuiling van een groot gebied, bijvoorbeeld de kernramp van Tsjernobyl in 1986.
- Het modiale niveau: Wanneer de problemen de hele wereld beïnvloeden. Hierbij kun je denken aan de ozonlaag die aangetast is of het broeikaseffect.

1.4 Afwenteling van de milieuproblemen.
Wat moet ik kennen? Begrippen:
1. Wat is afwenteling?: De nadelen van veel handelingen die ongunstig zijn voor het milieu worden niet voor eigen rekening genomen. Men geniet van de voordelen, maar de nadelen in de vorm van milieuschade worden afgewenteld op andere milieugebruikers, gebieden of volgende generaties.
2. Wat is substitutie?: De vervanging van schaarse of schadelijke grondstoffen door alternatieve stoffen.
1.5 Concrete en grote actuele milieuproblemen.
Wat moet ik kennen? Begrippen:
In deze paragraaf zijn geen begrippen die je moet kennen.

1.6 Het milieu is een probleem van collectieve actie.
Wat moet ik kennen? Begrippen:
1. Wat is economische orde?: Dit is de manier waarop het economisch proces in de samenleving is georganiseerd.
2. Wat is vrijemarkteconomie of het vrije markt mechanisme?: De prijzen komen tot stand via het principe van vraag en aanbod.
3. Wat is schaarste?: schaarste is tekort.
4. Wat is een collectief goed?: Een zaak die moeilijk via de particuliere markt kan worden aangeboden.
5. Wat is conjunctuurgevoeligheid?: Afhankelijk van de vraag naar goederen en diensten in de hele economie.
6. Wat is het probleem van collectieve actie of het prisoners dilemma?: Dit dilemma geeft een verklaring waarom staat zo vaak de voorkeur geven aan hun eigen belangen en dan vooral bezien op de korte termijn, naar het gemeenschappelijk belang op de lange termijn wordt vaak veel minder gekeken.

1.7 Nederlandse specifieke belangen in het milieu.
Wat moet ik kennen?: Begrippen:
1. Wat zijn demografische factoren?: Factoren die te maken hebben met de bevolkingsopbouw.
2. Wat zijn geografische factoren?: Factoren die te maken hebben met de ligging van een land.
1.8 Het milieu in een vrijemarkteconomie.
Wat moet ik kennen? Begrippen:
1. Wat is de marktsector?: Met de marktsector wordt alle commerciële bedrijvigheid bedoeld.
2. Wat is de collectieve sector?: De activiteiten van de overheid.
3. Wat is milieucriminaliteit?: Het opzettelijk veroorzaken van milieuproblemen in strijd met de wettelijke regels. ( bijv. illegaal afval dumpen)
4. Wat is groen beleggen?: Dat is beleggen in bedrijven die milieuvriendelijk proberen te werken.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.