Wat is maatschappijleer

Beoordeling 7.6
Foto van Robin
  • Begrippenlijst door Robin
  • 4e klas havo | 384 woorden
  • 11 juni 2016
  • 14 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.6
  • 14 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode

Rechtstaat: Stelt de belangrijke regels vast voor burgers én overheid.



Parlementaire democratie: Wordt de bevolking van het land vertegenwoordigd dor het parlement.



Pluriforme samenleving: Pluriform = veelvormig. Veel verschillende leefwijzen, normen en waarden en soms etnische afkomst.



Verzorgingsstaat: De overheid zorgt voor haar burgers.



Maatschappelijk probleem: Geld voor een grote groep, de overheid moet iets doen en het probleem heeft te maken met tegenstellingen.



Politiek probleem: Er moeten nieuwe regels of wetten komen voor een maatschappelijk probleem.



Waarde: Uitgangspunt of principe dat mensen belangrijk vinden in hun leven.



Norm: Opvattingen over hoe je je op grond van een bepaalde waarde behoort te gedragen.



Sociale verplichting: Een regel die je wordt opgelegd door je omgeving.



Fatsoensnorm: Ongeschreven regels. Voorbeeld: Boeren aan tafel.



Belang: Het voor – of nadeel dat iemand ergens bij heeft.



Macht: Het vermogen om het gedrag of het denken van anderen sterk te beïnvloeden.



Gezag: Formele macht. Voorbeeld: Burgemeester. (Vastgesteld in regels en wetten)



Invloed: Informele macht. Voorbeeld: In een vriendengroep. (Niet vastgesteld)



Machtsmiddel: Een middel waarmee je het gedrag van anderen kunt beïnvloeden.



Sociale cohesie: Samenhang tussen mensen in een gemeenschap of samenleving.



Analysevragen: Analyse maatschappelijk probleem. Actoren, de politieke besluitvorming, de oorzaken en gevolgen, de vergelijking met vroeger en met andere landen.





CBS: Centraal Bureau van de Statistiek



Subjectief: Alleen laten zien hoe iemand ergens over denkt.



Objectief: Zeggen over de werkelijkheid.



Hoor en wederhoor: De verschillende betrokkenen zijn gehoord.



Communicatie: Het doorgeven van informatie.



Communicatieruis: De overdracht van informatie loopt niet goed.



Manipulatie: Feiten opzettelijk weglaten of verdraaien zonder dat de ontvanger dit merkt. Voorbeeld: Een krant



Propaganda: Bewust eenzijdige informatie wordt gegeven met als doel de mening van mensen te beïnvloeden. Voorbeeld: Politieke partijen



Indoctrinatie: Langdurig, systematisch en heel dwingend eenzijdige opvattingen en meningen worden opgedrongen met de bedoeling dat het publiek deze opvattingen kritiekloos accepteert. Voorbeeld: Noord - Korea



Selectieve waarneming: Elke informatie wordt zodanig vervormd dat deze zo veel mogelijk past in ons referentiekader.



Referentiekader: Alles wat je bezit aan kennis, ervaringen, normen, waarden en gewoonten.



Stereotype: Vaststaand beeld van een hele groep mensen.



Vooroordeel: Oordeelt zonder dat je die persoon of zaak hebt leren kennen.



Discriminatie: Iemand mensen van een bepaalde groep anders behandelt op grond van kenmerken die in de gegeven situatie niet van belang zijn.




REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Ook geschreven door Robin