Begrippenlijst pluriforme samenleving hoofdstuk 1

Beoordeling 8.6
Foto van een scholier
  • Begrippenlijst door een scholier
  • 4e klas vwo | 285 woorden
  • 2 juni 2018
  • 116 keer beoordeeld
  • Cijfer 8.6
  • 116 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!

Vrijheidsdrang:

De behoefte om vrij te kunnen zijn in je doen en laten.



Ordening:

Het reguleren (ordenen) van iets.



Pluriforme samenleving:

Een samenleving waarin mensen leven met verschillende culturen, tradities en leefstijlen.



Republiek der Verenigde Provinciën (republiek der zeven verenigde Nederlanden):

Onafhankelijke staten die samen Nederland vormden.



Morele geografie:

Het dicht op elkaar leven van mensen op een klein grondgebied heeft invloed op de manier waarop mensen met elkaar omgaan.



Pragmatische tolerantie:

Dingen tolereren om onrust en problemen te voorkomen.



Tolerantie:

In welke mate mensen die ‘anders’ zijn worden geaccepteerd.



Gedogen:

Iets toelaten wat eigenlijk verboden is.



Vrijheid van geweten:

De vrijheid om bepaalde denkbeelden te hebben.



Openheid:

Eerlijkheid, het uiten van je gedachtes.



Principiële tolerantie:

Tolerantie uit overtuiging, bijv: mensen waren ervan overtuigd dat ze hun mening mochten uiten.



Dissident:

Persoon die zich verzet tegen hogere machten op politiek, economisch, enz. gebied.



Poldermodel:

Het streven naar een overeenstemming in de politiek en maatschappij, hierbij worden vaak compromissen gesloten.



Pacificatiedemocratie:

Staatsvorm waarbij de leiders ondanks hun meningsverschillen de bereidheid vertonen om samen te werken.



Matiging:

Beheersen/inperken van bepaalde ideeën, regels, enz.



Conformisme:

Het verlangen om aan te passen aan de opvattingen van de meerderheid van de samenleving.



Machtiging:

Als iemand een ander de bevoegdheid geeft om namens diegene bepaalde handelingen uit te voeren.



Polarisatie:

Het veroorzaken van een conflict of het versterken van tegenstellingen tussen partijen of bevolkingsgroepen.



Politiek conflict:

Meningsverschil / discussie / ruzie in de politiek



Sociaal conflict:

Meningsverschil / discussie / ruzie op sociaal gebied, dus m.b.t mensen en relaties tussen mensen.



Globalisering:

Proces van economische, culturele en politieke integratie.



Sociale cohesie:

Samenhang in een maatschappij, het vertrouwen in elkaar en in de overheid.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.