Hoofdstuk 3

Beoordeling 5.1
Foto van een scholier
  • Begrippenlijst door een scholier
  • 4e klas havo | 232 woorden
  • 23 maart 2015
  • 3 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.1
  • 3 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode

Nominaal verwijst naar normen en waarden die mensen feitelijk hanteren



Ethiek= Het nadenken over normen en waarden en de vraag naar hoe mensen moet leven. Een bepaalde manier naar de werkelijkheid kijken



Met welke optiek kijk je ergens tegen aan?

juridisch

economisch

ethisch ( wat is goed en wat is fout )



Visie= een standpunt (eigen mening)



Gevolgen ethiek= 2 mensen gaan bijna dood. Jij kan eentje redden. Een vrouw van 86 en een vrouw van 22. Je kiest voor de 22 jarige vrouw omdat ze (waarschijnlijk) langer kan leven en meer nabestaanden heeft.



Beginsel ethiek= elk mens heeft recht op leven. Jij zou er dan om moeten tossen. Er kunnen ook meerdere beginsel ethiek zijn waardoor je de keus ook kunt maken.



Chriselijke optiek bestaat niet



Hedonisme= een beslissing of handeling die het meeste genot oplevert (zintuigen).



Eudemenisme= een beslissing of handeling die het meeste geluk oplevert (geen zintuigen)



Utilisme= een beslissing of handeling die het meeste nut oplevert (beter 2 mensen dood dan 3)



Deugd ethiek= hoe moet ik leven?



Ethiek als proces:

- ethische gevoeligheid

- ethische analyse

- ethisch oordeel

- ethische motivatie

- ethisch handelen



Hoe maak je een ethische case?



 Het opschrijven van de case



 Welke optieken spelen een rol



 Welke waarden spelen een rol



 Wat is het ethische probleem



 Welk belang hebben en spelen een rol



 Wie is moreel verantwoordelijk



 Het opschrijven van de oplossing

 


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.