Tijdvakken, kenmerkende aspecten en vaste voorbeelden.

Beoordeling 7.7
Foto van Manon
  • Begrippenlijst door Manon
  • 6e klas vwo | 1521 woorden
  • 17 februari 2016
  • 19 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.7
  • 19 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak






























































































 Tijdvakken / Perioden



Kenmerkende aspecten



Vaste voorbeelden.



1. Tijd van jagers en boeren. Tot 3000 v.C. (prehistorie)



De levenswijze van jager-verzamelaars.





1. Tijd van jagers en boeren. Tot 3000 v.C. (prehistorie)



Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen.





1. Tijd van jagers en boeren. Tot 3000 v.C. (prehistorie)



Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen.





2. Tijd van Grieken en Romeinen. 3000 v.C. -500 n.C. (oudheid)



De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in de Griekse stadstaat.





2. Tijd van Grieken en Romeinen. 3000 v.C. -500 n.C. (oudheid)



De groei van het Romeinse imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde.





2. Tijd van Grieken en Romeinen. 3000 v.C. -500 n.C. (oudheid)



De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur.





2. Tijd van Grieken en Romeinen. 3000 v.C. -500 n.C. (oudheid)



De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur van Noordwest-Europa.





2. Tijd van Grieken en Romeinen. 3000 v.C. -500 n.C. (oudheid)



De ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste monotheïstische godsdiensten.





3. Tijd van monniken en ridders. 500-1000(vroege middeleeuwen)



Het ontstaan en de verspreiding van de Islam.





3. Tijd van monniken en ridders. 500-1000(vroege middeleeuwen)



De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid.





3. Tijd van monniken en ridders. 500-1000(vroege middeleeuwen)



Het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur.





3. Tijd van monniken en ridders. 500-1000(vroege middeleeuwen)



De verspreiding van het christendom in geheel Europa.





4. Tijd van steden en staten. 1000-1500 (hoge/late middeleeuwen)



De opkomst van handel en ambacht legde de basis voor het herleven van een agrarisch-urbane samenleving.





4. Tijd van steden en staten. 1000-1500 (hoge/late middeleeuwen)



*De opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden.





4. Tijd van steden en staten. 1000-1500 (hoge/late middeleeuwen)



*Het begin van staatsvorming en centralisatie. 



-1531: Instelling drie Collaterale Raden.



4. Tijd van steden en staten. 1000-1500 (hoge/late middeleeuwen)



Het conflict in de christelijke wereld over de vraag of de wereldlijke dan wel de geestelijke macht het primaat behoorde te hebben.





4. Tijd van steden en staten. 1000-1500 (hoge/late middeleeuwen)



De expansie van de christelijke wereld, onder andere in de vorm van de kruistochten.





























































5. Tijd van ontdekkers en hervormers. 1500-1600 (renaissance-/vroegmoderne tijd)



Het veranderende mens- en wereldbeeld van de renaissance en het begin van een nieuwe wetenschappelijke belangstelling.





5. Tijd van ontdekkers en hervormers. 1500-1600 (renaissance-/vroegmoderne tijd)



De hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke oudheid.





5. Tijd van ontdekkers en hervormers. 1500-1600 (renaissance-/vroegmoderne tijd)



Het begin van de Europese expansie over zee.





5. Tijd van ontdekkers en hervormers. 1500-1600 (renaissance-/vroegmoderne tijd)



*De protestantse reformatie had splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg.



-1521: Luther verschijnt voor de Rijksdag in Worms.



5. Tijd van ontdekkers en hervormers. 1500-1600 (renaissance-/vroegmoderne tijd)



*Het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van een Nederlandse staat.



-1574: Het ontzet van Leiden.
-1578: Alteratie van Amsterdam.
-1581: Plakkaat van Verlatinge.
-1588: De Spaanse Armada wordt verslagen.



6. Tijd van regenten en vorsten. 1600-1700 (Gouden Eeuw/ vroegmoderne tijd)



*Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie.



-1619: Coen verplaatst het bestuurscentrum van de VOC naar Batavia.
-1639: Bouw Portugees-joodse synagoge in Amsterdam.



6. Tijd van regenten en vorsten. 1600-1700 (Gouden Eeuw/ vroegmoderne tijd)



*De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel opzicht van de Nederlandse Republiek.



-1619: Johan van Oldenbarnevelt wordt onthoofd.
-1639: Bouw Portugees-joodse synagoge in Amsterdam.



6. Tijd van regenten en vorsten. 1600-1700 (Gouden Eeuw/ vroegmoderne tijd)



**Het streven van vorsten naar absolute macht.



-1550: Instelling van de Bloedplakkaten.



6. Tijd van regenten en vorsten. 1600-1700 (Gouden Eeuw/ vroegmoderne tijd)



*De wetenschappelijke revolutie.



-Kant over de definitie van de verlichting en de gevaren van het rationalisme.
-Locke en Rousseau over het sociaal contract.
-Spinoza over de invloed van God op het dagelijks leven.
-Voltaire over de vrijheid van denken en de rol van de staat.



7. Tijd van pruiken en revoluties. 1700-1800 (Eeuw van de verlichting/ vroegmoderne tijd)



*Rationeel optimisme en ‘verlicht denken’ werd toegepast op alle terreinen van de samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen.



-Kant over de definitie van de verlichting en de gevaren van het rationalisme.


-Locke en Rousseau over het sociaal contract.


-Spinoza over de invloed van God op het dagelijks leven.


-Voltaire over de vrijheid van denken en de rol van de staat.
-1789: Cahiers des doléances.
-1791: Wet le Chapelier.
-1792: Proces van ‘burger’ Capet.
-1804: Code Napoleon.
































































7. Tijd van pruiken en revoluties. 1700-1800 (Eeuw van de verlichting/ vroegmoderne tijd)



*Voortbestaan van het Ancien Régime met pogingen om het vorstelijk bestuur op eigentijdse verlichte wijze vorm te geven. (verlicht absolutisme)



-Voltaire over de vrijheid van denken en de rol van de staat.
-1822: Verdrag van Verona.



7. Tijd van pruiken en revoluties. 1700-1800 (Eeuw van de verlichting/ vroegmoderne tijd)



*De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap.



-1789: Cahiers des doléances.


-1791: Wet le Chapelier.


-1792: Proces van ‘burger’ Capet.


-1804: Code Napoleon.
-1822: Verdrag van Verona.
-1830: Belgische Opstand.
-1848: Frankfurter Parlement.



7. Tijd van pruiken en revoluties. 1700-1800 (Eeuw van de verlichting/ vroegmoderne tijd)



Uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van plantagekoloniën en de daarmee verbonden transatlantische slavenhandel, en de opkomst van het abolitionisme.





8. Tijd van burgers en stoommachines. 1800-1900 (Industrialisatie/ moderne tijd)



*De industriële revolutie legde in de westerse wereld de basis voor een industriële samenleving.





8. Tijd van burgers en stoommachines. 1800-1900 (Industrialisatie/ moderne tijd)



**De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme, confessionalisme en feminisme.



-1830: Belgische Opstand.


-1848: Frankfurter Parlement.
-1884: Conferentie van Berlijn.


-1898: Vlootwet.



8. Tijd van burgers en stoommachines. 1800-1900 (Industrialisatie/ moderne tijd)



Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het politiek proces.





8. Tijd van burgers en stoommachines. 1800-1900 (Industrialisatie/ moderne tijd)



De opkomst van emancipatie bewegingen.





8. Tijd van burgers en stoommachines. 1800-1900 (Industrialisatie/ moderne tijd)



Discussies over de ‘Sociale kwestie’.





8. Tijd van burgers en stoommachines. 1800-1900 (Industrialisatie/ moderne tijd)



*De moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie.



-1884: Conferentie van Berlijn.
-1898: Vlootwet.



9. Tijd van de wereldoorlogen. 1900-1950 (moderne tijd)



**Het voeren van twee wereldoorlogen.



-1898: Vlootwet.
-1914: Slag bij Marne.
-1938: Conferentie van München.
-1945: Atoombom op Hiroshima.



9. Tijd van de wereldoorlogen. 1900-1950 (moderne tijd)



*De crisis van het wereldkapitalisme.



-1924: Dawesplan.












































9. Tijd van de wereldoorlogen. 1900-1950 (moderne tijd)



**Het in praktijk brengen van de totalitaire ideologieën communisme en fascisme/ nationaal-sociaalisme.



-1919: Spartakus opstand.
-1933: Rijksdagbrand.
-1933: Instelling Rijkscultuurkamer.
-1933: In gebruikname Dachau.
-1935: Neurenberger wetten.
-1942: Wannseeconferentie.
-1968: Praagse Lente.



9. Tijd van de wereldoorlogen. 1900-1950 (moderne tijd)



**De rol van de moderne propaganda- en communicatiemiddelen en vormen van massaorganisatie.



-1933: Rijksdagbrand
-1933: Instelling Rijkscultuurkamer.
-1950: Redevoering senator McCarthy over communisten in de VS.
-1956: Bestorming van Felix Meritis in Amsterdam.
-1963: ‘Ich bin ein Berliner’ toespraak van Kennedy in Berlijn.
-1981: Demonstraties tegen kernwapens in Amsterdam.



9. Tijd van de wereldoorlogen. 1900-1950 (moderne tijd)



Vormen van verzet tegen het West-Europese imperialisme.





9. Tijd van de wereldoorlogen. 1900-1950 (moderne tijd)



**Verwoestingen op niet eerder getoonde schaal door massavernietigingswapens en de betrokkenheid van de burgerbevolking bij oorlogvoering.



-1914: Slag bij Marne.
-1945: Atoombom op Hiroshima.



9. Tijd van de wereldoorlogen. 1900-1950 (moderne tijd)



*Racisme en discriminatie leidden tot genocide, in het bijzonder op de joden.



-1933: In gebruikname Dachau.
-1935: Neurenberger wetten.


-1942: Wannseeconferentie.



9. Tijd van de wereldoorlogen. 1900-1950 (moderne tijd)



De Duitse bezetting van Nederland.





10. Tijd van televisie en computer. 1950-heden. (moderne tijd)



*De dekolonisatie maakte een eind aan de westerse hegemonie in de wereld.



-1954: Akkoorden van Genève gesloten na de slag bij Dien Bien Phu.


-1975: Burgeroorlog in Angola tussen MPLA en FNLA.





























10. Tijd van televisie en computer. 1950-heden. (moderne tijd)



*De verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een wapenwedloop en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoomoorlog.



-1945: Atoombom op Hiroshima.
-1947: Marshallplan.
-1950: Redevoering senator McCarthy over communisten in de VS.
-1954: Akkoorden van Genève gesloten na de slag bij Dien Bien Phu.
-1956: Bestorming van Felix Meritis in Amsterdam.


-1963: ‘Ich bin ein Berliner’ toespraak van Kennedy in Berlijn.
-1968: Praagse Lente.
-1972: Bezoek Nixon aan China.
-1972: Salt I ondertekend.
-1975: Burgeroorlog in Angola tussen MPLA en FNLA.
-1981: Demonstraties tegen kernwapens in Amsterdam.
 



10. Tijd van televisie en computer. 1950-heden. (moderne tijd)



*De toenemende westerse welvaart die vanaf de jaren 60 van de 20e eeuw aanleiding gaf tot ingrijpende sociaal-culturele veranderingsprocessen.



-1968: Praagse Lente.


-1981: Demonstraties tegen kernwapens in Amsterdam.



10. Tijd van televisie en computer. 1950-heden. (moderne tijd)



*De eenwording van Europa.



-1947: Marshallplan.



10. Tijd van televisie en computer. 1950-heden. (moderne tijd)



De ontwikkeling van pluriforme en multiculturele samenlevingen.






Republiek (1515-1648) = Blauw.
Verlichting & Revoluties (1650-1848) = Geel.
Duitsland (1871-1945) = Groen.
Koude Oorlog (1945-1991) = Roze.
 

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Mees

Mees

Ik zie niks door die reclame dingen rechts, hoe verwijder ik dat.

1 jaar geleden

Jon

Jon

Opgelost!

1 jaar geleden

Ook geschreven door Manon