Productie = Het maken van iets. Daar is mankracht, materiaal en tijd voor nodig
Productiefactoren = Natuur, kapitaal en arbeid
Consumptiegoed = Een goed wat gebruikt wordt om te consumeren, bijvoorbeeld water want dat kun je drinken
Productiemiddel = Waarmee je iets kunt produceren, met cacao kun je bijvoorbeeld chocolade fabriceren

* Voorbeeld van productiefactoren zijn natuur (hout/materiaal), kapitaal (geld) en arbeid.
* Wanneer er te weinig productiefactoren zijn, kunnen er niet genoeg producten gefabriceerd worden. Daarom zal de prijs van de goederen die wel gefabriceerd zijn stijgen.
* Wanneer er te weinig productiefactoren zijn, kan er niet genoeg geproduceerd worden. Dat belemmert dus de productie.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Y.

Y.

Wel een beetje klein

7 jaar geleden

D.

D.

ja je hebt gelijk yannick en waar is de samenvatting??

7 jaar geleden

M.

M.

Het is niet echt een samenvatting het is meer begrippen en de betekenis maar die staan ook achterin je boekje...
Maar toch bedankt gino, het er wel wat aan gehad.

7 jaar geleden