Waarnemen en regeling

Beoordeling 8
Foto van een scholier
  • Begrippenlijst door een scholier
  • 2e klas havo/vwo | 1056 woorden
  • 10 februari 2015
  • 10 keer beoordeeld
  • Cijfer 8
  • 10 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode

4.1



Zintuig = orgaan dat reageert op prikkels uit de omgeving



Prikkel = invloed uit de omgeving van een organisme



Alle zintuigen samen = zintuigenstelsel



In een zintuig zitten zintuigcellen > maken impulsen (= elektrisch signaaltje) > impuls wordt



doorgegeven aan zenuw > ruggenmerg en/of hersenen



In je huid:

Warmtezintuigen

Koudezintuigen

Drukzintuigen

Tastzintuigen (reageren op lichte aanraking) > liggen in tastknopjes bij elkaar

(Pijnpunten = uiteindes van bepaalde zenuwen die pijp waarnemen)



Drempelwaarde = kleinste prikkelsterkte die nog een impuls veroorzaakt in een zintuig



Adequate prikkel = soort prikkel waar een zintuigcel speciaal gevoelig voor is (lage drempelwaarde



voor heeft)



Gewenning = als een prikkel enige tijd aanhoudt, ontstaan er in de zintuigcellen minder impulsen



Zenuwstelsel = centrale zenuwstelsel + zenuwen



Centrale zenuwstelsel:

Hersenen

Ruggenmerg



Functie zenuwstelsel = vervoeren en verwerken van impulsen



Zintuig > impuls via zenuw > ruggenmerg en/of hersenen > impuls via zenuw > spier of klier reageert



Leer ook afbeelding 2 en 5





4.2 Huid



Huid bestaat uit:



- Opperhuid



o Hoornlaag = dode, verhoornde cellen > beschermt tegen beschadiging, uitdroging en



ziektes



- Eelt = verdikte hoornlaag



o Kiemlaag = delende laag cellen om huid te vernieuwenBiologiepagina.nl



- Lederhuid



o Liggen de warmte, koude, druk en tastzintuigen in



o Bevat zenuwen (met pijnpunten), haarspiertjes, zweetklieren en bloedvaatjes



Verder tref je in de huid aan:



- Haren, omgeven door een haarzakje. In dit haarzakje bevinden zich talgklieren > maken talg



om de haren en hoornlaag soepel te houden



Onder de huid ligt onderhuids bindweefsel :



- Vet opgeslagen als reservevoedsel



- Isolerende laag tegen warmteverlies



Leer ook afbeelding 6 en 7





4.3 Neus en tong



Neusholte bevat neusslijmvlies > houdt neusholte vochtig en bevat reukzintuig (“reukharen”)



Op tong liggen smaakknopjes met smaakzintuigcellen > 4 smaken: zoet, zuur, zout en bitter



Proeven = samenwerking reuk (neus) en smaak (tong)



Bekijk ook afbeelding 9 en 10





4.4 Oor



Geluid = luchttrillingen (golven)

snel trillen = korte golflengte = hoog geluid

langzaam trillen = lange golflengte = laag geluid



Aantal trillingen per seconde = Hertz



De sterkte/volume van geluid meet je in decibels



Oor bestaat uit:



Gehoorzintuig + evenwichtszintuig



Oorschelp vangt trillingen op



Gehoorgang holte voor het trommelvlies



Oorsmeerkliertjes maken oorsmeer om trommelvlies soepel te houden



Trommelvlies vangt trillingen op en geeft ze door aan de gehoorbeentjes



Trommelholte holte achter het trommelvlies waar de gehoorbeentjes liggen



Gehoorbeentjes trillingen gaan achtereenvolgens via hamer – aambeeld – stijgbeugel



Venster vlies in slakkenhuis waar stijgbeugel tegen aan trilt



Slakkenhuis bevat de zintuigcellen die trillingen omzetten in impulsen, doordat



vloeistof in slakkenhuid is gaan bewegen door de trillingen



Gehoorzenuw geven de impulsen van het slakkenhuis door aan de hersenenBiologiepagina.nl



Gehoorbeschadiging > haartjes van zintuigcellen in slakkenhuis raken beschadigd



Buis van Eustachius:



- loopt tussen trommelholte en keelholte

regelt de luchtdruk in je trommelholte (en de druk op het trommelvlies)



Leer ook afbeelding 12, 15 t/m 17

 



4.5 Oog



Traanklier > maakt traanvocht aan tegen uitdroging en vuildeeltjes



Traanbuis > voert vocht en vuil af naar je neusholte



Iris = regenboogvlies = gekleurde gedeelte van oog; bevat spiertjes waarmee het regelt hoeveel



ligt er door de pupil valt



Pupil = opening in je iris waar het licht door gaat



Harde oogvlies = buitenste beschermlaag van je oog (oogwit)



Hoornvlies = voorste gedeelte van harde oogvlies; doorzichtige gedeelte voor de iris



Vaatvlies = laag met bloedvaatjes (voeren zuurstof en voedingsstoffen aan)



Netvlies = laag met lichtgevoelige zintuigcellen die de lichtprikkels opvangt. Prikkels worden



hier omgezet in impulsen



Bevat kegeltjes (kleur) en staafjes (licht-donker)



Oogzenuw = vervoert impulsen van het netvlies naar de hersenen



Gele vlek = plaats op het netvlies recht achter de pupil, waarmee je het beste kunt zien



Blinde vlek = plaats waar de oogzenuw aan de oogbol vastzit. Op deze plek ontbreekt een stuk



netvlies



Lens = Zorgt door lichtbreking voor een scherp beeld op het netvlies



Glasachtig lichaam = Doorzichtige gel waarmee de oogbol gevuld is



Oogspieren = zes spieren per oog om de oogbol te bewegen



Op het netvlies is het beeld verkleind en omgedraaid



Pupilreflex = regelt de grootte van de pupil en dus de hoeveelheid licht die door de pupil valt >



beschermt tegen overbelichting



Twee soorten spieren in iris die pupilreflex regelen:



- Kringspieren > maken pupil kleiner bij samentrekken

Straalsgewijs lopende spieren > pupil wordt groter bij samentrekkenBiologiepagina.nl



Leer ook afbeelding 19, 22 en24

 



4.6 Zenuwstelsel



Zenuwcel bestaat uit:

cellichaam met celkern

uitlopers > geleiden impulsen



3 soorten zenuwcellen:

Gevoelszenuwcellen



o Geleiden van zintuig naar centrale zenuwstelsel (CZ)



o Bevat 1 lange uitloper naar het cellichaam toe



o Cellichaam ligt vlakbij CZ



- Bewegingszenuwcellen



o Geleiden impulsen van CZ naar spier of klier



o Cellichamen liggen in het CZ



o Bevat 1 lange uitloper van het cellichaam af



- Schakelcellen



o Geleiden impulsen binnen het CZ



Uitlopers van zenuwcellen liggen gegroepeerd in zenuwen.



Elke uitloper bevat een stevig beschermend isolatielaagje



Leer ook afbeelding 25 t/m 29

 



4.7 Alcohol



Stoffen die zenuwstelsel beïnvloeden: alcohol, medicijnen en drugs



Alcohol = ethanol



Alcoholpercentage in bloed wordt weergegeven als promillage



Verslaving kan door geestelijke en /of lichamelijke afhankelijkheid (ontwenningsverschijnselen)

 



4.8 Hormoonstelsel



Klier = orgaan die bepaalde stoffen produceert



2 soorten klieren:

Stoffen afvoeren via afvoerbuizen (speeksel, zweet en traanklier)

Stoffen afvoeren via bloed (hormoonklier)



Hormoon

Stof die werking van een bepaald orgaan regelt

Vervoert via bloedBiologiepagina.nl

Alleen werkzaam in weefsel/orgaan dat er gevoelig voor is

Regelen langzame, langdurige processen



Belangrijke hormoonklieren: hypofyse, schildklier, eilandjes van Langerhans, bijnieren, eierstok en



teelbal



Alvleesklier bevat groepjes met cellen, de eilandjes van Langerhans > produceren:

Insuline: zet glucose om in glycogeen (opslag in lever en spieren)

Glucagon: zet glycogeen om in glucose



Regelen samen je bloedsuikerspiegel, zodat deze constant blijft



Diabetes = suikerziekte > eilandjes maken te weinig insuline > suikergehalte in bloed stijgt teveel >



“suiker in urine”



Oplossing > insuline spuiten



Leer ook afbeelding 42, 43 en 48

 



4.9 Extra: Hersenen



Om je hersenen ligt het hersenvlies: bevat bloedvaten voor zuurstof en voedingsstoffen



Hersenen bestaan uit:



1) Grote hersenen

Buitenste deel is hersenschors; bevat diverse hersencentra (bijv.



gezichtscentrum)  bewustwording van impulsen uit zintuigen in



gevoelscentra of het aanmaken van impulsen naar spieren/klieren in



bewegingscentra



- Binnenste deel is het merg > bevat uitlopers van schakelcellen

Bevat geheugen



2) Kleine hersenen



- Belangrijke rol bij coördinatie en evenwicht van spierbewegingen



3) Hersenstam



- Verbinding tussen ruggenmerg – grote/kleine hersenen

Regelt lichaamstemperatuur, pupilreflex en ademhaling


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.