ADVERTENTIE
Schoolexamens

Wist je dat je de boeken Examenbundel, Examenidioom, Zeker Slagen! en Samengevat ook heel goed kunt gebruiken bij het voorbereiden voor je schoolexamens?! Ze zijn momenteel in de aanbieding bij o.a. Bol.com.

Nu bestellen

Absolute zeespiegelstijging – stijging van de hoogte van de zeespiegel

Benedenloop – het laagste gedeelte van een rivier, net voordat hij de zee instroomt

Bovenloop – begin van een rivier            

Debiet – de totale hoeveelheid water die een rivier afvoert per tijdseenheid op een bepaalde plek

Dijkverzwaring – het verbeteren en verhogen van dijken om het achterland te beschermen

Driestapstrategie – waterbeheer in drie stappen : vasthouden, bergen en afvoeren

Fluviaal schaalniveau – het schaalniveau waarop rivieren bestudeert worden, het stroomgebied

Gemengde rivieren – rivieren die worden gevoed door regenwater en gletsjers

Gletsjerrivier – rivier die wordt gevoed door het smeltwater van een gletsjer

Inklinken – het process van volumevermindering van de grond door verdroging en onttrekken van grondwater

Kanalisatie – het aanleggen van stuwen of sluizen om de rivier op diepte te houden

Kom – laaggelegen gebied naast de rivier waarin klei is afgezet

Kribben – dammen loodrecht op de oever die er voor moeten zorgen dat de niet oever afkalft en het rivierwater vooral in het midden van de rivier blijft stromen

Kribverlaging – het verlagen van kribben om opstuwing bij hoogwater te voorkomen

Meanderen – slingerend stromen van de rivier vooral in de benedenloop

Middenloop – het middelste gedeelte van een rivier, dat tussen de boven en benedenloop inligt

Neerslagregiem – de verdeling van de hoeveelheid neerslag in een bepaalde periode

Nevengeul – extra riviergeul , bedoeld om de afvoercapiciteit van de rivier te vergroten

Noodoverloopgebied – omdijkt gebied dat in noodsituaties wordt gebruikt om water te bergen

Obstakels verwijderen – bebouwing in de rivierbedding die de doorstroom bij hoogwater zal worden vermindert verwijderen

Oeverwal – zandrug, die is ontstaan door sedimentatie , direct naast de rivier gelegen

Ontbossing – verwijderen van bos, waarna de vrijgekomen grond voor andere dingen wordt gebruikt, voornamelijk voor landbouw

Onregelmatigere neerslagriem – de verdeling van de hoeveelheid neerslag in een periode wordt onregelmatiger

Piekafvoer – de maximale afvoer bij een hoogwaterperiode

Regenrivier – rivier die gevoed wordt door regenwater

Regiem – de schommelingen van de waterafvoer gedurende het jaar

Relatieve zeespiegelstijging – daling van de bodem en stijgin van de zeespiegel

Ruimte voor de rivier – het water meer ruimte geven zodat er minder kans is op overstromingen

Stroomgebied – gebied waar al het regen en smeltwater via een hoofdrivier de zee instroomt

Stroomrug – het geheel van een rivierbedding met aan beide kanten een oeverwal

Stroomstelsel – een rivier met al zijn zijrivieren

Stuw – vaste of verstelbare dam in de rivier voor het handhaven van het waterpeil en het regelen van de wateraanvoer

Terp – door de mens aangelegde woonheuvel ter bescherming teggen overstromingen

Uiterwaard – gebied tussen de rivier en de winterdijk dat overstroomt wanneer de rivier buiten zijn oevers treed

Vasthouden – tijdelijke opslag van water bij hhoogwater om de rivierwaterstrand stroomafwaarts te verlagen

Verhang – het gemiddelde verval per km

Verstedelijking – ontstaan van stedelijke gebieden, waardoor de infiltratiecapaciteit kleiner wordt

Verstening – het toenemen van straten en wegen waardoor regenwater sneller afspoelt.

Vertragingstijd – de hoeveelheid tijd die water nodig heeft om na een regenbui in de rivier te komen

Verval – het hoogteverschil tussen twee punten langs een rivier

Waterscheiding – de grens tussen twee stroomgebieden

Watertoets – waterhuishoudkundige voorschriften die gevolgd moeten worden bij alle projecten uit de ruimtelijke orderning

Winterdijk – hoge dijk, wat verder van de rivier en de zomerdijk

Zomerdijk – lage dijk, dicht bij de rivier

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.