Gezocht: vmbo-scholieren uit jaar 3 of 4! Vul deze vragenlijst over het mbo in, en maak kans op een cadeaubon van 25 euro.

Meedoen

Literatuurgeschiedenis

Beoordeling 3.5
Foto van een scholier
  • Antwoorden door een scholier
  • 5e klas havo | 1003 woorden
  • 7 april 2001
  • 54 keer beoordeeld
  • Cijfer 3.5
  • 54 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Musical The Prom verloot een limousine naar je eindfeest!

Zit je middenin je eindexamens en wil je in stijl naar je eindfeest? Doe dan mee aan de winactie en maak kans op een limousine die jou en je vrienden naar jullie eindfeest brengt!

Ja, ik doe mee!
Literatuurgeschiedenis HAVO-5 Thuredrecht College

1. 500 000 jaar geleden
2. in het zuiden van Frankrijk en Spanje
3. Germanen en Kelten
4. Germanen
5. Als een bondgenoot
6. Wodan: woensdag
Donar : donderdag
7. water
8. de Griekse en Romeinse godenverhalen
9. aan die van de Grieken
10. rond 500
11. 500 – 1100
12. de katholieke kerk
13. In dichtvorm. Kenmerk: alliteratie (stafrijm)
14. de kloosters
15. Latijn

16. Latijn
17. 1100 – 1500
18. theorie: adel, geestelijkheid, boeren
praktijk: twee standen: de groep der machtigen en rijken (adel en geestelijkheid) aan de ene kant, de massa (werkers) aan de andere kant.
19. de burgerij
20. builenpest of zwarte dood
21. Tochten die mensen maakten om de heilige plaatsen (zoals Jeruzalem) in het Oosten te beschermen tegen de islam.
22. Gemeenschapskunst
23. - ‘triomf van de dood’
- memento mori (gedenk te sterven)
24. 11e en 12e eeuw
25. -gedrongen bouw
-horizontale lijnen
-een betrekkelijk kleine binnenruimte
-kleine vensters met ronde bogen (je moet er 3 kennen)
26. 13e eeuw

27. -verticale bouw
-een geweldige binnenruimte
-luchtbogen en steunberen aan de buitenkant
-grotere en spits toelopende, gebrandschilderde ramen
-veel meer licht in het interieur (je moet er 4 kennen)
28. Met de hand geschreven boek op perkament
29. Miniaturen
30. Ze werden voorgelezen/voorgedragen in dichtvorm
31. 1450
32. Met de wetenschap en kunst uit de Grieks- Romeinse oudheid
33. Lang, in de volkstaal geschreven verhaal over de adel. Over ondernemende ridders die fantastische avonturen beleefden en streden uit trouw aan hun vorst of uit liefde voor een jonkvrouw.
34. Karelromans en Arthurromans
35. ‘Hoofs’ verwijst naar de literatuur die aan het middeleeuwse hof beluisterd en gelezen werd.
36. Karelromans: voorhoofs
Arthurromans: hoofs
37. Karel de Grote
38. Koning Arthur
39. ☼ Arthurromans hebben een veel milder en romantischer karakter; adellijke dames worden vereerd. In Karelromans hadden vrouwen een onbelangrijke rol en werden onbeschoft behandeld.
☼ Arthurromans spelen zich af in een onwerkelijke wereld; Karelromans in een werkelijke wereld.
40. *
41. Toneelspelers waren lichtzinnige figuren die een slechte invloed hadden op het gelovige volk.
Welke? De Romeinse komedies
42. De rollen werden vertolkt door priesters, later ook wel door leken (alleen mannen!).
Geleidelijk aan ging men de tot toneelstukken uitgegroeide spelen ook op het plein in het
dorp opvoeren, i.p.v. in de kerk
43. Toneelspel waarin een wonder wordt verbeeld
44. Wedergeboorte
45. Men wilde de Griekse en de Romeinse cultuur opnieuw tot leven brengen
46. Ca. 1500 – 1700
47. Een mens die optimistisch op zoek ging naar zijn eigen waarden
48. Noord-Italië
49. Maarten Luther en Calvijn
50. Reformatie
51. Cultuur - Renaissance
Levenshouding - Humanisme
Godsdienst - Reformatie
52. Leonardo da Vinci
Michelangelo
53. Renaissance-kunstenaar kreeg aanzien, middeleeuwse kunstenaar was slechts dienaar van
de gemeenschap
54. Mooie, goedgevormde mensen werden levensgroot uitgebeeld met veel aandacht voor
anatomie
55. Mensen werden levensecht uitgebeeld; de portretkunst maakte een periode van bloei door
56. Grieken en Romeinen
57. poëzie en toneel
58. Petrarca
59. Sonnet: telt 14 regels. 2 kwatrijnen vormen een octaaf en 2 terzetten een sextet. Tussen
octaaf en sextet een wending.
60. Middeleeuwse poëzie: gaat over verlangen naar een geliefde en over de dood.
Renaissance onderwerp: mythologie. Goden en liefde.
61. ‘speelhuizen’, de eerste schouwburgen
62. Tragedie en komedie
63. In een tragedie (treurspel) was de hoofdpersoon een tragische held die meestal ten onder
ging aan de noodlottige ontwikkelingen of zijn eigen zwakheden.
De komedie (blijspel) was geënt op een lange traditie van kluchten die al in de ME veel
werden opgevoerd
64. Komedie (klassiek blijspel)
65. Verlichting
66. Een voorloper van het moderne levensgevoel van de 20e eeuw
67. Men vond dat alles uitgelegd kon worden m.b.v. de rede, het heldere, kritische en
controleerbare verstand
68. Opvoeding
69. Dat de mens in weze goed is, maar bedorven wordt door de maatschappij
70. Kinderen moesten zolang mogelijk kind blijven en zo vrij mogelijk gelaten worden
71. Vrijheid, gelijkheid, broederschap
72. De Franse revolutie: 1789
73. Dat kunst de orde en redelijkheid van de schepping moest weerspiegelen
74. De schilderkunst werd gekenmerkt door goed gelijkende landschappen, interieurs,
stillevens en portretten
75. Gevoel en emotie
76. Uitingen van overdreven gevoeligheid (de eenzaamheid, de dood, de natuur, de nacht, het
kerkhof, de liefde)
77. Vrouwen regelden de opvoeding, daarvoor moesten ze veel weten
78. ‘verlichte’ literatuur
79. Burgerlijke deugden als vlijt, deugdzaamheid, vaderlandsliefde en gezagsgetrouwheid
80. Proza
81. De pruimenboom
82. Julia
83. positieve: bourgeoisie
negatieve: arbeiders
84. Een sterke ontwikkeling van de belangstelling voor erotische literatuur.
85. Eerste trein reed in 1819
Begin 19e eeuw werd de fiets uitgevonden
86. moderne psychologie
87. romantiek
88. het gevoel
89. Een schilderstijl die in Frankrijk ontstaan is in de 2de helft van de 19e eeuw.
Impressionisten legden momentopnamen vast.
90. Als je van een afstandje kijkt, mengen de kleuren zich op het doek.
91. 1. Verzet
2. humor
3. liefde voor de natuur
4. belangstelling voor het verleden
5. aandacht voor droom en fantasie
92. humor
93. het gevoel, de hartstocht.
Het ging over schoonheid in de natuur en heel in het bijzonder die van de geliefde
94. Toneel moest realistisch en speelbaar zijn
95. proza
96. Veel vraag naar geschoolde arbeiders. De lonen werden hoger en de
arbeidsomstandigheden beter.
97. - snelle draadloze telegrafie (1901)
- eerste gemotoriseerde vliegtuig (1903)
- relativiteitstheorie (1905)
98. 1914 – 1918
99. interbellum
100. het fascisme
101. Mussolini en Hitler
102. (dit moet zijn: wanneer brak WOII uit) 1939
103. Expressionisme en Bauhaus
104. Persoonlijke uitdrukking van gevoelsmatige indrukken
105. veel beweging, felle kleuren, gescheiden kleurvlakken, krachtige lijnen
106. Een anti-beweging in de kunst.
107. De regels van de kunst werden op de hak genomen.
108. modernisme
109. expressionisme, dadaïsme, nieuwe zakelijkheid
110. Duitsland, na de oorlog
111. - nieuwe woorden met een heel directe zeggingskracht
- emotie
- het vrije vers: men wilde zich niet meer binden aan de traditionele dichtvormen.
Het ritme in het gedicht nam de rol over van de uiterlijke vormkenmerken. Er werd
Veel geëxperimenteerd met nieuwe vormen.
112. ?? Expressie. Uitdrukking van het gevoel.
113. Paul van Ostaijen
114. het vrije vers
115. die van Paul van Ostaijen (zeppelin)
116. nieuwe zakelijkheid
117. korte zinnen, eerst onderwerp, dan persoonsvorm
118. Amerika
119. ‘Wie wilde, kon opklimmen van schoenpoetser tot supermagnaat’
120. Het ontwerpen van gebruiksvoorwerpen met het oog op massaproductie
121. Een kunstbeweging (jaren 50) die haar inspiratie vooral ontleende aan de
consumptiemaatschappij en de populaire cultuur.
122. Cobra is de naam van een internationale kunstbeweging, ontstaan in Parijs in 1948.
COBRA= Copenhagen, Brussel, Amsterdam
123. Karel Appel
124. Ja, Wierook en tranen
125. - blootleggen persoonlijke leven van de schrijver
- de schrijvers privé opvattingen tentoonspreiden
126. ?
127. – seksuele revolutie
- vrouwenemancipatie
- flower power
128. milieuvervuiling
129. Het verrotte leven van Floortje Bloem
130. De verzameling kunststijlen in de jaren 80
131. Een sterke toenemende belangstelling voor zogenaamde derdewereldliteratuur.
132. Gelaagd proza waarin een subtiel spel gespeeld wordt met verbeelding en werkelijkheid
naar het zeer realistische, makkelijk leesbare verhaal (dirty realism)
133.?

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.