Cursus spellen hoofdstuk 1 + 2

Beoordeling 7.5
Foto van een scholier
  • Antwoorden door een scholier
  • 5e klas havo | 6217 woorden
  • 14 september 2014
  • 20 keer beoordeeld
Cijfer 7.5
20 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Fix onze energie!

Studeer energie & techniek. Iedereen staat te springen om jou! We hebben namelijk veel technische toppers nodig die de energie van morgen fixen. Met een opleiding in energie & techniek ben je onmisbaar voor de toekomst. Check Power Up The Planet en ontdek welke opleiding het beste bij je past! 

Check Power Up The Planet!

Hoofdstuk 1 Werkwoordspelling

§1 Persoonvorm

Opdracht 1

In opdracht 1 moeten leerlingen die spellingregels die ze toepassen, expliciteren. Dat is volgens vakdidactici een nuttige activiteit in de didactiek van het spellingonderwijs.

A tt = tegenwoordige tijd, vt = verleden tijd, pv = persoonsvorm

1 verwijdert: pv tt, dus: stam + t

verft: pv tt, dus: stam + t: verf + t

2 verbaasde: pv vt; verbazen: de z staat niet in ’t ex-fokschaap, dus: stam + de: verbaas + de = verbaasde

haastte: pv vt; haasten, de t staat in ’t ex-fokschaap, dus: stam + te: haast + te

3 vertelt: pv tt, dus: stam + t: vertel + t

rijdt: pv tt, dus: stam + t

4 smashte: een importwerkwoord. Dit ww krijgt gewoon een Nederlandse uitgang, dus als pv vt: smashen, de sh-klank (= s) staat in ’t ex-fokschaap, dus: stam + t

verzwikte: pv vt; verzwikken, de k staat in ’t ex-fokschaap, dus: stam + te

intapete: een importwerkwoord. Dit ww krijgt de Nederlandse uitgang te, dus als pv vt: intapen, de p staat in ’t ex-fokschaap, dus: stam + te: intape + te

B

5 suiste: pv vt; suizen: de z staat niet in ’t ex-fokschaap, dus stam + de: suisde

slibte: pv vt; slibben: de b staat niet in ’t ex-fokschaap, dus stam + de: slibde

6 vermoedt: pv tt; ‘je’ staat achter de pv en dan schrijf je alleen de stam, dus: vermoed

surfde: het hele ww is surfen: de f staat wel in ’t ex-fokschaap, dus: stam + te: surfte.

(Volgens Van Dale mag ‘surfde’ overigens ook, volgens het Groene Boekje mag dat niet.)

7 verbrande: pv vt; verbranden: de d staat niet in ’t ex-fokschaap, dus: stam + de: verbrand + de = verbrandde

hinderd: pv tt, dus: stam + t: hindert

Dit wil je ook lezen:

8 taxied: pv tt, dus: stam + t; de e blijft staan voor de uitspraak: taxiet

land: pv tt, dus: stam + t: landt

C

9 houd: pv tt, dus: stam + t, want ‘je’ kun je niet veranderen in ‘jij’ (maar wel in ‘jouw’): houdt

herkend: pv tt, dus: stam + t: herkent

10 vind: pv tt; die spel je als ‘stam’, als er ‘ik’ bij staat, dus: ‘vind’ is correct

verstuurd: pv tt, dus: stam + t: verstuur + t = verstuurt

11 stranden: pv vt; stranden: de d staat niet in ’t ex-fokschaap, dus: stam + den =  strandden

redde: pv vt; redden, de d staat niet in ’t ex-fokschaap, dus: stam + de: ‘redde’ is correct

12 slachtte: pv vt; slachten, de t staat in ’t ex-fokschaap, dus: stam + te: ‘slachtte’ is correct

schrobte: pv vt; schrobben, de b staat niet in ’t ex-fokschaap, dus: stam + de: schrobde

Opdracht 2

1 bloedt, snijd

2 ondervraagt, antwoordt

3 gelooft, bestelt

4 gebeurt, verwaarloost, aanvaardt

5 overtuigt, houd

6 Vind

7 controleert

8 wandelt, voelt

9 Wordt, verandert

10 landt, bevindt

Opdracht 3

1 verrichtte

2 stoofden, rookten

3 maakte, duimde

4 vond, werd

5 kefte, passeerde

6 durfden, bonsde

7 beleefden

8 wachtten

9 tobde, kraste

10 mistte, landde

Opdracht 4

1 barbecueden

2 Parkeert, verspert

3 braadt, brandt

4 volleybalt

5 zuchtten

6 squashte

7 emigreerde, kocht

8 lustte, smult

9 bridgede // bridgete (mogen beide)

10 schuurt, verft

§2 Overige werkwoordsvormen

Opdracht 5

In opdracht 5 moeten leerlingen die spellingregels die ze toepassen, expliciteren. Dat is volgens vakdidactici een nuttige activiteit in de didactiek van het spellingonderwijs.

A

1 gebeld: vd; bellen, de l zit niet in ’t ex-fokschaap, dus een d

gebeurd: vd; gebeuren, de r zit niet in ’t ex-fokschaap, dus een d

2 lachend: od, dus: infinitief + d

verteld: vd; vertellen, de l zit niet in ’t ex-fokschaap, dus een d

veroverd: vd; veroveren, de r zit niet in ’t ex-fokschaap, dus een d

3 wachten: infinitief

gepasseerd: vd; passeren, de r zit niet in ’t ex-fokschaap, dus een d

4 gescheurd: vd; scheuren, de r zit niet in ’t ex-fokschaap, dus een d

uitstekende: bn (gemaakt van een od), dus zo kort mogelijk

verroeste: bn (gemaakt van een vd), dus zo kort mogelijk

B

5 landden: na te volgt de infinitief dus landen

gedraait: vd; draaien, de i zit niet in ’t ex-fokschaap, dus met een d: gedraaid

6 gesurfd: vd; surfen, de f staat in ’t ex-fokschaap, dus met een t: gesurft

gebarbecuet: vd; barbecueën, de ue-klank zit niet in ’t ex-fokschaap, dus met een d: gebarbecued

7 gevreest: vd; vrezen, de z staat niet in ’t ex-fokschaap, dus een d: gevreesd

geplantte: bn, dus zo kort mogelijk: geplante

beschadigt: vd; beschadigen, de g staat niet in ’t ex-fokschaap dus een d: beschadigd

8 gejuichd: vd; juichen, de ch staat wel in ’t ex-fokschaap dus een t: gejuicht

regerent: bn (gemaakt van od = infinitief + d): regerend; je zou verwachten ‘regerende’, maar ‘regerend (zonder ‘e’) (wereld)kampioen’ is een vaste combinatie.

gearriveert: vd; arriveren, de r staat niet in ’t ex-fokschaap dus een d: gearriveerd

C

9 wachtten: infinitief, dus spel je het hele ww: wachten

verspilde: bn, dus zo kort mogelijk: ‘verspilde’ is correct

10 bestelt: vd; bestellen, de l staat niet in ’t ex-fokschaap, dus met een d: besteld

De antwoorden gaat verder na deze boodschap.

Verder lezen

treurend: od, dus infinitief + d, dus ‘treurend’ is correct

afgelegt: vd; afleggen, de g staat niet in ’t ex-fokschaap, dus met een d: afgelegd

11 toegezwaaid: toezwaaien, de i staat niet in ’t ex-fokschaap, dus met een d; ‘toegezwaaid’ is correct

passerent: bn (gemaakt van od = infinitief + d): passerend

12 verbaast: vd; verbazen, de z staat niet in ’t ex-fokschaap, dus met een d: verbaasd

verbreedde: bn, zo kort mogelijk, dus: verbrede

betegelt vd; betegelen, de l staat niet in ’t ex-fokschaap, dus met een d: betegeld

geasfalteerd: vd; asfalteren, de r staat niet in  ’t ex-fokschaap, dus met een d: ‘geasfalteerd’ is correct

Opdracht 6

1  

od        mopperend

vd        gestuurd

2

bn        gepoetste

od        glanzend

3

bn/od   belastend

bn        gearresteerde

4

bn        stakende

od        dreigend

bn        gehate

5

od        Zwevend

bn        gebouwde

6

vd        teleurgesteld

bn        gedane

7

bn        beschuldigde

inf        vernietigen

8

od        hijgend

od        puffend

9

vd        verklaard

vd        vergist

10

vd        opgedist

vd        geloofd

Opdracht 7

1

od        verbazend

pvtt      typt

2

bn        geflanste

pvvt     werd

vd        beoordeeld

3

pvtt      werpt of: pvvt   wierp

bn        goedkeurende

bn        aangelegde

4

gw        Stuur

pvtt      arriveert

5

pvvt     bloosde

bn        bloeiende

vd        aangeboden

6

od        Wandelend

pvvt     zag

pvvt     stroomde

7

bn/vd   verrast

bn        hoopgevend

8

bn        verbrede

pvtt      wordt

vd        versmald

9

pvvt     verzorgde

bn        spetterend

bn        geslaagde

10

vd        verstijfd

bn        krakende

pvvt     hoorde

Opdracht 8

1 verplichte, werd, geprotesteerd                                            

2 vind, geldt                                                   

3 geleide, meegemaakt                                   

4 wantrouwend, vermoedde                                         

5 vergrote, geportretteerd                                           

6 verantwoord, rijdt

7 teleurgesteld, gebeurt

8 meldde, komend, daalt

9 Baat, schaadt

10 toegeruste, mislukt

Hoofdstuk 2 Overige spellingregels

§1 Leestekens

Opdracht 1

1 ‘Dat de KRO-gids zo weinig verkocht wordt, valt me erg tegen,’ zei Helen.

2 Op de kermis zijn leuke attracties: een draaimolen, een achtbaan, botsautootjes en een reuzenrad.

3 De president zei: ‘We kunnen nu eenmaal niet alles tegelijk aanpakken, mijne heren.’

4 ‘Wat doe je toch achter die computer, Jan?’ vroeg moeder. ‘Je bent er niet achter weg te slaan.’

5 ‘Wie alles afheeft,’ zei de docent, ‘mag zijn werk laten nakijken en kan daarna naar huis.’

§2 Hoofdletters en leestekens

Opdracht 2

1 Renate van der Velde vroeg haar man: ‘Gaan we dit jaar weer eens naar Zuid-Spanje op vakantie, Ruud?’

2 ’s Morgens gaat Jan ter Horst altijd zwemmen in het zwembad De Fontein (De fontein) en

’s middags gaat hij joggen; ’s avonds na de koffie zoekt hij ontspanning: dan dart hij in café De Gouden Tap (De gouden tap).

3 ‘Wat zeg je me daar(?)!’ riep mevrouw Van de Wal-in de Sloot vol verbazing uit. ‘Dat kan ik niet geloven; (:) zoiets zou mijn echtgenoot nooit doen!’

4 ‘Als je dat leuk vindt,’ zei Elout tegen Janneke, ‘mag je wel een keer met me meevliegen naar Hamburg of Kiel in Noord-Duitsland.’

5 De presentator zei tegen de familie Van Tamelen: ‘U wint een excursie naar het Archeon, waar u een dagje in de Hollandse prehistorie kunt meemaken.’

§3 Meervoudsvorming

Opdracht 3                                                     

1 doses, dosissen                              

2 luiwammesen                                               

3 historici                                                                   

4 gedachtes, gedachten                                              

5 video’s                                                                    

6 pygmeeën                                        

7 kolonies, koloniën                                        

8 pyjama’s                                          

9 laboratoria, laboratoriums                             

10 democratieën                                                         

11 introducees (Dit is de vrouwelijke vorm!)

12 garages                  

13 cafés                                                         

14 baby’s                    

15 filosofieën

Opdracht 4

1 cadeaus

2 sprays

3 pony’s

4 pinda’s

5 cursussen

6 gewoontes, gewoonten

7 ideeën

8 bewijzen

9 traktaties

10 rioolbuizen

11 vaarskalveren

12 filosofen

13 seismografen

14 comités

15 gemeneriken

§4 De tussenklank in samengestelde woorden: s of (e)n?

Opdracht 5

In opdracht 5 moeten leerlingen die spellingregels die ze toepassen, expliciteren. Dat is volgens vakdidactici een nuttige activiteit in de didactiek van het spellingonderwijs.

A

1 rodekool: eerste deel is geen zn, maar bn

2 secondewijzer: eerste deel heeft niet alleen een meervoud op -en, maar ook op -s

3 hondenhok: eerste deel heeft alleen een meervoud op -en

4 gezinssamenstelling: met tussen-s, want je hoort ook een s in ‘gezinshoofd’

5 rijstebrij: het eerste deel is een zn dat geen meervoud heeft

B

6 cijferslot: één s, want je hoort ook geen s in ‘cijfercode’

7 zonnescherm: eerste deel is enig in z’n soort

8 kippensoep: eerste deel heeft alleen een meervoud op -en

9 levensstijl: dubbel s, want je hoort ook geen s in ‘levensloop’

10 gedachtesprong: het eerste deel heeft niet alleen een meervoud op -en

C

11 krantekop: niet correct; krantenkop: eerste deel heeft alleen een meervoud op -en

12 aspirinebuisje: correct; eerste deel heeft niet alleen een meervoud op -en, maar ook op -s

13 goedenacht: correct; eerste deel is geen zn

14 stekeblind: correct; eerste deel versterkt een bn

15 reuzestap: niet correct; reuzenstap: eerste deel heeft alleen een meervoud op -en. Het versterkt geen bn, zoals in ‘reuzegrappig’

Opdracht 6                             

1 paardenmiddel

2 gerstekorrel                                      

3 zonnebank                            

4 aspergekweker         

5 beroepsziekte                       

6 groenteman                          

7 reuzeleuk      

8 boekenbal                            

9 lindehout                              

10 knorrepot    

11 apetrots                                                     

12 giraffehok                                      

13 huizenverkoop

14 tarwebrood                                                

15 dwingeland                                                

Opdracht 7

1 eikenboom

2 staatsschuld

3 kattebelletje (klein briefje)

kattenbelletje (bel voor een kat)

4 bessensap

5 scheepsjournaal

6 boordevol

7 rijstebrij

8 hondenleven

9 paddenstoel

10 maneschijn

11 kievitsei

12 blauweregen

13 stationsstraat

14 zonnestraal

15 oorlogsschip

§5 Verkleinwoorden

Opdracht 8

1 probleempje                                     

2 glaasje

3 pony’tje                                                       

4 logeetje                                                       

5 jongetje                                                       

6 wc’tje                                               

7 kannetje                                                       

8 puddinkje                                                    

9 cd’tje                                               

10 duwtje                                                        

11 sms’je                                                        

12 bezempje                                                   

13 menuutje                                                    

14 cakeje                                                        

15 vlaggetje, vlagje

Opdracht 9

1 biggetje

2 stokje

3 bloempje, bloemetje

4 bikinietje

5 A5’je

6 pianootje

7 individuutje

8 scheepje

9 bh’tje

10 laatje

11 dinertje

12 ringetje

13 boompje

14 karbonaadje

15 woninkje                                                    

§6 Aan elkaar of los

Opdracht 10

1 achteromkijken                                             

2 ter beschikking stellen                                  

3 asielzoekerscentrum                         

4 erachterlangs                                   

5 veelbesproken                                             

6 ervanlangs krijgen                            

7 polsstokhoogspringen                                 

8 radioactief afval                                           

9 gekkekoeienziekte                            

10 witteboordencriminaliteit                  

11 geldverslindende maatregelen

12 water drinken

13 drieënzestig miljard

14 lagereschoolhoofd

15 lesgeven

16 alcoholhoudende dranken

17 sciencefictionfilm

18 langetermijnplanning

19 gevangengenomen terroristen

20 de hoogstgeplaatste militair

§7 Liggend streepje

Opdracht 11                                                   

1 medeleerling                                    

2 radio-uitzending                                           

3 college-uren                                     

4 oud-leerling                                      

5 havoleerling                                     

6 10%-regeling                                    

7 antistof                                                        

8 koffieautomaat                                            

9 giro-envelop                                     

10 reclamefolder                                             

11 kant-en-klaarmaaltijd                       

12 hbo-studenten

13 RTL5-presentator

14 politieagent

15 vergeet-me-nietje

16 ‘s-Gravendeel

17 na-apen

18 giro-overschrijving

19 zo-even

20 mede-inzittende

21 Noord-Franse

22 zee-egel

23 mode-industrie

24 de werkgroep-Jansen

25 micro-organisme

Opdracht 12

1 in- en uitvoer

2 huisvrouwen en -mannen

3 basisonderwijs en voortgezet onderwijs

N.B. Volgens de Schrijfwijzer van Jan Renkema (vierde, aangepaste editie (2005), p.304), een veelgebruikt handboek, is vanwege de handigheid ook ‘basis- en voortgezet onderwijs’ toegestaan.

4 keel-, neus- en oorarts

5 wasserij en stomerij

6 hoge en lage cijfers

7 voor- en achterdeuren

8 medische massage en sportmassage

N.B. Tegen ‘medische en sportmassage’ zou Renkema vermoedelijk ook geen bezwaar hebben.

9 streek- en stadsvervoer

10 landelijke bladen en streekbladen

N.B. Tegen ‘landelijke en streekbladen’ zou Renkema vermoedelijk ook geen bezwaar hebben.

Opdracht 13

1 dum-pen                                                      

2 kan-de-laars                                     

3 ge-ant-woord                                    

4 snoei-en                                                      

5 herfst-stemming                                           

6 goo-che-laar

7 gun-stig

8 be-han-ger

9 fi-nan-ci-eel

10 tussen-deuren

§8 Trema

Opdracht 14

1 egoïsme

2 chaos

3 begroeiing

4 ruïne

5 Kanaän

6 drieënzeventig

7 beangstigend

8 beïnvloeden

9 waterpoloën

10 commercieel

11 elektricien

12 boiler

13 genieën

14 cocaïne

15 geantwoord

16 museum

17 beëindigen

18 ideeën

19 diëtiste

20 Australië

21 eventuele

22 industriële

23 glooiing

24 geüniformeerd

25 conciërge

§9 Apostrof

Opdracht 15

1 taxi’s

2 Pieters racefiets

3 pony’tje

4 Morgen is ’t te laat.

5 hts’er

6 Herma’s kamer

7 reünies

8 kanarietje

9 wc’s

10 Jokes broer msn’t de hele dag.

§10 Accenten

Opdracht 16

1 blèren                                                          

2 protégé                                                       

3 tambour-maître                                             

4 cacao                                                          

5 beige                                   

6 papier-maché                                   

7 façade                                                         

8 déjà vu

9 crème fraîche

10 controle

11 carrière

12 skûtsjesilen

12 skûtsjesilen

13 centrale

14 crèche

15 bètavakken

§11 Getallen

Opdracht 17

1 In dat weiland lopen 57 koeien.

2 Op eerste paasdag bezoeken veel mensen hun ouders.

3 In Zuid-Europa viert men op 15 augustus Maria-Hemelvaart.

4 Elouts telefoonnummer is 06-24242024.

5 Heb jij al € 300.000 verdiend met gokken?

6 De schaapherder had maar dertien schapen, maar telde er voor hij ging slapen wel vijfhonderd.

7 Naar Amsterdam is het zo’n 85 kilometer.

8 Eén op de vijf Nederlanders heeft last van voetschimmel.

9 Voor een grondwetswijziging is tweederdemeerderheid nodig.

10 Vroeger woonde ik op Lindelaan 17.

§12 Sommige of sommigen?

Opdracht 18

1 andere                                 

2 dezelfden                 

3 meesten                               

4 degenen                               

5 laatste                                  

6 bekenden

7 allen

8 enkele

9 meeste

10 anderen

§13 Probleemwoorden

Opdracht 19

1 barbecueën

2 daarentegen

3 hartgrondig

4 fascisme

5 identiteitsbewijs

6 liniaal

7 onmiddellijk

8 hardhorend

9 uittreksel

10 gewelddadig

Opdracht 20

1 twijfelen

2 publicatie

3 interessant

4 racisme

5 althans

6 nochtans

7 discipline

8 begroeiing

9 dichtstbijzijnde

10 kopiëren

Opdracht 21

Opdracht 22

1 Omdat mevrouw Fedder-het Hart hardhorend is, staat de tv bij haar altijd keihard op

RTL4-uitzendingen.

2 ‘Jan en Joost van der Ploeg, wanneer leveren jullie je gezamenlijke scriptie eindelijk eens in?’ vroeg de docente Duits.

3 De opticien raadde zijn patiënte aan om geen bril te nemen, maar te kiezen voor contactlenzen(,) of haar ogen te laten laseren.

4 Waarom wil je broer toch per se politieagent in Amsterdam worden, terwijl hier in het oosten een carrière als commissaris binnen handbereik ligt?

5 Veel mensen zijn weliswaar gefascineerd door het oeuvre van Jeroen Brouwers; nochtans werd hij nooit de bestverkochte auteur van het land.

6 Toen de gouverneur-generaal ’s zomers in zijn zwembroek barbecuede met drie meisjes in felgekleurde bikinietjes, gooide hij zo nu en dan de afgekloven botjes achter de begroeiing om een klerezooi te voorkomen.

7 In het interview tijdens de radio-uitzending zei de tambour-maître(,) dat de straatorkestleden en de majorettes vaak gezamenlijk optrokken tijden concerten en festivals.

8 Omdat de organisatie van agressieve elektriciens in een vijftal musea schilderijen had vernield en er zelfs enkele had ontvreemd, besloot de rechterlijke macht tot represailles.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.