ADVERTENTIE
Schoolexamens

Wist je dat je de boeken Examenbundel, Examenidioom, Zeker Slagen! en Samengevat ook heel goed kunt gebruiken bij het voorbereiden voor je schoolexamens?! Ze zijn momenteel in de aanbieding bij o.a. Bol.com.

Nu bestellen

Vragen en opdrachten bij Blok 5, opdracht 16



Oriënterend lezen

1. Een cursus snel lezen

2. Dat heeft hij in de inleiding gezet: het stukje dat alleen bestaat uit hoofdletters. En dan vooral de laatste zin.



Globaal lezen

3. Hij bestaat uit de inleiding en 6 alinea’s.

4. – Met lezen is Frans Calor heel veel tijd kwijt, en daarom heeft hij zich aangemeld voor een cursus doelgericht lezen.

– De angst om informatie te missen komt vaak voor.



- De bewering dat een cursus het leestempo flink opschroeft, klopt niet.

- De methode gaat ervan uit dat een tekst meermalen moet worden bekeken om tijd te winnen, want de meeste mensen duiken er gelijk ‘in’.

- Slechte geschreven of minder goed gestructureerde teksten kunnen snel worden gelezen door de tekst te herordenen.

- Frans Calor neemt na de cursus nog wel stukken mee naar huis, want hij heeft de technieken voor het snel lezen van een tekst niet helemaal onder de knie gekregen.

5. De hoofdgedachte van de tekst is: Frans Calor heeft een cursus doelgericht lezen gevolgd, waarbij je leert om snel en selectief te lezen, maar nog niet alles helemaal onder de knie gekregen.



Intensief lezen

6. De volgende woorden verwijzen naar:

Het (r. 10)

Hem (r. 10)

Daarvoor (r. 15)

Daar (r. 16)

Die (r. 25)



Ik (r. 79)

Ze (r. 80) Het lezen van allerlei stukken en dossiers enz. enz.

Frans Calor.



Het lezen van al die rapporten, verslagen, brieven enz. enz.

Idem.

De angst om belangrijke dingen/woorden in een tekst te missen.

Frans Calor.

Rapporten.



7. De betekenis van de volgende woorden volgens de tekst en het woordenboek is:

Woorden: Betekenis van de woorden volgens de tekst Betekenis van de woorden volgens het woordenboek

Impressie (r. 8)

Scannen (r. 8-9)



Memo (r. 13)

Notulen (r. 14)



Doelgericht (r. 18)



Beleid (r. 34)



Strategie (r. 36)

Magische wijze (r. 40)



Selectiever (r. 46)

Gestructureerd (r. 61-62)

Fixatie (r. 71) Uitweiding.

Voor het intensief lezen de belangrijkste dingen uit de tekst halen.

Aantekeningen.

Verslagen van vergaderingen.

De dingen lezen waar het om draait.

Afwegingskader met beslispunten.

Hoe je het doet.

Met een tovermiddel.



Meer dingen overslaan.

Met een bepaalde structuur.

Wat je oog in 1 keer opneemt. Indruk

Een röntgenopname maken van; aftasten



Korte nota; notitie

Verslag van een vergadering.

Met een doel voor ogen.



Bestuur; omzichtigheid



Krijgskunst; tactisch plan

Op de wijze van een tovenaar.

Meer uitkiezen.

Structuur aangebracht.



Het bovenmatig sterk gebonden zijn aan vroegere ervaringen.



8. Hij was te veel tijd kwijt met lezen, omdat hij álles las, en dan sommige alinea’s vaak nog twee keer ook.

9. In regel 20 zegt Frans Calor: ’Ik las alles wat op m’ n bureau belandde. En om er zeker van te zijn dat ik goed begrepen had wat er geschreven stond, las ik een alinea vaak twee keer.‘ Daaruit maak je op, dat Frans alles leest, en dus bang is om informatie te missen.

10. Snel lezen is simpelweg heel veel niet lezen.

Je moet niet alles lezen, maar alleen de belangrijkste dingen. Om te weten wat je niet moet lezen en wat wel, moet je een aantal leestechnieken beheersen. Dat kan door een cursus snellezen te volgen.

En dus kun je sneller lezen door leestechnieken toe te passen, die je op de cursus onder de knie gekregen hebt.

11. Een tekst twee keer lezen duurt veel langer dan er direct in duiken.

Veel lezers beginnen onmiddellijk aan een tekst om hem woord voor woord te gaan lezen. Een tekst twee keer lezen duurt veel langer dan er gelijk induiken, daarom beginnen veel lezers direct met lezen van een tekst.

12. Een tekst lezen gaat sneller, door hem meermalen te bekijken. Als je een tekst vaker bekijkt, houd je de dingen waar je naar keek bij elkaar, zoals kopjes bij kopjes en kernzinnen bij kernzinnen. Een tekst lezen gaat sneller, omdat je de dingen waar naar je keek bij elkaar houdt.

13. Dat woordje ‘maar’ staat daar, omdat de cursus bij Frans Calor niet helemaal succesvol is geweest. Dat is omdat hij nog steeds papieren mee naar huis neemt, wat niet de bedoeling was.

14. De volgende ‘leestechnieken’ worden bedoeld:

- Kijken hoe een tekst in elkaar steekt.

- Kijken waar er waardevolle informatie in de tekst staat.

- Soorten teksten onderscheiden.

- De inleidingen gebruiken om de tekst te screenen op hoofdzaken.

- Vóór het lezen van de tekst op zinsniveau de inleidingen van de hoofdstukken en paragrafen, de tussenkopjes, de vetgedrukte woorden lezen en de afbeeldingen bekijken.

- Bekijk een tekst meerdere malen om tijd te winnen.

- Lees diagonaal of met een slingerbeweging: kijkt snel of er woorden zijn die een aanwijzing geven dat je daaromheen meer informatie kan vinden die je nodig hebt. Je gaat dus min of meer zigzaggend door een tekst heen.



Kritisch lezen

15.

Begrip Informatie uit tekst 4 die ontbreekt in het informatieboek Informatie uit het informatieboek die ontbreekt in tekst 4

Titel

Tussenkopjes

Alinea



Kernzin



Inleiding

Slot



Tekstsoorten

Leesdoel

Structuur van de tekst +

+



+



+

+

+ +

+

Is typografisch zichtbaar gemaakt: de laatste regel word niet vol gemaakt of de volgende springt iets in.

Begint een alinea meestal mee. Is de hoofd mededeling/bewering van een tekst.

+

Geeft samenvatting of conclusie.

+

+

+



16. In hoofdstuk 1, paragraaf 3

17. Hij bedoelt niet dat je stapelgek bent, maar dat je gek word van de stapels werk. Dus: gek van de stapels= stapelgek.


REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.