ADVERTENTIE
Luisterboeken: de makkelijke optie? Lars is niet echt een fan van lezen. Daarom gaat hij op zoek naar de beste manieren om door zijn leeslijst heen te komen. Red je het met alleen maar samenvattingen, of is een e-reader of luisterboek een betere optie? Deze video wordt mede mogelijk gemaakt door Storytel.

Probeer 30 dagen gratis

2 Beveiligen

■■ 2.1 Veilig in huis

1 – combinatie heet water en kleine kinderen.

– combinatie water en elektriciteit

– oude mensen en trappen

2 – spelen met vuur

– roken in bed

– brandende kaarsen

– slechte elektrisch installatie

3 langdurig koelen met koud water

4 Door het grote aantal regels loop de consument

niet het risico onveilige producten te kopen.

5 – beugel waardoor de twee helften niet uit elkaar

kunnen schuiven;

– plastic dopjes onder de poten waardoor de

poten niet weg kunnen schuiven;

– een dwarsverbinding aan de bovenkant waaraan

je je vast kunt houden;

– ribbels op de treden waardoor je er niet makkelijk

af glijdt.

6 De afstanden zijn kleiner waardoor je kleinere

stappen kunt nemen. Dat is veiliger; zeker voor

kinderen en ouderen.

7 a Vallen van een trap komt harder aan.

b Vallen van het dak komt nog harder aan.

c In huis breng je het grootste deel van de dag door

samen met andere mensen die overal knikkers,

bananenschillen en andere spullen laten slingeren.

8 a Dat is gedaan om te voorkomen dat ze al tijdens

de bouw afgaan door stofwolken of door sigarettenrook

van de bouwvakkers.

b De stoomwolken van de warme douche laten de

rookmelder ook afgaan.

9 a Er gaat een lichtstraal langs de liftdeur. Staat er

iemand in de deur dan wordt de lichtstraal onderbroken

en weigert de deur te sluiten.

b De sensor is een lichtgevoelige cel in de deurstijl

van de lift. De verwerker is een stuk elektronica in

de lift die er voor zorgt dat de motor van de liftdeur

niet reageert als er geen licht op de cel valt. De

uitvoer is een signaal naar de motor van de liftdeur.

10 a Een druksensor in de rail die voelt als er een trein

overheen rijdt. Of een lichtsensor die meet of er

iets langs de rail gaat.

b De verwerker stuurt een signaal naar de spoorbomen

als de sensor aangeeft dat er een trein

aankomt. De uitvoer is de motor die er voor zorgt

dat de spoorbomen dicht gaan.

11 practicum

12 a Als de stroom door de zekering te groot wordt,

wordt het draadje zo heet dat het doorsmelt waardoor

de stroomkring verbroken wordt.

b Bij een smeltzekering moet je de kapotte zekering

uit de houder draaien en een nieuwe inzetten.

13 a De aarding van het apparaat. Door de aarding

loopt er stroom door de buitenkant van het apparaat

naar de aarde. De aardlekschakelaar reageert

daarop en schakelt de spanning van de elektriciteitsdraden

in huis.

b De zekering vliegt eruit omdat de stroomsterkte in

een groep te groot wordt.

c De aardlekschakelaar reageert omdat er stroom

weglekt via schroef, kind en vloer.

14 a TV en DVD-speler zijn parallel geschakeld. Je kunt

ze apart laten spelen.

b Een zekering is in serie geschakeld met de wasmachine.

Als de zekering doorbrandt, moet de

wasmachine tegelijk geen spanning meer krijgen.

15 a De sensor meet het verschil tussen de stroom die

het huis ingaat en de stroom die het huis verlaat.

b De verwerker controleert of dat verschil groter of

kleiner is dan 30 mA. En hij geeft een signaal naar

de schakelaar als dat verschil groter dan 30 mA is.

c De uitvoer is het onderbreken van de stoomkring.

16 a Per groep kan maximaal 16 A stroom geleverd

worden. Als je meer groepen hebt, kun je meer

apparaten aansluiten. Valt één groep uit dan vallen

niet alle apparaten in huis uit.

b Het maximale vermogen van die groep is:

P = U Å~ I = 230 Å~ 16 = 3680 W. Er is al 2000 W

ingeschakeld; er blijft dus 1680 W over voor lampen

van 100 W. Er kunnen 16 Lampen van 100 W

extra aangesloten worden. De 17e lamp laat de

zekering smelten.

17 a Als de bliksem inslaat kunnen er hoge spanningen

op het elektriciteitsnet ontstaan. Hierdoor kunnen

je elektrische apparaten beschadigd

raken.

b Als er weinig tijd zit tussen het moment dat je de

bliksem ziet en je de donder hoort, is het onweer

dichtbij: 3 seconde tijd betekent ongeveer 1 km afstand.

De snelheid van het geluid is 340 m/s. In

3 s legt het geluid dus 3 Å~ 340 = 1 km af.

 2.2 Inbraak en diefstal

18 De inbreker heeft een groter oppervlakte dan de

kat en zendt dus meer straling uit. De automaat

reageert pas als er voldoende straling opvalt.

19 a Als er geen stroom loopt. Dan reageert het alarm

ook als de spanning wegvalt, zodat er maatregelen

genomen kunnen worden

b Als de draden van de alarminstallatie worden

doorgeknipt valt de stroom ook weg en gaat het

alarm af.

20 practicum

21 practicum

22 practicum

23 practicum

24 practicum

25 practicum

26 Om te controleren of mensen geen spullen uit

winkels meenemen zonder te betalen.

Om te controleren of mensen geen wapens bij zich

hebben.

27 De röntgenstraling die bij mensen wordt

gebruikt mag geen schade aanrichten in het

lichaam. Voor de bagage wordt sterkere straling

gebruikt.

28 a Elektromagnetische straling dringt niet door een

afscherming van metaal. De tags in de tas zijn dan

niet bereikbaar voor de straling van het

detectiepoortje.

b Om niet iedereen, met een elders gekocht tostiijzer,

de winkel uit te jagen.

29 Het detectiepoortje is een zender en hoe verder je

van de zender staat, hoe zwakker het signaal. Ook

de RFID-tag is een zendertje als de tag actief

wordt en daarvoor geldt hetzelfde.

30 a Het kluisje zendt een signaal uit dat de RFID opgevangen

wordt. De chip zendt een signaal terug

met de juiste code voor het betreffende kluisje. Het

kluisje vangt de juiste code op en gaat open.

b Het zendertje moet de code weten die hij moet

uitzenden om jouw kluisje te openen.

31 a De gemiddelde snelheid bereken je als volgt:

De afstand is 6330 meter en de tijd is 19 rondjes Å~

gemiddelde rondetijd van 1 minuut en 3 seconde =

63 s.

V = S : T = 6330 : (19 * 63)= 5,3 m/s

b 19 rondjes zijn 6330 meter. Eén rondje is dus

6330 : 19 = 333 m

Diffuse terugkaatsing

33 a Met het controlegetal kan de apparatuur controleren

of er geen fouten zijn gemaakt bij het lezen

van de code.

b – cijfers op de even plaatsen bij elkaar tellen:

0 + 7 + 4 + 0 + 9 + 7 = 27

– vermenigvuldig dit getal met 3: 27 Å~ 3 = 81

– tel daarbij de cijfers op de oneven plaatsen:

81 + 8 + 0 + 1 + 1 + 0 + 2 = 93

– Bij 93 moet je 7 optellen om een tiental te krijgen.

Het controlegetal is dan 7.

34 De winkelier kan je reclame sturen over producten

waarin je geïnteresseerd bent.

35 -

36 practicum

37 practicum

38-

39-

40-

41-

42 a 527038792 maak er een binaire reeks van:

0011 0010 0111 0000 0011 1000 0111 1001

0010

b 1001 0110 1011 0100 0111 1100 1011 1101

0110

c Bruikbare sleutels zijn 1 t/m 6. Gebruik je de sleutel

7 dan wordt de 9 ook verhoogd met 7 en krijg je

16. De binaire code van 16 heeft 5 plaatsen:

10000 en dat gaat het fout. De regelmaat van

groepjes van 4 binaire cijfers raakt verstoord.

43 natuurkunde is leuker als je denkt

44 

 2.4 Wie is wie?

45 Het doel van die antenne is de straling van de

uitleesapparatuur op te vangen en met die opgevangen

energie de chip te activeren.

46 Zou dat mogelijk zijn dan kun je op afstand de

gegevens van paspoorten die mensen in hun tas

of zak hebben, uitlezen. Kwaadwillende personen

kunnen dan bijvoorbeeld makkelijker je paspoort

stelen.

47 Eigen mening

48 practicum

49 Bij spraakherkenning moet de apparatuur de inhoud

ontcijferen van wat gezegd wordt.

Bij stemherkenning gaat het niet om de inhoud van

de spraak, maar om te ontdekken welke persoon

bij een stem hoort.

50 Wanneer de wedstrijd begint, melden de hooligan

zich op een willekeurig politiebureau. Daar bellen

ze naar een computer die de stem opneemt en

nagaat of de stem de stem is van de betreffende

hooligan.

51 Plek waar een lijn begint: H, C, E, G

Plek waar een lijn splitst: I, B, A

Plek waar een lijn een scherpe bocht maakt: G

52 practicum

53 a Eigen antwoord

b De temperatuur van de vinger, de veerkracht van

het weefsel, de elektrische geleidbaarheid van de

huid…..

54 a Het fijne ijzerpoeder blijft kleven aan het vet van

de vingerafdruk.

b Het ijzeren busje kun je er afschuiven. Het ijzerpoeder

valt dan van het busje af omdat het busje

dan niet meer magnetisch is. Zonder busje blijft alles

aan de magneet hangen.

55 1=6=ooglid 2 = hoornvlies 3=lens 4=pupil 5=iris

7=netvlies 8=oogzenuw

56 Eigen antwoord

57 a De scanner controleert of de iris dezelfde is als die

op het pasje staat.

b Het apparaat controleert bijvoorbeeld of de pupil

reageert op veranderingen van de lichtsterkte.

Reageert de pupil niet dan is het een foto.

Contactlens met daarop een andere iris, zal bij

vergroten en verkleinen niet mee veranderen.

58 practicum

59 a De blik moet neutraal zijn. De ogen moeten volledig

zichtbaar zijn. Je moet recht in de camera kijken

en de mond moet gesloten zijn.

b Op die manier kan de computer de kenmerken van

het gezicht goed vergelijken met het gezicht dat de

scanner waarneemt.

c Dat kost te veel geld.

60 kreukelzone: I

veiligheidsriemen: I en II

airbags: I en II

61 a 33,3 m/s

-

b Vertraging geeft aan hoeveel de snelheid afneemt

in 1 s.

c In 4,2 s verliest deze auto een snelheid van

33,3 m/s. In 1 s verliest de auto 33,3 : 4,2 =

7,9 m/s.

d 100 km/h is 27,8 m/s. Deze snelheid neemt in

3,9 s af tot nul, Per seconde is dat: 27,8 : 3,9 is

7,1 m/s.

De vertraging van deze auto is kleiner.

62 a de stoel van de passagier

b de veiligheidsgordel (samen met de stoel)

c de zijkant van de auto (samen met de stoel en de

gordel)

63 a de motor

b de remmen

c de banden

64-

65 a Er moet voldoende rek zitten in de veiligheidsgordel

om er voor te zorgen dat het lichaam niet met

één ruk stilstaat.

b Als er te veel rek in zit dan sla je met je hoofd

tegen het dashboard.

c Het materiaal waaruit de gordel bestaat, kan door

de grote krachten tijdens de botsing beschadigd

zijn geraakt.

66 De chauffeur zit vrij hoog in de cabine. Bovendien

staat de vrachtauto meestal niet zo snel stil als

een gewone auto.

67 Zo voorkom je dat het lichaam weer met een klap

terugveert. En de remtijd wordt een stuk langer.

68 Tussen het eerste en het zesde paaltje zitten

5 stukken van 100 m = 500m. De tijd die daar voor

nodig is, is 18,2 s. De snelheid is dan: 500 : 18,2 =

27,47 m/s.

-

De snelheidsmeter klopt goed.

69 Anders is de schaal niet bruikbaar omdat voorwerpen

die verder weg liggen kleiner zijn op de film.

70 a De auto rijdt in twee seconde van 14 m naar

8 m. De snelheid is dan:

V= 6 : 2 = 3 m/s

b Daar passeren de auto’s elkaar.

c De linker auto en alle afstanden die die auto aflegt

zijn te klein gemeten. De snelheid is in werkelijkheid

hoger: antwoord A is juist.

71 practicum

72 a De achtervleugel (spoiler) drukt de wagen tegen

72 a De achtervleugel (spoiler) drukt de wagen tegen

het wegdek. De luchtstroom botst tegen de spoiler

en buigt af naar boven. Daardoor drukt de luchtstroom

tegelijkertijd de wagen naar beneden.

b Brede banden en banden zonder profiel.

73 practicum

74 a Als de aandrijfkracht even groot is, is de weerstand

in het water kennelijk groter want de topsnelheid

is kleiner.

b De snelheid is kleiner en de weerstand groter.

75 Die extra wegen trekken ook weer extra verkeer

aan.

76 De sensor is het tolpoortje, de verwerker is de

computer die de gegevens uit de chip combineert

met de gegevens in de computer, de uitvoer is de

opdracht tot afschrijving van een bedrag van de

rekening van de eigenaar van de auto.

77 De instanties weten dan waar en wanneer je ergens

geweest bent en kunnen zo je gangen nagaan.

78 Het systeem is een navigatiesysteem en weet

waar de auto zich bevindt. Die informatie zendt het

systeem van de auto naar een centraal punt.

79 Dat zijn de eenheden, tweetallen, viertallen enz.

van het binaire systeem.

80 Op het eerste kaartje staan alle getallen die binair

geschreven een 1 hebben op de plaats van de

eenheden.

Op het tweede kaartje staan alle getallen die binair

geschreven een 1 hebben op de plaats van de

tweetallen.

Op het derde kaartje staan alle getallen die binair

geschreven een 1 hebben op de plaats van de

viertallen.

Op het laatste kaartje staan alle getallen die binair

geschreven een 1 hebben op de plaats van de

achttallen.

Het getal 14 is binair geschreven: 1110.

14 staat daarom op het 2,3 en laatste kaartje

en niet op het eerste kaartje omdat bij de eenheden

een 0 staat.

81 a Uit 5 kaartjes.

b Op het eerste kaartje (eenheden) staan de getallen

1 3 5 7 9 11 13 15 17 19 21 23 25 27 29 31.

Op het tweede kaartje staan de getallen: 2 3 6 7

10 11 14 15 18 19 22 23 26 27 30 31.

Op het derde kaartje staan de getallen: 4 5 6 7 12

13 14 15 20 21 22 23 28 29 30 31

Op het vierde kaartje staan de getallen: 8 9 10 11

12 13 14 15 24 25 26 27 28 29 30 en 31.

Op het laatste kaartje staan de getallen:

16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31

82 Door politie en leger. Maar misschien ook wel door

criminelen die graag willen weten of en waar er

iemand op wacht staat.

83 a Nee, want de stoel beweegt niet.

b Als er iemand op de stoel zit of gaat zitten.

84 De politie kijkt welke personen vrij kunnen bewegen:

dat zijn de gijzelnemers, die ze vervolgens

dood kunnen schieten.

85 a Je kunt de radar niet meer onderscheiden van de

grote hoeveelheid verschillende radiosignalen die

toch al in de lucht zitten.

b De radar weet precies welke frequentie uitgezonden

is en ‘luistert’ dus alleen naar die frequenties.

86 a Bij de ontvanger.

b De antenne is de sensor, de verwerker is het elektronisch

deel dat onderscheid maakt tussen vertraagde

signalen en niet vertraagde. De verwerker

vertaalt het signaal vervolgens in een beeld. De

uitvoer is het scherm waarop het beeld te zien is.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.