Gezocht: vmbo-scholieren uit jaar 3 of 4! Vul deze vragenlijst over het mbo in, en maak kans op een cadeaubon van 25 euro.

Meedoen

Criminaliteit

Beoordeling 6.3
Foto van een scholier
  • Antwoorden door een scholier
  • 4e klas havo | 3014 woorden
  • 23 mei 2004
  • 35 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.3
  • 35 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Musical The Prom verloot een limousine naar je eindfeest!

Zit je middenin je eindexamens en wil je in stijl naar je eindfeest? Doe dan mee aan de winactie en maak kans op een limousine die jou en je vrienden naar jullie eindfeest brengt!

Ja, ik doe mee!
H4: Criminaliteit:

Maatschappelijk en onmaatschappelijk gedrag wordt bepaald door normen en waarden.
Rechten zijn cultuur gebonden.
Waarden zijn principes die mensen belangrijk vinden en nastrevenswaardig.
Normen zijn gedragsregels die voortvloeien uit waarden.
Als je wetten overtreed en onmaatschappelijk gedrag toont noemen we dat ook wel criminaliteit.
Recht: is het geheel van gedragsregels, vastgesteld door de overheid, die betrekking hebben op het handelen van mensen als leden van een samenleving.
Criminaliteit: is alle gedragingen die bij de wet strafbaar zijn gesteld.

Je overtreed dan de rechtsnomen.
Rechtsnormen zijn bedoelt voor:
- de samenleving te ordenen
- conflicten naar behoren te regelen
- onafhankelijk rechtsspraak te waarborgen.
Rechtsnormen zijn sterk gebonden aan tijd en plaats.
De wet maakt onderscheid tussen misdrijven en overtredingen.
Misdrijven: de meer ernstige strafbare feiten.
Overtredingen: de minder ernstig strafbare feiten. (niet op strafblad)

Soorten delicten zie blz. 168

Misdrijven:
- Zware criminaliteit: omvat ernstige vormen, zoals moord, inbraak, overvallen en de verkoop van harddrugs. Zij zijn een ernstige aantasting van de rechtsorde en zorgen sterk voor een gevoel van onveiligheid.
- Veelvoorkomende criminaliteit: winkeldiefstallen, voetbalvandalisme, fietsendiefstal, vernielingen, graffiti en zwartrijden. Al deze zaken hebben met elkaar gemeen dat:

- vaak voorkomen.
- gevoelens van onveiligheid versterken.
- relatief licht gestraft worden.
Criminaliteit neemt toe.
Geregistreerde misdrijven: door de mensen bij de politie aangegeven of door de politie zelf ontdekt.
De werkelijke cijfers zullen hoger zijn omdat:
- Mensen gaan ervan uit dat de dader toch niet gepakt word of de dader heeft de schade al vergoed. De aangiftebereidheid bij fietsendiefstal en kleine vernielingen zijn klein.
- Sommige delicten zijn niet ontdekt zoals dronken rijden, milieumisdrijven en belastingontduiking.
- De opsporingsactiviteit is van invloed op de cijfers. Als er veel word gecontroleerd op het rijden onder invloed dan zou er meer worden geregistreerd.
- Er worden registratie fouten gemaakt. De ene agent noemt het mishandeling en de andere poging tot doodslag. Ook worden slordigheids fouten gemaakt.

Om betrouwbaarder cijfers te hebben houd het CBS slachtofferenquêtes. Maar ook dit heeft nadelen:
- Het is een subjectieve meting. Gevoeligheid voor criminaliteit.
- Het CBS meet alleen veelvoorkomende delicten.
- Slachtofferloze criminaliteit valt er buiten zoals belasting onderduiken, milieudelicten en te hard rijden.
De daderenquête: het CBS vraagt mensen of ze zich schuldig hebben gemaakt aan een strafbaar feit.
Inbraken zijn afgenomen door beter beveiligde huizen.
Zinloos geweld: protesteren tegen het crimineel gedrag van iemand waarna je zelf slachtoffer wordt.
Twee honderd doden waren het slachtoffer van moord een doodslag. Het gaat dan om drama’s binnen de familie of vriendenkring en om afrekeningen uit het criminele circuit.
Criminaliteit heeft economische gevolgen voor de samenleving.

Uit misdaadstatistieken blijkt dat de verschillen te maken hebben met:
- Geslacht. Maar mannen plegen criminaliteit hoewel het aantal vrouwen toeneemt.
- Leeftijd. Veelvoorkomende criminaliteit word gepleegd door adolescenten en zware criminaliteit door oudere mensen.
- Maatschappelijke positie. Mensen met een lagere positie in de maatschappij kunnen eerder in aanraking komen met de politie. Vermogensdelicten oftewel witteboordencriminaliteit komt relatief meer voor in de hogere milieus.
- Etnische afkomst. Autochtonen en allochtonen zijn evenveel crimineel. Bij diefstal en drugscriminaliteit zijn allochtonen oververtegenwoordigd.
- Locatie: Inwoners van grote steden blijken vaker delicten te plegen dan dorpelingen.

In de minderheid van de gevallen is het aantoonbaar dat criminaliteit is aangeboren.
Een belangrijke oorzaak van criminaliteit is de invloed van de omgeving:
- op individueel niveau: de mate van socialisatie (= het proces waarbij iemand de waarden, normen en andere cultuurkenmerken van zijn samenleving of groep aanleert) Het doel van de socialisatie = het overnemen van de dominante cultuur. (= een cultuur die gedragen word door een groep die binnen de samenleving overheersend is.)
Socialisatie vind plaats in: het gezin, school, vriendengroep.
- op maatschappelijk niveau: de invloed van maatschappelijke omstandigheden. Mensen kunnen zich in een uitzichtloze situatie bevinden en daardoor het vertrouwen in de maatschappij verliezen. De normen en waarden vervagen. De sociale controle en de pakkans zijn ook afgenomen.

 Lombroso (Italiaan) beweerde dat je aan het uiterlijk van iemand kon zien of hij/zij crimineel is. De kenmerken zouden zijn:
- een laag voorhoofd.
- Een specifieke haarinplant.
- Doorlopende wenkbrauwen.
- Lage gevoeligheid voor pijn.
Deze theorie klopt niet.

 Psychologen gaan ervan uit dat de belangrijkste oorzaak van crimineel gedrag bij de dader zelf moet worden gezocht.
 Sutherland (Amerikaan) aangeleerd-gedrag-theorie. Soort zoekt soort. Deze theorie geeft geen antwoord op de vraag waarom crimineel gedrag in een bepaalde groep begint.
 Sociologen leggen, bij hun verklaringen voor crimineel gedrag, de nadruk op de invloed van maatschappelijke omstandigheden.
 Merton anomietheorie (Anomie = niet volgens de wet.). Problemen die mensen hebben om hun levensdoel te bereiken. Doordat mensen van een bepaalde afkomst zijn of geen diploma hebben kunnen ze geen dure dingen hebben. Sommige stellen hun doel bij. Dan maar geen dure auto/huis etc. Andere gebruiken illegale of strafbare middelen als inbraak, fraude en drugshandel om de gewenste welvaart te krijgen.
 Hirschi bindingstheorie. In iedereen schuilt een misdadiger. Maar omdat ze hun bindingen (goede relaties) niet op het spel willen zetten weerhouden ze zich ervan. De sociale controle zou beter moeten zijn.

Nederland is een rechtsstaat = een staat waarin de overheid is gebonden aan wettelijke regels en waarin de bevolking beschikt over politieke en sociale rechten. De overheid heeft een geweldsmonopolie. De staat mag enige geweld gebruiken.
In 1948 nam de VN de Universele Verklaringen van de Rechten van de Mens aan. Een aantal zijn:
- men mag niet discrimineren.
- men mag mensen niet martelen.
- men mag niet zomaar iemand gevangenzetten.
- iedereen heeft recht op een eerlijk proces.
- iedereen heeft recht op vrijheid van meningsuiting.
Deze mensenrechten zijn vastgelegd in de Nederlandse grondwet.

Enkele specifieke bepalingen waar de overheid zich aan moet houden bij de bestraffing van crimineel gedrag is:
- Het legaliteitsbeginsel: je kan alleen voor iets bestraft worden als het in de wet is vastgesteld.
- Elk wetsartikel in het strafrecht bevat telkens een nauwkeurige omschrijving van het delict en de strafmaat die een rechter maximaal kan opleggen.
- Je mag niet twee keer voor het zelfde worden gestraft. Ne bis in idem-regel: niet twee keer voor hetzelfde.
- Een verdachte is onschuldig totdat de rechter hem schuldig heeft bevonden.

De overheid moet erop toe zien dat burgers elkaars rechten niet schenden. Dit doet de overheid door:
- Wetgeving. In een groot aantal wetten worden de verhoudingen tussen burgers geregeld.
- Rechtshandhaving. De overheid moet ook daadwerkelijk optreden tegen personen die een strafbaar feit begaan.

Tegenwoordig voert de overheid een duidelijk tweesporenbeleid.
1. Bij veelvoorkomende criminaliteit wordt gezocht naar preventieve maatregelen.
2. Bij zware, georganiseerde misdaad word de oplossing gezocht in repressieve maatregelen.
Procedure als een strafbaar feit word geconstateerd:

1) De politie verzamelt informatie over het strafbaar feit. Ze verhoort de verdacht en eventuele getuigen, en kijkt wat er precies is gebeurd. De verzamelde informatie wordt opgeschreven in een speciaal rapport: het proces verbaal.
2) De politie geeft het proces verbaal aan officier van justitie. Deze onderzoekt het verhaal verder in een sporenonderzoek. Ze zoeken bewijzen. De verdachte en getuigen worden voorgeleid en verhoord. De officier van justitie beslist of hij de zaak zwaar genoeg vind om de verdachte de vervolgen. Dan gaat de zaak naar de rechter.
3) Het dossier word naar de rechter gestuurd. En die moet vaststellen of de verdachte schuldig is. Als de rechter de schuldige bewezen acht dan kan hij de verdachte een straf opleggen.

Politie heeft drie taken:
1- hulpverlening bijv. de weg wijzen, het opsporen van de ouders van een verdwaald kind etc.
2- Handhaven van de openbare orde bijv. alcoholcontrole, bemiddeling bij burenruzies etc.
3- Opsporingstaak: het voorkomen van strafbare feiten en het opsporen van verdachten.
Politie mag alleen tegen iemand optreden als hij/zij verdachte is. (= een redelijk vermoeden moet zijn dat de persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit.)
We spreken van een redelijk vermoeden als:
- de politie iemand op heterdaad betrapt.
- er aangifte is gedaan.
Het basisrecht van een verdacht houdt in dat hij/zij niet actief hoeft mee te werken aan zijn vervolging. Als je liegt is het niet strafbaar. Een uitzondering is een alcoholcontrole.

De politie heeft speciale bevoegdheden ook wel dwangmiddelen genoemd. Ze mogen alleen worden gebruikt bij de opsporingstaak dus er moet een verdacht zijn.

- De politie mag iemand staande houden. (= iemand vasthouden om hem te vragen naar zijn personalia = zijn naam, adres en geboortedatum) Je hoeft dit niet te geven maar als je dat wel doet moeten het de juiste gegevens zijn. In bepaalde omstandigheden moet je je kunnen legitimeren.
- De politie mag een verdachte aan houden. Je mag je hiertegen niet verzetten.
- Een verdachte mag worden gefouilleerd. (= aan zijn kleding en zijn lichaam worden onderzocht)
- De politie mag een verdacht enkele dagen vasthouden.
- De politie mag alleen een woning binnengaan om iemand te arresteren met een machtiging tot binnentreding. De officier van Justitie geeft dan toestemming de verdacht in zijn huis te arresteren. Als er een machtiging tot huiszoeking is gegeven dan mag de politie zoeken naar bewijzen in het huis van de verdachte.
- Bewijsmateriaal mag in beslag worden genomen. De officier van justitie of de rechter beslist later of iemand zijn spullen terug krijgt.

De politie stuurt het proces-verbaal door naar de officier van Justitie. Die moet de zaak verder onderzoeken. Wanneer bijv. een inbreker niet op heterdaad betrapt is en ontkent dat hij ingebroken heeft dan moeten er bewijzen tegen hem worden gezocht. Dit gebeurt in het opsporingsonderzoek.
In feite is de officier van Justitie de openbare aanklager omdat hij namens de samenleving bewijzen zoekt en een straf eist.
Een officier van Justitie heeft een aantal taken:
- leid het opsporingsonderzoek.
- Brengt verdachten voor de rechter (vervolging)
- Eist een bepaalde staf in een rechtszaak.
- Is verantwoordelijk voor de uitvoering van de straf.

Alle officieren bij elkaar heet het: Openbaar Ministerie (OM) Dit is een onderdeel van het ministerie van Justitie die verantwoordelijk is voor het beleid van het OM.
De officier van de politie leid het opsporingsonderzoek maar de politie voert het uit.
Politieambtenaren hebben opsporingsbevoegdheid (= bevoegd om bepaalde opsporingsmethoden toe te passen.) Wel moeten ze hiervoor eerst toestemming vragen aan de hoofdofficier van Justitie, de hoogste ambtenaar van het Openbaar Ministerie in een politieregio.

Niet elk dossier leidt tot een rechtszaak. De officier kan namelijk:
1> Seponeren = niet vervolgen. Vaak is er dan onvoldoende bewijs of de verdachte is al genoeg gestraft (als hij zijn baan kwijt is bijv.) voorwaardelijk sepot= de officier legt voorwaarden op aan het seponeren bijv. dat een verslaafde verdachte moet afkicken en als hij dat niet doet moet hij als nog voor de rechter verschijnen.
2> Een transactievoorstel aan bieden. Gebeurt vooral bij minder zware delicten. Vaak in de vorm van een geldboete dat ook wel schikking of voortijdig afdoening genoemd. Het is aan de verdacht of hij het accepteert en als hij het niet doet moet hij alsnog voor de rechter verschijnen.
3> Vervolgen. De officier van Justitie stuurt dan het dossier naar de rechtbank en er komt dan een rechtszaak.

Criminaliteit is tegenwoordig moeilijker op te sporen door georganiseerde misdaad. De overheid heeft daarom besloten het aantal opsporingsbevoegdheden uit te breiden.
- Er mochten vaker richtmicrofoons worden gebruikt.
- Infiltranten=personen die ongemerkt een misdaadorganisatie binnendringen om informatie over de organisatie te verzamelen. Ze mochten strafbare feiten plegen om het vertrouwen van de organisatie te winnen.
- Gecontroleerde doorvoer. De politie kon partijen drugs door laten gaan om zo de leiders te kunnen pakken.
- Informanten=leden van een misdaadorganisatie die de politie informatie doorspelen. De politie mocht ze geld betalen.
- Inkijkoperaties. De politie mag in sommige gevallen in het geheim een gebouw binnentreden om te kijken of daar strafbare feiten worden gepleegd.
- Kroongetuigen. De officier van Justitie mag een crimineel strafvermindering geven of niet vervolgen als deze een belastende verklaring aflegt tegen een grotere crimineel dan hijzelf is.
Dit mag de politie allemaal als ze toestemming hebben gekregen van de hoofdofficier van Justitie en als het om een ernstig strafbare feiten gaat.
Door vele fouten ontstond er een crisis in de opsporing. De privacy van de burgers moet worden afgewogen tegen het maatschappelijk belang: de handhaving van het strafrecht. Een speciale enquêtecommissie van de Tweede Kamer werd gevormd om het probleem beter te onderzoeken. Zij kwamen met de volgende aanbevelingen.
- de opsporing moet effectiever worden.
- De opsporingsbevoegdheden moeten duidelijker omschreven worden.
- De samenwerking tussen politie en justitie moet beter verlopen.
Dit werd in het Wetboek van Strafvordering opgenomen.

Als er genoeg bewijzen zijn dan kan de Officier van Justitie besluiten tot een rechtszaak. De officier bepaalt de aanklacht en de verdachte word vervolgt. Dan doet de rechter uitspraak en stelt de straf vast.
De rechtsspraak in ons land is volgens de Trias politica een taak van de rechterlijke macht. Rechters zijn onafhankelijk en dat is gewaarborgd doordat:
- een rechter voor het leven wordt benoemd.
- het salaris van rechters bij de wet is geregeld.
- Het aantal rechters in een rechtszaak van tevoren vast staat.
Griffiers (gerechtssecretarissen) staan de rechters bij. Ze maken een proces-verbaal van de rechtszaak. Daar staat in wat de partijen gezegd hebben en het vonnis van de rechter.

Nederland heeft verschillende soorten rechters. We kennen drie verschillende rechtsinstanties.
1 (19 arrondissementsrechtbanken (laagste). Houd zich bezig met alle misdrijven. Kent verschillende rechters: - De politierechter houdt zich bezig met lichte misdrijven uit het strafrecht zoals vernielingen.
- De kinderrechter houdt zich bezig met misdrijven door jongeren van 12 tot 18 jaar.
- De kantonrechter houd zich vooral bezig met overtredingen. Deze spreekt recht in kantons, een soort nevenvestigingen van de rechtbank binnen het arrondissement.
- De meervoudige kamer bestaat uit drie rechters en behandelt zware misdrijven uit het strafrecht zoals ernstige mishandeling en moord.
2 (5 gerechtshoven (hogere). Een hogere rechtbank word gevormd door het gerechtshof. Hun taak is de rechtspraak in hoger beroep van zaken die door arrondissementsrechtbanken zijn behandeld. Er wordt rechtsgesproken door een meervoudige kamer van drie rechters (raadsheren) of een enkelvoudige kamer met 1 rechter (raadsheer).
3 (1 Hoge Raad (hoogste). Kamers van drie of vijf raadsheren. Cassatie = als de verdacht of het OM niet eens is met de uitspraak van het Hof. Hoge Raad kijkt of de rechtsregels goed zijn toegepast. Als dit zo is dan blijft de uitspraak van het gerechtshof gelden. De taak van hun is er voor te zorgen dat in Nederland een rechtseenheid en rechtszekerheid bestaat.

Een strafzaak begint met een dagvaarding. Daarin staat wat de verdachte word verweten en waar en op welk tijdstip de zitting plaats vind.

Rechtszaak bestaat uit acht stappen:
1> Opening: De rechter controleert de gegevens van de verdachte. De verdachte moet goed opletten maar hoeft niet te antwoorden op vragen.
2> Aanklacht: De Officier leest de tenlastelegging/aanklacht voor. Daar staat in waarvan de verdachte word beschuldigt en waar en wanneer hij dat strafbaar feit heeft gepleegd.
3> Onderzoek: Rechter zoekt bewijzen voor de aanklacht. Getuigen mogen onder ede door alle partijen worden ondervraagt.
4> Verhoor van de verdacht: Verdachte staat niet onder ede.
5> Requisitoir: De officier houd zijn requisitoir = een verhaal waarom hij probeert aan te tonen dat de verdachte schuldig is en waarin hij de rechter om een bepaalde straf vraagt, de zogenaamde eis.
6> Pleidooi: De advocaat verdedigt de verdachte. Hij probeert aan te tonen dat er te weinig bewijsmateriaal is of verzachtende omstandigheden aanvoeren voor vrijspraak of strafvermindering.
7> Laatste woord: De verdachte heeft altijd het laatste woord. Hij kan zeggen dat hij spijt heeft, het niet heeft gedaan of dat de straf hem ernstig zal benadelen.
8> Vonnis: De rechter doet uitspraak. Bij de arrondissementsrechtbank kan dit 2 weken duren.

Vaak geeft de rechter niet de maximumstraf.
Voor rechtshulp kan je terecht bij:
- advocaat.
- Bureau voor rechtshulp.
- Rechts of wetswinkel.

De laatste twee zijn voor mensen met minder geld die een juridisch advies nodig hebben.

Straffen is een belangrijk iets bij criminaliteit om verscheidene redenen:
- Vergelding: Onze maatschappij vind dat kwaad gestraft moet worden. Het moet worden vergolden.
- Afschrikking van de dader: Afschrikken om het nog een keer te doen.
- Afschrikking van de samenleving: Burgers moeten afschrikken een misdaad te plegen.
- Voorkomen van eigenrichting: mensen zouden anders zelf voor rechter gaan spelen.
- Verbetering van de dader: de dader moet zich aanpassen aan de normen en waarden.
- Beveiliging van de samenleving: zolang de dader opgesloten is is de samenleving veiliger. Ook kunnen ze in een Tbs-kliniek worden opgesloten.

Vroeger was men meer uit op wraak toen op afschrikking en daarna resocialiseren.

De wet kent drie hoofdstraffen:
1; Geldboete: als je de boete niet betaalt moet je de straf uit zitten in de gevangenis.
2; Vrijheidsstraf: hechtenis is 1 jaar gevangenisstraf.
3; Alternatieve straf = onbetaalde arbeid ten algemenen nutte: heeft ook een opvoedend karakter.

Een dader kan naast de hoofdstraf nog een bijkomende straf krijgen bijv. het ontnemen van de rijbewijs.
Ook kan de rechter een maatregel opleggen zoals: terbeschikkingstelling (TBS) Dit doet de rechter als de dader niet of verminderd toerekeningsvatbaar acht. Je kan maximaal 4 jaar in een kliniek blijven maar op medisch advies kan het worden verlengd.

In een burgerlijke rechtszaak eist de ene partij iets van de ander. Er is een eiser=degene die de zaak aan de rechter voorlegt en er is de gedaagde=de persoon van wie iets word gevraagd.
De zaak begint als de eiser de gedaagde een dagvaarding=een mededeling aan een persoon dat hij voor de rechter moet verschijnen stuurt.
Een dagvaarding bevat:
- de naam van de eiser
- de eis
- de motivatie van de eis
- de tijdstip en de plaats van de rechtszaak.
De rechter kijkt naar de eis en het verweer = reactie van de gedaagde. Beveelt dan de partijen zelf een oplossing te zoeken en anders spreekt de rechter een vonnis = uiteindelijke beslissing uit.

Beidde partijen kunnen in hoger beroep (vaak binnen 3 maanden) als het gaat om een bedrag van min. 1750 euro. De zaak word dan voorgelegd aan een hogere rechter.
Gaan ze wel akkoord dan moeten ze het vonnis opvolgen, want de rechter kan de partij dwingen daartoe = tenuitvoerlegging = executie van de uitspraak.

Kort geding= vereenvoudigde procedure voor spoedeisende zaken. De rechter geeft dan een voorlopig oordeel in afwachting van een definitieve uitspraak in het normale burgerlijke proces.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.