Studieplanner vragen, module 2

Beoordeling 4.6
Foto van een scholier
  • Antwoorden door een scholier
  • 4e klas vwo | 2411 woorden
  • 18 december 2001
  • 60 keer beoordeeld
  • Cijfer 4.6
  • 60 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
De Galaxy Chromebook maakt je (school)leven makkelijker!

Met de Galaxy Chromebook Go kun je de hele dag huiswerk maken, series bingen en online shoppen zonder dat 'ie leeg raakt. Ook kan deze laptop wel tegen een stootje. Dus geen paniek als jij je drinken omstoot, want deze laptop heeft een morsbestendig toetsenbord!

Ontdek de Chromebook!
Module 2: De weg naar de brandstapel: Hekserij en heksenvervolging

H-1: De duivel komt


1. Met magie probeerden tovenaars de bovennatuurlijke krachten te beheersen.

2. Witte magie heeft een positief doel (zoals mensen genezen) en zwarte magie is erop gericht om schade aan te richten aan anderen.

3. Bij godsdienst gaat het niet om het beheersen van bijvoorbeeld natuurkrachten, maar om de verering van hogere machten of goden.

4. Er is geen scherpe scheiding tussen godsdienst en magie, omdat magiërs soms goden aanroepen terwijl godsdiensten soms magische rituelen kennen.


5. De duivel was een heel belangrijk onderdeel van het christelijke geloof. Men kon niets ergers verzinnen dan het vereren van de duivel. (duivelsaanbidding)

6. Het verschil tussen heksenvervolging in de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd in Europa is dat heksen niet alleen werden beschuldigd van zwarte magie, maar voor het vereren van de duivel.

7. Volkscultuur is de manier waarop mensen vorm geven aan hun dagelijks leven. Deze was de cultuur van de boren en ambachtslieden. Dit kwam tot uiting in allerlei dingen die de leden van een gemeenschap samen deden: Feesten zoals carnaval, rituelen bij geboorten, doop en huwelijk, dood en begrafenis en vervolging van heksen.

8. Er was in de 15e, 16e, en 17e eeuw veel reden om tegen het kwaad te strijden, want het was een tijd van oorlogen, epidemieën en hongersnoden. Bovendien werden de gevestigde opvattingen over het geloof aan het wankelen gebracht, door de strijd tussen protestanten en katholieken: velen vreesden dat de duivel zou winnen.

9. Voor het ontstaan van de heksenwaan in Europa waren 3 voorwaarden nodig: de ideeën over witte en zwarte magie, de gedachten over duivelverering en een nieuwe aanpak van het strafproces.

10. Grieken en Romeinen geloofden dat magische mensen konden vliegen en zich veranderen in dieren. In de Middeleeuwen werden heksen getolereerd of licht gestraft omdat ze in een maatschappelijke behoefte voorzagen. Zelfs de kerk dacht in de vroege Middeleeuwen makkelijk over heksen: ze hadden niet echt de macht om stormen op te wekken en te vliegen.

11. De kerkvaders, de gezaghebbende schrijvers uit die tijd, noemden de goden van andere godsdiensten duivels. Hierdoor is ook het beeld beïnvloed dat men van de duivel had: hoeven en horens en dierlijke trekken van Pan (Grieks) en Cernunnos (Keltisch).


12. Magiërs en alchemisten beweerden dat ze met de kennis uit boeken goud konden maken> hulp van demonen> deden niets voor niets> men moest verbond met hem sluiten waarin tovenaar dienstverlening/verering beloofde.

13. Iemand die trouwe dienst beloofd aan de duivel, gaf iets weg dat alleen aan God toebehoorde> ketter> inquisitie ging ermee bemoeien= rechtbank die paus had ingesteld voor het onderzoek van afvalligheid.

14. De inquisitie pakte duivelsverering aan alsof het een georganiseerde godsdienst was: ze vroegen mensen om dorpsgenoten verdacht te maken, zo lokten bekentenissen uit en ze dwongen mensen om medeplichtigen aan te geven.

15. De schrijvers van boeken zoals Malleus Maleficarum legden alle kennis die ze in processen hadden opgedaan, neer in een goed geordend overzicht. Het beeld van wat precies heksen waren bestond al een halve eeuw. In het boek werd ook vastgelegd dat heksen echt in staat waren bovennatuurlijke dingen te doen. Wie dat niet geloofde werd beschouwd als ketter.

16. Gewone mensen hadden wel eens tegenslagen en ze vonden het moeilijk te aanvaarden dat juist hun kinderen stierven of dat hun vee ziek werd terwijl ze toevallig ruzie met de buren hadden. Ze geloofden dat tovenarij echt werkte en dat er zwarte magie werd bedreven.

17. De aangiften van de kant van het volk betroffen zwarte magie en daarmee werd het proces begonnen. De inquisiteurs brachten dan in de loop van het proces vragen over duivelsverering naar voor. Door pijniging kregen ze wel bekentenissen los. Denkbeelden over duivelsverering drongen langzaam in het gedachtegoed van de massa door. Sommige monniksorden zagen het als hun taak om in preken het volk te waarschuwen tegen hekserij. Door de processen zelf werd de informatie over duivelsverering ook onder het volk verspreid.

18. Margaret Murray beweerde dat de zogenaamde heksen aanhangers waren geweest van een voorchristelijke vruchtbaarheidsgodsdienst, op Europa’s platteland. De katholieke kerk vreesde de invloed van het concurrerende geloof en had gezegd dat de leiders van de cultus “duivels” waren en dat de cultus duivelsverering was.

19. Veel historici en antropologen hadden kritiek op Murray’s theorie. Ze had uit de hele Europese volkscultuur losse elementen uit hun verband gerukt en bij elkaar gezet om haar oude vruchtbaarheidsgodsdienst te construeren. In werkelijkheid was er geen algemeen Europees geloof. Er is bovendien geen bewijs voor georganiseerde bijeenkomsten van duivelvereerders. Verhalen daarover waren alleen afkomstig van verdachten. Geen getuige kon ooit vertellen dat hij als buitenstaander een heksensabbat had meegemaakt. Nooit lukte het overheidsdienaren om een bijeenkomst van de cultus te overvallen: duivelcultus verzinsel.

20. Vanaf de 13e eeuw ontwikkelde zich het inquisitoir proces: staat los van pauselijke inquisitie: overheid kon zelf onderzoek beginnen in plaats van alleen op aanklachten reageren.

21. Men ging ook folteringen gebruiken om verdachten te dwingen tot bekentenis. Zo kon men sneller bewijzen vinden> meer mensen konden veroordeeld.

22. Vanaf 1550 vond de vervolging vooral plaats door wereldlijke rechtbanken. Deze traden veel harder op.

- Heksensabbat: nachtelijk feest van heksen waarbij duivel vereerd wordt.
- Magie: tovenarij, het uitvoeren van een ritueel om op bovennatuurlijke manier een resultaat te bereiken.
- Witte magie: magie met een positieve bedoeling.
- Zwarte magie: magie die bedoeld is om iemand schade toe te brengen.
- Godsdienst: vereren van hogere machten/goden, meestal en groepsverband.
- Duivelaanbidding: aanbidden/vereren van duivel(s)
- Hekserij: bedrijven van zwarte/witte magie. Vanaf late Middeleeuwen is hekserij zwarte magie + duivelaanbidding.
- Volkscultuur: manier waarop mensen in een samenleving vorm geven aan het dagelijks leven, met name beschaving van de lagere klassen. Daarin spelen gemeenschappelijke normen + waarden en rituelen een belangrijke rol.
- Sociale lagen: groepen in de samenleving die op economisch en sociaal gebied verschillen, zoals adel, boren en arbeiders.
- Elitecultuur: beschaving van de hogere klassen.
- Protestanten: hervormden (=reorganisatoren van de Katholieke Kerk).
- Katholieken: mensen die het katholicisme (=geloof) beleiden.
- Demonen: boze geesten/duivels.
- Alchemist: iemand die aan scheikunde deed voordat dit een wetenschappelijke basis had. Deze was meestal op zoek naar een manier om goud te maken of het leven te verlengen.
- Ketter: van de leer afwijkend Christen.
- Inquisitie: kerkelijke rechtbank voor het berechten van ketters en heksen.
- Afvalligheid: ontrouw worden aan het geloof; dit werd erger gevonden dan wanneer men van kinds af aan bij een ander geloof hoorde.
- Dominicanen: leden van de orde van predikheren, opgericht door de heilige Dominicus.
- Katharen: ketterse beweging uit de 12e en 13e eeuw, die streefde naar zuiver en sober leven.
- Accusatoir proces: procesvorm waarbij het noodzakelijk is dat een particulier persoon een aanklacht indient.
- Inquisitoir proces: procesvorm waarbij overheid het initiatief voor vervolging neemt.

H-2: Heksenwaan op het hoogtepunt

1. 1430: idee van zwarte magie samengevoegd met het idee van duivelverering. Aantal vervolgingen groeide. Begin 16e eeuw lichte daling, maar na 1550 meer processen. Piek: tussen 1610 en 1630, ook massa processen. Na 1675 scherpe daling; massaprocessen maakten plaats voor rechtszaken tegen individuele personen. Vanaf 1750 kan men nog nauwelijks heksenvervolgingen waarnemen.

2.Volgens het humanisme was er geen duivel aanwezig bij magie. Ze legden de nadruk op kritisch en zelfstandig nadenken. Dit leefde echter bij slechts een deel van de intellectuele elite. Een ander gedeelte bevestigde met kracht de oudere opvatting dat de duivel en heksen macht op aarde hadden.

- Godsdienstige conflicten vormden een belangrijke oorzaak: de piek van de heksenvervolging valt samen met de periode van de ergste godsdiensttwisten in Europa. Protestanten> groeide> conflict liep heviger op> Katholieke kerk stelde tegenover de reformatie de contrareformatie = strijd tegen afvallige gelovigen of ketters> noemden ze dienaren van de duivel. Grootste heksenvervolgingen tussen 1610 en 1630: viel samen met Dertigjarige Oorlog, de ergste godsdienstoorlog. Door godsdiensttwisten werden gevestigde overtuigingen aan het wankelen gebracht.
- Economische oorzaken: van 1550-1650 = hoogtepunt vervolgingen, maar ook economische en sociale veranderingen. Ontdekkingsreizen> veel goud + zilver uit Amerika voor muntgeld> inflatie. > Inkomsten armen stegen langzamer dan prijzen> armer. Toename handel> nieuwe groepen werden rijk> tegenstelling arm/rijk scherper. Ook enkele rampen: epidemieën + hongernood. Men leefde op de rand van de armoede. Ze waren zich scherp bewust van het feit dat het mis ging met de wereld en ze dachten dat de invloed van de duivel toenam en dat die dienaren had: heksen bijvoorbeeld> aantal verdachtmakingen + aangisten nam toe> dorpen- en stedenbestuurders maakten zich zorgen over sociale onrust en wilden vermijden dat ontevreden massa zich tegen de elite zou keren> (heksen)vervolgen: manier om woede van het volk op weerloze zondebokken te richten. Ook voor volk hadden heksenprocessen functie: de gewone mensen werden rustiger: kregen vertrouwen dat ze een reek manier hadden om iets tegen invloed van de duivel + problemen van die tijd te doen. Ook rampen uitgelegd als vervolg van hekserij. De piek periode van heksenjachten kende minstens evenveel epidemieën + misoogsten als de tijd ervoor; vooral periode geweest van (burger)oorlogen die ook weer door godsdienstige tegenstellingen in de hand werden gewerkt.

9. De hoogste schatting gaat tot 9 miljoen slachtoffers door heksenvervolging. Dit zullen er echter veel te veel zijn. Uit onderzoeken blijkt dat er 108.000 personen zijn vervolgd. Maar veel verdachten werden vrijgesproken of kregen lichte straffen. Er blijkt ook dat van de aangeklaagden gemiddeld 48 % werd terechtgesteld: 51840 terechtstellingen> tussen 50.000 en 60.000 terechtgestelden. Dit is veel minder omdat inquisiteurs en schrijvers vaak overdreven.

10. Verschillende schrijvers zijn in het verleden tot een veel hoger aantal slachtoffers gekomen, omdar sommige inquisiteurs de aantallen overdreven om hun eigen prestatie groter te laten lijken en sommige auteurs later de gegevens aandikten om hun onderzoek belangrijker te laten lijken.

11. De Engelsen stelden minder dan 1000 heksen terecht omdat in hun land de inquisitoire procesvorm + foltering niet waren doorgevoerd. In de Republiek der Verenigde Nederlanden was het aantal heksenprocessen bijna te verwaarlozen. De Republiek ontleende een groot deel van de welvaart aan de handel. Daarbij was veel contact met handelaars uit andere laden met een andere geloofsovertuiging + manier van doen. Misschien is daarom verdraagzaamheid van het humanisme meet aangeslagen. Ook kostte de oorlog met Spanje in de periode tussen 1568 en 1648 zoveel aandacht dat er van heksenvervolging weinig terechtkwam.

12. In de landen waar heksenjachten voorkwamen, werden vooral kleine gemeenschappen aangetroffen, waarin de meeste mensen elkaar kenden en waarin dorpsbewoners bekenden beschuldigden. De inwoners waren voortdurend op elkaar aangewezen en zij konden makkelijk een conflict met elkaar krijgen.

13. Het is een misvatting dat de aangeklaagde heksen alleen maar oude vrouwen waren. Er waren ook mannen als heksen veroordeeld en soms werd een echtpaar aangeklaagd of een moeder met dochter.

14. Het bekende beeld van de vrouwelijke heks is gebaseerd op het feit dat vrouwen meer dan ¾ van de beschuldigden vormden.

15. 2 oorzaken voor het feit dat vrouwen vaker werden verdacht dan mannen: vrouwenarbeid: vrouwen waren naast huisvrouw vooral actief in de verzorgende beroepen, bv. Vroedvrouw of genezeres. Wijze oude vrouwen gaven raad bij ziekte en gebruikten o.a. amuletten, poeders en drankjes en spreuken, wat ook bij zwarte magie paste. Toch was verschil met “officiële” geneeskundige, die vaak ook aan alchemie, astrologie en witte magie deed, niet groot. Sekse: vrouwen “waren dommer en zwakker” dan mannen> makkelijker slachtoffer van de duivel en sneller toegegeven aan seksuele begeerte: stereotype van vrouwen.

16. Vrouwen waren ook op andere manier zwakker: minder maatschappelijke invloed en minder relaties. Vrouwen met beroep waren gewoonlijk alleenstaanden die voor zichzelf moesten zorgen. Zij hadden geen man die hen kon beschermen> kwetsbaarder.

17. Beklaagden hadden ook andere gemeenschappelijke kenmerken. Vaak uit lagere klassen> zoeken naar andere welvaartsbronnen, zoals hekserij. Meestal niet jong meer: meesten ouder dan 50 (=bejaard)> ouderen geestelijk minder gezond en dus “lastig”; regelmatig conflicten met anderen; in zichzelf praten> “toverspreuken?”

18. Er kan een profiel van de heksenjacht worden gemaakt: daarbij moet er aandacht zijn voor voorwaarden, oorzaken, aanleiding, verloop van het proces en straffen.

19. Voorwaarden hiervoor: beeld van de activiteiten van heksen (zwarte magie + duivelverering) was gevormd en verspreid. De plaatselijke rechtbank moest zeggenschap hebben over hekserij.

20. Oorzaken: samenleving als geheel klaar om gemeenschappelijke angst en agressie op een aantal zondebokken af te wentelen. Die oorzaken lagen soms in een economische crisis of religieus conflict, waardoor sommigen als ketters of aanhangers van de duivel werden bestempeld. Ook de rampen (bv. oorlogen, epidemieën en misoogsten) konden mensen op zoek gaan naar een zondebok aan wie ze alle schuld konden geven. Het offeren van de zondebok aan de godheid kon alles weer goedmaken.

21. Aanleiding: meestal persoonlijk ongeluk, bv. ziekte of dood familielid> geïnterpreteerd als gevolg van de kwaadaardige praktijken van de heks. Van duivelverering had men gehoord, maar dit had geen belangrijke plaats in de volkscultuur> beschuldiging ging over zwarte magie.

22. Verloop van het proces: beschuldiging in behandeling genomen door plaatselijke (lagere) rechtbank> vertegenwoordigers elite. Met inmiddels gangbare procedure van het accusatoire proces, geheim getuigenverhoor en foltering brachten ze niet alleen bekentenissen tot stand, maar verkregen ze ook beschuldigingen tegen andere heksen. Officieel bekentenis vrijwillig afgelegd, maar toch eerst pijniging. Bij foltering gebruikten men dezelfde middelen als bij andere ernstige strafzaken.

23. Men stelde beperkingen aan toepassing van foltering: eerst ooggetuige van de misdaad en er mocht maar 1 keer worden gemarteld> heksenprocessen hielden zich hier vaak niet aan: invloed van duivel grote bedreiging samenleving> men negeerde beperkingen. Ook als foltering niet werd toegepast was dreiging van pijn vaak voldoende om iemand te laten bekennen> aantal veroordelingen nam toe. Sommigen bekenden vroegtijdig om foltering te voorkomen, anderen bekenden omdat de hoopten op milder vonnis.

24. Heksenproeven: middelen om ook zonder bekentenis erachter te komen of iemand een heks was. (moedervlekken prikken, gewicht)

25. De machtshebbers kregen in de gaten dat ze met meer processen de maatschappelijke ontevredenheid konden kanaliseren + agressie over wantoestanden in de maatschappij konden afleiden van de bezittende en heersende klasse> elite nam vervolging in handen: dwongen verdachten anderen aan te geven.

26. Straffen: twijfel aan schuld> licht gestraft/vrijgesproken. Groot deel van de veroordeelden werd gedood met brandstapel. (ook gebruikt voor veroordeelde ketters en homoseksuelen) Meestal werd men eerst gewurgd voor verbranding.

27. Men ziet de brandstapel wel als reinigingsritueel of brandoffer aan goden. > radicaal middel om te zorgen dat gestrafte zondaar niet kan opstaan uit graf om wraak te nemen.

- Humanisme: stroming in letterkunde en filosofie die teruggreep op de klassieke oudheid + nadruk legde op kritisch en zelfstandig denken.
- Reformatie: kerkhervorming in de 16e eeuw> leidde tot afsplitsing van de Rooms-katholieke Kerk.
- Contrareformatie: beweging in de rooms-katholieke kerk om kerk zelf te zuiveren + hervorming te bestrijden.
- Dertigjarige oorlog: bloedige godsdienstoorlog in het Duitse rijk, van 1618 tot 1648.
- Inflatie: waardedaling van het geld door toenemen van de hoeveelheid geld of door stijgen van de prijzen.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.