Opdracht 9

A Verifieerbaarheid betekent dat iets getest kan worden (op dat iets waar of niet waar is) door experiment of door observatie.

B Als wij verifieerbaarheid als demarcatiecriterium zouden gebruiken dan zou er in de natuurkunde volgens dit criterium niks meer kloppen omdat het onmogelijk is om alles te testen. (bijv. Water kookt bij 100 graden Celsius dit is algemeen aanvaard omdat het onmogelijk is om al het water op de wereld op deze wet te testen)

C Confirmeerbaarheid is in hoeverre wetenschappelijke uitspraken te bevestigen zijn.

D Confirmeerbaarheid is een zwakker criterium dan verifieerbaarheid omdat als confirmeerbaarheid kan worden beïnvloed door de wetenschappers die het fenomeen constateren.

Vraag 10

De theorie van Freud dat alle mannen een oedipuscomplex hebben is volgens Karl Popper geen wetenschappelijke theorie omdat, je niet bij elke man op de wereld kan testen of deze theorie ook klopt.

Vraag 11

A Als falsificeerbaarheid als demarcatiecriterium word genomen kan dit onderdeel van astrologie beschouwd worden als pseudowetenschap omdat falsificeerbaarheid er van uit gaat dat als het tegendeel word bewezen de theorie direct kan worden verworpen en omdat deze test dus korte metten maakt met het idee dat astrologie kan worden geplaatst onder wetenschap is het dus pseudowetenschap.

B De status van de getrokken horoscopen maakt uit voor de pseudowetenschappelijke status omdat, dit het criterium dat astrologie tot pseudowetenschap behoort versterkt.

C het falsificatiecriterium voor wetenschap is volgens mij een geen goed criterium omdat veel theorieën in de wetenschap in de praktijk niet falsifieerbaar zijn.

Vraag 12

A wetenschappers in het ene paradigma hebben andere feiten dan wetenschappers in een ander paradigma omdat elke keer als er nieuwe bevindingen zijn er een nieuw paradigma word gecreëerd. Het nieuwe paradigma niet past bij de oude bevindingen en dus niet acceptabel zijn voor  aanhangers van het oude paradigma. Dus er ontstaat een nieuw paradigma(met wetenschappers die er wel in meegingen) en het oude paradigma blijft bestaan.

B Een paradigmawisseling wordt met een bekering vergeleken omdat wetenschappers eerst het ene paradigma aanhangen maar als bewezen word dat er iets mis is met het paradigma ze een ander paradigma gaan aanhangen of het oude paradigma aanpassen.

C Incommensurabiliteit is de cyclus van de wetenschapsgeschiedenis). Als er veel mensen zijn die zeggen dat er een konijn op het plaatje te zien is(wetenschap). Maar als mensen opeens een eend zien zit er dus een fout in het paradigma en moet deze worden aangepast (crisis). Beide partijen accepteren dat er zowel een konijn als een eend op het plaatje te zien zijn en het paradigma word aangepast(revolutie).

Vraag 13

De drie eigenschappen van een politieke revolutie kunnen zijn:

  • Normale toestand (wetenschap)
  • Ontevredenheid over de situatie (crisis)
  • Revolutie

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.