Module 4: Werkloosheid en productiegroei

Beoordeling 4.2
Foto van een scholier
  • Antwoorden door een scholier
  • Klas onbekend | 832 woorden
  • 6 augustus 2008
  • 18 keer beoordeeld
  • Cijfer 4.2
  • 18 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor je werkstuk, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Gooi jij een week lang zo min mogelijk weg of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie! 

Check alle challenges!
Economie module 4.
1. Wat is productiegroei?
2. Wat zijn de nominale cijfers?
3. Wat is het reële inkomen per inwoner?
4. Wat wordt er bij de indexcijfers vergeleken?
5. Hoe bereken je de indexcijfer?
6. Wat is een trend of trendmatige groei?
7. Wat is conjunctuurbeweging?
8. Wat is laagconjunctuur en wat is hoogconjunctuur?
9. Noem de fases in een conjunctuurbeweging.
10. Wat zijn cyclische bedrijfstakken?
11. Welke 3 productiefactoren bepalen de groei van de productie?

12. Waardoor kan de productiecapaciteit (de hoeveelheid productie per werknemer per tijdseenheid) toenemen?
13. Wat is het capaciteitseffect van een investering?
14. Welke investeringen heb je?
15. Wat is de effectieve vraag?
16. Wat is de particuliere consumptie?
17. Investeringen hebben een capaciteitseffect en ook een bestedingseffect, wat is dat?
18. De overheid doet overheidsbestedingen, wat is dat?
19. De effectieve vraag wordt ook gevormd door het buitenland, hoezo?
20. Werkloosheid wil zeggen dat er een overschot bestaat aan arbeidskrachten, wat is volledige werkgelegenheid?
21. Wat is werkgelegenheid?
22. Wat is onderbesteding en wat is onderbestedingwerkloosheid/conjunctuurwerkloosheid?
23. Wat is overbesteding?

24. Wat is de beroepsgeschikte bevolking? En wat is de beroepsbevolking?
Wat is de afhankelijke beroepsbevolking en de zelfstandige beroepsbevolking?
25. Wat is het deelnemingspercentage of ook wel participatiegraad?
26. Wat zijn deeltijdbanen?
27. Wat is de arbeidsmarkt?
28. Wat is geregistreerde werkloosheid? Werkloze beroepsbevolking en verborgen werkloosheid?
29. Wanneer komt verborgen werkloosheid voor?
30. Je hebt 2 soorten werkloosheid, welke 2?
31. Welke 5 structuurwerkloosheid bestaan er?
1. Toename van het binnenlands product in de loop van de tijd.
2. De cijfers zoals ze in guldens luiden, ze zijn nog niet verwerkelijkt, ze moeten nog worden vertaald in reële cijfers.
3. De reële waarde van het binnenlands product (BBP) per inwoner.
4. De 3 cijferreeksen: de reële cijfers, de bevolkingsgroei en de nominale cijfers.
5. bijvoorbeeld, de productiegroei van de indexcijfer tussen1990 en 1995:
BBP 1995 / BBP 1990 x 100% of index 1995 – index 1990 / index 1990 x 100%
6. De over een reeks van jaren gemeten gemiddelde groei van de productie.
7. Verandering in het groeipercentage van de productie.
8. Laagconjunctuur = vertraging of inkrimping van de productiegroei.
Hoogconjunctuur = De groei van de productie komt boven de trend.
9. Recessie; de productie neemt af, depressie, herstel; de productiegroei komt weer op gang, opleving, overspanning; resultaat van versnelde groei, crisis; de hoogconjunctuur slaat om en er begint een neergang.
10. Bedrijfstakken die meer dan evenredig op conjunctuurbeweging reageren.
11. - niet-economische factoren: godsdienstige opvattingen, de cultuur, maatschappij. Deze kunnen invloed hebben op de activiteiten en motivatie van mensen.
- vraagfactoren: als er geen vraag is hebben producenten geen aanleiding om hun aanbod uit te breiden.
- aanbodfactoren: het gaat om de productiecapaciteit.
12. Vergroting van de hoeveelheid productiefactoren en verbetering van de kwaliteiten
- investeringen
- scholing van de mensen
- ontwikkeling van de techniek
13. Door investeringen neemt de hoeveelheid kapitaalgoederen toe en vergroot dit de productiecapaciteit.
14. Breedte-investeringen: Er worden nieuwe machines aangeschaft maar het aantal mensen dat aan een machine werkt verandert niet.
Diepte-investeringen: Er worden nieuwe machines aangeschaft waarin nieuwe technische vondsten zijn verwerkt zodat er minder arbeiders nodig zijn.
15. Ook wel macrovraag genoemd wordt gevormd door de gezamenlijke bestedingen van consumenten, investeerders, de overheid en buitenland.
16. De bestedingen van alle gezinnen samen in een economie.
17. Gebruik maken van een deel van de beschikbare capaciteit.
18. De overheid gebruikt ook een deel van de beschikbare capaciteit: musea en scholen laten bouwen, snelwegen verbreden.
19. Buitenlanders kopen bij ons zelfgemaakte goederen en diensten: export.
20. De gegeven productiecapaciteit wordt volledig benut.
21. De vraag naar arbeidskrachten. De totale productie delen door de arbeidsproductiviteit per persoon.
22. besteding die te gering is om voldoende werkgelegenheid te scheppen voor het gegeven arbeidsaanbod. Ook wel laagconjunctuur genoemd een vertraging van de productiegroei. Onderbestedingwerkloosheid of conjunctuurwerkloosheid is een gevolg van tekortschietende bestedingen, een deel van de productiecapaciteit wordt niet benut.
23. Vraag naar arbeid die groter is dan het beschikbare aanbod van arbeid. Ook wel hoogconjunctuur genoemd.
24. Beroepsgeschikte bevolking: De mensen van 15 tot en met 64 jaar, beroepsbevolking: Mensen die een betaalde baan hebben, de werklozen die wel staan ingeschreven bij de arbeidsbureau. Afhankelijke beroepsbevolking: mensen die een dienstbetrekking hebben bij een particulier bedrijf of bij de overheid. Zelfstandige beroepsbevolking: die zelf een bedrijf hebben.
25. Het aandeel van de beroepsbevolking in de beroepsgeschikte bevolking. Beroepsbevolking delen door de beroepsgeschikte bevolking.
26. Banen waarbij een deel van een volledige betrekking wordt vervuld.
27. Het geheel van vraag naar en aanbod van arbeid.
28. Geregistreerde werkloosheid: Bij de arbeidsbureau geregistreerde personen die:
- geen betaalt werk hebben voor 12 uur per week of meer.
- Beschikbaar zijn voor een baan van 12 of meer uur per week.
Werkloze beroepsbevolking: Mensen zonder betaalt werk voor 12 uur of meer per week, die actief zoeken en beschikbaar zijn voor werk voor minstens 12 uur per week.
Verborgen werkloosheid: werkloosheid die niet in officiële cijfers tot uitdrukking komen.
29. Bij het discouraged workers of ontmoedigingseffect: Mensen die willen werken maar zich niet opgeven omdat ze denken dat ze toch geen baan zullen vinden.
- als mensen volledig arbeidsongeschikt zijn verklaard.
- Mensen die vervroegd uittreden (VUT)
- Allochtonen, jongeren, vrouwen.
30. Conjunctuurwerkloosheid = werkloosheid die een gevolg is van het tekortschieten van de totale bestedingen. En structuurwerkloosheid = werkloosheid die een gevolg is van de structuur van de productie en de veranderingen daarin.
31. Frictiewerkloosheid, werkloosheid van minder geschikten zoals gehandicapten, seizoenswerkloosheid, kwalitatieve structuurwerkloosheid, kwantitatieve structuurwerkloosheid.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.