ADVERTENTIE
Ben jij op zoek naar een studie die je meer biedt dan standaard hoorcolleges en werkgroepen?

Verdiep je dan eens in een universitaire studie bij Defensie! Een studie waar je meer leert dan studeert. Samen met Defensie beantwoorden we de meestgestelde vragen over studeren bij Defensie. 

Check het artikel!

Valt er wat te lachen?



1. Wat is de oorspronkelijke betekenis van humor?

De oorspronkelijke betekenis van humor is lichaamsvocht. Hippocrates, een beroemde Griekse geneeskundige onderscheidde vier lichaamsvochten, dat waren het bloed, het slijm, het gele en het zwarte gal. Deze vier lichaamssappen moesten volgens Hippocrates met elkaar in evenwicht zijn.

2. Zijn van die opvatting in de huidige tijd nog sporen terug te vinden?

Van die opvatting zijn in de huidige tijd van de geneeskunde geen sporen meer te vinden. Wel zijn er een aantal uitdrukkingen door tot stand gekomen






- Korzelig: dan ben je ontstemd, brommerig en kortaf wat komt door een teveel van het gele gal.

- Sanguinisch: als je sanguinisch bent ben je vurig en driftig de reden daarvan is dat je dan een teveel aan bloed hebt.

- Flegmatisch: ben je flegmatisch dan ben je traag/kalm, onverschillig en koel van bloedde de oorzaak daarvan is een teveel aan slijm.

- Melancholisch: als je melancholisch bent ben je zwaarmoedig en droefgeestig dat komt dan door een teveel aan donker gal.

3. Bespreek met enkele klasgenoten wat jullie humoristisch vinden. Maak een inventarisatie.

Ik heb niet het genoegen gehad om met enkele klasgenoten te kunnen bespreken wat wij humoristisch vinden, maar ik zal een lijstje van mezelf geven van wat ik humoristisch vind:

Cabaret, moppen, sommige blunders (als het maar geen leedvermaak is en de persoon er verder goed van af komt) en grappen

4. Welke vorm van humor spreekt jou het meest aan en waarom? Geef concrete voorbeelden.

Ik vind cabaret altijd wel leuk, omdat je dan een hele voorstelling lang kan lachen. De cabaretiers die ik leuk vind zijn niet allemaal bekend maar ik vind ze een aanrader om een keer heen te gaan dat zijn de volgenden cabaretiers: Klaas, Schoon aan de haak, Youp van ’t Hek, Bert Visscher en Lebbis en Jansen.










5. Hoe ga je te werk als je iemand aan het lachen wilt maken?

Je probeert te achterhalen wat de andere persoon leuk vind en daar op in spelen.

6. De Stichting Cliniclown neemt het credo ‘Lachen is gezond’ zeer serieus. Wat zijn de uitgangspunten van die stichting?

De Stichting Cliniclown wil de kinderen die lang in het ziekenhuis moeten liggen en een ernstige ziekte hebben en veel onderzoeken moeten ondergaan helpen weer een beetje plezier te krijgen en het verblijf in het ziekenhuis wat op te vrolijken.

7. Op welke manier onderscheiden Plien en Bianca zich van andere komieken?

Plien en Bianca onderscheiden zich van ander komieken door verfrissend en origineel te handelen. Ook spelen ze met lef en naar hun eigen ideeën.

8. Analyseer de overeenkomsten en verschillen tussen de eigenschappen die worden toegeschreven aan een nar en een clown.

Een clown heeft een pak aan, is geschminkt, heeft een rode neus, draagt grote schoenen en voert zijn grappen uit met behulp van attributen.

Een nar heeft ook een pak aan, maar is niet geschminkt, hij heeft ook geen rode neus en draag puntschoenen. Een nar maakt ook alleen woordgrappen en gebruikt daar geen attributen voor.



9. Inventariseer welke andere beroepen hun bestaanrecht ontlenen aan humor. Geef concrete voorbeelden.

Cabaretiers, tekenaars en acteurs ontlenen hun beroep aan het bestaansrecht van de humor.

10. Analyseer de eigenschappen van een karakter uit een humoristische strip.

11. Inventariseer de komische eigenschappen van Mr. Bean.

De komische eigenschappen van Mr. Bean zijn dat hij altijd afwijkend van de ‘normale’ mens kleedt, de gekke bekken die hij trekt en de vreemde stem die hij soms gebruikt, zijn afwijkende gedrag in bepaalde situaties (dingen die niet logisch zijn om op dat moment te doen.)

12. Welke mogelijkheden heeft de striptekenaar waar Rowan Atkinson geen gebruik van kan maken en omgekeerd?

Als striptekenaar zijnde kan de tekenaar uitleg geven bij een plaatje zodat het gebeuren wat duidelijker wordt, dat kan Rowan Atkinson niet doen. Maar Mr. Bean kan bepaalde acties met geluiden combineren terwijl dat voor een striptekenaar niet mogelijk is omdat hij alleen tekenend kan zeggen wat hij bedoeld en niet met geluiden.

13. Welke middelen gebruikt Freek de Jonge in het tekstfragment om zijn publiek te amuseren?

Freek de Jonge maakt gebruik van overdrijving en imitatie van zijn ‘wiskundeleraar’ om de mensen te amuseren.

14. Beschrijf de belangrijkste stijlkenmerken van een limerick. Zoek een voorbeeld van een, in jouw ogen, geslaagde limerick. Motiveer je keuze.

De belangrijkste stijlkenmerken van een limerick zijn dat het vijf regels heeft met als rijmschema: A A B B A

Laatst vond men in een labyrint

Een wanhopig verdrietig mensenkind

Wat was het bang

Want het duurt zo lang

Als je nergens meer een uitweg vindt

Ik vind dit wel een geinige limerick, omdat het naar mijn idee wel herkenbaar is met de werkelijkheid: soms zie je het allemaal niet meer zitten en kan het heel lang duren en kan je daar bang van worden.

15. Welke hedendaagse schrijvers, van buitenlandse origine, schrijven met veel humor? Zoek minimaal drie tekstfragmenten die jou antwoord onderbouwen.

Roald Dahl, Sue Townsend

16. Heb jij wel een iets aangeschaft op grond van inspirerende reclamecampagnes? Onderbouw je antwoord met argumenten en geef, indien mogelijk, een paar concrete voorbeelden.

Ik heb wel eens iets aangeschaft op grond van inspirerende reclamecampagnes, ik ga namelijk wel eens naar theatervoorstellingen en naar de film, ik kies dan voorstellingen uit die mij leuk lijken naar aanleiding van de reclame die er voor is gemaakt. Ik ben naar Love actually en Phileine zegt sorry geweest op grond van de gemaakte reclames

17. Wat zijn voor jou de randvoorwaarden voor een humoristische reclame?

Er moet spontaniteit in te zien zijn, het moet origineel zijn en ik vind dat suggestiviteit ook een randvoorwaarde is voor een humoristische reclame.

18. Beschrijf drie ontwerpen van Boulee en Ledoux en maak duidelijk wat de relatie is tussen vorm en functie.

Bij de ontwerpen van Boulee en Ledoux vormen de vorm en de functie één geheel.

19. Beschrijf drie reclamecampagnes die jij goed vindt. Motiveer je keuze.

Ik vind de reclamecampagne van melkunie wel leuk waarin de koe een bommetje maakt in het zwembad. Deze vind ik leuk omdat het niet geloof waardig is dat een koe met slippers aan loopt en een bommetje maakt maar ik vind het wel realistisch overkomen, het ziet er niet nep uit.

De reclame van Cup-a-Soup vind ik wel grappig omdat er altijd wel wat komisch in gebeurt. Er is een reclame van iemand die een rondleiding doet door heel zijn bedrijf en dan heel rustig is. Als hij vervolgens naar zijn kamer gaat en dan iemand binnenkomt gaat hij helemaal over de rooie. Hij biedt daarna zijn excuses aan en iedereen moet dan zeggen: Sjors, je bent een eikel.

De reclame van Baileys vind ik ook altijd wel leuk omdat daar iemand in een café staat en dan het licht uitvalt, hij wordt dan door iemand gezoend maar weet niet door wie. Als het licht weer aangaat gaat hij opzoek naar die persoon omdat hij dat drankje wel lekker vond wat die persoon dronk en dan blijken er een heleboel mensen te zijn die dat drankje drinken.

20. Bespreek jouw keuze met een aantal klasgenoten. Wat zijn de overeenkomsten en verschillen? Betrek ook de producten en de beoogde doelgroep in bespreking.

Ik heb niet de gelegenheid gehad om met een aantal klasgenoten mijn keuzes te bespreken. Daardoor heb ik ook geen overeenkomsten en verschillen kunnen opmerken. De doelgroep van de melkunie reclame is iedereen die melk drinkt. De doelgroep van de Cup-a-Soup reclame is voor iedereen die na vier uur nog scherp wil blijven. De Baileys reclame is voor mensen boven de 16 jaar, omdat het een alcoholische drank is.

21. Onderzoek waarom tv-reclames voor wasmiddelen, maandverband en luiers een hoog irritatiegehalte hebben.

Ze hebben het over het semi-wetenschappelijke gebeuren: hoge absorptie, verwijdert alle vlekken en geen irritatie meer van de billetjes. Dat irriteert mensen omdat het zo overdreven is.

22. Waarom heeft Frits Müller in zijn cartoon een Franse tekst gebruikt?

Het lijkt op de leuze van de Franse revolutie. Hij legt de associatie bij vrij wiet gebruik en het vrijheid idee van de Franse revolutie.

23. Op welke manier ondersteunen de andere elementen de tekst?

De rook boven de molen, de wieken van de molen (zij symboliseren de bladeren van de hennepplant)

24. Zou het mogelijk zijn om, alleen op grond van de visuele informatie, te achterhalen waar deze cartoon over gaat? Verklaar je antwoord.

Het zou wel mogelijk zijn om alleen op grond van de visuele informatie te achterhalen waar deze cartoon over gaat, want de wieken van de molen symboliseren de bladeren van de hennepplant en de molen symboliseert voor Nederland.

25. Is er bij de afbeelding van SIRE sprake van ironie cynisme of sarcasme? Leg uit.

Bij de afbeelding van SIRE is sprake van cynisme, cynisme is bijtende spot, confronterend en dat is deze afbeelding van SIRE ook.

26. Waarom kiezen de bedenkers van de afgebeelde campagne voor deze vorm van humor?

Ze willen zo hard mogelijk laten zien wat er kan gebeuren als je met vuurwerk stunt.

27. Maak samen met een aantal klasgenoten een slogan voor een nieuw anti-vuurwerkcampagne. Verantwoord de keuze, zowel qua vorm als inhoud.

Vuurwerk. Game Over.

Ik heb deze slogan zelf bedacht omdat ik niet met andere klasgenoten heb kunne overleggen. Ik heb deze bedacht omdat er van vuurwerk, zoals iedereen eigenlijk wel weet, heel veel en nare ongelukken kunnen gebeuren. En als je een slachtoffer van vuurwerk bent geworden en je hebt een lichaamsdeel verloren moet je vaak helemaal opnieuw beginne met je zelf leren verzorgen: game over.

28. Beschrijf de karakteristieken van het werk van drie hedendaagse modeontwerpers die humoristische details in hun creaties verwerken, zowel voor heren als voor dames.

Ik ken geen drie hedendaagse modeontwerpers die humoristische details in hun creaties verwerken. Maar eentje is volgens mij wel Coco Chanel.

29. Zoek een ontwerp waar jij wel in gezien wilt worden, eventueel met kleine wijzigingen.



Ik zou dit op zich wel aan willen hebben alleen zonder de mouwen en de ‘cape’ achter de rug.

















30. Vergelijk jouw keuze met enkele klasgenoten. Tot welke conclusies zijn jullie gekomen?

Ik heb niet het genoegen gehad om met klasgenoten te kunnen overleggen dus we zijn ook niet tot conclusies gekomen over de keuzes die we hadden gemaakt.

31. Hoe zou jij het ontwerp van Dali, Gezicht van Mae West (kan als surrealistisch appartement gebruikt worden), uitvoeren? Welk formaat, welke materialen, kleuren, et cetera. Maak een werktekening.

Ik zou het ontwerp van Dali, Gezicht van Mae West, op de volgende manier uitvoeren. Daarbij zal ik het normale formaat, verschillende materialen en kleuren gebruiken.

Het haar is hierbij van stro, de mond is gevormd door een soort bankje en de ogen zijn van een gewoon mens. De neus is getekend.

32. Welke overeenkomsten zie je tussen het ontwerp van Dali en de portretten van de zestiende-eeuwse Italiaanse kunstenaar Giuseppe Arcimboldo?

De overeenkomst tussen het ontwerp van Dali en de portretten van de zestiende-eeuwse Italiaanse kunstenaar Giuseppe Arcimboldo zijn allebei surrealistisch.

33. Wat wordt er bedoeld met de term ‘klassiek ballet’? Geef concrete voorbeelden.

Bij klassiek ballet wordt er gedanst op klassieke muziek en op oorspronkelijke en vastgestelde bewegingen. Een voorbeeld van klassiek ballet is het Zwanenmeer.

34. Noem een aantal specifieke eisen waaraan dansers en danseressen van de klassieke balletten moeten voldoen.

De dansers en danseressen moeten aan de eisen voldoen dat ze lenig, slank en sierlijk zijn en lange, dunne benen hebben. Ook moeten ze goed op hun tenen kunnen dansen.

35. Hoe is de wisselwerking tussen de choreografie en de kostuums in de dansvoorstelling van Groosland?

De wisselwerking tussen de choreografie en de kostuums in de dansvoorstelling van Groosland en een klassiek balletstuk is dat bij klassiek ballet de dansers en danseressen slank en sierlijk zijn, bij Groosland zijn de dansers en danseressen door de kostuums dik. Dat is de wisselwerking in het stuk Groosland.

36. Wat zijn stereotypen? Verzamel een aantal stereotiepen over inwoners van de EEG.

Stereotypering is het isoleren van één eigenschap uit een verzameling van eigenschappen en het voorstellen van die eigenschap als representatief voor de hele verzameling. Groningers zijn stug, Friezen zijn dwars

37. Bespreek met een paar klasgenoten of deze stereotiepen ook van toepassing zijn op andere landen of andere culturen?

Deze stereotypen komen niet voor in andere landen of culturen omdat het typische Nederlandse stereotypen zijn.

38. Waarom is het moeilijker te accepteren dat een ziende grappen maakt over een visueel gehandicapten dan een blinde?

Omdat als een blinde zelf grappen maakt over zijn visuele handicap het niet als discriminerend wordt opgevat doordat hij zelf deel uit maakt van die minderheidsgroepering. Dat neemt echter niet weg dat de grappen niet confronterend zijn.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.