Hoofdstuk 1
1) het dier zo herkenbaar mogelijk laten zien.
2) overwinning en overgeven.
3) ze zijn vrij van de grond en van de muur.
4) om ze echter en vrijer uit te laten zien.
6) -

Hoofdstuk 7

1) Het lichtpunt van het kampvuur lijkt warmer, omdat het verschillende warme kleuren heeft (oranje en zachtgeel). Het licht van een tl-buis lijkt koel omdat er maar één kleur gebruikt wordt. Meestal is dat een koude kleur geel.
2) Omdat er meestal van verschillende kanten lichtbronnen zijn.


3) Omdat het licht van buiten de tent komt (tegenlicht).
4) Door de soldaat op Samsons arm, benen van de man met de lans en het hoofd van Samson op het hoofd eronder.
5) Op de kettingen/ boeien, op de schaar, sieraden van Delila, buik van Samson en gouden kan.
6) Hij wil de mensen er bij betrekken. Hierdoor ziet het schilderij er veel spannender uit.

Hoofdstuk 8

1) de morgen stond heeft goud in de mond / zo rood al een kreeft / hij schijt 7 kleuren bagger / iets in geuren en kleuren vertellen / zo groen als gras / groen en geel voor de ogen zien / een blauwtje lopen / hem bont en blauw slaan.
2) - (vb. logo van 'new york pizza', pakken van 'coolbest', 'andrelon volume'
3) Warm: rood en geel.Koud: blauw en paars.
4) 8.3,9.1,9.4 en 16.3.
5) Bij het groen springt het er meer uit.. Dat komt doordat groen je een warm en vrolijk gevoel geeft. En grijs geeft je een kil en somber gevoel.
6) Is te vel en te druk (agressief), de patiënten worden hierdoor misschien aan hun ziekte/ongeluk herinnerd.



Hoofdstuk 9

1a) Als een groep kleuren weinig van elkaar verschilt, zoals een toontrap.
1b) Een primaire kleur die een klein beetje met een andere kleur gemengd wordt.
1c) In sommige cirkels zit een te groot kleurverschil en er zit opeens blauw in (loopt niet over in geel en rood).
2a) Rood, geel, groen, blauw, oranje.
2b) Door kleur tegen kleurcontrast.
3a) Ja.
3b) Door de vlakken achter elkaar, overlapping en gedetailleerd-vaag.
4a) Alphons Frijmuth laat het harde zien door felle en donkere kleuren te gebruiken (en hij schildert met grof gebaar.)
4b) Hij gebruikt agressieve kleuren zoals rood en blauw.
5) Hij heeft blauw en verhelderend (kleur waar steeds meer wit is aantoegevoegd) blauw gebruikt, daardoor is er een licht-donker contrast.
6a) Hij heeft de kleuren verhelderd en verdonkerd.
6b) Groen, grijs, bruin.

Hoofdstuk 10

1a) Wel: ruimte, groot - klein en gedetailleerd – vaag.
Niet: overlapping, dikke – dunne streepjes en donker – licht.
1b) Vincent gebruikte schaduwen en de brugklasser niet.
2) Vincent: de bomen zelf / de bomen over de weg / de bomen over de bergen.
Brugklasser: de bomen over het huis / bomen over de struiken / struiken over de weg.
3a) Nee
3b) Echt bladeren overlappen elkaar.
4) Aan de schaduw en het donker – licht contrast.

Hoofdstuk 11

1abc) -
2) Door de kleur en vervaging.
3) Je kijkt op het dak van een gebouw en je kan over het gebouw heen kijken.
4) -

Hoofdstuk 12

2a) -. De beeldhouwer heeft elk draaipunt in het lichaam gebruikt en zijn ook duidelijk te zien.
2b) Het lijkt levensecht (en door de spieren nog meer).
3) Als het bijvoorbeeld midden in een bos had gestaan was het niet erg opvallend geweest, maar nu het op een veld staat valt het veel meer op.
4) Zodat de toeschouwer kijkt naar het geheel en niet naar de details.
5) -
6) Overlapping (van de paarden op elkaar en van de personen op de paarden).
7a) Hij heeft er eerst voor gezorgd dat er genoeg klei/steen op die plek zat en daarna heeft hij er lijntjes in gemaakt (van binnen naar buiten).
7b) Het geeft diepte (nu lijkt het net echt).
Hoofdstuk 16
1) -
2) -
3) Ze hebben allemaal ongeveer dezelfde vorm en er zit overal evenveel ruimte tussen,bijzondere vorm.
4a) kleurovereenkomst, primaire kleuren + zwart, beperking lettertypes.
4b) vierkant + driehoek.
4c) zwarte horizontale letters.
5) -
6) uitliggen, schuiven tot er een goeie compositie komt.
7) woord tabak, rook, rood (vuur).
8) Het was erg duur om het mozaïek en de muurbeschilderingen te maken, doordat het handwerk was met kostbare materialen.
9) Vanwege de foto’s die aan de muur hangen. Strak uiterlijk, goed bij elkaar gezocht.
10) computer, radio, posters, mp3/ipod, mobiel.

Hoofdstuk 18

1) Op 18.2 getekend / heeft een potlood in zijn handen.
Op 18.1 geschilderd / heeft een schilderspalet in zijn handen.
2) 18.1 figuratief en 18.2 non-figuratief.
3) Dingen die je hand tekent.
4) Het is precies hetzelfde, alleen dan op papier, je kunt de details zeer goed zien.
5) -
6) Door het in het midden van een gebroken raam te tekenen.
7) Het beeld blijft op de scherven zitten.
8) De sleutel naar wat nep is.
9) Naar wat een vrouw van binnen wil.
10) Hij is anders dan de echte en die van Dali.
11) Het touw bedekt maar heel weinig, door het touw wordt je aandacht meer gevestigd op wat eronder zit.
12) Surrealistisch / het zijn voorwerpen die vaak worden gebruikt, maar op een ongewone manier.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

R.

R.

ik vind het echt goed dat u dit erop hebt gezet maar wat bedoelt u met:
Hoofdstuk 11
1abc) -

zijn dit toets antwoorden ofzo?

9 jaar geleden

J.

J.

Goedzo!

7 jaar geleden