Gezocht: vmbo-scholieren uit jaar 3 of 4! Vul deze vragenlijst over het mbo in, en maak kans op een cadeaubon van 25 euro.

Meedoen

Thema 4

Beoordeling 5.4
Foto van een scholier
  • Antwoorden door een scholier
  • 2e klas havo/vwo | 576 woorden
  • 25 februari 2004
  • 133 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.4
  • 133 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Musical The Prom verloot een limousine naar je eindfeest!

Zit je middenin je eindexamens en wil je in stijl naar je eindfeest? Doe dan mee aan de winactie en maak kans op een limousine die jou en je vrienden naar jullie eindfeest brengt!

Ja, ik doe mee!
Basisstof 1
De samenstelling van bloed

Opdracht 1:

1) 90% uit water met opgeloste stoffen
2) Zuurstof, voedingsstoffen, koolstofdioxide en andere afvalstoffen.
3) Bloed bestaat uit 40% bloedcellen en bloedplaatjes
4) Hemoglobine
5) IJzer
6) De persoon bevat niet genoeg hemoglobine
7) Witte bloedcellen kunnen van vorm veranderen. Hierdoor kunnen ze door de kleine openingen van de bloedvat heen en hebben ze ook een functie buiten de bloedvaten.
8) Witte bloedcellen gaan dood bij het bestrijden van binnengedrongen bacterïen. De dode witte bloedcellen en dode bacteriën vormen samen etter en pus.

9) De bloedplaatjes en bloedplasma.
10) Bij iemand met trombose heeft,is een gestolde bloedprop binnen een bloedvat ontstaan. De bloedprop kan de bloedvat afsluiten

Opdracht 2:

Rode bloedcellen Witte bloedcellen Bloedplaatjes
1 hebben ze een celkern Nee Ja Nee
2 wat is hun functie Zuurstof transport Vernietiging ziekteverwekkers Bloedstolling
3 hoeveel zitten er in 1 mm³ bloed 5 000 000 5 000 300 000

Opdracht 3:
Zie de knipbladen.

Basisstof 2
De bloedsomloop

Opdracht 4:

1) omdat het bloed per omloop 2 keer door het hart stroomt.
2) Zuurstof opnemen in het bloed en koolstofdioxide afgeven aan de lucht.
3) Rood is zuurstofrijk. Bloed van de longen is zuurstof rijk

Basisstof 3
Het hart

Opdracht 5:
Zie de knipbladen


Opdracht 6:

1) In de borstholte, iets naar links onder het borstbeen
2) Kransslagaders
3) Kransaders
4) De kamers, want de kamers pompen het bloed veel verder weg dan de boezems
5) De linkerkamer, want de linkerkamer pompt het bloed door het heel lichaam en de rechterkamer alleen naar de longen.

Opdracht 7:

Kleine bloedsomloop Grote bloedsomloop
Volgorde 1 rechterkamer 1 linkerkamer
2 longslagaders 2 aorta
3 longen 3 organen
4 longaders 4 holle aders
5 linkerboezem 5 rechterboezem

Opdracht 8:

1) Het cholesterol dat zich aan de wand heeft bevestigd kan dan niet meer loskomen. Daardoor wordt de cholesterollaag aan de bloedvatwand dikker en bloedvat steeds nauwer.
2) De bloedvaten raken verstopt doordat een dikken cholesterollaag bevindt
3) Trombose en aderverkalking
4) Doordat de taak die een kleine, verstopte aftakking van een kransslagader had, wordt overgenomen daar een andere aftakking.
5) – niet te veel vette voedingsmiddelen eten
- niet roken
- zorgen voor regelmatige lichaamsbeweging

Basisstof 4
De bloedvaten

Opdracht 9:

Slagaders Aders
1 het bloed stroomt Van het hart weg Naar het hart toe
2 de bloeddruk is Hoog Laag
3 de wand is Dik stevig en elastisch Dun
4 de bloedstroom is Kloppend Niet kloppend, regelmatig
5 ze liggen meestal Diep in het lichaam Minder diep in het lichaam
6 kleppen bevinden zich Alleen bij het hart ( de halvemaanvormige kleppen) Op veel plaatsen

Opdracht 10:

1) De wand van een haarvat is een cellaag dik.
2) Zuurstof en voedingsstoffen.
3) Koolstofdioxide en andere afvalstoffen.
4) De aderkleppen laten het bloed maar 1 richting door, in de richting van het hart. Als het bloed terug dreigt te stromen, sluiten de kleppen vanzelf doordat het bloed de kleppen dichtduwt. Langzaam word het bloed terug gevoerd naar het hart.
5) Omdat uit een slagader het bloed snel en met grote kracht naar buiten stroomt.

Basisstof 5
Uitscheiding

Opdracht 11
Zie de knipbladen

Opdracht 12

1) De leverslagader en poortader
2) Leverader
3) Het bloed is afkomstig van de darmwand waar zuurstof uit het bloed al verbruikt is.
4) In de darmwand zijn verteringsproducten vanuit de dunne darm in het bloed zijn opgenomen.
5) Wordt tijdelijk opgeslagen
6) De longslagaders.
7) De longaders.

Basisstof 6
Uitscheiding

Opdracht 13:

Zie de knipbladen

Opdracht 14:

1) In de buikholte, links en rechts van de wervelkolom, vlak onder het middenrif.
2) Nierschors en niermerg.
3) Afvalstoffen,overtollig water, overtollige zouten en schadelijke stoffen
4) Verzamelen van urine
5) Afvoeren van urine naar urineblaas
6) Tijdelijk opslaan van de urine
7) Afvoeren van urine uit het lichaam
8) Als je veel gedronken hebt, produceren de nieren veel urine
9) De urine is licht van kleur
10) Als je al enige tijd dorst hebt, produceren de nieren weinig urine
11) De urine is donker van kleur

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.