Leerdoelen

Beoordeling 4.3
Foto van een scholier
  • Antwoorden door een scholier
  • 4e klas havo | 1796 woorden
  • 17 maart 2002
  • 55 keer beoordeeld
  • Cijfer 4.3
  • 55 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ANW
Blok 3 hoofdstuk1

1. Bij het winnen van metalen uit ertsen, door het gebruik van planten bij medicijnen en bij het brouwen van bier.
2. Het waren magische gebeurtenissen voor hen. Ze geloofden, hoe ze ijzer maakten, dat ze toverde.
3. Over chemie als wetenschap denkt men over het algemeen positief. Wetenschap geniet gezag. Chemie kan ook negatieve klanken oproepen. Chemie is een soort vervuilende industrie. Zelf ben je ook een chemische fabriek waarin voedsel wordt omgezet in andere stoffen en dus ook afvalstoffen.
4. CFK’s die de ozonlaag aantasten en bestrijdingsmiddelen.

5. In de natuurwetenschappen zijn de grootste ontdekkingen gedaan door de wantrouwen in bestaande ideeën en theorieën. Natuurwetenschappers moeten duidelijk maken wat de feiten zijn.
6. Dagelijkse dingen: wasmiddelen en plastic.
Niet dagelijkse dingen: permanent en bestrijdingsmiddelen.
7. De Grieken gaan uit van 4 oerelementen (aarde, water, lucht en vuur) en zijn van mening dat deze het heelal vormen.
8. Water verandert in aarde en lucht.
9. Zwavel en kwik zijn de basiselementen waaruit andere stoffen worden gemaakt.
10. Hoe meer mercuur des te edeler het metaal. Hoe meer sulfer een stof bevat, des te brandbaardere stof.
11. Levenselixer zou de kwaden genezen, het leven verlengenen zelf onsterfelijk geeft.
12. Een honderdtal elementen zijn de bouwstenen van alle stoffen die op de aarde voorkomen.
13. Koolstof, zuurstof, stikstof en waterstof.

14. Dat er uit een element steeds nieuwe stoffen ontstaan.
15. Van het Griekse woord atomos=ondeelbaar.
16. Democritus bedacht dat alle materie opgebouwd zou kunnen uit zeer kleine deeltjes, die zelf niet meer deelbaar zijn. Dalton had de stap dat een atoom een deeltje omgeven door een warmte-atmosfeer waardoor 2 dezelfde atomen elkaar onderling altijd zouden afstoten. Verschillende atomen konden zich vanwege hun verschillende aard wel met elkaar verbinden. Avogrado had de stelling: stoffen zoals waterstof, zuurstof en stikstof bestaan niet uit enkelvoudige atomen maar uit 2-atomige moleculen. Canizarro zegt dat Avogrado gelijk heeft. Thomson stelde het bestaan van het elektron vast. Dit komt vrij uit metalen. Rutherford beschrijft een atoom opgebouwd uit een kleine massieve kern met daaromheen bewegende elektronen in een ijle ruimte. Bij Niels Bohr krijgen de elektronen banen toegewezen.
17. Een model is nooit werkelijk. Altijd weer zullen er aanpassingen aan het model moeten plaatsvinden om dingen te verklaren.
18. Modellen kunnen gebruikt worden in de wetenschap.

Hoofdstuk 2.

1. Er werd een overgang gemaakt van voedsel door akkerbouw en veeteelt.
2. Voedsel, kleding en warmte.
3. De arabieren gebruikten watermolens voor het malen en kneuzen van grondstoffen, vals en hennep, waaruit papier gemaakt werd. Zo ontstond ook de boekdrukkunst. Het werd een complete industrie. Steeds meer, steeds sneller en steeds goedkoper.
4. Het reinigen van lichaam en leden staat hoog in de vaandel van onze samenleving.
5. Voor geneesmiddelen tegen ziektes.
6. Weet niet.
7. De aspirine vindt zijn oorsprong uit de plant. Er zit de stof Salicylzuur in. Deze is werkzaam in ons lichaam en vermindert de pijn.
8. In de alchimie was mengen en uit elkaar halen van stoffen een heel belangrijk manier van werken. Door de scheidingsmethode destillatie is dit vergemakkelijkt.
9. Uit steenkoolteer worden door destillatie allerlei nuttige stoffen gehaald zoals aniline. Daaruit kan de kleurstof indigo gemaakt worden. Met die kleurstof konden bijv. broeken geverfd worden.
10. Voedsel en landbouw. Als een plan of boom groeit neemt het koolstofdioxide uit de lucht en water en voedingstoffen uit de bodem op. Voedingsstoffen in de bodem bevatten elementen die de plant nodig hebben.
Kleding. Kleding is gemaakt van vezels. Vezels kunnen zeer sterke van structuur verschillen. Daardoor kan kleding gemaakt worden.

Hoofdstuk 3

 In de natuur met het doen van experimenten. In Engeland.
 Door technische ontwikkelingen van agrarisch tot industrieel.
 Spin- en weefmachines worden steeds groter waardoor thuisarbeid wordt vervangen door fabrieksarbeid. De stoommachine kon een groot aantal machines tegelijk aandrijven waardoor de definitieve doorbraak van fabriekssysteem tot stand kwam. (de met stoomaandrijvende werkende katoenfabrieken werden het symbool van de industriële samenleving.)
 Door het verbeteren van het synthetische proces alizarine.
 In Engeland hadden ze geen oog voor de nieuwste ontwikkelingen en gingen verder met de oude technieken. De Duitse gingen wel verder met de nieuwe ontwikkelingen en groeide uit tot gigantische reuzen.
 Destillatieprocessen, kraakprocessen (ontledingsprocessen.)
 Eerst werd kunststof toegepast als goedkope vervangers. Later is dit uitgegroeid tot superieure materialen met unieke eigenschappen.
 In 1930 is een start gemaakt in de kunstvezel- en plasticindustrie. De WO2 heeft hier nog een extra bijdrage aan geleverd. Na de WO2 zijn nog vele wetenschappelijke onderzoeken geweest die hun vruchten hebben afgeworpen.
 Hierdoor werd de grond vruchtbaarder.

 De klassieke biotechnologie is een uitbreiding van de primitieve biotechnologie uit de oudheid. Er wordt gebruik gemaakt van biochemie, microbiologie en proceskunde. In de moderne biotechnologie gaat het steeds om micro-organismen en enzymen bepaalde stoffen te laten maken. Ook een belangrijke rol is het ontwerpen van micro-organisme en het beheersen van processen. 2 voorbeelden zijn: recombinant-DNA-technologie en celfusietechnologie.
 Je komt het tegen in de voedingsmiddelen-, wasmiddelen- en geneesmiddelenindustrie.
 Een voorbeeld vinden we bij de productie van cytokine. Bij een patiënt met beenmergproblemen wordt geen cytokine meer aangemaakt. Hier plaatsen ze op het DNA waar de info voor cytokine ligt een bacterie die cytokine aanmaakt.

Hoofdstuk 4.

 Industrieel en huishoudelijk afval.
 Rookgassen, rioolwater en vast afval.
 (Hoe kan de hoeveelheid afval binnen de perken kunnen blijven)
 door hergebruik kunnen kringlopen kortgesloten worden zodat uitputting en bodemgrondstoffen tegengegaan wordt. Dit is een vorm van hergebruik van bijv. blik en glas.
 Je kunt de twee aspecten onderverdelen in: - duurzame productie lezen in de zin dat het proces zelf duurzamer is, of - in de zin dat het duurzame proces producten oplevert.
 We hebben de soorten biopolymeren (kunstoffen door micro-organismen gemaakt en afgebroken) en synthetische polymeren (kunstoffen afbreekbaar door zonlicht)
 De meeste kunstoffen zijn niet afbreekbaar in de natuur.
 Zij moeten een nieuwe wetgeving maken en subsidies geven en zorgen voor gecoördineerde inzameling.
 Fossiele energiebronnen raken langzamerhand op. Daardoor gaan ze langzaam bezig met duurzame energiebronnen. In Nederland heeft de overheid al diverse nota’s opgesteld waarin beleidmakers beschrijven hoe duurzame energiebronnen bijdragen aan de energiebehoefte in Nederland.

 Massaspectroscopie is een van de meest gebruikte analysemethodes. Met een massaspectrometer kunnen bewijzen worden verzameld tegen vervuilers bij milieuschandalen. Deze methode wordt vaak gebruikt in combinatie met een andere methode.
 Bij deze methode is maar weinig van een stof nodig om vervuiling aan te tonen. Er kan dus snel aangetoond worden of je wel of niet met verontreiniging te maken hebt.

Blok 2 hoofdstuk 1.

 Water, land en onderste deel van atmosfeer bestaat uit leven en is samen de biosfeer.
 Waterstof, stikstof, zuurstof, koolstof, fosfor, zwavel, calcium, ijzer, magnesium, koper, mangaan, zink en jodium zijn de belangrijkste stoffen waaruit levende wezens bestaan.
 Eiwitten bestaan uit koolstof, waterstof, zuurstof en stikstof.
Glucose bestaat uit C6H12O6.
 Koolstofassimilatie is het proces waarbij anorganische stoffen met zonne-energie omgezet worden in organische stoffen.
 Dieren maken veel koolstofdioxide en planten maken zuurstof.
 De zon geeft warmte, licht en UV-straling af.
 Vanuit het heelal komen gevaarlijke stralingen op ons af. Gassen in de atmosfeer absorberen deze straling. Hoog in de atmosfeer bevindt zich een dunne ozonlaag. Dit gas filtert schadelijke ultraviolette straling uit de lucht.
 De 3 belangrijkste kringlopen zijn: - waterkringloop op aarde, kringloop van koolstofatomen en de voortdurende kringloop en stikstofkringloop.

 De massa van alle stoffen voor een reactie is gelijk aan de totale massa van de stoffen na de reactie. Massa gaat niet verloren. Dit is de zogenaamde wet van behoud van massa.
 Energie is het vermogen om arbeid te verrichten en warmte over te brengen.
 De wet van behoud van energie is dat energie niet verloren kan gaan of uit het niets te voorschijn kan komen. Energie in het heelal is constant.
 Vormen van energie: - zwaarte-energie, bewegings-energie.
 Kwaliteit van energie kan omschreven worden als de mate waarin een energiebron nuttige arbeid kan verrichten.

 Om in leven te blijven en te groeien heb je energie nodig. Je neemt daarvoor stoffen op. In je lijf worden een aantal stoffen weer verbrand. Hierbij wordt hoge kwaliteitsenergie omgezet in lage kwaliteitsenergie. Het nettoresultaat van leven is: verlies aan kwaliteit van energie.

Hoofdstuk 2.

 Leven is in beweging en verandert steeds.
 Die planten die we dan terug vinden hebben geen schadelijk zonlicht gehad. Doordat schadelijke stralingen de aarde niet bereiken is leven mogelijk.
 De koolstofconcentratie wordt door het ontstaan van leven hoger door bijv. de lucht die we uitademen.
 Het berust gewoon op toeval dat zuurstof, waterstof , stikstof, koolstof en water op het juiste moment bij elkaar zijn gekomen.
 Het is begonnen met water, planten zijn ontstaan, humus is ontstaan waardoor organismen kunnen ontwikkelen, hieruit kwamen eencellige dieren op het land en zo is het verder gegaan.
 Er ontstaan bepaalde kringlopen aan voedingsstoffen. Daarmee kunnen planten zich weer voortplanten en begint alles weer van voor af aan.
 Lucht, water, bodem en alle levende wezens vormen samen een organisme.
 Je kunt het aanvechten. Als je normaal een wetenschappelijke theorie voorspelt kan je uitzoeken of het juist is, maar bij Gaia stuit je op onoverkomelijke problemen.
 Zie bron 6.

Hoofdstuk 3.

 Het vervoer (NS), fabrieken (industrie), de bouw en landbouw.
 - in de economie gebruiken we wiskunde.
- wiskunde wordt gebruikt in de filosofie (logische stappen nemen) (logica)
- en we gebruiken biologie in de psychologie (geneeskunde)
 In de 19e eeuw waren er de stoommachine, textiel, scheepvaart en trein. Aan het eind 19e eeuw begin 20e eeuw waren er de auto’s en de ruimtevaart.
 Computers, antibiotica (penicilline) en satellietverbinding.
 Genetische modificatie: DNA veranderen bij bijv. tomaten en aardappels.
Transgeen: erfelijke informatie van een soort inbouwen in DNA van een ander soort.
In-vitrofertilisatie: bevruchting buiten de mens (reageerbuis baby)
Recombinant-DNA-technologie: recombineren van DNA.
 Groen revolutie is het gaan naar industrie.
Voordeel is: je krijgt ECO-boeren (deze spuiten geen vergif)
Nadeel is: minder oogst dus kleine opbrengst, omdat de oogst wordt opgevreten door insekten.

Hoofdstuk 4.


 De ecologische dimensie, de economische dimensie, de sociaal-politieke dimensie en de culturele dimensie.

 Als de bevolking toeneemt zal voedsel over meer mensen verdeeld moeten worden en is het leven voor veel mensen slechter. Als de bevolking afneemt hebben de mensen meer voedsel en is het leven beter.
 Ze worden er beide “ziek” van. Mensen in ontwikkelde landen krijgen ziektes door teveel eten en mensen in onderontwikkelde landen krijgen ziektes door te weinig eten.
 De landbouwgrond is hier uitgeput door roofbouw. Er moet hier een groene revolutie komen.
 Onder mondiale duurzaamheid verstaan we dat elk mens op de wereld hetzelfde moet krijgen en dat er dezelfde verhoudingen moeten komen.
 Bij de westerse cultuur draait alles om de mens. De mens is buiten de natuur geplaatst.
Veel niet-westerse culturen zijn afgestemd op de natuur. De mens is een van de schakels in de keten. Planten
en dieren hebben ook recht.
 Christenen en humanisten vinden dat alles om de mens draait. Islam vindt dat een fundamentele eenheid en gelijkheid van mens en natuur. Bij yin yang staat de mens niet tegenover de natuur. Voor het boeddhisme en hindoeïsme geldt dat de mens een vanzelfsprekend onderdeel van de natuur is.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

A.

A.

Ey Maikel!
Bedankt voor je samenvatting!!echt vet relaxed!!
Ik ben echt heel erg slecht in anw en ik binnenkort een dossiertoets dus dit ga ik zeker gebruiken!!dank je!!!

kusss
Anouk

20 jaar geleden

I.

I.

haa
bedankt!!!!!!!!!!

18 jaar geleden