Module 5: Marketing

Beoordeling 7.5
Foto van een scholier
  • Aantekening door een scholier
  • 4e klas havo | 996 woorden
  • 30 januari 2016
  • 1 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.5
  • 1 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
M&O

5.1 Marketingbeleid



Marketing omvat alle activiteiten van een organisatie om de verkoop van producten of diensten te bevorderen.



Marketing is daarmee alles wat een organisatie moet doen om:




  • Producten of diensten te ontwikkelen die passen bij de behoefte van de klant

  • Klanten te vinden en te behouden

  • De klant zover te krijgen dat hij het product koopt

  • Ervoor te zorgen dat de klant blijft met zijn aankoop



Marketingmix




  • Productbeleid: de producten die een onderneming aanbiedt

  • Prijsbeleid: de prijs die een onderneming voor het product vraagt

  • Promotiebeleid: De manier waarop een onderneming haar product onder de aandacht brengt

  • Plaatsbeleid: de keuze van de vestigingsplaats

  • (Personeelsbeleid)



Marketing in niet-commerciële organisaties



Marketing door niet-commerciële organisaties heet ook wel not-for-profitmarketing. Not-for-profitmarketing is een vorm van marketing zonder winstoogmerk.



Hierbinnen zie je marketingvormen als:




  • Promarketing: de totale vraag naar een niet-commercieel product te stimuleren.

  • Contramarkteting of countermarketing: ongewenst gedrag van een andere organisatie bestrijden.

  • Demarketing: de totale vraag naar een product terug te dringen.

  • Conversiemarketing: de negatieve houding van mensen omvormen tot een positieve houding.



Marketing en MVO



Duurzame ontwikkeling  is de ontwikkeling die aansluit op de behoeften van het heden zonder het vermogen van de toekomstige generaties in gevaar te brengen.



Een aspect van het streven naar duurzaamheid is MVO. Ondernemingen die maatschappelijk verantwoord ondernemen laten zich leiden door de drie P’s:




  1. Profit. (Winst)

  2. People. (Sociale aspecten)

  3. Planet. (Milieu)



5.2 Productbeleid



Het productbeleid is opgebouwd uit verschillende productinstrumenten. De combinatie van deze instrumenten heet de productmix. De productmix bestaat uit:




  • Assortiment

  • Merk

  • Verpakking

  • Service

  • Garantie

  • Kwaliteit



Assortiment



Verschillende kenmerken:




  • Breedte: aantal soorten artikelen.

  • Diepte: aantal verschillen binnen hetzelfde soort artikel.

  • Hoogte: gemiddelde prijsniveau van de producten.

  • Consistentie: de mate waarin artikelen bij elkaar horen.



Differentiatie en innovatie



Differentiatie: een ondernemer moet ervoor zorgen dat zijn product net iets anders is dan dat van zijn concurrent.



Innovatie: de vernieuwing van het product.



Merken




  • A-merk: Erg bekend en in meer dan 70% van de verkooppunten verkocht.

  • B-merk: Minder bekend en in minder dan 70% van verkooppunten verkocht.

  • C-merk: Laag prijs- en kwaliteitsniveau.

  • D-merk: Producten van tussenhandelaren.



Productlevenscyclus



Het verloop van de afzet van een bepaald product. Dit heeft vijf fasen:




  1. Productontwikkeling en introductiefase



Nieuw product net op de markt moet even wennen.




  1. Groeifase



Het product slaat langzaam aan.




  1. Volwassenheidsfase



De groei neemt af, bekend bij een breed publiek.




  1. Verzadigingsfase



Vrijwel iedereen die het wilde, heeft het product gekocht.




  1. Teruggansfase



De afzet loopt zeer sterk terug.




  1. Prijsbeleid



Er zijn verschillende soorten concurentie georienteerde prijsinstellingen:




  • Me-too pricing



Prijzen worden vastgesteld op basis van de prijzen van de marktleider.




  • Premium: net iets boven de prijs.

  • Discount: Net iets onder de prijs.




  • Going rate pricing



Prijzen worden vastgesteld op basis van de gemiddelde marktprijs.




  • Put-out pricing



Met lagere prijzen een concurrent uit de markt werken.




  • Stay-out pricing



Nieuw product voor een zeer lage prijs.




  • Backward pricing



Het vaststellen van de verkoopprijs door naar de gemiddelde consumentenprijs op de markt te kijken.




  • Price-fixing



De onderneming maakt met zijn concurrenten prijsafspraken om de prijzen hoog de houden



Kartel: een overeenkomst tussen ondernemingen om de onderlinge concurrentie te beperken of uit te schakelen.



Prijsbeleid op basis van de vraag



Voorbeelden:




  • Afroom- en penetratieprijzen

  • Psychologische prijzen

  • Prijsdiscriminatie

  • Prijskortingen




  1. Plaatsbeleid



Distributiekanalen



Bij de keuze voor een distributiekanaal kan een onderneming kiezen voor:




  • Directe distributie of direct marketing



Onderneming -> klant




  • Indirecte distributie



Onderneming -> tussenschakeling -> klant




  • Lang kanaal: meerdere tussenschakels, ook wel: klassieke keten genoemd

  • Kort kanaal: een tussenschakel




  • Duale distributie of multi-channeling



De onderneming maakt gebruik van twee of meer distributie kanalen.



Soms kan dit leiden to een kanaalconflict.




  • Cross-channeling



De klant kiest zelf via welke distributiekanalen hij goederen afneemt.



Voor- en nadelen van directe of indirecte distributie:























 

Directe distributie



Indirecte distributie



Voordelen




  • Weg naar de klant is kort en overzichtelijk

  • Veel greep en invloed op het verkoopproces

  • Geeft snel informatie over de markt

  • Geen tussenkosten




  • Groot bereik van klanten

  • Zeer geschikt voor producten waarbij de klant weinig uitleg nodig heeft

  • Geschikt voor het soort producten dat via webwinkels wordt verkocht



Nadelen




  • Hoge kosten om een eigen verkooporganisatie op te zetten

  • Kan afzetmogelijkheden beperken

  • Door een webwinkel beperkt hij zich tot de mensen die via internet kopen




  • Niet geschikt voor goederen met uitleg

  • De weg naar de klant is minder overzichtelijk

  • Moeilijk om de informatie via de eindgebruiker te verzamelen






Logistiek



Externe: optimaal transporteren



Interne: vullen van de vakken en de looproute




  1. Promotiebeleid



Reclame is een commerciële communicatie over goederen en organisaties, waarbij de media worden gebruikt en waarvan het doel is de kennis, de houding en het gedrag van een doelgroep te beïnvloeden.



Reclame kent verschillende verschijningsvormen:




  • Paid media: advertenties, tv-spotjes, radio en internet.

  • Owned media: eigen website, blog of twitter.

  • Earned media: mond-tot-mond of het nieuws.



Verschillende soorten media:




  • Gedrukte media



Dagbladen, tijdschriften, huis-aan-huis bladen en direct mail.




  • Outdoormedia



Affiches, posters, billboards en reclameborden.




  • Audiovisuele media



Radio, tv en de bioscoop.




  • Interactieve media




  • Internet

  • Social media

  • E-mail



Iedereen moet zich houden aan de Nederlandse Reclame Code. Opgestelde regels door het bedrijfsleven en de consumentenorganisaties waaraan een reclame moet voldoen. Zo is een misleidende reclame verboden. Klachten over reclame-uitingen kunnen worden ingediend bij de Reclame Code Commissie.



Salespromotion



Voorbeelden:




  • Tijdelijke prijskortingen

  • Meer inhoud of betere kwaliteit voor dezelfde prijs

  • 3 halen, 2 betalen

  • Gratis artikelen bij aankopen boven een bepaald bedrag

  • Opruiming van winkeldochters

  • Spaarzegels, bonuskaarten en airmiles



Persoonlijke verkoop



Het onderhouden van persoonlijke contacten tussen de onderneming en haar klanten met als doel de verkopen te bevorderen. Verschillende vormen:




  • Persoonlijke bediening

  • Vertegenwoordigers

  • Telemarketing

  • Persoonlijke email

  • Colportage

  • Beurzen en tentoonstellingen



Sponsoring



Het financieel of materieel ondersteunen van personen of organisaties in ruil voor reclame-uitingen. Drie vormen:




  1. Sportsponsoring: evenementen of sportploegen sponsoren.

  2. Cultuursponsoring: musea of muziekuitvoeringen sponsoren.

  3. Televisiesponsoring: een tv-programma sponsoren.



Doelen hiervan:




  • Merkbekendheid vergroten

  • Goodwill kweken

  • Imago verbeteren



Public relations



Een communicatiestrategie gericht op het bevorderen van wederzijds begrip tussen een organisaties en het publiek. Voorbeelden:




  • Publiekvoorlichting over de onderneming of de producten van het bedrijf via foldermateriaal of op internet

  • Free publicity: persberichten verspreiden etc.




REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.