Feniks vwo 1 hoofdstuk 3 paragraaf 1

Beoordeling 0
Foto van een scholier
  • Aantekening door een scholier
  • 1e klas vwo | 754 woorden
  • 26 mei 2022
  • nog niet beoordeeld
  • Cijfer
  • nog niet beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!

         Geschiedenis samenvatting h3



P1 Het romeinse rijk


Het oudste Rome


Rome handelde veel met bijvoorbeeld Griekse kolonies in Zuid-Italië. Zij waren al veel verder in de ontwikkeling dan de Romeinen. Wel had Rome zelf zout te bieden, dat was in de achtste eeuw v. Chr. heel zeldzaam. In ruil voor het zout leerden de Grieken de Romeinen olijfolie en wijn kennen, de aanleg van havens en het gebruik van schrift en munten. Ook namen de Romeinen het Griekse godensysteem voor een deel over.


Vanaf ongeveer 620 v. Chr. kreeg Rome koningen uit belangrijke Etruskische families. Er kwamen ook veel Etrusken in Rome wonen en werken. Vanaf toen begon Rome pas echt een stad te worden, dankzij de Etrusken. Op het Capitolium werd een tempel, de hoge burcht van Rome, gebouwd. En met hulp van de Etrusken werd de moerassige bodem onder de Capitolijnse heuvel drooggelegd voor het forum.


Toch bleef de landbouw het belangrijkste middel van bestaan voor de Romeinen, en dan vooral de veeteelt. Graan was in de Oudheid het belangrijkste middel van bestaan, maar Rome was hiervoor al vroeg afhankelijk van import en dat is vanaf toen ook altijd zo gebleven.


Rome als wereldmacht


Toen de Romeinen in de 3e en 4e eeuw hun macht steeds meer uitbreidden over Italië en Griekse kolonies in Zuid-Italië veroverden kwamen ze in contact met de rijke Griekse hellenistische cultuur. Totdat de Romeinen heel Italië bemachtigd hadden en stuitten op een gevaarlijke concurrent. Carthago. In de 3e eeuw v. Chr. voerden de Romeinen 2 oorlogen tegen de Puniërs (zo noemden de Romeinen de Carthagers). Uiteindelijk versloegen ze Carthago met moeite, maar er was nu wel echt spraken van een Imperium Romanum. In 2 eeuwen veroverde Rome het westelijke deel van de hellenistische rijken en bijna heel Spanje en Noord-Afrika. Vanaf toen vochten de Romeinen alleen nog maar in Griekenland, Turkije of Syrië.


Tot aan de Tweede Punische oorlog, bestond het Romeinse leger alleen maar uit Romeinse burgers die hun wapens zelf betaalden. Vanaf de 2e eeuw werden zo langzamerhand ook soldaten toegelaten die geen geld hadden om hun eigen wapens te betalen. Eens steeds groter deel van het Romeinse leger bestond uit arme vrijwilligers die rijk hoopten te worden door de oorlogsbuit.


____________________________________________________________________________________________________


Nooit meer een koning!


In 509 v. Chr. werd de monarchie afgeschaft. Rome werd vanaf toen een Republiek, nooit meer één persoon met veel te veel macht, en de macht mocht ook niet meer overgaan van vader op zoon. Elk jaar kozen de Romeinen 2 nieuwe consuls, 2 personen als hoogste machthebbers. Ook voor de andere bestuursfuncties werden er ieder jaar een even aantal mannen gekozen. Dit allemaal zodat de macht eerlijk verdeeld werd. Iedereen die 1 jaar in het bestuur had gezeten, kwam daarna automatisch in de senaat terecht. Eerst bestond de senaat uit 300 leden en vanaf 80 v. Chr. uit 600. De senaat gaf de consuls advies, maar meestal werd dat advies ook echt opgevolgd.


Patriciërs en Plebejers


De plebejers hadden nauwelijks politieke invloed, de patriciërs daarentegen wel. De plebejers mochten wel meestemmen in de volksvergadering, maar hun stemmen telden minder mee dan die van de patriciërs. Vanaf 287 v. Chr. hadden de plebejers dezelfde rechten als de patriciërs. Ze hadden in feiten zelfs nog wat meer macht, want minimaal 1 consul moest een plebejer zijn en ze hadden ook hun eigen bestuurders, de tien volkstribunen, die hen moesten beschermen en steunen.


De keizertijd


De keizertijd begint rond 30 v. Chr. met de regering van Augustus. Na de dood van keizer Augustus was het voor iedereen duidelijk dat de Republiek niet meer terug zou komen. Toch bleef de senaat en ook oude functies bestaan, wel had de keizer voortaan de macht.


____________________________________________________________________________________________________


De derde eeuw


De 1e en 2e eeuwen waren goede eeuwen voor de romeinen. Er heerste welvaart en rust in het Romeinse rijk. Maar omdat het Romeinse rijk op een gegeven moment zo groot was, was het moeilijk te verdedigen. De grenzen waren veel te lang. Hierdoor konden de Germanen in steeds grotere groepen het rijk binnenkomen. Rond 250 was er bijna overal chaos: economisch, in het bestuur en in het leger.


Keizer Diocletianus


Keizer Diocletianus probeerde tussen 284 en 305 met strenge maatregelen de boel weer op orde te krijgen. De boeren behoorden voortaan bij de grond die ze bewerkten en in de stad moest iedereen hetzelfde beroep hebben als zijn vader. Er kwamen veel ambtenaren bij om alles te controleren en om het rijk beter te kunnen besturen en verdedigen werd het in stukken opgedeeld. Het West-Romeinse rijk had een keizer + onderkeizer en voor het Oost-Romeinse rijk gold hetzelfde.


____________________________________________________________________________________________________

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.