Bipolariteit van de geschiedenis + Koude Oorlog

Beoordeling 6
Foto van een scholier
  • Aantekening door een scholier
  • 6e klas aso | 2750 woorden
  • 4 december 2016
  • 23 keer beoordeeld
  • Cijfer 6
  • 23 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
Bipolariteit

De korte 20ste eeuw: een bipolaire wereld (1914-1989/1991)

De jaren 1989/19991 gelden als het einde van de korte 20ste eeuw, omdat in die jaren de communistische regimes in Oost-Europa instorten en de SU in ’91 ophield met bestaan. Hierdoor was er een einde gekomen aan een ideologische tegenstelling en de polarisatie (=verscherpen van tegenstellingen tussen (groepen) mensen) die ontstond door de Russische Oktoberrevolutie in 1917).

De gebeurtenis van de 20ste eeuw: de communistische revolutie. Het sovjetcommunisme hield in de 20ste eeuw vol dat het (de communistische revolutie) een alternatief was voor het kapitalisme en dat het ging helpen om te overwinnen.


Het doel van bolsjevistische revolutie: niet enkel om het socialisme in Rusland te brengen, maar ook een proletarische revolutie (=de werkende klasse heeft de controle over de politieke macht) over de hele wereld.

A. WAT VOORAFGING (tot en met 1945): hoe is bipolaire situatie in de wereld tot stand gekomen?

INSTAP

De pijlers van bipolariteit:

PIJLER 1 (ligt in de lange 19de eeuw) Geopolitiek: het ontstaan van twee grootmachten van continentale omvang.

PIJLER 2 Ideologische tegenstellingen tussen beide grootmachten (ontstaan in WOI). Zij verdedigden een volkomen tegengestelde maatschappijorde: democratie ↔ communisme

→ de polarisering (=de oneensheid tussen mensen groter maken) versterkte nog tijdens het interbellum en WOII.

→ nieuwe wereldorde van de bipolariteit door de ontwikkelingen van het jaar ’45.

 


DE 19de EEUW (1789-1914): TWEE STATEN VAN CONTINENTALE OMVANG

1. In de 19de eeuw ontwikkelden Rusland en de VSA zich tot staten van continentale omvang.

- Sinds einde van de 15de eeuw: Rusland zocht uitbreiding via het Oosten. Rond 1800 heeft Rusland Alaska overgenomen. Later (einde van de 18de eeuw) was de VSA niet te stoppen, wat uitbreiden betreft. De VSA bereikte rond 1850 zij de stille oceaan. In 1867 kochten zij Alaska terug over van Rusland, waardoor Rusland daarbij een machtsfactor verloor. Ook verloor Rusland zijn invloed op de Noordelijke Pacific (dat in 1800 een Russische zee was).

Op het einde van de 19de eeuw ging de VSA nog steeds door met uitbreiden in de stille oceaan en het Verre Oosten. Hierdoor kwam de VSA wel in confrontatie met Japan en Rusland. Dit zou ook doorwerken in de periode van de Koude Oorlog.

Rond 1900 ontstond een geopolitieke tegenstelling tussen VSA en Rusland.

DE WERELDMACHT WERD TOEN VERDEELD OVER DEZE TWEE CONTINENTALE GROOTMACHTEN (=bipolair)!

→ Einde van de wereldhegemonie van Europa.

WERELDOORLOG I EN HET INTERBELLUM (1914-1939)

1. De ‘Groote Oorlog’ en zijn directe gevolgen(1914-1939)

Bipolariteit speelde een beslissende rol in het verloop en het resultaat van WOI.

- 1917: een keerpunt (verandering) voor WOI en voor de bipolariteit:

*Februari –en Oktoberrevoluties in Rusland: het communisme kwam aan de macht.

*Oorlogsdeelname van de VSA: zij gaven de doorslag en financierde ook de Oorlog mee.

*Geopolitieke tegenstelling tussen Rusland en de VSA werd verscherpt. Dit was de oorzaak van de strijd tussen de kapitalistische en de communistische wereld.

- 1919: isolationisme en indamming

*De vrede van Versailles: de schuld van WOI werd bij Duitsland gelegd, de Duitsers mochten geen leger meer hebben en moesten zware oorlogsschade betalen (=’diktat’).

*Volkenbond (de vroegere VN): SU en de centralen werden uitgesloten en de VSA werd GEEN lid. De Volkenbond was zoiets als een Europese overwinnaarsclub.

*De Open burgeroorlog in de SU, gesteund door het Westen, mislukte.

2. 1929-1940: kapitalistische crisis met grote politieke gevolgen

- Beurscrash in New York: eerste faling van het Kapitalisme, zorgde voor een heel zware economische crisis in de Westerse wereld. Dit zorgde voor:

• Een agressief nationalisme

• Het slechte functioneren van de Westerse parlementaire democratieën

• De linkse dictatuur van Stalin (kreeg dictatoriale macht  over de SU)

- Tegenstellingen tussen communisme en kapitalisme werden verdoezeld door de opkomst van het Fascisme.

WERELDOORLOG II (1940-1945)

- 50 miljoen gesneuvelden en heel Europa lag in puin.

- Het vernietigingsvermogen groeide zeer snel: Auschwitz en Hiroshima.

a) De oorzaken van WOII

1. Oplaaiend nationalisme en militarisme

Duitsland, Japan en Italië voelden zich te kort gedaan door het Verdrag Van Versailles. Ze wilden hiervan dus een herziening, eventueel met een nieuwe oorlog en ze wilden ook uitbreiding!

2. Provocerend (uitdagende) nazi-Duitsland (1933-1939)

Drie fasen in het imperialisme van Hitler:

Herziening van Versailles 1933: Duitsland stapt uit de Volkenbond

1935: Hitler begint herbewapening

1939: de Duitse bezetting

Pangermanisme (het streven naar alle Duitstalige volken in één groot gebied) 1938: aansluiting van Oostenrijk en inlijving van Sudetenland.

1939: inlijving van Memelland

Lebensraum (Duitsers willen meer ruimte, uitbreiden naar het Oosten toe) 1939:

- Moravië en Bohemen door Duitsers bezet

- Augustus: duivelspact tussen Hitler (fascist) en Stalin (communist): Polen verdeeld onder hen beiden

- 1/09: Duitsland valt Polen binnen

- 3/09: FR en GB verklaren Duitsland de oorlog

 

3. Lauwe reacties op de nazi-agressie

FR en GB reageerden slechts verbaal:

- West-Europese democratieën waren meer bezig met de economische crisis

- GB zat meer in met zijn ‘Empire’ (bouwstijl) dan met Europa

- Zonder Brits engagement → FR kon zich niet ten volle engageren voor Midden-Europa

- Dit lokte voorbehoud uit bij de Britten. Zij bleven meer bevreesd voor het ‘Rode gevaar’ (=communisten), dan voor het ‘Bruine gevaar’ (=fascisten).

b) Het verloop en karakter van Wereldoorlog II

1. Verloop: een wereldoorlog op drie fronten

De opgang van de Asmogendheden: 1939-1942

DRIE OORLOGSFRONTEN - Vanaf 1940: grote delen van West-Europa werden in een bliksemoorlog door Hitler bezet.

- Juni 1941: Hitler lanceerde de grootscheepse Operatie Barbarossa tegen de SU, waardoor de oorlog uitbreidde naar het Oosten. Op het einde van 1941 was bijna heel Europa in de handen van de Duitsers, behalve GB en SU hielden zich met veel moeite overeind.

- Ook buiten Europa: veel vijandelijkheden. Japan bezette grote delen van China en Zuid –en Oost-Azië, waaronder heel wat Europese kolonies. Door de Japanse verassingsoorlog op de Amerikaanse marine basis Pearl Harbor op 7/12 1941 kwam de VSA in de oorlog: WERELDOORLOG (VSA en SU kwamen in gedwongen samenwerking tegen het fascisme).

Keerpunt voor de Asmogendheden:

Najaar 1942 - In het najaar van 1942: de drie oorlogsfronten keerde zich in het voordeel van de Geallieerden. De demografische en economische macht van Japan en Duitsland kon niet meer op tegen dat van de Geallieerden. De VSA en SU waren de supermachten, waaraan de verslaging van het Nazi-Duitsland te danken was!

- Duitsland verloor het leeuwenaandeel van zijn troepen aan het oostfront tegen de Russen.

Ondergang van de Asmogendheden - De grote 3 (Churchill, Stalin en Roosevelt) hadden beslist dat de strijd doorging tot de onvoorwaardelijke overgave van de tegenstander. Deze overgave kwam er in 1945, nadat de VSA de atoombom had gebruikt op de Japanse steden Hiroshima en Nagasaki.

- 5 jaar later en 50 miljoen gesneuvelden verder, lag bijna heel Europa in puin. De wereldhegemonie moest overgelaten worden aan de VSA en de SU.

2. Het karakter van WOII

a) Een nieuw soort oorlog door betere tactiek, logistiek en techniek:

- De successen van Duitsland steunden op de nieuwe tactiek van de snelle bewegingsoorlog (of Blitzkrieg).

- Logistiek: de snelheid en uitgebreidheid van de oorlog vereisten enorme inspanningen om manschappen, materieel en brandstof overal ter plaatse te krijgen.

- Technologie: de tanken van Duitsland maakten het de andere landen zeer moeilijk, de marine en de luchtmacht maakten vlotte en verre troepverplaatsingen mogelijk, de Britten beschikten over betere vliegtuigen dan de Duitsers.

b) Een totale oorlog – de ontsporing van de rede

- Economische macht van de geallieerden gaf de uiteindelijke doorslag

- De burgerbevolking werd ook meegesleurd in de oorlog (zoals WOI)

- Dit ging vooral gepaard met een ontsporing van de rede (↔ WOI): atoombommen op Hiroshima en Nagasaki, 50 miljoen slachtoffers (waarvan de helft gewone burgers), de oorlog ontaardde in terreur.

ANNO 1945: EEN NIEUWE WERELDORDE

Het Bretton Woodssysteem

(1944)

 44 landen vergaderen om een nieuw internationaal monetair systeem te creëren.

Auschwitz Meest bekende nazivernietigingskamp.

Jalta Oorlogsconferentie van de grote 3: nieuwe opdeling van Europa.

Oprichting VN in San Francisco  April-Juni ’45 besluiten 51 staten tot de oprichting van de VN, ze wouden een nieuwe oorlog voorkomen.

Het einde van WOII in Europa Maart ’45 staken de Amerikanen de Rijn over

→ Duitse westfront stortte snel in.

30/04/’45: Hitler pleegt zelfmoord.

Potsdam Eerste oorlogsconferentie na de nederlaag van Duitsland: onderhandeling over het lot van Duitsland.

Hiroshima en Nagasaki Nucleaire tijdperk voor de mens: door de atoombommen.

Capitulatie van Japan Capitulatieverdrag van Japan werd ondertekent.

Van bondgenoten tot vijanden De VS en de SU werden terug vijanden, ook al hadden ze elkaar geholpen om het nazi-Duitsland uit te schakelen.

Korte termijn: WOII, middellange termijn: WOI en lange termijn: geopolitieke ↔ (VSA en de SU)

B. TIJDSBEELD KOUDE OORLOG (1945-1989/1991)

INSTAP

Het bondgenootschap tussen de VSA en de SU tijdens WOII was haast tegennatuurlijk. Ze waren enkel bondgenoten omdat ze dezelfde vijand hadden (Duitsland). Na het verslaan van die vijand was het bondgenootschap gedaan.

Na ’45 concentreerde de SU en de VSA de politieke en militaire macht. De machtstegenstelling werden later nog meer versterkt: marxisme ↔ liberalisme. ‘wie niet met ons is, is tegen ons’ dit was een uitspraak die min of meer het begin van de Koude Oorlog betekende.

BASISGEGEVENS

a) Karakterisering:

- 1945-1989: WOII – Gorbatsjov (secretaris-generaal en president geweest van de SU, Zijn poging om de communistische partij te hervormen leidde uiteindelijk niet alleen tot het einde van de Koude Oorlog maar onbedoeld ook tot het einde van de politieke almacht van de partij en daarmee tot het uiteenvallen van de SU).

- Machtspolitieke tegenstelling tussen VSA en SU

- Ideologische tegenstelling tussen VSA en SU: democratie, vrije markteconomie, staatseconomie,…

- Zoektocht naar bondgenoten

- ‘zwart-wit’ denken, psychologische oorlogsvoering: angst voor elkaar

- Enorme, immorele wapenwedloop

- Koude oorlog: voortdurend balanceren op de rand van oorlogsgevaar, zonder tot een open oorlog te komen.

b) De conjunctuur van de Koude oorlog (doc 1, pagina 24)

c) Periodisering

- De harde confrontatie (’47-’53): wederzijds wantrouwen leidt tot polarisering (accentueren van de ongelijkheden)

- De wankele ontspanningspolitiek (’53-’75): coëxistentie (naast elkaar leven) en conflict

- De ‘nieuwe’ Koude oorlog (’75-’85): opnieuw spanningen

- Het einde van de Koude oorlog (’85-’89): een nieuw optimistisch klimaat

d) Het strijdtoneel

- De dominantie van Europa in de wereld was voorbij: de VSA en de SU waren de ‘global powers’. De rest van de wereld moest een kamp kiezen volgens hen. Het Zuidelijk halfrond werd zo meegesleurd door dekolonisatie.



HISTORISCHE KRACHTLIJNEN

1. De harde confrontatie (’47-’53)

1945-1948 - satellisering van Centraal –en Oost-Europa (afhankelijk van Moskou).

- militaire en ideologische opdeling van Europa met ‘Ijzeren Gordijn’ (=uitspraak van Churchill: Europa wordt opgesplitst in 2 delen).

1947 - de trumandoctrine: verlenen van hulp aan volkeren of landen die ‘in hun vrijheid worden bedreigd’.

- Het Marshall-plan: economisch hulpprogramma voor de Amerikanen met betrekking tot Europa dat in puin lag. Dit plan ligt in het verlengde van de trumandoctrine.

1948 De Russen reageerden met de oprichting van de Comecon, dit is een samenwerkingsverband op economisch vlak voor Centraal –en Oost-Europa. Dit verliep wel onder zeer sterk toezicht van de Russen.

1948-1949 *De leiding naar een politieke crisis met:

- De blokkade van Berlijn: Rusland die West-Berlijn gaat blokkeren op vlak van bevoorrading (voedsel).

- Oprichting van BRD (Bindes Republiek Deutschland) en DDR (Deutsche Democratische Republiek) op aanvraag van de Duitsers.

* oprichting van de NAVO (Noord-Atlantische Verdragsorganisatie): tegen communisme.

* Sovjet-Russische atoombom: de Sovjet-Russen slagen erin om atoombom te maken.

* de volksrepubliek China: de Amerikanen hoopten dat China helemaal kapitalistisch-democratisch zou worden, maar MAO sloeg erin om Rusland helemaal communistisch te maken.

1950 Oorlog in Korea: Noord-Korea versus Zuid-Korea

2.  De wankelende ontspanningspolitiek: Coëxistentie en conflict (’53-’75)

a) Strijdtoneel Europa en Azië (’47-’62)

1953 - Overlijden van Stalin ( had dictatoriale macht over de SU), hierdoor komt Chroesjtsjov aan de macht (= leider van de SU).

- Bij Amerikanen was er ook een wissel: van Truman → Eisenhower.

1954 - BRD in de NAVO

- Warschaupact: tegenhanger van de NAVO: militair samenwerkingsverband

- Conferentie van Geneve (Zwitserland) met ‘de grote vier’: VS, FR, GB, SU

- Zuidoost-Azië werd mee in de Koude oorlog gesleurd

1955 Suezcrisis: Midden-Oosten wordt ook in de Koude oorlog betrokken

1956 *begin destalinisatie: tegen de manier waarop Stalin het communisme had opgebouwd

→ Hongaarse opstand: tegen de verknechting door de SU (= bleef stalinistisch)

1957 Ieder zijn eigen ding, zonder Oorlog. Op een vreedzame manier naast elkaar leven.

1959 Toenadering door persoonlijke contacten op het hoogste niveau.



1961 *Kennedy: president van de VSA

*bouw van de muur in Berlijn: deze muur is er gezet door Chroesjtsjov. Deze muur is er gekomen omdat er een grote vluchtelingenstroom kwam van Oost-Duitsland naar West-Duitsland (1989: instorting van de Berlijnse muur).

* Amerikaanse inzet van Vietnam

1962 Cubacrisis: hoogtepunt van de Koude oorlog, maar tegelijk ook een keerpunt: voor de toekomst moesten beide leiders methoden zoeken voor geweldloze samenwerking op basis van overleg.

Extra info: Castro was de leider van de evolutie van het communisme (’59) in Cuba. Hij is gestorven op 26/11/2016. De Amerikanen waren zeer boos op Castro want Florida lag maar 120 km van Cuba vandaan. De Amerikanen hadden dan de CIA ingeschakeld om Castro te stoppen (met de evolutie van het communisme) maar dit was MISLUKT!

b) Ontspanning tussen twee rivaliserende imperia (’62-’79)

→ enerzijds een periode van momenten van spanningen

1968 - De Praagse Lente (moment van crisis) en Brezjnevdoctrine: als het communisme in de SU wordt bedreigt, mogen zij hun militair gebruiken.

- De VN-werking werd constant geblokkeerd door het veto (uitspraak waarmee je een voorstel tegenhoudt) van de SU.

- De wapenwedloop (wapenrace: wie heeft beste wapens?) liep voort.

- In het westen: kwam er verzet tegen de Amerikaanse hegemonie (meer macht of invloed dan anderen op politiek, handel, cultuur, wetenschap) en tegen de consumptiemaatschappij. Vooral bij jongeren (de studerende jeugd)!

→ anderzijds: het ontstaan van een openheid van geest, met het begin van ontwapening

1968 Non-proliferatieverdrag: 59 staten gingen een verbintenis aan om niet meer mee te doen aan verdere verspreiding van wapens.

1972 Het SALT-I verdrag: Washington en Moskou aanvaarden dat er grenzen zijn aan hun strategische wapens.

1973 *het beëindigen van de oorlog in Vietnam zorgde voor een nieuw machtsevenwicht tussen de VSA en de SU en de strategische driehoek Washington-Moskou-Beijing.

*conferentie in Helsinki voor veiligheid en samenwerking in Europa.



3. De ‘nieuwe’ Koude oorlog (’75-’85)

a) De regering van Carter (’77-’81)

Carter: was president van de VSA, hij was een lieve man die opkwam voor de rechten van de mens. Hij kwam op tegen dictators want een dictatuur is niet gelijk aan vrijheid!

De niet-naleving ervan door de SU en de Oostbloklanden zorgde voor irritatie in het westen!

1979: de economische crisis is volop bezig! Op het einde van Carter zijn regering werd hij door ‘nieuw rechts’ (beweging tegen Carter) in de VSA verweten zwak op te treden in de wereldpolitiek:

- De Islamitische revolutie in Iran

- De gijzeling van het Amerikaanse ambassadepersoneel en Teheran (hoofdstad van Iran)

- De overwinning van de communistische sandinisten in Nicaragua

- De inval van de SU in Afghanistan

b) De eerste regering van Reagan (’81-’85)

→ Reagan was een filmacteur: gat in de geschiedenis (filmacteur wordt president).

Onder Reagan keerde de VSA terug naar een harde confrontatiepolitiek. Voor hem was de SU ‘het rijk van het kwaad’. Hij spendeerde veel geld aan nieuwe bewapeningsprogramma’s ter bescherming van het Amerikaanse territorium.

4. Het einde van de Koude oorlog (’85-’91)

1985 In de SU begon de regering van Gorbatsjov, die een ‘grote strategie’ lanceerde met 3 krachtlijnen: glasnost, perestrojka en het ‘nieuwe denken’.

*op buitenlands vlak: trok hij resoluut de kaart van de ontspanning

*op binnenlands vlak: ondermijnden de hervormingen van Gorbatsjov de bestaande machtsstructuren

1989 Val van de Berlijnse muur: Oost-Europa verloor voor de SU

1991 Implosie (onderdrukking) van de SU: einde van de bipolaire wereldorde!

 

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.