Cookies..
Door Scholieren.com te bezoeken ga je akkoord met het gebruik van cookies. Klik hier voor meer info.

parlementaire democratie par. 1 tot 5

Maatschappijleer

Samenvatting

Thema's maatschappijleer

5.4 / 10
5e klas havo
  • Anoniem
  • Nederlands
  • 1315 woorden
  • 277 keer
    13 deze maand
  • 20 februari 2016

Maatschappijleer hoofdstuk 3 Parlementaire democratie

Par. 1 wat is politiek

Politiek is de manier waarop een land bestuurd word, de besluiten van politici hebben veel invloed op het leven van burgers. Het gaat over zaken die van algemeen belang zijn.

Bijvoorbeeld:

  • openbare orde en veiligheid (inzetten van meer politieagenten)
  • buitenlandse betrekkingen (uitzenden van militairen)
  • infrastructuur (aanleg van wegen)
  • welvaart (zorg voor voldoende werkgelegenheid)
  • welzijn (weg werken van wachtlijsten in ziekenhuizen)
  • onderwijs (het veranderen van examen eisen)

voor het realiseren van deze plannen betalen wij belasting, en omdat wij dit betalen krijgen we bepaalde rechten bijvoorbeeld recht om te stemmen vanaf 18, recht op uitkering.

Democratie is een staatsvorm waarbij de bevolking indirect of direct invloed op uitoefent op de politieke besluitvorming.

Directe democratie: de mensen stemmen zelf als besluiten doorgaan of niet bijvoorbeeld Athene.

Indirecte democratie: de mensen kiezen volksvertegenwoordigers en die nemen de besluiten voor ons. Er word ook van gesproken van parlementaire democratie omdat de belangrijkste beslissingen door het parlement worden gedaan.

Kenmerken parlementaire democratie

  • burgers hebben politieke grondrechten
  • politieke besluitvorming is grondwettelijk vastgelegd
  • vrije media

Dictatuur of autocratie is als alle macht in de handen is van een persoon of een kleine groep mensen.

Op basis van ideologie: in China, Noord-Korea en Sovjet-Unie had de communistische partij voor het zeggen (doel: een samenleving waarin mensen op basis van gelijkheid zouden leven).

Fascisten: In Duitsland, Italië en Spanje zijn jarenlang fascisten aan de macht geweest (Fascisten zijn zeer nationalistisch en zijn wijzen democratie af).

Religieuze dictatuur: is gericht op religie en alleen die religie is dan toegestaan.

Militaire dictatuur: als het leger aan de macht is.

Kenmerken dictatuur

  • Politiek is in handen van 1 persoon of een kleine groep
  • Grondrechten worden niet beschermd
  • Geen vrije pers
  • Oppositiepartijen zijn verboden
  • Grote politieke rol militairen
  • Verkiezingsfraude

Par. 2 Politieke stromingen

Ideologie is een samenhangend geheel van ideeën over de mens en de gewenste inrichting van de samenleving.

Iedere ideologie heeft ideeën op het gebied van:

  • Waarden en normen
  • Sociaal economische verhoudingen
  • Machtsverdeling in de samenleving

Nederland kent drie grote ideologieën

  • Het liberalisme
  • Het socialisme
  • Het confessionalisme

Sociaaldemocratisch

Confessionalisme

Liberalisme

Links

Midden

Rechts

Draait om gelijkwaardigheid

Draait om harmonie

Draait om vrijheid

Steunende rol van de overheid

Aanvullende rol van de overheid

Terughoudende rol van de overheid

Progressief

 

Conservatief

 

Progressief betekend in de politiek vooruitstrevend, de maatschappij willen veranderen. Conservatief betekent  in de politiek behoudend en houden graag alles bij het ouden. Als conservatieven nog verder aan de regels van vroeger terug willen noem je dat reactionair

Het liberalisme

De liberale stroming is ontstaan tijdens de franse revolutie omdat de rijke burgerij meer hun gang wilden gaan. Hun oude ideaal was persoonlijke en economische vrijheid

 

 

 

De liberalen nu

Vinden de vrijheid en zijn daarom voor de vrijmarkteconomie. De overheid moet zich een kleine rol spelen en zich beperken tot defensie, onderwijs en bescherming van de rechtstaat en de klassieke grondrechten.                                             Ze accepteren de verzorgingsstaat op 3 voorwaarden:

  • De vrijemarkteconomie komt niet in gevaar
  • Mensen dragen zelf verantwoordelijkheid voor hun situatie
  • De uitkeringen blijven zo laag mogelijk

Het socialisme

Is ontstaan in de 19e eeuw als reactie op slechte werkomstandigheden van arbeiders. Socialisten wilden een einde maken aan de armoede en ongelijkheid. De vraag hoe ze dit doel het beste konden bereiken:

  • Communisten of marxisten: wilden dat arbeiders een revolutie begonnen en de macht zouden overnemen
  • Sociaaldemocraten: wilden meedoen met de verkiezingen om zo te zorgen voor een goede sociale wetgeving

De sociaaldemocraten nu

Ze zijn niet tegen de vrijemarkteconomie, maar willen wel dat de overheid een actieve rol speelt. Daarom zijn ze voor de verzorgingsstaat                                (Sociale grondrechten)

Het confessionalisme

Is in de 19e eeuw opgericht door de rooms- katholieken en is gebaseerd op het geloof. Ze streven naar waarden uit de bijbel, zoals harmonie, gespreide verantwoordelijkheid, naasten liefde en rentmeesterschap.

Christendemocraten nu

  • Harmonie
  • Gespreide verantwoordelijkheid
  • Naastenliefde (dat we moeten zorgen voor de zwakkeren)
  • rentmeesterschap (dat de mensen goed moeten zorgen voor de aarde)

Par. 3 politieke partijen

Politieke partij bestaat uit een groep mensen met dezelfde ideeën over de manier waarop onze samenleving het beste bestuurt kan worden

Actiegroepen houden zich bezig met een bepaalde doelstelling en voeren actie als ze dat nodig vinden (demonstraties en blokkades)

belangenorganisaties behartigen de belangen van een bepaalde groep mensen 

Soorten partijen

  • Op basis van ideologie ( Zie vorige partij)
  • One-issuepartijen (Partij van de Dieren)
  • Protestpartijen (Ontstaan uit onvrede)
  • populistische partijen (ontstaan deels uit protest maar hebben de bedoeling om op te komen voor de zwijgende massa)
  • Niet-democratische partijen (fascisten en communisten)

Functies van politieke partijen

  • Integratiefunctie (partij progamma verbind mensen)
  • Informatiefunctie (de partijen informeren de kiezers over verschillende kwesties en helpen zo burgers een eigen mening te vormen)
  • Participatiefunctie (de partijen stimuleren de burgers om actief mee te doen in de samenleving door te stemmen)
  • Selectiefunctie (Mensen die meewillen doen in de politiek kunnen dat doen)

Par. 4 verkiezingen 

We kiezen politici op 4 niveaus

  • Het Europees Parlement
  • De Tweede Kamer
  • Provinciale Staten
  • De gemeente raad

Actief kiesrecht is het recht dat je hebt om te stemmen als je 18 jaar of ouder bent en een Nederlander bent.

Passief kiesrecht is het recht om je verkiesbaar te stellen

De meeste partijen hebben een verkiezingsprogramma waarin de standpunten van de partij in staan. De bekendste kandidaat van elke partij staat bovenaan op de kandidaten lijst en word de lijsttrekker genoemd

Waarom stem je op een partij

  • Standpunten van de partij
  • Partij let goed op jouw belangen
  • Je stemt strategisch
  • Aantrekkingskracht van de lijsttrekker

De verkiezingen in Nederland worden gehouden volgens het stelsel van evenredige vertegenwoordiging dat wilt zeggen dat elke partij het aantal zetels krijgt dat in verhouding is met het totaal geldig uitgebrachte stemmen.

 

Verkiezingscampagne, net voor de verkiezingen stellen de partijen een campagne team samen. Hierin zitten de partijleiders en spindoctors, de communicatie deskundigen die de partij en de lijsttrekker adviseren. In de laatste weken spelen de media een belangrijke rol, er worden reclames vertoond en een tv-debat met als doel op de stem van zogenaamde zwevende kiezers te winnen dit zijn kiezer die niet bij elke verkiezing op de zelfde partij stemmen.

Par. 5 de regering

de 5 regels tot eerlijke verkiezingen

  1. Iedereen boven de 18 mag stemmen
  2. Het zijn geheime verkiezingen
  3. Het zijn vrije verkiezingen
  4. De tellingen zijn openbaar
  5. Er zijn meerdere partijen

De regering bestaat uit de koning(in) en de ministers en het kabinet bestaat uit de ministers met hun staatssecretarissen

Na de verkiezingen van de tweede kamer begint de kabinetsformatie met als doel: een beleid en een meerderheid in de 2e kamer

Verloop van de kabinetsformatie

  1. Adviezen: partijen worden geadviseerd het beste een kabinet mee kunnen vormen. Op basis hiervan word er een informateur gekozen
  2. Informateur: onderzoekt welke partijen samen een meerderheid kunnen vormen. Omdat elke partij andere standpunten heeft laat de informateur compromissen sluiten, en als dit lukt dan is er een coalitie mogelijk. Coalitie een samenwerkingsverband van twee of meer partijen. Onder de leiding van de informateur word er een regeerakkoord gesloten
  3. Formateur maakt het af: zoekt geschikte ministers en staatsecretarissen bij elkaar
  4. Op de bordes: als de formateur klaar is dan benoemt de koning de ministers en de staatsecretarissen.

In Nederland hebben we een constitutionele monarchie, een staatsvorm waarin de taken en de bevoegdheden van het staatshoofd grondwettelijk zijn vastgelegd

De taken van de koning:

  • Handtekening onderwetten
  • Troonrede voorlezen op prinsjes dag
  • Ministers en (in)formateurs benoemen
  • regelmatig overleg voeren met de minister-president

 

De ministers vormen het dagelijks bestuur uit van ons land en hebben ook een aantal taken:

  • Het opstellen van wetsvoorstellen
  • Het uitvoeren van eenmaal aangenomen wetten
  • Het jaarlijks opstellen van de rijksbegroting en deze aanbieden aan het parlement

elk jaar op de derde dinsdag van september is het prinsjes dag, en presenteert het kabinet de plannen voor het komende jaar in de troonrede. In de tweede kamer biedt de minster van financiën die dag de rijksbegroting aan in een samenvatting de miljoenennota.

Ministeriële verantwoordelijkheid betekend dat de ministers verantwoordelijk zijn voor de koning. Ministers zijn ook politiek verantwoordelijk voor hun ambtenaren.

Elke minister heeft een eigen beleidterrein, ook wel portefeuille genoemd. Een minister heeft een of twee staatsecretarissen onder zich, zij zijn voor een deel verantwoordelijk van zijn beleidsterrein.

Het is de bedoeling dat het kabinet 4 jaar regeert, maar soms lopen de problemen zo hoog op dat het hele kabinet in gevaar komt, dan spreken we van een kabinetscrisis. Dat kan ontstaan door:

  • Wanneer de ministers het onderling oneens zijn over of meer kwesties
  • Wanneer de meerderheid van de tweede kamer het kabinet niet meer steunt

als een kabinet ontslag neemt, volgen er meestal vervroegde verkiezingen. Totdat dat gedaan is blijven de ministers meestal in de functie, Dit noemen we een demissionair kabinet

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

9935

Welkom!

Goed dat je er bent. Scholieren.com is de plek waar scholieren elkaar helpen. Al onze informatie is gratis en openbaar. Met een profiel kun je méér:

snel zien welke verslagen je hebt bekeken
de verslagen die je liket terugvinden
snel uploaden en reacties achterlaten

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer

Nederlands

Onze Taal vroeg dit aan leraren: 'Wat zou volgens jou meer aandacht moeten krijgen binnen het vak Nederlands?' Maar wat vind jij?
  • Literatuur
  • Eigen verhalen kunnen schrijven!
  • Uitdrukkingen/spreekwoorden
  • Het nieuws

  • Goede uitspraak
  • Leren denken over bepaalde problemen/dingen
  • Werkwoordspelling
  • Spelling
  • Grammatica
  • Woordenschat
  • Het lezen en begrijpen van teksten
  • Het schrijven van zakelijke teksten
  • Het schrijven van fictie
  • Mondeling taalgebruik
  • Creatief taalgebruik
  • Taalwetenschap
  • Digitale geletterdheid en mediawijsheid
  • Om je eigen optie toe te voegen heb je een profiel nodig. Klik hier om een profiel te maken.