Cookies..
Door Scholieren.com te bezoeken ga je akkoord met het gebruik van cookies. Klik hier voor meer info.

De Eerste Kruistocht

Geschiedenis

Profielwerkstuk

Kruistochten

4.9 / 10
6e klas vwo
  • anoniem
  • Nederlands
  • 5544 woorden
  • 9590 keer
    22 deze maand
  • 3 maart 2009
INLEIDING

De Kruistochten.

Zo bekend en toch onbegrijpelijk, duizenden die hun leven gaven voor het geloof. Waarom gaven zij hun leven, waarom verlieten zij huis en haard voor een strijd die vaak niet de hunne was? In mijn profielwerkstuk wil ik het antwoord hierop zoeken, het eerste gedeelte van dit antwoord vond ik in de tekst van een geschiedschrijver uit die tijd:
“novus salutis genus, pro omni poenitentia et peccaminum remissio.”
“Een nieuwe weg naar de hemel, voor volledige boetedoening en vergeving van zonden”
Dit schreef Fulcher van Chartres, kroniekschrijver van de eerste kruistocht. Welke redenen waren er naast boetedoening?, als men ‘salutis’ in het woordenboek opzoekt vind men er al een paar, er staat namelijk meer dan alleen: een nieuwe weg naar de hemel, namelijk: Een nieuwe weg naar welvaart, geluk, heil, redding, bestaan, veiligheid, gezondheid, leven en hemel.

Wat ik wil onderzoeken is waarom mensen zoveel opgaven voor een kruistocht, specifiek de eerste kruistocht. Ik wil weten waarom de middeleeuwse man zich aansloot bij een leger groter dan iemand ooit gezien had in die tijd, en dat alles om de zogenaamde heidenen te bevechten, die zij nog nooit gezien hadden.

Waarom kreeg de eerste kruistocht zoveel aanhang in de Christelijke rijken?

Om deze vraag te beantwoorden, ga ik kijken naar de politieke situatie, de economie van toen en hoe het leven in de middeleeuwen was. Ik zal ingaan op alle aspecten die van invloed waren op de eerste kruistocht, te beginnen met de middeleeuwse samenleving, de verschillende partijen, de eerste kruistocht zelf en ten slotte de islam.




H1. DE MIDDELEEUWSE SAMENLEVING
De Middeleeuwse maatschappij wordt ook wel een standenmaatschappij genoemd. Dit woord geeft eigenlijk al aan waar het om gaat: de samenleving bestond uit een aantal standen die op zichzelf staande groeperingen vormden. Deze standen hadden meer of minder macht binnen de maatschappij, afhankelijk van hun middelen om aan geld, goederen en land te komen. Deze economische macht uitte zich ook in militaire
en politieke macht. Kortom, het recht van de sterkste was het recht dat gold.


 De Adel

De eerste stand was die van de adel. Deze stand bestond uit de koning, graven,
hertogen, ridders enz. Hun economische macht was voornamelijk gebaseerd op het
bezit van grote stukken land waarop zij arme boeren te werk stelden ( de horigen). De boeren waren volledig afhankelijk van hun landheer. Militair uitte de macht van de adel zich in de bouw van kastelen en het voeren van oorlogen. Ook onderling was er sprake van een machtsverdeling in de adel: het feodale stelsel. Dit hield in dat de koning en zijn edelen hun relatie zagen als een leenheer – leenmanrelatie. De koning, als bezitter van het hele land, gaf delen van dat land in leen aan zijn edelen; de edelen beloofden de koning goed voor dit stuk land te zorgen. Zo ontstonden later de graafschappen en hertogdommen, die we nu nog kennen.

 De Geestelijkheid

De rooms katholieke geestelijkheid had in West Europa het alleenheerserschap wat godsdienst betreft. Er waren eigenlijk de hele middeleeuwen lang geen andere concurrerende godsdiensten. De rooms katholieke godsdienst speelde in het leven van de middeleeuwse mensen een grote rol. De godsdienst was in twee groepen verdeeld namelijk de wereldlijke godsdienst die de gelovige leken begeleidde bij hun dagelijks leven in doop, communie, huwelijk en dood en de geestelijkheid. Onder de geestelijkheid vielen vooral de middeleeuwse kloosterlingen zoals de nonnen en monniken. Zij zonderden zich af voor een leven met God hoewel ze ook een maatschappelijke taak hadden zoals zieken verzorgen, les geven aan de mensen en onderdak geven aan bedelaars en pelgrims. De hoge geestelijken zoals de bisschoppen, abdissen, kardinalen en als hoogste natuurlijk de paus hadden in de middeleeuwen vaak grote politieke macht. De paus regeerde over de kerkelijke staat dus ook over de bisschoppen, abdissen en kardinalen die op hun beurt vaak ook verantwoording schuldig waren aan de koning van het land zodat er nog wel eens botsingen waren tussen de paus, de rest van de hoge adel en de vorsten.

 De Boeren

De grote volksverhuizing die het einde van het grote Romeinse Rijk inluidde had het leven op het platteland behoorlijk gevaarlijk gemaakt. Er waren veel plunder- en roversbendes die aan hun voedsel kwamen door bijvoorbeeld een boerderij geheel te ruïneren. Daarom vroegen veel boeren bij de adel bescherming in ruil voor een deel van hun oogst en verregaande gehoorzaamheid aan hun heer. Als de boeren in zo een relatie stonden tot hun heer werden ze ook wel horigen genoemd. Boeren die horige waren en grond pachten van hun heer waren in principe vrij in hun doen en laten zolang de afgesproken hoeveelheid oogst maar werd afgegeven. In praktijk verschilde het echter per landgoed hoeveel vrijheid de boeren hadden. Ondanks dat in de middeleeuwen de bevolking groeide was er toch nog regelmatig hongersnood doordat er geen goede wegen waren om de gebieden met hongersnood te helpen.


 De Burgers

In de middeleeuwen bestond de bevolkingsgroep burgers vooral uit mensen die in de steden woonden ook wel poorters genoemd. Poorters waren minder afhankelijk dan boeren maar hadden nog steeds weinig te vertellen. De enige burgers die wat in te brengen hadden waren de handelaren of de door de nijverheid rijk geworden poorters, zij worden ook wel de vierde stand genoemd.




H2. DE KONINGKRIJKEN/PARTIJEN
 Volken

Heilige Roomse Rijk
• Genua
• Neder-Lotharingen
• Provence
Koninkrijk Frankrijk
• Blois
• Boulogne
• Vlaanderen
• Le Puy-en-Velay
• Vermandois
Koninkrijk Engeland
• Normandië
Hertogdom Apulië
• Tarente
Byzantijnse Rijk
Cilicisch Armenië

 Vorsten en Leiders

Guglielmo Embriaco
Godfried van Bouillon
Raymond IV
Stefanus II
Boudewijn I van Boulogne
Eustaas III van Boulogne
Robrecht II van Vlaanderen
Adhemar van Monteil
Hugo I van Vermandois
Robert II van Normandië
Bohemund van Tarente
Tancred van Galilea
Alexios I Komnenos
Tatikios
Constantijn I van Armenië

De organisatoren van de kruistochten hadden niet alleen religieuze, maar ook economische en politieke bedoelingen. De kruistochten verstoorden de handel via de Middellandse Zee ernstig. Ze leverden eigenlijk niets op. De kuststeden in Italië werden er wel beter van, zoals de stad Venetië die voor een van de kruistochten een hele vloot schepen verhuurde.
Na de Boerenkruistocht van Peter de Kluizenaar organiseerden de Franse hertogen, graven en baronnen een groot leger van kruisvaarders. Volgens tijdgenoten waren “de strijders als de sterren aan de hemel en het zand aan de oever van de zee”. De Duitse historicus Delbrück reduceert dit aantal tot maximaal 60.000, waarvan hoogstens 10.000 volledig bewapende mannen.
De meeste kruisridders waren Normandiërs, nakomelingen van de Noormannen. Zij stonden onder leiding van Robert Guiscard, de hertog van Normandië. De Normandiërs, afkomstig uit Zuid-Italië werden aangevoerd door zijn zoon Bohemond van Tarente. De kruistocht bood hem een aanlokkelijke mogelijkheid met de door hem gehate Byzantijnen af te rekenen en in het oosten een eigen rijk te stichten.
Hertog Robert vormde samen met Stefan, de graaf van Bois en Hugo, de graaf van Vermandois, de voorhoede. De Vlaamse troepen werden geleid door Robrecht II, de graaf van Vlaanderen, Eustace, de graaf van Boulogne en diens broers, Godfried IV van Bouillon (hertog van Neder-Lotharingen) en Boudewijn (Baldwin) van Boulogne.
Godfried, de vroomste en onbaatzuchtigste van alle ridders, was in die tijd hertog van Neder-Lotharingen. De troon, het kasteel en de landerijen van Bouillon had hij geërfd van zijn moeder Ida. Hij verpandde zijn gehele erfenis aan de bisschop van Luik om zijn veldtocht naar het Heilige Land te kunnen bekostigen.

Van de Franse ridders was de door zijn rijkdom en bekwaamheid befaamde Raimond de Saint Gilles, de graaf van Toulouse de voornaamste.
Godfried van Bouillon en Boudewijn van Boulogne waren het eerst gereed om met een leger, bestaande uit Vlamingen en Walen op te rukken naar Constantinopel, het dichtstbijzijnde gemeenschappelijk doel van de kruisvaarders. Weldra waren niet minder dan zeven kruistochtlegers op weg.
*Routes van de kruisvaarders



H3. DE EERSTE KRUISTOCHT
 De Voorgeschiedenis
De Eerste Kruistocht begon met de toespraak van Paus Urbanus II, maar de aanleiding ervoor begon al vele jaren voor die toespraak. Na de breuk tussen het West en Oost Romaanse rijk bleef er een groot verschil bestaan in religie, en terwijl de Westerse katholieke kerk zich ontpopte tot een politieke mogendheid in het Westen, bleef het Byzantijnse Oosterse Rijk een gebied vol conflicten. Nadat Mohammed in 632 de Moslims verenigd had, bleef dit volk van de Islam uitbreiden en begon het een dreiging te vormen voor het Byzantijnse Rijk.

Ook in het Westen waren er conflicten door de expansie van de Islam. Spanje was dan ook grotendeels in de handen van moslims en ook in Italië kwam er steeds meer zogenaamde “moslimpiraten” deze piraten stonden onder de leiding van Mahomet ibn Abi Amir, zij plunderden in 1001 Santiago de Compostela, een van de belangrijkste bedevaartsoorden. Toen Mahomet stierf vielen de Moslims uiteen en het was toen dat de Spaanse vorsten de kerk om steun vroegen bij de tegenaanval. Een benedictijnenabdij Cluny, die met de tijd steeds meer macht kreeg aan het pauselijk hof spoorde bij vorsten en ridders aan op het verslaan van deze heidenen. Nadat de Paus zijn zegen had gegeven, en degenen die stierven voor het Kruis dus absolutie kregen, werd er veel gehoor aan zijn oproep gegeven. Ook mocht het veroverde land behouden worden. Het grote succes van deze tegenaanval van Compostela liet zien hoe een effectief middel een oorlog met pauselijke steun kon zijn. *Iberisch schiereiland voor de reconquista

Sinds het jaar 1000 vond er een periode van welvaart plaats. De invallen van de Vikingen hielden na jaren van terreur eindelijk op. De Spaanse Reconquista was een groot succes en de economie bloeide op. Hier zaten ook nadelen aan verbonden zoals de overbevolking die overal plaatsvond, wat voor spanning zorgde tussen edelen. Na de val van Jeruzalem in 638, hadden de christelijke rijken beloofd Jeruzalem opnieuw in te nemen. Deze belofte konden zij niet waar maken omdat hun economie dit niet mogelijk maakte, door de grote groei van de economie rond het jaar 1000 was dit nu wel mogelijk. Ook was de overbevolking nog een reden om de kruistocht te ondernemen, zo zou er immers weer nieuw land vrij komen om te koloniseren.


 De Kerkelijke Invloed

Dit gebeurde toen Paus Alexander II aan de macht was, en later Paus Gregorius VII.
Nu, bijna 50 jaar later, hoopte keizer Alexius dat het om hulp roepen van de kerk weer zo succesvol kon zijn. Urbanus II was inmiddels Paus geworden en kon zo zijn macht laten blijken. Waarom wilde hij dit en hoe kon hij daarvoor zorgen? Dit had onder andere met zijn benoeming tot Paus. Urbanus, die voorheen Otto heette, had Paus Gregorius VII geassisteerd om de Roomse kerk te hervormen en in 1078 werd Otto Kardinaal-bisschop.

Toen Gregorius VII overleed werd in plaats van Otto, Victor III tot Paus benoemd. Toen Victor een aantal jaren later overleed werd Otto alsnog tot Paus benoemd en nam hij de naam Urbanus II aan. Hij kon alleen nog niet meteen plaats nemen in Rome. Uit ‘De Kruistochten’ van Antony Bridge:
*Paus Urbanus II

“Urbanus kon de stoel van Petrus niet op een moeilijker tijdstip hebben beklommen: het pausdom en de Duitse keizer (dit was ook de keizer van het Heilige Roomse Rijk) waren jaren in een machtsstrijd verwikkeld en ten tijde van Urbanus’ verkiezing was keizer Hendrik IV duidelijk aan de winnende hand. (...) Hendrik voerde overal triomfen: hij werd gesteund door een tegenpaus (die bij de pausverkiezing had verloren) die in de stad Rome zelf oppermachtig was en hij ergerde zich aan Urbanus, die hij beschouwde als een halsstarrige man. Niet lang tevoren had hij hem zelf in Duitsland gevangen gezet vanwege zijn hardnekkige steun aan Paus Gregorius.”

Het koste Urbanus II aardig wat moeite om de tegenpaus te verdrijven. Het schijnt dat hij daarbij hulp heeft gehad van Normandische legers, want Urbanus II kwam uit Frankrijk. Na 3 jaar kon hij eindelijk plaats nemen in Rome. Urbanus II had dus nog wat goed te maken bij het Roomse volk. Toen hij in 1095 een bespreking had in Piacenza met bisschoppen uit Frankrijk, Duitsland en Italië, kwam ook de vraag om hulp van keizer Alexius aan de orde. Urbanus II zag dit niet gelijk als kans om Alexius te helpen vechten tegen de Saracenen, maar ook gelijk om de Saracenen uit Klein-Azië en Palestina te verdrijven. Want ze hadden ook het heilige land in hun macht. Dit stelden de meeste christenen natuurlijk niet op prijs. Ook werden de pelgrims die op weg gingen naar Palestina lastig gevallen of vermoord door de Saracenen, dit had Urbanus gehoord van boodschappers van Alexius. En het had grote indruk op hem
*Hendrik IV gemaakt. Als Urbanus II hier een leger op af kon sturen zouden meteen alle edelen uit Europa zich verenigen. Want er waren behoorlijk wat ruzie tussen edelen binnen Europa. Ook kon Urbanus II de invloed van het westen op het oosten groter maken. Als hij dit alles voor elkaar kreeg, zou het hem ook de machtigste vorst van het christendom maken. Dit is niet echt waar de Byzantijnse keizer op zat te wachten, want het zou zijn politieke en kerkelijke macht verkleinen, want in de oosterse kerk was de keizer de belangrijkste persoon in plaats van de Paus. Ook de keizer van het Heilige Roomse Rijk (het Roomse west-Europa van die tijd) vond het geen pretje. Er was al jarenlang spanning tussen keizers en de Paus, de investituurstrijd. De Paus zou als winnaar uit deze strijd komen als zijn plan zou slagen.
Hij zou de machtigste heerser van Europa worden, dat was eigenlijk waar de Paus op uit was. Paus Urbanus II hief de banvloek die zijn voorganger Paus Gregorius VII had uitgesproken over de Byzantijnse Keizer Alexius. In 1081 kwam er een nieuwe heerser aan de macht in Byzantium: keizer Alexius Comnenus. Toen hij de baas was, werd het Byzantijnse rijk steeds kleiner. Alexius wilde een einde maken aan de dreiging van de Turken, maar daar had hij wel een heel groot leger voor nodig en dat lukte hem niet dat bijeen te krijgen. Urbanus was een van de beste diplomaten van die tijd, en had goede relaties met alle Westerse landen. Bij het eerste grote concilie mocht het concilie aangesproken worden, keizer Alexius gebruikte de overwinning van Compostela om het idee van een kruistocht aan te kondigen aan het concilie, hij overtuigde het concilie door duidelijk te maken hoe verschrikkelijk Christenen in het Oosten het hadden. In het jaar 1095 bezocht Urbanus veel steden om pauselijke zaken te regelen en het idee van een kruistocht te verspreiden. Aan het eind van 1095 vond het concilie van Clermont plaats. De menigte die op dit concilie afkwam was te groot om in de kathedraal te passen. Paus Urbanus zou een belangrijke mededeling doen. Daarom werd besloten om Urbanus zijn toespraak te houden op een groot veld. Urbanus begon zijn toespraak met: 'Overal worden christenen vermoord en gemarteld door moslims. De christelijke kerken worden vernield en de kruizen gebroken. Pelgrims worden beroofd op hun weg naar het Heilige Land. Hoe kunnen we toezien dat onze Heer in Zijn eigen land te schande wordt gemaakt! We moeten een groot christenleger op de been brengen en die verschrikkelijke moslims verjagen van elk stukje land waarop Christus gelopen heeft. Ik stel voor een kruistocht te ondernemen en voor Christus te strijden!' Ze moesten hun onderlinge strijd staken en de wapens opnemen tegen de heidenen. In deze heilige oorlog zou God hen leiden en voor iedereen die meevocht was er totale vergeving van zonden. Het enthousiasme waarmee gereageerd werd verbaasde zelfs Urbanus zelf, en al snel werd Deus Lo Vult! geroepen, wat een van de meest bekende uitroepen is van de Kruistocht, God wil het! Urbanus zei niets over wat hij daarnaast zelf wilde bereiken met deze kruistocht. Door een tocht naar het Heilige Land te organiseren en dit vervolgens te veroveren, hoopte hij alle christenen in zijn macht te krijgen. *Concilie van Clermont


 Invloed op het volk

Naast de machtspolitiek van de pauzen, gebruikte Urbanus ook beloften van God om de middeleeuwse mens tot een kruistocht te bewegen. Een van de meest prominente beloften die de kerk beloofde was dat er op de bezittingen van de kruisvaarders gelet zou worden. Dit was een hele doordachte actie van de kerk, omdat er sowieso mensen zouden sterven in deze oorlog, waarna de bezittingen van de doden naar de kerk zouden gaan.

“Tot nu toe hebt gij onverantwoordelijke oorlogen gevoerd, hebt gij elkaar omgebracht en soms de wapenen ter hand genomen uitsluitend en alleen uit begeerte of trots.
Aldus hebt gij een eeuwigdurende dood en verdoemenis verdiend. Thans echter vragen wij u een strijd te gaan voeren die de glorieuze beloning van het martelaarschap in zich bergt en het aureool van eeuwigdurende faam in het vooruitzicht stelt.”

Het martelaarschap was beloofd aan al diegenen die stierven voor god in deze oorlog. Dus iedereen die stierf, zijn zonden zouden meteen vergeven worden, en hij zou rechtstreeks naar de hemel gaan. Naast deze belangrijke belofte was er natuurlijk ook de economische reden voor het volk om aan een kruistocht deel te nemen, zij hoefden dan namelijk geen belasting te betalen en mochten de Oosterse steden plunderen. Dit trok veel mensen aan, en ook de nodige criminelen. Het was ook de bijbel die zei dat men in Jeruzalem moest zijn als Jezus terugkeerde op aarde aan het einde der dagen, wat ervoor zorgde dat men een drang had om Jerusalem te veroveren omdat men vreesde dat het einde der dagen nabij was. Het christelijke volk had dus nog een reden om Jerusalem te veroveren.
Ten slotte waren er ook nog de slaven die meegingen op zo een kruistocht, deze waren beloofd vrij man te zijn als zij terugkeerden.


 Voorbereiding op de Kruistocht

Op het concilie van Clermont op 27 november 1095 riep Urbanus de mensen dus op tot een kruistocht. Vanaf Clermont verspreide de oproep zich. Urbanus had zijn bisschoppen bijeengeroepen om de plannen verder te bespreken. Er waren getrainde soldaten nodig, want de mensen die bij het concilie aanwezig waren gewone burgers en kerkelijke ambtenaren. Ook waren er regels en voorschriften voor de kruistocht nodig. Er werd beslist dat mensen die meegingen hun bezittingen bij de lokale bisschop moesten achterlaten ter bescherming en moest iedereen die mee ging een kruis op zijn bovenkleed hebben. Bisschoppen en monniken mochten alleen meegaan met toestemming van hun kerkelijke leiders. Zwakke en oude mensen werd afgeraden mee te gaan.
Er werd door de Paus besloten dat iedereen zich op 15 augustus 1096 in Constantinopel, in het Byzantijnse rijk moest verzamelen. Deze datum werd gekozen omdat de oogsten dan binnen werden gehaald en die zouden kunnen dienen als voorraden voor de reis. Paus Urbanus reisde af naar verschillende kerkelijke instellingen van Cluny om daar de kruistocht de prediken. Vervolgens reisde hij naar Limoges, Tours, Aquitanië, Saintes en Toulouse om mensen bijeen te roepen. De Paus stuurde brieven naar Vlaanderen om christenen op te roepen. Ook vroeg de Paus een bijdrage aan Genua. Omdat Genua erg machtig was op het water, konden zij via schepen voorraden blijven aanvoeren. Ze gaven 12 galeien en 1 transportschip, maar wachtten wel tot 1097, omdat ze zeker wilde weten dat de kruistocht iets serieus was. Ondertussen hadden veel christenen in Genua de boodschap gehoord en sloten zich bij de kruisvaarders aan. Zelf uit Engeland en Denemarken kwamen mensen die de preken van de Paus hadden gehoord.
Ook veel edelen sloten zich aan. Hier had de Paus op gehoopt, omdat zij beroepssoldaten mee konden nemen. Raymond van Toulouse, Hugh van Vermandois, Robert ll van Vlaanderen, Robert van Normandië, Stephen van Blois waren een aantal Franse en Vlaamse edelen. Er kwamen zelfs edelen die in dienst stonden van keizer Hendrik IV, waar Urbanus ruzie mee had.
Godfried van Bouillon was één van de edelen die de keizer vertegenwoordigde. Waarom zou de keizer toch mensen hebben gestuurd en de kruistocht niet tegengewerkt hebben? De keizer wist wel dat de Paus hierdoor behoorlijk aan macht kon winnen, maar hij wist dat hij er niks tegen kon doen, omdat zo ontzettend veel mensen gehoord gaven aan de oproep van de Paus. Ook als de keizer de kruistocht tegengewerkt zou hebben, zou het alsnog doorgaan. De ruzie tussen hem en de machtiger geworden Paus zou nog erger, en dat zou wel eens flink in het nadeel van keizer Hendrik kunnen aflopen. En de keizer was zelf natuurlijk ook een christen. Hij zag het als zijn plicht de kerk te steunen, hoe veel moeite hij daar ook mee had.
Hoe had de Paus zijn voorbereidingen dus getroffen? Hij was op reis gegaan om persoonlijk zijn boodschap op de mensen over te brengen en samen met zijn bisschoppen strenge eisen gesteld en mensen verplichtingen gegeven als ze mee wilden gaan. Ook werd er voor een verzamelplaats gezorgd en een manier waarop de kruisvaarders bevoorraad konden worden.
Toen Urbanus terugkwam in Rome in 1096, wist hij dat niks de kruistocht nog kon stoppen. Hij had zijn zin gekregen. Hij had zijn macht laten zien en groter kunnen laten worden.


 Kruistocht van het Volk

Vanaf eind 1095 begonnen monniken het nieuws van de kruistochten te verspreiden in Frankrijk en Duitsland. In de steden kondigden de stadsomroepers met hun luide stem de kruistochten aan.
De invloedrijkste reizende monnik was een Franse man die bekend stond als Peter de Kluizenaar, hij stond bekend om zijn opruiende preken. Hele hordes mannen, enkele ridders, vrouwen en kinderen, reisden met Peter mee. De horigen, die zwaar moesten zwoegen voor de grote landeigenaren, zagen zijn kruistochtprediking als een boodschap uit de Hemel. Het jaar 1095 was een rampjaar geweest, met misoogst, hongersnood en pest. Vanaf het moment dat een horige het rode kruis op zijn kleding bevestigde, was hij uit zijn slavernij bevrijd.
In april 1096 vertrok een grote groep van ongeveer 20.000 mensen vanuit Keulen naar Constantinopel op weg naar het Heilige land.
Peter wist niet hoe hij zijn kruisvaarders in de hand moest houden. Ze richtten grote verwoestingen aan tijdens hun reis door Midden-Europa. Uiteindelijk moest keizer Alexius troepen sturen om deze kruisvaarders naar Constantinopel te begeleiden.
De kruisvaarders bereikten de stad op 1 augustus 1096. Vijf dagen later werden ze via de Bosporus naar Azië gebracht en gingen het Turkse gebied binnen. In september veroverde een groep kruisvaarders het Turkse kasteel Xerigordon. De Turken sloten daarna het water af, waardoor ze gedwongen waren zich over te geven of te sterven. Alleen mensen die zich bekeerden tot de islam bleven in leven. In oktober liepen de resterende kruisvaarders in een hinderlaag. Er waren weinig overlevenden. Deze kruistocht wordt vaak de Volkskruistocht of de Boerenkruistocht genoemd. Het eindigde in een grote mislukking en wordt ook niet gezien als de eerste kruistocht.

 Het Verloop van de Kruistocht
De eerste officiële kruistocht werd geleid door de adel en geestelijkheid en was een goedvoorbereide militaire onderneming. Vier legergroepen vertrokken in augustus 1096 naar Byzantium waar ze met kerst aankwamen. Het leger bestond daarvoor nog uit vier groepen geleid door de hoge adel maar de groepen kwamen in Byzantium bij elkaar. De kerkelijke leider was de bekwame en betrouwbare bisschop van Adhémar. Naast hem waren er ridders als Godfried van Bouillon, Raymond van Toulouse en Bohemund van Tarente die ook een grote rol speelden in de kruistocht. Rond Pasen 1097 werd het leger de Bosporus overgezet tegen de belofte dat ze alle veroverde steden onder het Byzantijnse rijk zouden stellen.
En zo trok het leger door het droge dorre Antiochië, er kwam al snel onenigheid tussen de op buit en macht beluste aanvoerders en ook de vele verschillende nationaliteiten binnen het leger bevorderden de situatie niet echt positief.
De eerste stad die werd ingenomen was Nicea. Bij deze stad liet keizer Alexius zich van zijn andere kant zien. Want door een complot van de keizer viel de stad in handen van de Byzantijnse vloot in plaats van het kruisleger dat hierdoor zijn eed aan Alexius ook niet echt meer serieus nam.
Zo trok het leger verder Antiochië in. Hier en daar slag leverend, ondertussen werden ze steeds meer uitgeput door honger en droogte. Zo kwamen ze in oktober 1097 bij Antiochië aan. Na zeven maanden slaagden ze erin de stad in te nemen, door hulp van binnenuit weliswaar maar toch. Het probleem was nu dat er een groot Turks leger aankwam dat het kruisleger binnenin de stad belegerde. Alle pakdieren werden opgegeten om nog enigszins te overleven. Maar door een droom van een geestelijke kreeg iedereen weer moed en versloegen ze de Turken onder de muren.
Maar door het recentelijk overlijden van Bisschop Adhémar was de discipline binnen het leger geheel verdwenen. Er ontstonden twisten tussen Bohemund van Tarente en Raymond van Toulouse over het bezit van de stad Antiochië, een strijd die werd gewonnen door Bohemund.
De ridders die hun kruiseed wel ter harte namen bedachten dat ze nu ook wel Jeruzalem in konden gaan nemen. En zo trok eind januari een leger van ongeveer 12.000 man onder Godfried van Bouillon en Raymond van Toulouse op weg naar de heilige stad. Onderweg werd ook Bethlehem nog ingenomen. Zo stond het leger op 7 juni 1099 voor de poorten van Jeruzalem dat op dat moment door een islamitisch volk uit Egypte bezet wordt gehouden, de Muzelmannen genaamd. De stad werd omsingeld en er werd gebouwd aan belegeringswerktuigen. In de nacht van 12 op 13 juli 1099 valt het leger aan. De aanval heeft succes, en zo valt Jeruzalem op 15 juli 1099 in handen van het kruisleger.

Na de bevrijding werd Godfried van Bouillon de koningskroon van Jeruzalem aangeboden, maar hij weigerde met de woorden dat hij geen gouden koningskroon kon dragen waar Jezus een doornenkroon had gedragen. Hij nam genoegen met de titel ‘Beschermer van het Heilige Graf’. Zijn neef Boudewijn was niet zo principieel en ruilde zijn graafschap Edessa voor de koningskroon in Jeruzalem. Het kruisleger in het oosten was ondertussen geslonken tot zo’n 300 man met hun aanvoerders die her en der steden veroverden en staatjes stichtten (zie kaartje).
De Muzelmannen ondertussen zaten niet stil en zonnen op wraak en zo werd in 1144 de belangrijkste post van de kruisvaarders ingenomen: Edessa. Deze verovering zou de aanleiding vormen voor de tweede kruistocht.


H4. DE ISLAM
 De Voorgeschiedenis

De islam is zich sterk gaan uitbreidden na de dood van de profeet Mohammed in het jaar 632. De macht balanceerde in de grensgebieden tussen de moslims en de christenen, waarin de moslims de overhand hadden door hun economische bloei en grote kennis. Er werd een Perzisch-Islamitische staat gesticht rond het jaar 750, deze werd de Kalifaat van de Abbasiden genoemd. De moslims werden gesteund door Turkse stammen uit Centraal-Azië, met name de Seltsjoeken. In de tiende eeuw bekeerden de Seltsjoeken zich tot het Soennisme en zij heersen uiteindelijk over het grootste gedeelte van het Midden-Oosten. Als Soennieten kwam ze ook in aanvaring met het in Egypte gevestigde Kalifaat van de Fatimiden dat het Sjiisme als staatsgodsdienst had.
Er was een religieuze strijd aan de gang tussen de sjiieten en de soennieten die werd uitgevochten in Syrië en Palestina. Dat gebied was voornamelijk Soennitisch, maar er zaten ook groepen Fatimiden en een paar Christenen en Joden. De Seltsjoeken en Fatimiden waren sterk verdeeld wat hun uiteindelijk zou beletten om gezamenlijk op te treden tegen de "Franken".
Daarnaast werd de periode 1092-1094 gekenmerkt door politieke onrust door het overlijden van enkele leiders als de Seltsjoekse sultan en de Fatimidische Kalief, wat zorgde voor een sterke verdeeldheid in beide facties waardoor er in werkelijkheid allemaal kleine rijkjes ontstonden en het centrale gezag van het Kalifaat tot een minimum werd beperkt. Verder werd de Reconquista in Spanje steeds heviger en veroverde de Noormannen Islamitisch Sicilië. Daarnaast waren de Byzantijnen succesvol Noord-Syrië binnengevallen en hadden daar enkele steden ingenomen. Dus de Moslimstaat kreeg het flink te verduren.
Vlak na al deze gebeurtenissen riep de Byzantijnse keizer Alexius Comnenus Paus Urbanus II op om het Byzantijnse Rijk te helpen. Een extra reden is de weigering om Christelijke pelgrims tot Jeruzalem en de Heilige Grafkerk toe te laten. De Heilige Grafkerk was al eerder vernietigd door de Fatimiden en herbouwd.


 Reactie van de Islam

Het was natuurlijk duidelijk dat het gedrag van de kruisvaarders een militaire reactie op zou roepen aangezien hun grondgebied werd ingenomen. Maar een heilige oorlog zoals de kruistochten in het westen werden gezien riepen de kruistochten niet op. De Moslims zagen de kruisvaarders als barbaren, maar behandelden de “Franken” vaak met meer respect dan de kruisvaarders hen vaak behandelden.


H5. CONCLUSIE
In dit profielwerkstuk heb ik onderzocht waarom de eerste kruistocht zoveel aanhang kreeg in de christelijke rijken. Tijdens het maken van dit PWS ben ik erachter gekomen dat net als zoveel dingen, de eerste kruistocht zo’n diepe achtergrond heeft dat het bijna onmogelijk is om alles te noemen. Toch heb ik geprobeerd dit zoveel mogelijk te doen en nu zal ik proberen mijn onderzoeksvraag te beantwoorden.
Voor de grote aanhang voor de Eerste kruistocht waren verschillende redenen, waaronder sociale, economische, politieke en vooral godsdienstige redenen. Alle droegen bij aan het grote enthousiasme voor een Kruistocht, allemaal met een directe of indirecte rede.

Directe redenen voor de mensen in de middeleeuwen om aan de kruistocht mee te doen zijn toch wel de prediking van de kruistocht door de pausen met alle beloften die daarbij gedaan werden zoals eeuwige aflaat en de bescherming van hun eigendommen. Deze predikingen hadden een grote invloed op het uiteindelijke plaatsvinden van de kruistochten. Andere directe redenen waren de christenplicht die veel mensen in zich voelden en de mishandelingen van de medechristenen, deze aspecten werden ook vooral door de kerk naar voren gebracht. Met name door Urbanus II, die er duidelijk zijn eigen machtsspelletje op na hield.
Ook het avontuur en de rijkdom voor de adel en het handelsaspect voor de kooplieden waren directe aanleidingen. Net als het voor het arme volk aantrekkelijk was om geen belasting te hoeven betalen.

Er waren dus enkele belangrijke directe redenen, maar er waren nog veel meer indirecte redenen die een grote rol hebben gespeeld. Zo waren indirecte redenen voor de adel bijvoorbeeld de wens om meer grondgebied te hebben. Dit kwam ook vaak doordat de bevolking in de middeleeuwen sterk groeide zodat de leefruimte verminderde wat weer opriep tot conflicten met buurlanden of streken.
Andere redenen waren de rijkdom die er in het oosten te vergaren was. Ook de handel zou door de kruistochten een sterke impuls krijgen die de eeuwen daarna nog sterk zou doorwerken. Door het constante conflict was er ook een constante vraag naar wapens, schepen en soldaten, wat een grote stimulans voor de economie was. Een indirecte godsdienstige aanleiding was het herenigen van de twee katholieke rijken die sinds 1054 gescheiden waren. En de machtspolitiek van Paus Urbanus II om zich te bewijzen na de Investituurstrijd en alle christenen te verenigen onder zijn leiding droeg zeer zeker bij aan de grote interesse en ontvankelijkheid voor een kruistocht in het Westen. Door Urbanus propaganda en preken bij edelen en vorsten werd de kruistocht een bekend baken in de donkere middeleeuwen. Men kon zich op zo een kruistocht vrij maken van zonden, rijk worden en eer behalen.
Andere redenen waren om de adel meer afhankelijk te krijgen van de kerk en het geloof. Ook de verdere overheersing van de katholieke kerk over de Westerse en Oosterse wereld was een indirecte reden die niet vergeten mag worden. Voor de burgers was ook vaak het ontvluchten van je oude leven een indirecte reden om op kruistocht te gaan.

Concluderend kan ik dus zeggen dat de meest bepalende factor in deze Eerste Kruistocht, de machtsstrijd van de Kerk is geweest. Het was deze kerk, met aan het hoofd Paus Urbanus II die in minder dan een jaar heel Europa in de ban hield met zijn preken en beloften, mensen verleidend tot “grootse daden in de naam van God”. De grote ontvankelijkheid in Europa voor een Kruistocht was er door een samenloop van omstandigheden: Overbevolking en een behoefte aan nog meer rijkdom was reden voor de adel om zich aan te sluiten bij deze kruistocht. Een machtsbeluste Paus die alle christenen onder zijn leiding wou hebben en een onwetende bevolking die een weg zocht om rijkdom, eer en verlossing te krijgen. De Arabieren die zich steeds meer begonnen te verzetten tegen de Westerse expansie en de eeuwigdurende strijd tussen het Christendom en de Islam. Het was deze samenloop van omstandigheden die de Christelijke Rijken zo ontvankelijk maakten voor een Kruistocht, en het waren deze redenen dat mensen zich wilden aansluiten bij dit leger van God. Zij zochten een nieuwe weg naar welvaart, geluk, heil, redding, bestaan, veiligheid, gezondheid, leven en hemel.

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

8047

Welkom!

Goed dat je er bent. Scholieren.com is de plek waar scholieren elkaar helpen. Al onze informatie is gratis en openbaar. Met een profiel kun je méér:

snel zien welke verslagen je hebt bekeken
de verslagen die je liket terugvinden
snel uploaden en reacties achterlaten

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer