Cookies..
Door Scholieren.com te bezoeken ga je akkoord met het gebruik van cookies. Klik hier voor meer info.
ALLE STUDIEBOEKEN VOOR JE EERSTE JAAR HBO/UNI WINNEN T.W.V. €500?

Scholieren.com & Studystore fixen dat voor je! Stuur jouw examensamenvatting(en) op, vinkje aan en je doet mee. Upload nu of check hier de voorwaarden

Eindexamen m&o
vwo

Vrijdag 25 mei 2018 van 13:30 tot 16:30 Nog 29 dagen, 13 uur en 48 minuten!

Video

Interest

Examenchat M&O

5:51 Menno
 Welkom bij de examenchat M&O
5:51 Menno
 We beginnen om 18:00 uur
5:56 Menno
 Zet achter je naam even je niveau, dan weet Guido hoe hij de vraag moet beantwoorden
5:58 Menno
 Kunnen we beginnen Guido?
5:59 Docent M&O Guido
 Ja, graag
5:59 Opmerking van Ian - VWO
Welke onderwerpen keren telkens terug in het M&O examen zodat ik die nog kan oefenen? Ik ben zelf geen rekenwonder, heeft u daar tips voor? Ik vind het lastig om de juiste getallen te kiezen, heeft u daar tips voor? Hoe kan je het beste met grote bronnenopgaven omgaan?
5:59 Opmerking van Ian - VWO
Bedankt voor het antwoorden!
6:08 Docent M&O Guido
 

Voor het examen kan elk onderwerp gevraagd worden. Typische vwo onderwerpen zijn de contante waarde van een reeks getallen, †de eindwaarde van een reeks getallen en de kostprijsberekening †van de industriele onderneming.


Schrijf alle deelberekeningen op. Op die manier kun je zorgvuldig werken. En deelberekeningen kunnen ook punten opleveren


Bij grote bronnenopgaven kun je belangrijke zaken markeren, zodat je ze later beter kunt terugvinden. Lees de vraag goed. Er staat bij elke vraag naar welke bron verwezen wordt.

6:08 Opmerking van Nienke VWO
Hoe moet je de netto contante waarde berekenen?
6:17 Docent M&O Guido
 

De NCW kun je berekenen door:


contante waarde van de cashflows - investeringsbedrag


Voordelen van de NCW zijn:


je houdt rekening met interest


je houdt rekening met alle cashflows

Voorbeeld

6%
aanschafprijs 100.000 euro


cashflows


jr † 1 † † 40.000 euro


jr 2 50.000 euro


jr 3 80.000 euro

cw cashflows 40.000/1,06 + 50.000/1,06^2 + 80.000/1,06^3 = 149.405,21


ncw 149.405,21 -100.000 = 49.405,21

6:17 Opmerking van Maaike VWO
Wat houdt goodwill nou precies in?
6:20 Docent M&O Guido
 

Goodwill is het verschil tussen de overnameprijs en het eigen vermogen † van de overgenomen onderneming


Op de balans kun je goodwill terugvinden bij de vaste immateriele vaste activa

    Menno: Guido, kun je antwoorden met de reply (pijltje) knop? 

6:20 Opmerking van Nieck VWO
Hallo! Welke formules kunnen we verwachten op het formuleblad?
    Docent M&O Guido: Welke formules je krijgt op het examen is van tevoren niet bekend. Het hangt van de examenopgaven en examenmakers af. De formules rondom het berekenen van de contante waarde/eindwaarde van een reeks getallen wordt (wanneer zo'n vraag gesteld wordt wel gegeven. In principe moet je alle formules kennen. 

6:26 Opmerking van Orly - VWO
Zou u kunnen uitleggen wat je precies berekent als je het hefboomeffect en de cashflow berekent?
    Docent M&O Guido: hefboomeffect Je investeert 100.000 euro. Nettowinst is 10.000. Rendement is dus 10%. Je kunt ook 100.000 euro lenen tegen 4% Rente is dan 4.000 euro en jouw rendement 6.000 euro (6%) er is dan een positief hefboomeffect Je profiteert van het geleende bedrag doordat het meer oplevert dan het aan rente kost 4%. Je hebt een positief hefboomeffect bij: gevolg REV>RTV oorzaak IVV

6:26 Opmerking van Dennis VWO
Wat houdt de dekkingsbijdrage precies in?
    Menno: Wellicht geeft deze video antwoord op je vraag: https://video.scholieren.co... 

    Docent M&O Guido: dekkingsbijdrage per stuk is de verkoopprijs -variabele kosten per stuk. Met de totale dekkingsbijdrage (dekkingbijdrage per stuk x afzet) maak je je constante kosten goed. En behaal je evt winst ------------------------------ Break even afzet : TCK/dekkingsbijdrage per product TCK is dan gelijk de totale dekkingbijdrage ------------------------ gewenste afzet bij winst= (TCK + gewenste nettowinst)/dekkingsbijdrage per product 

6:35 Opmerking van Vincenzo Man
over de gerealiseerde verkoopresultaat. Bij een examen hadden ze de kostprijs opnieuw berekend met de gerealiseerde kosten, maar mijn lerares zei dat je nooit de kostprijs opnieuw moest berekenen. de ander examen gebruiken ze de voorgecalculeerde verkoop prijs en de ander examen de gerealiseerde verkoop prijs. kortom ik snap er niks meer van. Hoe bereken je nou de gerealiseerde verkoopresultaat
    Docent M&O Guido: gerealiseerde verkoopresultaat bereken je door: werkelijke afzet x (werkelijke verkoopprijs -kostprijs) De kostprijs calculeer je inderdaad van te voren en staat dan vast. Bij het gerealiseerde verkoopresultaat is soms de voorgecalculeerde verkoopprijs gelijk aan de werkelijke verkoopprijs. Zo niet dan pak je bij het gerealiseerde verkoopresultaat de werkelijke verkoopprijs en niet de voorgecalculeerde verkoopprijs. 

6:45 Opmerking van ZoŽ - VWO
Hoe zit met doorrekenfouten bij M&O? Als er bijvoorbeeld een vraag is waar je de omzet moet berekenen en je hebt dat fout, maar moet het antwoord nog wel gebruiken voor een volgende vraag maar wel binnen dezelfde opgave, wordt dat dan fout gerekend?
    Docent M&O Guido: Wanneer je een foutief antwoord van een vorige vraag gebruikt bij een volgende vraag en verder de vraag goed beantwoordt dan heb je de laatste vraag volledig goed beantwoord. Wanneer je de eerste vraag dus niet kunt beantwoorden noteer hier dan (makkelijk) getal zodat je de volgende vraag wel kunt beantwoorden en deze punten scoort. 

6:51 Opmerking van Roxanne- Havo
Ik vroeg mijzelf twee dingen af. Ik vind het lastig om het eigen vermogen te berekenen en met getallen uit een balans te berekenen, hoe doe ik dit precies? En wat is nou precies het verschil tussen een staat van baten en lasten & van ontvangsten en uitgaven?
    Docent M&O Guido: Het eigen vermogen kun je berekenen door: Totaalbedrag debetzijde - alle bedragen aan creditzijde (muv eigen vermogen) = eigen vermogen of eigen vermogen beginbalans + saldo opbrengsten/kosten = eigen vermogen eindbalans of eigen vermogen beginbalans + saldo baten/lasten = eigen vermogen eindbalans Staat van baten (opbrengsten) en lasten (kosten) geeft aan hoeveel je verdient hebt (armer of rijker) Dit leidt tot verandering van het eigen vermogen en gaat over een periode ---------------------------------- Overzicht van ontvangsten en uitgaven geeft aan hoeveel geld er bij komt of af gaat. Dit leidt tot een verandering van de liquide middelen en word gemeten op een tijdstip. ------------------------ Bijzondere posten hierbij zijn Bijv. Aflossing is een uitgave (betaling) maar geen kosten Afschrijving is kosten (hoort bij een periode) maar is geen uitgave (je betaalt dit bedrag aan niemand) 

7:00 Opmerking van Nienke VWO
Wanneer moet je wel met btw rekenen en wanneer niet?
    Docent M&O Guido: Incl Btw zijn bedragen zoals de consumentenprijs, verkoopprijs incl btw. Op de balans noteer je bij een aanschaf van bijv. een auto de prijs excl btw bij de auto en het btw bedrag bij de vlottende activa omzet en kosten altijd aangeven excl. btw 

7:05 Opmerking van Stan VWO
Ik weet nooit zo goed welke van de twee formules ik moet gebruiken voor de contante waarde of de eindwaarde. Beide worden wel altijd gegeven op het formuleblad als er naar wordt gevraagd op het examen. Heeft u daar een oplossing voor?
    Menno: Dit is de laatste vraag 

7:13 Docent M&O Guido
 

eindwaarde 1 bedrag E =C x (1+i)^n


contante waarde 1 bedrag C = E x 1/(1+i)^n


De s formule bij een reeks bedragen is bij de eindwaarde en bij de contante waarde gelijk. Alleen bij de eindwaarde vermenigvuldig je een termijn met de interest en bij de contante waarde deel je door de interest

7:13 Menno
 Dit was de laatste vraag. Guido heeft geprobeerd zo veel mogelijk vragen te beantwoorden, waarvoor dank! Deze chat is terug te lezen op: https://www.scholieren.com/...
7:14 Menno
 Iedereen succes met het examen M&O!
Bereken je voorlopige cijfer