Cookies..
Door Scholieren.com te bezoeken ga je akkoord met het gebruik van cookies. Klik hier voor meer info.

Eindexamen scheikunde
havo

Video

De hele havo scheikunde in 70 minuten!

Video

Examenserie: Scheikunde

Examenchat Scheikunde

2:47 Menno
 Welkom in de examenchat Scheikunde, we beginnen om 15:00 uur
2:48 Opmerking van Herth VWO
Hoi!
2:53 Docent Ade Scheikunde
 Hoi allemaal, voor wie er al is; Wat mij betreft kunnen we beginnen. Zet wel je niveau even in je naam. Dus brandt maar los...
2:55 Opmerking van Nina havo
Hoi! wat is het verschil tussen elektroden en elektronen?
2:57 Docent Ade Scheikunde
 Elektronen zijn de onderdelen van het atoom, die in een wolk om de kern cirkelen; elektroden zijn dingen (soms van het materiaal dat reageert, soms niet) die in een accu zitten of in een elektrolyse waardoor de elektronen kunnen stromen
    Menno: Ade, kun je weer gebruik maken van de reply knop? 

2:57 Opmerking van Herth VWO
Moet je initiatie, propagatie en terminatie voor het VWO examen ook kennen en kunnen toepassen?
2:57 Docent Ade Scheikunde
 Ja dat is een onderdeel van het examen
2:58 Opmerking van Eveliene HAVO
Ik heb eerst VWO gedaan en daar schreven ze een sterk zuur als H3O+.
2:58 Opmerking van Eveliene HAVO
Bij HAVO schrijven ze een sterk zuur als H+, maakt het uit welke je gebruikt?
    Docent Ade Scheikunde: Nee hoor; op de havo wordt het H3O+ ook goedgekeurd door je docent (het is nm beter dan H+). Maar dan moet jke aan de andere kanyt de H2O niet vergeten Handige van havo wijze is dat je H2O niet hebt in de vergelijking 

2:58 Opmerking van Eveliene HAVO
Ik bedoelde H3O+
2:59 Opmerking van Hw havo
Hallo,
2:59 Opmerking van HW havo
Hoe moet je de pH berekenen als je bijvoorbeeld 10 keer gaat verdunnen?
    Docent Ade Scheikunde: pH is niets anders dan een bewerking op de concentratie H+. Dus als je tien keer verdund, dan reken je nieuwe concentratie uit, 10 keer kleiner in jouw geval en daavan neem je -log en dan heb je de pH (die wordt trouwen bij 10 keer verdunnen van een sterk zuur altijd 1 hoger) 

3:01 Opmerking van Shayna havo
Hoe weet je wat de oxidator is en de reductor bij een elektrochemische cel?
    Docent Ade Scheikunde: nou dat kan ik ook niet onthouden hoor :-) Wat je doet is kijken naar halfreactie en met binas t48 erbij. De halfreactie waarbij elektronen RECHTS van de pijl staan is de reductor, dus bij reductor komen elktronen vrij. De oxidator heeft elektronen nodig dus daar staan elektronen voor de pijl. Niet uyit je hoofd gaan leren maar in T48 kijken dat het klopt en kunnen redeneren 

3:03 Opmerking van Rick Havo
Hoi, hoe ontstaat een polycondensatie en moet ik die kunnen tekenen op het examen?
    Docent Ade Scheikunde: Ja dat moet. Bij een condensatie reactie komt een klein molecuul vrij (water of NH3). Dus bij een polyester reageert een zuur groep van een molecuul met een alcohol groep vd ander en daarbij komt een H2O vrij. als een molecuul meerdere van die groepen heeft dan kan dat twee keer en kan aan de andere kant van een molecuul weer een ander molecuul reageren en zo krijg je een hele keten. In elk examen zitten polymeren 

3:06 Opmerking van Nina havo
Maakt het uit of je e of e- gebruikt bij redox reacties?
    Docent Ade Scheikunde: formeel gezien wel; e- is correct want de lading is negatief. 

3:06 Opmerking van HW havo
Hoe bereken je de pH als je bijvoorbeeld 10 keer gaat verdunnen?
    Docent Ade Scheikunde: heb ik al beantwoord, kijk even terug en stel een aanvullende vraag als er iets niet duidelijk was 

3:07 Opmerking van Herth VWO
Ik snap niet precies wat buffers zijn, hoe ze werken en wat het nu is van een buffer
    Docent Ade Scheikunde: Nut: stel je hebt een bad water en daarin gooi je paar druppels zuur; dan gaat pH enorm veranderen. In de biologie wil je dat niet, dat vinden weefsels niet leuk. Ook in sommige reacties wil je de pH redelijk constant hebben Daar zorgt buffer voor. Buffer is niets anders dan een zuur en zijn base (dus in T49 de deeltjes naast elkaar in de tabel) in een redelijke concentratie en met niet meer dan factor tien in concentratie verschil in oplossing. Voorbeeld: je doet 0.1 mol/L HF en 0.05 mol/L F- bij elkaar (daat laatste door bijvoorbeeld NaF op de lossen) bij elkaar en voila: buffer die ervoor zorgt dat de pH niet veel verandert als je wat zuur of base toeveoegt 

3:10 Opmerking van Anouk HAVO
Een edelgas reageert niet (of nauwelijks) met andere stoffen, klopt het dan ook dat je nooit een edelgas meeneemt in je reactievergelijking?
    Docent Ade Scheikunde: klopt; ik heb het in ieder geval nog nooit gezien. tenzij je nu een voorbeeld ervan hebt 

3:11 Opmerking van Julia, vwo
Hallo! Als de faseaanduiding niet in de opdracht is gegeven, moet je dan gokken of weglaten?
    Docent Ade Scheikunde: meestal zijn die eigenlijk erg duidelijk. Ik ozu ze nooit weglaten. We moesten als docenten er een keer wel op letten en als je het dan weglaat. Het wordt NIET fouit gerekend als het niet als eis in het correctiemodel staat hoor. 

3:12 Opmerking van Eveliene HAVO
Hoe zat het ook alweer met significante cijfers? Geldt het grootste aantal cijfers of het kleinste aantal cijfers in de vraag?
    Docent Ade Scheikunde: kleinste meetgetal (ik bedoel dan, concentratie, massa oid. Als je bijvoorbeeld weet dat je twee flessen wijn hebt, dan telt 2 als significant cijfer niet mee want je weet dat heeeeeel zeker, het is een telgetal. Er is geen twijfel of je dan 2 flessen hebt, het zijn er niet per ongeluk 2,1 

3:14 Opmerking van Kiara VWO
Hallo, hoe weet je wanneer een stof polair of apolair is? En hoe weet je wanneer een stof hydrofiel of hydrofoob is?
    Docent Ade Scheikunde: Hydrofiel is gekoppeld aan polaire stof. Hydrofoob aan apolaire stof. Op vwo wil men in de vraag nog wel eens tussengevallen beschrijven. Polaire stof heeft polaire bindingen EN is niet ymmetrisch. vb CHF3 is hartstikke polair, de CF bininging is polair en 3 polaire bindingen in een tetrateder versterkt het effect. Echter CF4 is een apolaire stof. Aleee Fs zitten symmetrisch rond de C en dus heft het effect zich op . CF4 zals slecht oplossen in water 

3:17 Opmerking van Bij elektrochemische cellen/batterijen is de positieve pool bij de staaf die elektronen afstaat toch? Maar hoe zit dat dan bij elektrolyse?
Bij elektrochemische cellen/batterijen is de positieve pool bij de staaf die elektronen afstaat toch? Maar hoe zit dat dan bij elektrolyse?
    Docent Ade Scheikunde: elektrolyse: je moet kijken aan welke pool een elektrode zit. Zit hij aan de - van de spanningsbron? dan gaan er elektronen van de spanningsbron naar de elktrode en reageert daar dus de oxidator. Zit elektrode aan plus van de spanningsbron dan gaan de elktronen van de elektrode naar de spanningsbron en dus de red. Niet uit je hoofd leren maar bekijken met T48 en proberen te begrijpen aan de hand van wat elektronen doen 

3:19 Opmerking van Gabriela M HAVO
Hallo, hoe groot is het aandeel organische chemie/ chemie van het leven in de examen?
    Docent Ade Scheikunde: dat is altijd een redelijk deel dus waard om goed te bestuderen. Vaak is organisch in combi met rekenen 

3:20 Opmerking van Asmae Ameziane
Is het dan bij elektrolyse zo dan de elektrode die elektronen afstaat positief is, omdat het de elektronen opvangt?
    Docent Ade Scheikunde: je kunt beter redeneren bij elektrolyse vanuit de spanningsbron. De spanningsbron bepaald waar elektronen heen gaan (dus ze komen UIT de - vd spanningsbron). 

3:22 Opmerking van Jessie havo
Wat moet je weten over kraken bij het examen?
    Docent Ade Scheikunde: je moet snappen dat grote moleculen in stukken worden gehakt ZONDER dat er andere moleculen als uitgansstof staan. Er is dus 1 uitgansstof en meerdere reactieproducten. Er ontstaan daardoor dubbele bindingen, immers je hebt H tekort als je lange moleculen met C's in stukken hakt zonder iets toe te voegen 

3:24 Opmerking van Sam vwo
Komen radicalen en reactiemechanismen voor op dit examen
    Docent Ade Scheikunde: Ja in de syllabus staat (echt vwo onderwerp waar vorig jaar echter weinig van in het examen zat): 5.De kandidaat kan van een gegeven reactiemechanisme een beschrijving geven van de verplaatsing van elektronen/ elektronenparen: ?nucleofiel, elektrofiel; ?radicalen; ?mesomere grensstructuren 

3:26 Opmerking van JASPER VWO
Wanneer krijg je oaat als achtervoegsel kom daar niet echt uit ? En zat examens te oefenen maar waarom zijn de examens de laatste jaren zo moeilijk is daar een reden voor ? ook de pilots examens waren moeilijk kwa n-term niks onder de 1,6.zo weet je niet egt wat een normaal 1,0 examen eruit zou zien.
    Docent Ade Scheikunde: Nou; ga er dan dus vanuit dat het weer zo'nmoeilijk examen wordt waarbij je in de N term gelukkig wordt gecompenseerd. Ik ken geen reden hoor. -oaat is uitgang bij een eenvoudige esther van eenvoudige alkaanzuren en alkanolen. 

3:28 Opmerking van Julia, vwo
Wat is het verschil tussen een h-brug en een dipool-dipoolbinding?
    Docent Ade Scheikunde: een H brug is een vorm van dipool dipool die veel voorkomt en dus een eigen naampje heeft gekregen. Er zijn meer dipool dipool (worden in examen meestal wel beschreven) die geen H brug worden genoemd maar hetzelfde effect hebben 

3:30 Opmerking van Anoniem
Hoe weet je bij een titratie welke indicator je moet kiezen, oftewel waar het steile gebied van de titratiecurve loopt? (VWO)
    Docent Ade Scheikunde: steile gebied bij sterk zuur met sterke base: pH 7. Zwakke base met sterk zuur titreren: bedenk dat het sterke zuur ahw wint qua pH, dus dat je meer bij pH4/5 uitkomet. Zelfde bij zwak suur met sterke base, sterke base wint dus omslag bij 9/10 

3:31 Opmerking van Gabriela M HAVO
Komt overmaat berekenen voor in de examen ?
    Docent Ade Scheikunde: havo niet vaak hoor. Als er staat dat iets in overmaat is dan wordt vaak bedoeld: let maar niet op deze stof want er is genoeg OF ze bedoeln deze kan twee keer reageren. vb van het laatste: als er staat dat calciumcarbonaat reageert met overmaat zuur dan reagert het canbonaat ion als base met twee H+ ionen tot CO2 (gas) en H2O 

3:32 Menno
 Iedereen die zich afvraagt of zijn vragen aankomen: alle vragen komen door, echter is het erg druk, waardoor ze nog niet aan de beurt zijn
3:33 Opmerking van Iris VWO
Hoe weet je welke "stukjes" stof aannemelijk zijn bij massaspectometrie? En hoe pak je een grafiek het beste aan, waarbij je de verbrandingswarmte / vormingswarmte moet gebruiken bij berekeningen.
    Docent Ade Scheikunde: die grafieken: kijk even in examen van vorig jaar; de vraag werd door docenten afgeschoten maar daar zit veel in. Stukje bij massaspectrometrie: voor ons zijn dat logische brokstukken, dus delen van het molecuul die je kunt maken door 1 binding door te hakken. Dus je neemt molecuul, streept 1 binding ergen door en kijkt dan naar de brokstukken. Dat zijn logische. 

3:35 Opmerking van Asmae Ameziane
Ze vragen heel vaak naar of een reactie duurzaam is of niet, welke beredeneringen moet je dan geven? Dat er weinig energie voor het proces nodig is bijv?
    Docent Ade Scheikunde: ik heb als advies: neem tabel 97F erbij en kijk wat van toepassing is. Er staan daar 12 argumenten voor je klaar. Neem de argumnetn die je op de sitautie het meets van toepassing vind. Niet zelf gaan verzinnen hoor, dat worden oh verhalen :-) 

3:37 Opmerking van Anoniem
Wanneer staat een meerwaardig (sterk) zuur al zijn H+ ionen af? Klopt het dat zwavelzuur in water 1 H+ afstaat en dat zich vervolgens een evenwicht instelt? Dus notatie: HSO4- + H+?
    Docent Ade Scheikunde: sterk zuur staat in water als zijn H+ af. Dus alleen in pure vorm niet (HCL gas bijv). H2SO4; formeel heb jij gelijk maar we hebben afgesproken dat het een tweewaardig sterk zuur is dus 2H+ + SO4 2- 

3:39 Opmerking van Joseph
Normaal gesproken is de reductor de negatieve elektrode. Er weas echter een opgave waar het ging om elektrolyse, daar zat de reductor vast aan de positieve elektrode, mijn docent vertelde als er energie wordt toegevoerd dan is de reductor de positieve elektorde, waarom is dit, hoe kan dit?
    Docent Ade Scheikunde: kijk even terug; deze vraag al uitgebreid in paar vragen beantwoord door naar de spanningsbron te kijken 

3:40 Opmerking van Elisa, vwo
Hoi, hoe pak je een exo-of endotherme grafiek aan. Ik raak altijd helemaal in de war als ik iets moet doen met de vormingswarmte of verbrandingswarmte. En hoe weet je bij massaspectometrie welke stukjes stof waarschijnlijk 'ontstaan"?
    Docent Ade Scheikunde: tweede deel al beantwoord, kijk even terug. Eerste deel: begin met reactie. Uitgangsstoffen boven linker streep zetten. Die uitgangsstoffen slopen tot de elementen (in getal is dat het omgkeerde getal van de binas vormingswarmte). Die elementen weer laten reageren tot de reactieproducten door de vormingswarmte te nemen zoals in Binas (dus niet omegkeerde). Dit moet je paar keer oefenen en dan gaat het vanzelf (geloof me) 

3:43 Opmerking van Willemijn, havo
Wat is het energie-effect precies? En hoe bereken je het energie-effect? Het zal fijn zijn als mijn vraag een keer wordt door gestuurd, want er is verder niks over het energie- effect te vinden! Alvast bedankt
    Docent Ade Scheikunde: ze bedoel het samen met blokschema: Als je bijv in blokschema een reactie blok ziet en de stoffen gaan er op kamer temp in en komen er op 80 graden uit, dan moet jij kunnen redeneren dat er warmte bij reactie vrij is gekomen dus dat de reactie exotherm is. Ander vb: als er koelwater naar een reactie blok gaat, dan weet je dat reactie gekoeld moet worden omdat het anders te warm wordt, dus dat reactie exot is. Of 3e vb: als een reactie in een oven plaats vindt dan moet er dus gestookt worden om de reactioe op gang te houden, dus endotherme reactie. Zulk soort redeneringen bedoelen ze met reactie effect 

    Docent Ade Scheikunde: rekenen bij havo nog nooit gezien 

3:47 Opmerking van Anouk HAVO
als je een totale redoxreactie gegeven krijgt staat er dan altijd voor de pijl een red + een ox?
    Docent Ade Scheikunde: ja, want anders is het geen totale reactie vergelijking 

    Docent Ade Scheikunde: maar let op: er kunnen in de totaalreactie dingen niet staan die in halfreacties wel staan omdat ze uiteindelijk wegvallen. zoals H+ en H2O 

3:48 Opmerking van Asmae Ameziane
Moet je bij het tekenen van een polyadditie altijd de c ketens aan elkaar noteren en de zuur/ester groepen eronder of erboven?
    Docent Ade Scheikunde: nee hoor;als de volgorde van C 's O's en H's maar goed is. Je hoeft niets ruimtelijk te tekenen hoewel ik dat bij Cis trans WEL aanraadt, maar bij polyadditie zie ik geen reden 

3:49 Opmerking van Anouk HAVO
Als je een OH-groep uitlegt zeg je dan dat de OH-groep H-bruggen kan vormen met water, of moet je zegen dat deze H-bruggen vormt met watermoleculen?
    Docent Ade Scheikunde: watermoleculen!!!!!!! (erg belangrijk nu): de OH is op microniveau, dus dan gaat het bij het andere deeltje ook om microniveau. Dan gaat het niet over de stof water (macro, dat kun je zien) maar om de deeltjes waaruit ze bestaan, dus de moleculen 

3:51 Opmerking van Gabriela M HAVO
Komt evenwichtsvoorwaarde berekenen terug in het examen ?
    Docent Ade Scheikunde: bij havo niet, vwo wel 

3:53 Opmerking van Lotte Havo
Kunnen 2 zuren (COOH) H-bruggen met elkaar aangaan?
    Docent Ade Scheikunde: ja hoor. van de H van de zuurgroep naar de O van de OH van een ander zuurmolecuul 

3:54 Opmerking van Vera VWO
Hallo, moet je bij berekenen van delta A de elementen buiten beschouwing laten?
    Docent Ade Scheikunde: ik geloof dat ik je vraag niet begrijp... 

3:54 Opmerking van Sofie VWO
Moet je bij substitutiereacties ook het ionair mechanisme en radicaal mechanisme kunnen opstellen? En voor additiereacties? en zo ja, hoe kan je dat het handigst leren/afleiden?
    Docent Ade Scheikunde: ik denk/hoop niet dat een hele afleiding ooit gevraagd gaat worden want dat is erg lastig hoor. Maar een stap erin wel. Handig is het schema in binas om bij de nieuwe gegeven reactie te kijken wat de overeenkomsten zijn en wat er nog mist, tabel 54 

3:56 Opmerking van Sam vwo
Moet je isomeren alleen kunnen herkennen of ook kunnen tekenen? bv spiegelbeeldisomerie
    Docent Ade Scheikunde: moet je ook kunnen tekenen, hoewel men vaak vermijdt om leerlingen echte ruimtelijke tekeningen te laten maken. Cis trans is makkelijk te tekenen door C=C naast elkaar te tekenen en de groepen boven of onder de C's te tekenen. Spiegelbeeld hoeft niet, je moet er wel een * bij het asymetrische C atoom weten te zetten 

3:58 Opmerking van Vera VWO
Sorry, ik bedoel natuurlijk delta E, het energie-effect
    Docent Ade Scheikunde: ja, want het slopen van de uitgansstoffen gebeurd door naar elem,enten te gaan. Als er in reactie H2 reageert, dan is dat al een element en hoef je daar dus niets me te doen 

3:59 Opmerking van Anoniem
Is een amfolyt op zichzelf niet ook een buffer? Verhoudingen zijn hierbij niet van belang? Immers, de amfolyt kan zowel als zuur als als base reageren.
    Docent Ade Scheikunde: nee dat noemen we geen buffer omdat pH bufferende effect er niet op die manier is. Ze kunnen met zuur en base reageren, toch is het geen buffer. De geconjugeerde zuur en base horen in dezelfde oplossing te zitten 

4:01 Opmerking van Kamal VWO
Hoe kun je je nu het best voor t examen voorbereiden want ik vind samengevat best beknopt
    Docent Ade Scheikunde: door examens te oefenen en te gaan herkennen wat voor soort vragen er zijn. En ALTIJD eerst de vraag lezen (dus niet de inleiding, bronnen ed, maar echt de vraag). Dan weet je waar je naar op zoek moet 

4:02 Opmerking van Elisa, vwo
Hoe weet je welke delen stof kunnen ontstaan bij massaspectometrie?
    Docent Ade Scheikunde: heb ik al beantwoord, kijk even terug 

    Docent Ade Scheikunde: heb ik al beantwoord, kijk ff terug 

4:02 Docent Ade Scheikunde
 ik hoor dat er nog veel vragen zijn; we gaan nog 10 min door. Lukkt het niet je vraag te beantwoorden; ga naar je docent
4:03 Opmerking van Evelien
Heeft u een ezelsbruggetje voor elektronen, protonen en neutronen? Ik weet namelijk nooit zo goed wat wat is en hoe ik dit moet tellen
    Docent Ade Scheikunde: geen ezelsbruggetje helaas. LEREN dat protonen + zijn en samen met neutronen (neutraal dus geen lading) in de kern zitten. Eeromheen in een wolk de elktronen 

4:04 Opmerking van Gabriela M HAVO
hoe is organische chemie dan in combinatie met rekenen? het berekenen van de mol ?
    Docent Ade Scheikunde: hoeveel reageert er met 100 g van deze stof als er een rendement is van 45% (zulk soort vragen). kijk maar eens naar vorig jaar 

4:05 Opmerking van Herth VWO
In de syllabus staat bij Subdomein F3: - Vergisting: bio-ethanol, biogas. Wat wordt daarmee bedoeld? En daaronder staat: productie van biodiesel. Wat is dat en wat moet je daarover weten?
    Docent Ade Scheikunde: je zult nooit moeten beantwoorden wat het is. Waty je hebt gehad zijn ooit vragen met een beschrijving van vergisting en dan een vraag erover. Dus dit is een toepassing waarvan men verwacht dat je er iets van weet; maar!!!!! men zal je nooit zomaar er iets over vragen, men beschrijft een situatie van vergisting en gaat er dan mooie inzicht vragen over stellen 

4:07 Opmerking van hadia (havo)
wat moet je allemaal over alkalimetalen, halogenen en edelgassen weten?
    Docent Ade Scheikunde: welke groepen het zijn en paar eigenschappen (edelg reageren niet, halogenen wel, als ze ion zijn -1, als in molecuul 1 binding 

4:08 Opmerking van Sander vwo
Hoe kom je er achter of iets een dipool is of niet?
    Docent Ade Scheikunde: als het oplost in water: dipool. Verder als er verschil is in elktronegativiteit groter dan 0.3 tussen de veschillende atomen die een binding vormen dan heb je dipool binding. Eerder een vraag over dipool molecuul beantwoord, kijk daar ook even naar 

4:10 Opmerking van Asmae Ameziane
Ik heb veel moeite met het berekenen van de reactiewarmte, omdat ik altijd de negatieve getallen door de war haal bij het optellen of aftrekken van elkaar, heeft u hier een tip voor?
    Docent Ade Scheikunde: ja, maar dat heb ik al eerder behandeld. Kijk daar even. Oefenen is echt de enige manier om het onder deknie te krijgen hoor!! 

4:10 Opmerking van Kamal VWO
zijn IR-spectra nog stof voor het vwo?
    Docent Ade Scheikunde: nee 

4:12 Opmerking van Kiara VWO
Mag je bij verschuiving van een evenwicht bij reacties tussen gassen redeneren met de regel van Van 't Hoff (evenwicht verschuift naar de kant met het minst aantal deeltjes)?
    Docent Ade Scheikunde: ja, dat mag hoor. 

4:13 Menno
 We behandelen nog 3 vragen
4:13 Opmerking van Anoniem
Als gesproken wordt over de moraliteit van een zure oplossing, gaat het dan om het ongesplitste zuur? Zelfde principe voor zouten?
    Docent Ade Scheikunde: molariteit: ja, ongesplist tenzij bij een tweewaardig zuur de molariteit van het H+ deeltje wordt bedoeld, dan moet je natuurlijk dubbele nemen van het ongesplitste zuur. Zelfde voor zouten. Meestal het geheel, TENZIJ wordt gevraagd om demolariteit van een specifiek ion. 

4:13 Opmerking van Nina havo
Moet je bij elektrolyse ook de totaalreactie geven of alleen als het gevraagd wordt?
    Docent Ade Scheikunde: je moet echt kijken wat de vraag is;wordt halfreactie gevraagd of de reacties aan de elektroden, dan woirdt geen totaal reactie gevraagd 

4:13 Opmerking van hadia (havo)
moet je bij het berekenen van de energie warmte de gegevens voor of achter de pijl negatief maken?
    Docent Ade Scheikunde: voor de pijl, het slopen tot elementen is het omgekeerde van de binas waarde (kijk even terug dit is al behandeld) 

4:16 Menno
 Dit waren de laatste vragen, helaas heeft Ade niet alles kunnen beantwoorden om de chat enorm druk was.
4:17 Menno
 We hopen dat de belangrijkste vragen nu toch beantwoord zijn. Ade, bedankt voor je tijd!
4:17 Docent Ade Scheikunde
 We stoppen er mee! Ik hoop dat de meeste vragen zijn beantwoord, mijn vingers zijn lam :-) Ik wens iedereen een goede voorbereiding toe en de havisten woensdag al veel succes
4:17 Opmerking van Nina havo
Bedankt voor het beantwoorden!!
4:17 Opmerking van Julia, vwo
Heel erg bedankt voor het antwoorden!
4:17 Docent Ade Scheikunde
 graag gedaan!
4:17 Opmerking van hadia (havo)
heel erg bedankt!
4:18 Menno
 Aan alle leerlingen: veel succes!
Bereken je voorlopige cijfer

Oude examens

Jaar / tijdvak
bestanden
2016 / tijdvak 2 antwoorden
opgaven
uitwerkbijlage
2016 / tijdvak 1 antwoorden
opgaven
uitwerkbijlage
2015 / tijdvak 2 antwoorden
opgaven
2015 / tijdvak 1 antwoorden
opgaven
bijlage
2014 / tijdvak 2 antwoorden
opgaven
uitwerkbijlage
2014 / tijdvak 1 antwoorden
opgaven
2013 / tijdvak 2 antwoorden
opgaven
uitwerkbijlage
2013 / tijdvak 1 antwoorden
opgaven
uitwerkbijlage