Cookies..
Door Scholieren.com te bezoeken ga je akkoord met het gebruik van cookies. Klik hier voor meer info.

DIT IS DE EXAMENPAGINA VAN 2017! 



KLIK HIER OM NAAR DE 2018 VERSIE TE GAAN!

Eindexamen aardrijkskunde
havo

Dinsdag 22 mei 2018 van 09:00 tot 12:00 Nog 27 dagen, 16 uur en 56 minuten!

Video

Examenserie: Aardrijkskunde havo (Wereldwijs)

Video

Examenserie: Aardrijkskunde havo (buiteNLand)

Video

Examenserie: aardrijkskunde

Video

Examenserie: Aardrijkskunde havo

Examenchat Aardrijkskunde

6:50 Menno
 Welkom in de examenchat Aardrijkskunde
6:51 Docent AK Rodney
 Goedenavond!!!
6:52 Menno
 Rodney zal de vragen van havo en vwo leerlingen beantwoorden, Susan van vbmo/mavo
6:52 Susan Veldman
 Goedeavond :D
6:52 Menno
 Zet daarom dus even achter je naam je niveau, zodat we weten wie de vraag moet beantwoorden!
6:57 Opmerking van Gabriela
Halloo!
    Docent AK Susan VMBO: Hallo Gabriela, heb je een vraag voor vmbo of havo/vwo? 

6:59 Opmerking van Gabriela vwo
Ik heb moeite met zo efficent mogelijk kaarten in de bosatlas op te zoeken. Hoe zou ik dit kunnen aanpakken of verbeteren?
    Docent AK Rodney: Meestal is de meeste efficiŽnte manier om kaarten met het trefwoordenregister te zoeken. Daar staan kaarten per onderwerp. Zoek je dus een kaart over het klimaat in AziŽ, dan ga je in het trefwoordenregister naar de K, en kijk je onder klimaat of er een kaart van AziŽ is. 

    Docent AK Rodney: Meestal kun je in de examenvraag wel een signaalwoord vinden, dat je als zoekterm voor het trefwoordenregister kunt gebruiken 

7:00 Opmerking van rosa, vwo
ik vind de moessons en passaten nog erg verwarrend. Ik snap ook niet waarom de ITCZ zone meer beweegt gedurende het jaar over land, en niet zo sterk verschuift over de zee. Waarom is dit zo?
    Docent AK Rodney: Wat betreft land en zee: de ITCZ verschuift het sterkst boven gebieden die een grote wisseling in temperaturen kennen. omdat landoppervlakten sneller opwarmen dan zee, maar ook sneller weer afkoelen is de verschuiving daar het sterkst 

    Docent AK Rodney: Moessons zijn winden die elk half jaar van richting wisselen. Je vindt ze rond de evenaar in de buurt van continenten (daar verschuift de ITCZ immers sterk en verandert de wind mee met de verschuiving). Passaten waaien rond de evenaar, maar het hele jaar dezelfde kant uit. je vindt ze vooral boven de oceanen. Ezelsbruggetje: de p van passaat = permanent dezelfde kant op 

7:03 Opmerking van Nikee - VWO
Zou u misschien wat uit kunnen leggen over El NiŮo? Ik snap namelijk nog steeds niet hoe het nou zit, net als de ITCZ en de moessons..
    Docent AK Rodney: El Nino=het verschijnsel dat een keer in de zoveel jaar het zeewater bij Peru veel warmer wordt dan normaal. Dat komt omdat in El Nino-jaren de passaat wind zwakker is. Normaal blaast die passaatwind warm oppervlaktewater weg van Peru, maar tijdens een El Nino dus niet. Omdat er boven warm water regenbuien ontstaan, is het in een El Nino jaar in peru veel natter dan normaal 

7:04 Opmerking van Job mavo
Op welk gebied moet ik me het meest richten bij het leren?
    Docent AK Susan VMBO: Wij weten ook niet van tevoren wat er precies in de examens komt. Daarom moet je eigenlijk van alles op de hoogte zijn. Heb je proefexamens gemaakt? In de examens van de afgelopen 2 jaren zie je eigenlijk dat er vragen over Spanje, VS, Duitsland en China voorkomen, en uiteraard Nederland. Ik zal zo even een paar dingen eruit pikken voor je. 

    Docent AK Susan VMBO: Weer en klimaat: - Waterkringloop, Wat is luchtdruk. Je moet op een kaartje de hoge- en lage luchtdrukgebieden kunnen aangeven. Dus dan moet je goed de kenmerken van de drukgebieden kennen. Soorten neerslag. Invalshoek van de zon en de invloed daarvan op het klimaat. Je moet alle klimaten weten. Leer ze in volgorde van Pool naar Evenaar. Het weer in Nederland: Wat voor weertype krijg je als de wind uit het N,O,Z,W waait (zowel zomer als winter) En dan de verschillende klimaten in de VS en Spanje en de invloed daarvan op de landbouw. En dan tot slot hoe orkanen en tornado's ontstaan en wat de gevolgen zijn. Sowieso moet je bij AK altijd in je achterhoofd de W-vragen houden. Wie, Wat, Waar, Waarom, Waarom daar en Wat zijn de gevolgen. 

    Docent AK Susan VMBO: Water: De kringloop wederom, de doorsnede van de rivier, de maatregelen met betrekking tot 'ruimte voor de rivier' en wat daarvan de gevolgen zijn. Doorsnede van de duinen, met de zoetwaterzak en waarom we duinwater gebruiken. Water in het Midden-Oosten en wat daarvan de gevolgen zijn voor de bewoners in het gebied. En belangrijk: hoe kan je in het MO voldoen aan de vraag aan water, hoe kan je meer zoetwater winnen. En dan China: kenmerken van de Yangtze en Huang He (waarom heet ie gele rivier bijvoorbeeld). Stuwdammen, en dan met name de drieklovendam en waarom de bouw van die dam zo'n grote impact heeft. 

    Docent AK Susan VMBO: Tot slot: Bevolking en ruimte: Je moet bevolkingspiramides kunnen lezen. Je moet het transitiemodel kennen. Weten welke gebeurtenissen in de laatste 120 jaar tot sterke afname van het sterftecijfer hebben geleid. De vier migrantengroepen en waarom zij naar Nederland zijn gekomen en wat daar de gevolgen van zijn. Hoe het komt dat Nederland zo verstedelijkt is en de verschillende urbanisatiefasen. En tenslotte hetzelfde voor Duitsland en China. Het Hukou systeem , ťťnkindpolitiek, Hutongs, SEZ. Alle begrippen moet je uiteraard kennen en tot slot de topografie. Als je de voorgaande examens terugkijkt zie je terug wat je aan topo moet weten. Ze gaan er namelijk vanuit dat als zij het over de rivier bij Arnhem hebben, dat je weet waar het ligt. 

7:05 Opmerking van Daan havo
Hoeveel vragen komen er over leefomgeving (steden en rivieren)?
    Docent AK Rodney: Normaal gesproken bestaat een examen uit ongeveer 33 vragen, verdeeld over 8 opgaven. Opgave 1 en 2 gaan meestal over globalisering. 3 en 4 over Aarde. 5 en 6 over IndonesiŽ en opgave 7 en 8 over leefomgeving. Bij leefomgeving gaat er 1 opgave over rivieren en 1 over steden 

7:07 Opmerking van Lisa vwo
Wat is het verschil tussen relatieve bevolkingsgroei en absolute bevolkingsgroei?
    Docent AK Rodney: relatief: in promille ten opzichte van de totale bevolking. Absoluut is de bevolkingsgroei in echte getallen. 

7:08 Opmerking van Lisa vwo
Bij een opgave moest er worden gezegd hoe de groei zich had ontwikkeld van een bevolking.
7:08 Opmerking van Lisa vwo
Bij een opgave werd er gevraagd om met behulp van de kaarten te vertellen hoe de bevolkingsgroei zich ontwikkelde. Hierbij werd bij het centrumland als antwoord gegeven geringe groei en bij een semi-periferie land geringe groei. Wat is het verschil tussen matige en geringe groei?
    Docent AK Rodney: matig en gering is voor mijn gevoel ongeveer hetzelfde. In ieder geval is het zo dat centrumlanden al vrij lang een hele kleine, matige of geringe groei hebben. In semiperifere landen is de groei van de bevolkingsgroei aan het afnemen, maar vaak nog wel groter dan in centrumlanden 

7:10 Opmerking van Sam vwo
Hallo! Ik vind het erg lastig om de vragen van globalisering te beantwoorden omdat je echt heel veel zou kunnen zeggen. Hoe kan ik het best op het goede antwoord komen
    Docent AK Rodney: Beste Sam, dat is inderdaad het lastigste bij globalisering. Ik raad je aan om veel oefenexamens te maken. Dan zul je zien, dat in heel veel oude examens steeds dezelfde soort antwoorden gevraagd worden, maar steeds in andere situaties. Het zou heel goed kunnen zijn dat als je goed oefent je straks bij het examen een vraag krijgt waarvan je denkt: Hť dat lijkt op die oefenvraag die ik thuis had... Oude examens, inclusief antwoorden vind je bijvoorbeeld op havovwo.nl 

7:13 Opmerking van Herth VWO
Wat is het verschil tussen een dam en een stuw, en wat is een strekdam?
    Docent AK Rodney: Hoi.. een dam is een soort muur die in water gebouwd wordt. Een voorbeeld is bijvoorbeeld de Afsluitdijk. Een stuw zit in een rivier en kan open en dicht om de hoeveelheid water die doorstroomt te beÔnvloeden. De stuw bij Driel regelt bijvoorbeeld de afvoer van de Rijn. In de winter is de stuw open om zoveel mogelijk water af te kunnen voeren, in de zomer is ie vaak gedeeltelijk open om de waterstand hoog te houden in de verschillende takken van de Rijn 

    Docent AK Rodney: Een strekdam is een soort krib... maar dan in de bocht van een rivier, om er voor te zorgen dat de buitenbochten niet te veel wegslijten door de stroming 

7:15 Opmerking van Charlotte havo
Ik heb een vraag over de Centrale-Plaatsentheorie van Christaller. Komt dit terug in het examen en hoe zou ik dit moeten zien? Worden er bijvoorbeeld vragen gesteld over het patroon of moet ik het toepassen etc?
    Docent AK Rodney: De centr. plaatsentheorie staat niet in de officiŽle syllabus en zal dus niet letterlijk gevraagd worden. het gaat meer om het idee erachter dat je moet snappen: bedrijven vestigen zich bijvoorbeeld op zo gunstig mogelijke plaatsen om een zo groot mogelijk verzorgingsgebied te krijgen 

7:18 Opmerking van rosa, vwo
Hoe zit het met de diepwaterzeepomp? Want bijv als ijs bij de noordpool zou bevriezen/meer water zou verdampen krijg je meer zout in het water. Zout is zwaarder dus dat zou dan moeten dalen/ onder liggen. Alleen er zit in een gebied/dieptelaag toch lijkt mij even veel zout in dat gebied dus als het allemaal evenveel zout bevat/dezelfde dichtheid heeft heb je toch niet boven en onderlaag stromen? (sorry voor de nogal vage vraag) 2.ik snap de hele werking van de diepwaterpomp en afzinkgebieden niet helemaal
    Docent AK Rodney: Er bestaat wel verschil tussen de verschillende waterlagen, ook in temperatuur. Koud en warmer zeewater mengen bijvoorbeeld niet erg goed. Grofweg kan je zeggen dat het water dat vanaf de evenaar richting de noordpool stroomt steeds zouter wordt (door verdamping onderweg) en langzaam kouder wordt. Op een gegeven moment zakt het koude zoute water naar beneden en het 'gat' dat dit achterlaat wordt opgevuld met oppervlaktewater (dat dus iets warmer en nog minder zout is) 

7:21 Opmerking van Charlotte havo
Wat is het verschil tussen een vraag beschrijven of beredeneren?
    Docent AK Rodney: Hoi! Dat is een beetje een technisch verschil. Vaak wijst uit de vraag zelf wel wat je moet doen. Meestal is het zo dat een beschrijving een uitleg is die je gewoon geleerd moet hebben. Bijvoorbeeld: beschrijf hoe bij subductie een vulkaan ontstaat. Bij beredeneren moet je vaak wat meer denkstappen zetten. het is meer een inzicht. Je moet zelf bedenken waarom iets zo is 

7:23 Opmerking van Herth VWO
Klopt het dat je de theorie van Ullman niet hoeft te kennen?
    Docent AK Rodney: Klopt, die is een paar jaar geleden uit de eindtermen verdwenen. In sommige boeken (zeker de wat oudere drukken) staat hij nog wel, maar hoef je dus niet te kennen 

7:24 Opmerking van Lisa vwo
Wat is het verschil tussen een delta en een estuarium
    Docent AK Rodney: Een delta is een riviermonding waarbij de rivier zich vertakt in allemaal kleinere rivieren. Nederland ligt bijvoorbeeld grotendeels in de rijndelta (de Waal, Ijssel en Nederrijn zijn allemaal takken van de delta). Bij een estuarium mond een rivier uit als een grote trechter. De Ooster- en Westerschelde in Zeeland zijn voorbeelden van een estuarium monding 

7:26 Opmerking van L. HAVO
Ik heb nog best wel veel moeite om te bepalen uit een grafiek bijvoorbeeld welk Koppen klimaat het is, heeft u tips hoe ik dat het best kan bepalen?
    Docent AK Rodney: In ieder geval: houdt atlaskaart 222 bij de hand, daar staat de hele wereld ingedeeld in KŲppenklimaten. Voor het bepalen voor welk klimaat het is: ik gebruik altijd deze volgorde: Kijk eerst of het E (erg koud) is, dan B (erg droog). Als die het niet zijn ga je na of het A (hele jaar nat en warm, C (gematigd) of D (continentaal: hete zomers, koude winters) is. E en B zijn namelijk een beetje de uitzonderingsgroepen, dus kijk eerst 

7:30 Menno
 Rodney, ik geef even een paar havo vragen door aan Susan.
    Docent AK Rodney: Prima! 

7:30 Menno
 Dan zijn de vwo vragen voor jou
7:30 Opmerking van Lisa vwo
Wat houdt een vlechtende riviertype in?
    Docent AK Rodney: Dat zijn twee stromen die elkaar steeds raken en dan weer uit elkaar stromen. Het water van de twee takken kan dus van de ene in de andere overgaan. Als je op de kaart van Nederland kijkt zie je dat in het benedenrivierengebied een hele wirwar van stromen is, zo kun je je het voorstellen 

7:30 Opmerking van Simone, havo
Hoi. Wat is een laterale toestroom precies?
    Docent AK Susan VMBO: Dat is toestroom vanuit de zijkant. Dus water dat 'onderweg' in de rivier komt, of wanneer je het over een hoofdrivier hebt ook de zijrivieren. 

7:32 Opmerking van Sam vwo
Hoe zit het ookalweer met de loef en lij zijde van een berg
    Docent AK Rodney: De loefzijde is de kant waar de wind op staat. De aangevoerde lucht moet tegen de helling opstijgen, koelt af, condenseert en er ontstaat regen. De lijzijde is de kant waar de wind vanaf staat en is dus de droge zijde. 

7:33 Opmerking van Lisa vwo
Hoe ontstaat de 'oorspronkelijke/de plek waar het begint' van een hotsspot?
    Docent AK Rodney: Hotspots ontstaan boven mantelpluimen...dat zijn magmastromen die vanuit de diepe delen van de mantel naar richting het oppervlak stromen. Dicht bij het oppervlak kan die magma door de korst heen 'branden' en een hotspot is geboren 

7:34 Opmerking van L. havo
hoe kun je uit klimaatgrafieken het beste zien welk Koppenklimaat het is?
    Docent AK Susan VMBO: Leer goed de verschillende kenmerken van de klimaten. Probeer die kenmerken terug te vinden in de klimaatgrafieken. Met kenmerken bedoel ik de maximale en minimale temperaturen, hoeveelheid neerslag en in welke periodes van het jaar. 

7:35 Opmerking van Herth VWO
Wanneer je grafiekjes ziet met de temperatuur en neerslag per maand voor een plaats, en je deze moet toedelen aan 4 verschillende plaatsen, waar moet je dan op letten?
    Docent AK Rodney: Dat is een klassieke vraag, die vaak voorkomt! Meestal zijn er 2 van de 4 grafieken heel anders. Ze vormen de extremen. Die kun je meestal het eerst koppelen aan de 2 steden die een extreme ligging hebben: de meest noordelijke, degene die het dichts bij de evenaar ligt, of degene die juist op het Zuidelijk halfrond ligt. Dan heb je er 2 over die wat lastiger zijn...dan moet je op subtiele verschillen letten: welke van de twee ligt aan zee, welke ligt aan de loefzijde van bergen, etc. 

7:37 Opmerking van Gab havo
Moet je alle methoden van ruimte voor de rivier uit je hoofd kenne
    Docent AK Susan VMBO: Rodney, kan jij deze vraag beantwoorden? 

    Docent AK Rodney: Het is wel handig om ze allemaal te bestuderen...zodat je weet wat alles inhoudt. In de atlas staat wel een handige kaart, waar precies op staat welk onderdeel van ruimte voor de rivier waar in Nederland wordt uitgevoerd. Je moet dan alleen wel geleerd hebben, wat het is! leer ook vooral waarom een bepaalde maatregel handig is!! 

7:37 Opmerking van Lisa vwo
Welke woorden zijn verstandiger in het gebruiken van antwoorden. Bijvoorbeeld met betrekking tot het verklaren van de groei: grote of kleine groei. Of met betrekking tot de piekafvoer: hoger of kleiner. Zijn er andere 'betere' woorden waar je dus het gevolg of verschijnsel mee kan uitleggen?
    Docent AK Rodney: Dat zijn op zich prima termen om te gebruiken hoor, maar probeer wel altijd zo precies mogelijk te formuleren en aan te geven wat je bedoelt. Een belangrijke om op te letten is als je het regiem moet beschrijven: dan moet je echt zeggen of het regelmatig of onregelmatig is (en niet groot/klein, hoog/laag) 

7:39 Opmerking van L. havo
tot wat voor soort vulkaan behoort de hotspot?
    Docent AK Rodney: schildvulkanen! 

    Docent AK Susan VMBO: Ik zou er nog bijzeggen: Bedenk dat een hotspot een plek is waar de aardkorst dun is, op dat soort plaatsen zie je schildvulkanen. Daarnaast zie je, wanneer je bijvoorbeeld naar HawaÔ kijkt, dat de lava er rustig uitstroomt, er zijn in het algemeen rustige erupties. 

7:41 Opmerking van Herth VWO
Hoe kun je grafiekjes met de neerslag en temperatuur aan bepaalde plaatsen koppelen? Waar moet je dan op letten?
    Docent AK Rodney: Hoi, volgens mij heb ik dat hierboven uitgelegd, of heb je nog een aanvullende vraag? 

7:41 Opmerking van DOM ANONIEMPJE
Waar kun je delta's vinden: Met eb en vloed of juist geen eb en vloed?
    Docent AK Rodney: Volgens mij maakt dat niet veel uit. Delta's zijn mondingen van rivieren 

    Docent AK Susan VMBO: Of bedoel je dit bij getijrivieren? Kan je uitleggen hoe je dit bedoelt? 

7:42 Opmerking van rosa, vwo
Hoe werken de diepwaterpomp/afzinkgebied bij de noordpool waar het water een omslag maakt?
    Docent AK Rodney: Hallo Rosa, aan het begin van de chatsessie heb ik daar al wat over gezegd...maar de diepwaterpomp ontstaat op de plek waar zeewater van de Atlantische stroom een hoog zoutgehalte heeft en erg koud is, waardoor het begint af te zinken. Als water ergens afzinkt, moet dat worden aangevuld en ontstaat er dus stroming! 

7:44 Opmerking van Melissa havo
Ik begrijp het begrip hotspot niet goed. Is de hotspot in verband met de asthenosfeer? (omdat dat beweegt) Komt dit door de hitte of?
    Docent AK Rodney: Een hotspot is een ophoping van heet mantelmateriaal (magma) vlak onder de korst. De hotspot ligt stabiel in de mantel, omdat de korst door platentektoniek beweegt ontstaat er aan het oppervlak een rij vulkanen 

    Docent AK Susan VMBO: De magmakamer bevindt zich in de asthenosfeer, daarboven zit nog de lithosfeer en tot slot de korst. 

    Docent AK Susan VMBO: De magmakamer bevindt zich in de asthenosfeer, daarboven zit nog de lithosfeer en dan de korst. 

7:46 Opmerking van Ik gebruik een het samengevat boekje om te leren, is het van belang dat je alles wat daarin staat kent of zijn de grote lijnen voldoende?
Ik gebruik een het samengevat boekje om te leren, is het van belang dat je alles wat daarin staat kent of zijn de grote lijnen voldoende?
    Docent AK Rodney: De naam zegt het al: samengevat is slechts een samenvatting van de stof. Ik zou het altijd leren in combinatie met je gewone boeken! 

7:47 Opmerking van Jasper havo
In welke fase van het demografische transitiemodel zitten de semi-perifere landen en IndonesiŽ?
    Docent AK Rodney: Normaal gesproken in derde fase! 

7:49 Opmerking van rosa, vwo
laatst bij een oefenexamen 2016 tijdvak 1 vwo vraag 10 was er een vraag over dat bij Mount Yamnuska gesteente van 500 miljoen jaar oud boven op gesteente van 80 miljoen jaar oud lag, en je moest de wijze beschrijven waarop dit oudere gesteente op het jongere is komen te liggen. Bij de antwoorden stond dat er bij 2 kanten druk werd uitgeoefend waardoor er een breuk ontstond waarna de gesteentelagen over elkaar heen werden geschoven. Ik dacht juist dat het jongere gesteente als bij een subductiezone dook onder het oudere gesteente en die zo omhoog duwde, maar dat is blijkbaar dus niet goed. Ik begrijp niet wat die breuk inhoudt/hoe die kan ontstaanen waardoor het geen subductiezone is maar ze aan 2 kanten duwden tegen elkaar en er dan toch 1 bovenop is komen te liggen (en er niet een bolling van beide oid is ontstaan)
    Docent AK Rodney: Ik heb de precieze vraag/situatie niet helemaal precies voor me, maar subductie ontstaat alleen als de ene plaat oceanisch is en de andere continentaal, of al beide platen oceanisch zijn. Hier zijn door druk van twee kanten de gesteentes als het ware over elkaar heen gevouwen. 

7:51 Opmerking van Lisa vwo
Aan welke verschijnselen moet je denken wanneer je moet verklaren dat op de ene plek het nat is terwijl dichtbij ergens ander de plek droog is?
    Docent AK Rodney: Dat is bijna altijd het gevolg van een bergrug die de twee plaatsen van elkaar scheidt. De natte plek ligt aan de loefzijde, de droge aan de lijzijde 

7:52 Opmerking van Simone, havo
Klopt het dat je niets hoeft te weten over tornados en orkanen?
    Docent AK Rodney: Nee daar hoef je niks over te weten, dat zit namelijk in het schoolexamengedeelte. 

7:54 Opmerking van rosa, vwo
hoe werkt het isostatisch evenwicht precies ivm het ontstaan van plooiingsgebergten?
    Docent AK Rodney: het isostatisch evenwicht is het verschijnsel dat het aardoppervlak weer een beetje omhoog veert, nadat bijvoorbeeld de ijskappen in de laatste ijstijd grotendeels waren gesmolten. Hierdoor zijn bijvoorbeeld de hooglanden in scandinaviŽ ontstaan. Bij plooiÔngsgebergten wordt de korst dikker door het in elkaar schuiven van gesteentelagen. Ergens anders op aarde wordt deze verzwaring weer gecompenseerd met bewegingen in de korst. Overigens: ik heb nog nooit een examenvraag daarover gezien, dus ik zou me er niet druk over maken. isostatisch evenwicht is ook geen begrip dat je moet kennen. 

7:54 Opmerking van Esmee havo
Ontstaat er bij divergentie alleen een trog? En kan het alleen maar onder water plaatsvinden?
    Docent AK Susan VMBO: Divergentie is het uit elkaar gaan van twee platen of plaatstukken. Je ziet dit vooral bij de Mid-Oceanische rug. Ijsland is op die plek ontstaan. Als je de Mid-Oceanische rug helemaal volgt zal je zien dat ie helemaal doorloopt in Afrika en daar de Rift Valley veroorzaakt. (De Hoorn van Afrika 'breekt' daar als het ware af, kijk je over een miljoen jaar, dan liggen die delen van Afrika verder van elkaar). Dus het kan zowel op land als in de oceaanbodem. 

7:57 Opmerking van rosa, vwo
Graniet is niet de oppervlakte van bergen toch, dat zit aan de binnenkant? En waar bestaat de "buitenkant" van jonge bergen uit dan?
    Docent AK Rodney: Graniet ontstaat onder het aardoppervlak: het is een dieptegesteente. Daar liggen vaak sedimenten overheen. De buitenkant van bergen bestaat dus meestal uit die sedimenten. Die sedimenten kunnen echter makkelijk verweren, waardoor het graniet zichtbaar wordt en aan het oppervlak van bijvoorbeeld bergen komt te liggen. 

7:57 Opmerking van Simone, havo
Wat is precies het verschil tussen een nevengeul en een bypass?
    Docent AK Rodney: een nevengeul ligt buitendijks...dus tussen in de winterbedding van een rivier. Een bypass ligt binnendijks...die voert het water dus via een andere route af! 

8:01 Opmerking van Nina havo
Wat is een makkelijke manier om de woningkenmerken en bewonerskenmerken uit elkaar te houden?
    Docent AK Rodney: woningkenmerken zijn kenmerken van de huizen in een wijk, bewonerskenmerken zijn kenmerken van de mensen die in de wijk wonen. Er zijn heel veel kenmerken te noemen, meestal krijg je vragen met bronnen, waaruit je moet halen of je te maken hebt met een goede of juist problematische wijk 

8:01 Opmerking van L. havo
bij divergentie ontstaat een breuk gebergte met slenken en horsten maar hoe kan het dat er daar een deel land lager( slenk) komt te liggen dan het andere deel(horst)
    Docent AK Rodney: Door divergentie rekt de plaat uit elkaar. Er ontstaan breuken en de ruimte wordt dus steeds groter. Daardoor kunnen delen land langs zo'n breuk naar beneden zakken (slenken). Daarnaast heb je bij divergentie te maken met ridge push: de randen van platen worden door convectiestromen een beetje opgeduwd: dat worden de horsten 

8:03 Opmerking van rosa, vwo
waarom heb je lage waterstanden in de zomer heb je dan ook niet veel toevoer van smeltwater van bergen
    Docent AK Susan VMBO: Denk vooral aan verdamping. 

    Docent AK Rodney: Dat valt in de totale waterhoeveelheid wel mee.... de belangrijkste factor van de lage waterstanden in de zomer is het feit dat er dan veel verdamping is, door de hoge temperaturen. Er verdampt dus veel water uit de rivieren 

8:05 Opmerking van L. havo
waar kan je de handel en dan met name de producten van de handel tussen gebieden in de atlas terugvinden, bijvoorbeeld wat een land naar een ander land exporteert. want ik had laatst een vraag over dat indonesie naar welk land aardolie exporteerde en waarom juist daar
    Docent AK Susan VMBO: In het trefwoordenregister. Zoek bijvoorbeeld op 'aardolie' of olie-exporterende landen. 

8:05 Opmerking van N havo
wat is de beste tip voor een goed cijfer voor aardrijkskunde naast goed leren ;)
    Docent AK Rodney: Goed lezen en heel precies opschrijven wat je bedoelt :) 

    Docent AK Susan VMBO: Oefen goed met het 'lezen' van de bronnen. Wat is de titel van de bron, legenda enz enz. Lees goed wat er van je wordt verwacht bij een vraag en vergeet niet, als er staat: 'Geef twee redenen waarom ...' we ook alleen maar de eerste twee redenen mogen meenemen als antwoord. Wanneer je er drie opschrijft telt de derde dus niet mee. Denk je dat je derde antwoord zeker goed is, geef dit dan duidelijk aan door er nummers voor te zetten. 

8:05 Opmerking van L. havo
hoe weet je met welke soort verwering je te maken hebt
    Docent AK Rodney: Chemische verwering komt voor in natte en warme omstandigheden. Mechanische verwering bij grote temperatuurverschillen 

8:07 Opmerking van Julia, vwo
Is een savanneklimaat hetzelfde als een moessonklimaat? En is de verstedelijkingsgraad/tempo hetzelfde als de urbanisatiegraad/tempo?
    Docent AK Rodney: Ja dat is ongeveer hetzelfde. Ze worden gekenmerkt door het hele jaar hoge temperaturen (boven 18 gr) en een droge periode/natte periode 

    Docent AK Rodney: verstedelijking en urbanisatie zijn inderdaad hetzelfde 

8:09 Opmerking van Julia, vwo
In de syllabus staat dat de aanwezigheid van veel natuurlijke hulpbronnen ook nadelige effecten kan hebben, wat voor effecten bijvoorbeeld (staat er niet bij)?
    Docent AK Rodney: uitputting, milieuproblemen zijn voorbeelden. Maar ook dat je als land afhankelijk bent van de export van grondstoffen (die op kunnen raken, of weinig waard zijn) 

8:09 Opmerking van L. havo
hoe kun je de verbanden in de sociale geografie (met landen en globalisering enzo) het beste begrijpen/ leren
    Docent AK Rodney: Om het te begrijpen, raad ik je aan veel oefenexamens te maken. Probeer ook steeds tijdens het leren jezelf de vraag te stellen: wat heeft deze paragraaf met de vorige te maken...dan probeer je eigenlijk zelf al verbanden te leggen tijdens het leren 

8:09 Opmerking van Inge vwo
Hoe kan je ook al weer in de atlas terugvinden/weten of een rivier een gemengde rivier, regen rivier of gletsjerrivier is?
    Docent AK Rodney: Ik geloof dat je dat niet letterlijk kan vinden. Maar een rivier die in een hooggebergte begint is meestal een gletsjerrivier en wordt daarna gemengde rivier. Echte regenrivieren, bijvoorbeeld de Maas, beginnen vaak op lagere hoogte 

    Docent AK Susan VMBO: Niet, je kan alleen zien of het een rivier is die een deel van het jaar droog ligt. Verder, volg de loop van de rivier om te zien of de rivier in een hooggebergte begint. 

8:10 Menno
 Dit zijn de laatste vragen. Hopelijk hebben Rodney & Susan jullie een eind op weg geholpen voor het examen
8:12 Docent AK Rodney
 Hopelijk heeft het geholpen!!! Veel succes met de voorbereiding iedereen en hopelijk mooie cijfers!
8:13 Menno
 Er staan nog 2 vragen open van L. Havo, kan ťťn van jullie deze beantwoorden?
8:14 Docent AK Susan VMBO
 Heel veel succes met jullie examens!
8:14 Opmerking van L. havo
bedankt!!!
    Docent AK Rodney: Graag gedaan! 

8:15 Menno
 Alle vragen zijn beantwoord, Susan & Rodney, bedankt voor jullie tijd!

8:15 Menno
 Alle leerlingen: veel succes met Aardrijkskunde
8:16 Docent AK Susan VMBO
 Graag gedaan Menno, al is Rodney supersnel met antwoorden. Dan merk ik wel dat ik minder goed in de havo/vwo stof zit. Of vooral, wat voor vragen de leerlingen kunnen stellen hierover ;)
    Docent AK Rodney: Sorry...ik twijfelde soms of ik hem open moest laten, maar had eigenlijk ook wel steeds tijd om het te beantwoorden. Ik doe het nu een paar jaar...vaak dezelfde vragen inderdaad. Nu wel heel erg weinig VMBO... 

8:17 Opmerking van rosa, vwo
dankjewel!
8:17 Menno
 In dit geval hadden de leerlingen nu de luxe dat hun vraag door twee personen werd beantwoord :)
8:18 Menno
 Ik ga de chat afsluiten, nogmaals bedankt voor jullie tijd!
8:19 Docent AK Rodney
 

Prima! Fijne avond verder!!!



8:19 Opmerking van Lisa vwo
Het was inderdaad fijn om te horen wat beide docenten vonden, een uitleg in andere woorden is altijd fijn en laat je er anders naar kijken :)
Bereken je voorlopige cijfer

Oude examens

Jaar / tijdvak
bestanden
2016 / tijdvak 2 antwoorden
opgaven
bijlage
2016 / tijdvak 1 antwoorden
opgaven
bijlage
2015 / tijdvak 2 antwoorden
opgaven
bijlage
2015 / tijdvak 1 antwoorden
opgaven
bijlage
2014 / tijdvak 2 antwoorden
opgaven
bijlage
2014 / tijdvak 1 antwoorden
opgaven
bijlage
2013 / tijdvak 2 antwoorden
opgaven
bijlage
2013 / tijdvak 1 antwoorden
opgaven
bijlage