Cookies..
Door Scholieren.com te bezoeken ga je akkoord met het gebruik van cookies. Klik hier voor meer info.

DIT IS DE EXAMENPAGINA VAN 2017! 



KLIK HIER OM NAAR DE 2018 VERSIE TE GAAN!

Examenchat Wiskunde B

2:53 Roos (moderator)
 Hoi! Welkom in de live chat voor wiskunde B! Om 15:00 starten we en kun je vragen stellen aan docent Erik-Jan. Vergeet niet om je in nickname even je niveau te vermelden, dat maakt het voor Erik-Jan een stuk makkelijker om de vragen te beantwoorden :)
2:56 Roos (moderator)
 Erik-Jan, ben je er al?
2:57 Docent Wiskunde B Erik-Jan
 Als het goed is zit ik al in de chat ja
2:58 Roos (moderator)
 Ja! Ik zie het, en ik heb een foto'tje voor je toegevoegd :) Kunnen we al beginnen wat jou betreft?
2:58 Docent Wiskunde B Erik-Jan
 Ik ben er klaar voor
    Roos (moderator): Je kunt op mensen reageren door in de post op het rondje met pijltje te klikken. Zo dus! 

2:59 Opmerking van Anouk Havo
Als je de opdracht krijgt op de vergelijking van de lijn om te schrijven tot (X-A)2 + (y-B)2 of het getal dat je overhoud mis of plus is.
    Docent Wiskunde B Erik-Jan: Hoi Anouk, bedoel je een opdracht zoals: Schrijf y=(x+2)^2 om naar de vorm x=ay+b ? 

3:00 Opmerking van Anouk Havo
Een voorbeeld:x2 + y2 + 4x - 8y - 20 = 0 => x2 + 4x + 4 - 4 + y2 - 8y + 16 - 16 - 20 = 0 => (x + 2)2 - 4 + (y - 4)2 - 16 - 20 = 0 => (x + 2)2 + (y - 4)2 = 40 dus het middelpunt is (-2, 4) en de straal is ?40
    Docent Wiskunde B Erik-Jan: okay, dus je wilt eigenlijk een vergelijking voor een cirkel opstellen. Een algemene vorm daarvoor is: (x+a)^2+(y+b)^2=c, de straal is dan wortel c en het middelpunt is -a,-b 

3:01 Opmerking van Anouk Havo
nee, heb er net een voorbeeld achteraan gestuurd. hoe weet je dat die 4 -16 en -20 is
    Docent Wiskunde B Erik-Jan: je wilt proberen alle x en y bij elkaar te zetten. Je gaat dus iets van (x+a)^2 krijgen, en je weet al dat je x^2 en 4x krijgt probeer te zoeken naar een manier hoe je x^2 en 4x krijgt als je (x+a)^2 uitwerkt 

    Docent Wiskunde B Erik-Jan: Als we (x+a)^2 uitwerken, krijg je x^2+2ax+a^2, je ziet dan al vrij snel dat we voor a, 2 zoeken 

3:04 Opmerking van Winoa - VWO
Hoi Erik-Jan! Ik heb bij de meetkunde altijd moeite met de aanpak van de vragen. Ik weet nooit zo goed hoe ik moet beginnen, waardoor ik de vraag totaal verkeerd aanpak, heeft u daar tips voor?
    Docent Wiskunde B Erik-Jan: Hoi Winoa, een algemene tip is de volgende: pak je examenblad erbij waar het overzicht van de stellingen staat en kijk welke stellingen je misschien toe zou kunnen passen. Vaak zijn stellingen ook nodig voor de oplossing als ze toepasbaar zijn. Een tweede ding is: Probeer eens terug te redeneren. Als je moet bewijzen dat 2 hoeken bijvoorbeeld aan elkaar gelijk zijn, wat moet er dan nog meer gelden? Als je ergens een stap kan oplossen dan kan je vanaf daar verder gaan redeneren 

3:05 Opmerking van Anouk Havo
okee dankje wel
3:06 Opmerking van Jara - VWO
Dag Erik, ik heb een vraag over het nakijken van het examen. Heel vaak komt het bij mij namelijk voor dat ik het antwoord wel goed heb maar dat ik dan net voor een andere omschrijfregel heb gekozen (bijv bij goniometrie). In het correctievoorschrift staat er heel vaak maar 1 methode en dan een paar stappen die in je uitwerking moeten staan. Doordat ik dus voor andere regels kies heb ik die stappen vaak niet. Krijg ik hier dan wel of geen punten voor? Juist bij wiskunde is het toch zo dat meerdere wegen naar Rome leiden ;)
    Docent Wiskunde B Erik-Jan: Hoi Jara, daar heb je helemaal gelijk in. Zolang je uitwerking wiskundig correct is, maakt het helemaal niets uit welke omschrijf regel je hebt toegepast. Je krijgt daar gewoon de volle 100% van de punten voor. 

3:08 Opmerking van Esmee havo
Hoeveel vragen kunnen we verwachten op het examen?
    Docent Wiskunde B Erik-Jan: Hoi Esmee, totaal heb je 3 uur de tijd voor je examen. Er wordt een inschatting gemaakt hoeveel tijd een vraag voor een gemiddelde student kost. Je kan het beste naar de examens van de afgelopen jaren kijken om een goed beeld te krijgen van de hoeveelheid en moeilijkheidsgraad van de vragen 

3:09 Opmerking van Jara - VWO
Oke, top!
3:09 Roos (moderator)
 Als je je vraag niet direct in beeld ziet, heb dan even geduld, ik stuur ze een voor een door!
3:09 Opmerking van Maaike VWO
Hallo Erik-Jan! Wanneer moet/kun je de verschil en som formules gebruiken?
    Docent Wiskunde B Erik-Jan: Hoi Maaike, de verschil en somformules komen niet in heel veel examens voor. Je kan herkennen wanneer je een van deze regels moet gebruiken aan de waarde die x heeft in bijvoorbeeld sin(x). Om het moment dat je moet aantonen dat sin(x) bijv gelijk is aan cos(X+pi/2) dan kan je daarvoor een verschil formule gebruiken. De x moet dus veranderen 

3:10 Opmerking van hoi erik jan
wat voor cijfer heb jij op je examen gehaald
    Docent Wiskunde B Erik-Jan: Hoi, een 8.8, maar dat is al weer een tijdje geleden 

3:11 Opmerking van Esmee havo
Hoe kan je het wiskunde examen het best voorbereiden?
    Docent Wiskunde B Erik-Jan: Hoi Esmee. Het belangrijkste aan wiskunde is dat je opgaven kan maken. Probeer niet te veel tijd te besteden aan het uit je hoofd leren van bijvoorbeeld stellingen. Die worden op je examenblad gegeven. Een examenbundel heeft de theorie en opgaven per onderwerp staan, daar zou je een hoop aan hebben denk ik. Oefen vooral met oude examens, want dan oefen je ook op het niveau dat je uiteindelijk op de dag van je examen moet hebben. 

3:12 Opmerking van VWO
Hai Erik-Jan, heeft u algemene tips voor het aanpakken van een examen en hoe kan ik ervoor zorgen dat ik niet in tijdnood kom?!
    Docent Wiskunde B Erik-Jan: Hoi, de meeste leerlingen besteden veel tijd aan de meetkunde opgaven. Ik geef mijn leerlingen altijd als tip mee die als laatste te maken 

3:13 Opmerking van Jara - VWO
En wat zijn uw tips als het aankomt op het aanpakken van bewijsvragen?
    Docent Wiskunde B Erik-Jan: Hoi Jara, probeer eerst te kijken welke stellingen er in aanmerking komen om gebruikt te worden (leg je examenblad met de stellingen naast de opgave). Op die manier krijg je een idee in welke richting je moet denken. Als je dan nog geen beginpunt hebt gevonden, probeer dan terug te redeneren. Hetgene wat je moet bewijzen, dat klopt alleen als dit en dit ook geldt. Kan je die stap voor het einde bewijzen? Op die manier kan je de meeste vragen oplossen 

3:15 Opmerking van Maaike VWO
Hoi Erik-Jan! Wanneer moet je de grafische rekenmachine instellen op radian en wanneer moet je de instelling zetten op degree als je met cosinus en sinus werkt?
    Docent Wiskunde B Erik-Jan: Hoi Maaike, over het algemeen moet je rekenmachine op radian staan. Radian wordt gebruikt op het moment dat je waardes met pi er in in een cos/tan/sin wilt invullen. Je gebruikt eigenlijk alleen graden als je een zijde uit wilt rekenen en een hoek hebt gekregen. 

3:16 Opmerking van Winoa - VWO
Dankuwel voor uw reactie. Is er een mogelijkheid om op de grafische rekenmachine je gevonden waarde voor een primitieve te controleren/uitrekenen ter controle?
    Docent Wiskunde B Erik-Jan: Hoi Winoa, ja dat is er. Als je naar math-> fnint gaat kan je integralen berekenen. Je moet hiervoor een y1 invullen, die kan je bij je y= invullen. 

    Docent Wiskunde B Erik-Jan: Let op, dit geldt wel voor zogehete definite integrals. Dat betekent dat je de grenswaarden van de integraal wel nodig hebt. Aan tonen wat de primitieve van een functie is moet met de hand 

3:18 Opmerking van Jara - VWO
En wat houdt het domein precies in en hoe bereken je die?
    Docent Wiskunde B Erik-Jan: Het domein zijn alle mogelijke waarden van x die je in de functie mag invullen. Functies waar je een beperkt domein hebt zijn bv: wortels, logaritmen, breuken. Daar mag je niet elke mogelijke waarde voor x invullen, dus daar moet je aangeven welke waarden er niet mogen 

3:19 Opmerking van VWO
Bedankt! weet u toevallig ook wat naast bewijzen de meest voorkomende onderwerpen zijn op een gemiddeld examen?
    Docent Wiskunde B Erik-Jan: In principe komt bijna alles aan bod. Je kan voor het gehele beeld even het curriculum opzoeken. Een andere manier is dat je even een aantal oude examens doorkijkt. Differentieren, integreren, meetkunde, exponentiele functies, goniometrie en iets met logaritmes zit er altijd wel in. 

3:21 Opmerking van Iris - VWO
Hallo, heeft u specifieke tips voor het oplossen van goniometrie vragen? Ik snap bijvoorbeeld nog steeds niet hoe en wanneer je een sinusfunctie mag omschrijven naar een cosinusfunctie en andersom? Alvast bedankt! :)
    Docent Wiskunde B Erik-Jan: Hoi Iris, in principe is een cosinus een sinus die een half pi achterloopt. Er geldt dus: sin(x)=cos(x+pi/2). Teken maar eens een sinus en een cosinus, en verschuif de cosinus dan een stukje naar rechts. Specifieke tips: Op het moment dat je moet aantonen dat iets bv gelijk is aan sin(2x), dan heb je sowieso een verdubbelingsformule nodig. moet je aantonen dat iets gelijk is aan sin(x+pi) bv, dan heb je een som of verschilformule nodig. Kijk dus goed waar je uiteindelijk uit moet komen om te bepalen welke regels je wilt gaan toepassen 

3:23 Opmerking van VWO
En hoe/wanneer moet je de asymptoten berekenen en tekenen (Als je een grafiek moet tekenen)?
    Docent Wiskunde B Erik-Jan: Asymptoten zijn waardes waar de grafiek heel dichtbij kan komen, maar die de grafiek niet kan bereiken. Je kan dus kijken voor de verticale asymptoot (welke waarde mag ik niet invullen? komt voor bij log en gebroken functies) en horizontale asymptoot. Bereken de laatste door een heel grote waarde van x in te vullen en te kijken wat er gebeurt. In je schets moet je een asymptoot stippelen 

3:25 Opmerking van Jara - VWO
Ik snap vaak niet zo goed hoe je moet aantonen dat een formule binnen bepaalde grenzen valt. Hoe moet je dit doen?
    Docent Wiskunde B Erik-Jan: Deze vraag komt vaak voor bij een sinus/cosinus functie. In dat geval zijn een paar dingen belangrijk, namelijk de evenwichtstand en de amplitude. Een standaard sinus kan tussen de -1 en de 1 komen. Als de amplitude bijvoorbeeld 3 is kan die tussen de -3 en de 3 komen. Als de evenwichtstand dan bijvoorbeeld 2 is, dan is die ook nog 2 omhoog geschoven en dan kan je tussen de -1 en de 5 komen 

3:28 Opmerking van Jara - VWO
Oke, heel erg bedankt!
3:28 Opmerking van VWO
Moet je een sin/cos formule kunnen opstellen?
    Docent Wiskunde B Erik-Jan: Hoi, die moet je inderdaad vanuit een afbeelding op kunnen stellen. Je moet dan de amplitude, evenwichtstand, periode en de verschuiving kunnen bepalen 

3:28 Opmerking van hallo Erik - jan
hallo Erik - Jan
    Docent Wiskunde B Erik-Jan: Hallo, wat is je vraag? 

3:30 Opmerking van Claire vwo
Zou je uit kunnen leggen hoe de stelling van een buitenhoek van een driehoek werkt? Het lukt mij maar niet om die toe te passen.
    Docent Wiskunde B Erik-Jan: Ik kijk even of ik daar een goede afbeelding bij kan vinden. Zonder plaatje is het wat lastig uit te leggen. 

    Docent Wiskunde B Erik-Jan: Ok ik heb wat gevonden. Als je op deze link klikt en dan op pagina 4 kijkt dan zie je een mooi plaatje. Als je een driehoek hebt, dan is de buitenhoek van een hoek, de hoek die je krijgt als je de lijn doortrekt. Die hoek is gelijk aan de som van de andere 2 hoeken van je originele driehoek. http://alleopgaven.nl/uploa... 

3:31 Opmerking van J. Firet
Hoe geef je meetkundig bewijs of de bissectrice van een bepaalde driehoek met een hoek van 90 graden door middelpunt M gaat van een bepaalde cirkel?
    Docent Wiskunde B Erik-Jan: Hoi J. Firet, het belangrijke van het middelpunt M van een cirkel is dat de afstand tot de cirkel voor alle lijnen vanuit het middelpunt dezelfde lengte hebben. Probeer dus aan te tonen dat de kortste afstand van de bissectrice tot de cirkel in dat middelpunt gelijk is, onafhankelijk van welke kant je op gaat 

3:34 Opmerking van VWO
heeft u tips voor vragen over harmonische bewegingen?
    Docent Wiskunde B Erik-Jan: Hoi, bij een vraag over een harmonische beweging moet je meestal een formule opstellen voor de sinus die de beweging beschrijft. Die is in de vorm: a+bsin(c(t-d)). Bepaal de ev stand(a), amplitude(b), periode versnelling (c) en de verschuiving (d) 

3:36 Opmerking van Iris VWO
Als er staat 'Toon aan', moet dit dan exact, algebra´sch of mag het met de rekenmachine?
    Docent Wiskunde B Erik-Jan: Hoi Iris, dat is erg afhankelijk van de vraag. Als er bv staat: toon aan dat de functies f en g elkaar snijden in punt A dan mag dat ook met de rekenmachine. De regel is als volgt: Je mag altijd een rekenmachine gebruiken tenzij er exact of algebraisch staat. 

3:39 Opmerking van Gerben Jansen
Hoe werkt de cosinusregel?
    Docent Wiskunde B Erik-Jan: Hoi Gerben, de cosinusregel stelt dat de verhouding tussen de hoeken en de overstaande zijde in een driehoek voor elk paar gelijk is. Als je dus een hoek en de overstaande zijde weet, dan weet je dat die verhouding ook moet gelden voor de andere hoeken/zijdes 

3:39 Opmerking van VWO
Moet je een oppervlakte kunne bepalen met de riemannsom notatie
    Docent Wiskunde B Erik-Jan: Hoi, nee eigenlijk niet. De riemannsom notatie is alleen ter introductie van de integraal. 

3:39 Opmerking van Rik havo
Ik heb niet echt een vraag maar een opmerking. Ik zag net de vraag voorbij komen: ''uit hoeveel opgaves bestaat het examen?'' Dit is al bekend gemaakt door cito. Hierbij de link naar de site: http://www2.cito.nl/vo/ce/e...
    Docent Wiskunde B Erik-Jan: Hoi Rik, bedankt voor de toevoeging! Ik kopieer de link even zodat ik die nog even door kan sturen mochten we dezelfde vraag krijgen. 

3:42 Opmerking van VWO
Zijn er bepaalde formules die u ons aanraadt om te leren, zoals de lengte lijstuk bv?
    Docent Wiskunde B Erik-Jan: Het allerbeste is om de formules niet direct te leren, maar door veelvuldig gebruik te kennen. Mocht je in tijdnood komen tijdens je voorbereiding, dan kan je de formules wel uit je hoofd leren. Let ook even op het examenblad wat je krijgt, daar staan al een aantal formules op. 

3:44 Opmerking van J. Firet
Moet je de lampjes opgaven/uitdagende opgaven uit het boek ook kunnen doen?
    Docent Wiskunde B Erik-Jan: Hoi J. Firet, de uitdagende opgaven moet je zeker kunnen ja. Ik heb vooral ervaring met de getal & ruimte methode, daar staat een A voor de vragen die lastiger zijn. In principe zijn de eerste 1-2 opgaven van een paragraaf ter inleiding en de rest moet je allemaal wel kunnen maken 

3:44 Opmerking van Iris VWO
Moet je ook een bewijs uit het ongerijmde kunnen geven?
    Docent Wiskunde B Erik-Jan: Hoi Iris, ja dat moet je wel kunnen. Het plan daarvoor is als volgt: Neem aan dat iets klopt, redeneer vervolgens verder dat het tot een tegenstelling leidt waardoor je aanname niet kan kloppen. 

3:48 Opmerking van ARvdB
Pfff... Wat weet u veel van wiskunde... Ik ben er een beetje jaloers op.
    Docent Wiskunde B Erik-Jan: Hoi ARvdB, dankjewel. Daar zitten dan ook een aantal jaartjes studie in, dat scheelt al een hoop. 

3:48 Opmerking van Winoa - VWO
Verwacht u dat we met parametervoorstellingen van bijvoorbeeld een eenparige cirkelbeweging moeten kunnen werken?
    Docent Wiskunde B Erik-Jan: Hoi Winoa, Ik verwacht het eerlijk gezegd niet. Die opgaven komen zelden voor het op examen. Ik zou het echter wel voorbereiden want je weet maar nooit. Maar in het geval tijdnood heeft dit wel een lagere prioriteit dan bijvoorbeeld oefenen met integralen. 

3:49 Opmerking van VWO
Zijn alle formules in de syllabus de formules die je hoet kennen?
    Docent Wiskunde B Erik-Jan: Hoi, er staan flink een aantal formules in de syllabus. Voor het leren van formules adviseer ik deze niet in je hoofd te gaan stampen. Oefenen met de stof zorgt ervoor dat je de formules uiteindelijk kent en dan heb je ook gelijk geoefend. Als je toch formules wilt leren kan je je beter op de examenbundel focussen, die is wat compacter maar wel compleet. 

3:52 Opmerking van C. Bisschops
Moet je de conjunctief kunnen berekenen?
    Docent Wiskunde B Erik-Jan: Hoi C Bisshops, conjunctief? Misschien heb ik in mijn studie een andere term er voor gehad. Zou je kunnen omschrijven wat je dan berekent? 

3:52 Opmerking van Winoa - VWO
Ontzettend bedankt!
    Docent Wiskunde B Erik-Jan: Graag gedaan! 

3:52 Opmerking van VWO
hallo, moet je bij het gebruiken van de kettingregel bij differentiŰren alle stappen opschrijven? Ik differentieer namelijk van buiten naar binnen zeg maar en schrijf dus niet alle stappen op.
    Docent Wiskunde B Erik-Jan: Hoi, na veelvuldig gebruik van de kettingregel kan je in principe alles uitschrijven zonder alle stappen te zetten. Gezien het feit dat je examen gaat doen zou ik alles wel netjes uitschrijven. Dus gebruik de regel: dy/dx=dy/du*du/dx en definieer netjes je u en je du/dx 

3:54 Opmerking van VWO
Hoi, Ik snap de vragen met het zwaartepunt nooit en moet je ook de y coordinaat kunnen berekenen?
    Docent Wiskunde B Erik-Jan: Hoi, gezien de beperkte middelen qua toetsenboord kan ik hier geen mooie formules neerzetten. Ik verwijs je voor het zwaarte punt even door naar dit document: http://www.noordhoffuitgeve... een zwaartepunt heeft altijd een x en y coordinaat. 

3:57 Opmerking van Iris VWO
Ik zag in de syllabus staan dat je met samengestelde formules, samengestelde trillingspatronen moet kunnen verklaren maar ik snap dit niet. Kunt u dit uitleggen?
    Docent Wiskunde B Erik-Jan: Hoi Iris, samengestelde formules betekent in principe dat je van 2 verschillende sinussen 1 nieuwe sinus kan maken. Daar kan je de somformule voor gebruiken. Na het opstellen van de nieuwe formule moet je een voorspelling kunnen doen over het gedrag van die nieuw opgestelde sinus. 

3:58 Opmerking van C. Bisschops
Ze schreven tijdens mijn schooltijd altijd konjunktive, misschien komt dit bekens voor?
3:58 Opmerking van VWO
Mag je altijd voor het bewijzen van een vraag een cirkel om punten tekenen?
    Docent Wiskunde B Erik-Jan: Je mag niet bewijzen dat een punt bijvoorbeeld een middelpunt van een cirkel is door een cirkel er omheen te tekenen. Je moet altijd aankunnen tonen dat punten ergens liggen zonder tekening. Een tekening is puur ter ondersteuning 

    Docent Wiskunde B Erik-Jan: Nee, je mag geen dingen bewijzen door middel van een tekening. Een tekening is puur ter ondersteuning en om vermoedens te ontwikkelen 

3:59 Opmerking van Winoa - VWO
Nog een vraagje, de theorie uit paragraaf 15.6 "integralen bij snelheid en zwaartepunt" uit Getal en ruimte, is deze belangrijk voor het examen?
    Docent Wiskunde B Erik-Jan: Hoi Winoa, nee, mocht dit op het examen komen wordt dat altijd nog toegelicht met een extra formule op je examenblad 

4:02 Roos (moderator)
 Laatste vraag!
4:02 Opmerking van Anouk -VWO
Wanneer kun je/mag je de formules van Mollweide toepassen? Ik haal dit altijd door elkaar bij de gewone sinus en cosinus bij elkaar optellen en deze formules.
    Docent Wiskunde B Erik-Jan: Hoi Anouk, in principe is er een kleine kans dat je deze formules moet gebruiken. Je kan gebruik maken van de mollweide formules op het moment dat je 2 sinussen naar 1 cosinus wilt omschrijven of andersom. Je zou ook van de som/verschil formules gebruik kunnen maken. 

4:03 Opmerking van VWO
Bedankt voor uw hulp!
    Docent Wiskunde B Erik-Jan: Graag gedaan! 

4:04 Roos (moderator)
 We gaan de chat afsluiten
4:05 Roos (moderator)
 Erik-Jan, super veel dank voor al je slimme antwoorden. De chat blijft na te lezen op https://www.scholieren.com/...
4:05 Roos (moderator)
 Daar zie je ook welke chats er nog komen t/m 9 mei