Cookies..
Door Scholieren.com te bezoeken ga je akkoord met het gebruik van cookies. Klik hier voor meer info.
Doe jij vmbo en hou je wel van een wedstrijdje? Vul dan deze vragenlijst in over de vmbo-vakwedstrijden en maak kans op een Bol.com bon van 25 euro. 

De passievrucht

Karel Glastra van Loon

1999

238

2 uit 5

8.4 / 10
4e klas vwo

Bibliografische gegevens
Schrijver: Karel Glastra van Loon
Titel: De passievrucht
Uitgeverij en plaats van uitgave: L.J. Veen, Amsterdam
Gelezen druk: januari 2000 13e druk
Eerste druk: april 1999
Aantal pagina’s: 238
Opdracht: Voor Karin
Motto: From the start
Dolly Parton (‘It Wasn’t God Who Made Most every heart Honkytonk Angels’)
That’s ever broken
Was because
There always was
A man to blame
Vertaling:
Vanaf het begin
Bijna ieder hart
Dat ooit gebroken was
Was omdat
Er altijd
Een man was die de schuld kreeg


Samenvatting
Armin en Ellen proberen al een tijdje een kind te krijgen, maar omdat dit niet lukt gaan ze naar de dokter. Na een onderzoek vertelt hij hen dat Armin het syndroom van Klinefelter heeft, een afwijking waardoor hij al zijn hele leven onvruchtbaar is. Dit komt als een hele schok voor Armin, omdat hij al een dertienjarige zoon heeft van zijn eerste vrouw, Monika. Wat het nog gecompliceerder maakt is dat Monika al ongeveer 10 jaar geleden overleden is aan een hersenvliesontsteking, dus zij kan hem niet meer vertellen wie de biologische vader van Bo is.
Armin besluit om Bo niks te vertellen en op zoek te gaan naar Bo’s biologische vader. Hij maakt een lijstje met mogelijke ‘daders’ en besluit om die te gaan bezoeken. Als eerste gaat hij langs bij Robbert Hubeek, een ex-collega van Monika bij de Kleine Wereld, een reisbureau. Robbert blijkt niet de vader van Bo te zijn en gaat naar de huisarts toe om ook hem te ondervragen. Ook hij blijkt niet de vader van Bo te zijn en Armin besluit te gaan onderzoeken of de aantrekkelijke reisleider Niko Neerinckx, ook een ex-collega van Monika misschien de vader is. Om niet op te vallen gaat hij langs als Niko niet thuis is. Daar praat hij met Niko’s vrouw, die hem vertelt over hun drie kinderen. Armin schrikt erg als ze hem vertelt dat haar oudste zoon ook Bo heet. Als hij dan in het familiealbum een foto vindt van Monika, is hij ervan overtuigd dat Niko de vader is.
Intussen verslechtert de relatie met Ellen en overlijdt Armin’s vader. Armin besluit om er samen met Bo even tussenuit te gaan naar Ameland. Bo ontmoet hier een meisje dat hij meeneemt naar hun zomerhuisje. ’s Ochtends is Armin zo dronken dat hij over het bed van Bo heen kotst en daar gaat liggen huilen. Bo word woedend en slaat Armin. Dan vertelt Armin hem dat hij niet zijn zoon is.
Als ze weer thuiskomen gaat Armin het huis opruimen van zijn overleden vader. Daar vindt hij een briefje waar op staat: ‘Ik ben zwanger M.’ Verslagen gaat hij naar huis waar Ellen bevestigt dat niet Niko maar Armin’s vader de vader van Bo is. Ze laat hem zien dat ook zij al die tijd een briefje had en het dus altijd heeft geweten. Uiteindelijk accepteert Armin dat Bo niet zijn zoon is maar zijn Halfbroer. Hij blijft Bo samen met Ellen opvoeden als zijn eigen zoon.
Woorden: 411


Vertelinstantie
De passievrucht is geschreven uit het oogpunt van de belevende ik-verteller. Bij de belevende ik-verteller wordt het verhaal verteld alsof het personage het op het moment van vertellen beleeft. De verteller laat niet blijken dat hij weet hoe het verhaal afloopt en het is geschreven in de eerste persoon enkelvoud. Deze verteller is van toepassing op het hele verhaal, behalve bij de flashbacks. Het hele verhaal is geschreven in de eerste persoon enkelvoud. Bij de flashbacks is er sprake van een achteraf vertellende ik-verteller. Ook laat Armin niet blijken dat hij weet hoe het verhaal afloopt en ook voor mij was het een verassing dat de ‘dader’ Armin’s vader was.

Citaat 1:
Ze slaat een bladzijde van het album om. Er glijdt een foto tussenuit. De foto valt op de grond, met de rug omhoog. Ze pakt de foto op. Slaat de bladzijde opnieuw om. Er is een lege, witte vlek waar de foto heeft gezeten. Ze legt de foto weer op z’n plaats, duwt de hoeken aan en slaat het boek dicht. Het duurt niet langer dan een paar seconden. Als we gedag hebben gezegd bij de deur (ze steekt haar hand uit een ik ben zo beduusd dat ik hem bijna vergeet te drukken, ‘Bel me morgen, dan spreken we wat af’), als ik de straat uit ben gelopen en de hoek ben omgeslagen, als ik zeker weet dat ik niet meer binnen gehoorsafstand ben, dan schreeuw ik het uit: ‘MOOONIKAAAA!’ En dan zet ik het op een rennen. Ik ren dwars door plassen, dwars door het verkeer, dwars door een menigte die zich ophoudt voor een deur van een dancing of een moskee of een theater, ik heb geen idee, ik ren tot ik helemaal buiten adem ben, en dan ren ik nog wat meer. Het is dus waar. Niko Neerinckx is de vader van mijn zoon. Waarom zou hij anders een foto van Monika bewaren in het familiealbum?” (blz. 120)
In dit citaat zie je hoe Armin denkt te ontdekken dat Niko de vader is van Bo. In dit stukje blijkt uit niets dat hij al van tevoren de afloop van het verhaal kent, namelijk dat zijn vader Bo’s vader is. Ook is dit citaat geschreven in de eerste persoon enkelvoud

Citaat 2:
Wat is de beste manier om een klap op te vangen? Meegeven. Zorgen dat je niet alles in één keer voor de kiezen krijgt. ‘Ik ben zwanger. M.’ Monika heeft mijn vader een briefje geschreven om hem te vertellen dat ze zwanger was. Punt. Ze heeft het briefje kennelijk persoonlijk bij hem afgegeven, want er staat geen adres op de enveloppe, er is geen postzegel. Punt. Wat kan dat beteken? Dat… kan… maar… één… ding... betekenen. Toch? Eén ding. Ik probeer het briefje terug te stoppen in de enveloppe. Maar mijn handen trillen te veel. Ik leg het samen met de enveloppe terug op de stapel. Ik doe het kistje dicht. Loop de trap af.” (blz. 221)
In dit citaat zie je dat Armin een briefje heeft gevonden van Monika aan zijn vader. In het briefje zie je dat Monika Armin’s vader vertelt dat ze zwanger is. Ook hier zie je weer dat Armin volkomen verrast is. Ook ik was volkomen verrast door deze wending. Dit stuk is weer geschreven in de eerste persoon enkelvoud.

Citaat 3:
“’Bacteriële meningitis,’ zij de arts in het ziekenhuis. ‘is dat ernstig?’ ‘Dat kan heel ernstig zijn. We moeten hopen dat we er op tijd bij zijn.’ ‘Want anders?’ ‘Anders kan het fataal aflopen.’ Ze waren er niet op tijd bij. Drie dagen heeft Monika in het ziekenhuis gelegen. En elke dag ging het slechter. Op de middag van de tweede dag was ze heel even bij kennis. Ik zat naast het bed. Ze zei: ‘Armin, ik ga dood, hè?’ Ik zei: ‘Nee, Monika, je gaat niet dood. Natuurlijk niet.’ ‘Ik ga dood. Het spijt me.’ Dat is het laatste dat ze tegen me gezegd heeft. ‘Ik ga dood. Het spijt me’ De drie dagen waren een nachtmerrie. En de week daarna ook. Vervolgens ben ik twee maanden lang als een gek gaan werken. ‘Waar is mama?’ vroeg Bo af en toe. ‘Mama is dood,’ zei ik dan. ‘O ja. Mama is dood.’ Twee jaar geleden is mijn moeder overleden aan darmkanker. Ze was tweeënzeventig jaar. Mijn vader belde, ’s ochtends om halfzes. ‘mama is dood,’ zei hij. En ik dacht aan Bo en aan Monika en toen de tranen kwamen wist ik niet om wie ik huilde. ‘Ze is in vrede gestorven,’zei mijn vader.” (blz. 80)
In dit citaat lees je hoe Monika overlijdt. Dit stukje is een flashback en je ziet dat Armin al weet dat ze dood zal gaan. Dit kun je zien aan het stukje: “Ze waren er niet op tijd bij.” (r. 3) Ook dit stukje is weer geschreven in de eerste persoon enkelvoud maar nu als achteraf vertellende ik-verteller.


Personages
Armin Minderhout
Armin heeft een kin die iets naar voren steekt en zijn linkervoet is een halve maat kleiner dan zijn rechter. Verder wordt er niks over Armin’s uiterlijk verteld. Hij is ongeveer 36 jaar oud en werkt als corrector bij een wetenschappelijke uitgeverij.
Eén van Armin’s karaktereigenschappen is dat hij erg nieuwsgierig is en alles wil weten. Dit komt onder andere omdat hij werkt als corrector waardoor hij erg veel weet maar toch meer wil weten. Ook heeft Armin veel vertrouwen in de mensen om hem heen. Dit kun je zien, omdat hij erg geschrokken is als hij hoort dat hij het syndroom van Klinefelter heeft.
Eén van de karakterveranderingen is dat je merkt dat Armin steeds nieuwsgieriger wordt. Dit is misschien niet echt een verandering maar een versterking van wat al aanwezig was. Dit komt vooral omdat hij wil achterhalen wie de biologische vader van Bo is. Hij is bereid alles te proberen om achter de waarheid te komen. Zo vermomt hij zich als Erik Aldenbos als hij op bezoek gaat bij Anke Neerinckx. Dit is vooral omdat hij informatie wil over Bo’s biologische vader, maar misschien ook uit zelfvervreemding, omdat hij zo geschokt is door Monika’s gedrag.
Een andere karakterverandering is dat Armin in plaats van vertrouwen in de mensen, steeds minder vertrouwen in hen krijgt. Dit komt omdat Monika hem heeft bedrogen waardoor hij denkt dat hij niemand meer kan vertrouwen, wat natuurlijk niet zo vreemd is. Armin is een round character, want je komt alles over hem te weten. Deze gedachten zijn wel subjectief, omdat ze door Armin zelf worden gegeven.

Citaat 1:
Bo is dus niet verwekt in een kille zomernacht op de passagiersstoel van een gele Renault 5. Hij heeft zijn kin, die iets naar voren steekt waardoor het lijkt alsof zijn onderkaak verkeerd gemonteerd is, niet van mij. Zijn ogen hebben wel de kleur van die van Monika, maar niet de vorm van de mijne, zoals iedereen zegt die Monika heeft gekend. Dat zijn linkervoet een halve maat kleiner is dan de rechter, net als bij mij – toeval! Er staat een tekst in het apocriefe bijbelboek Het Evangelie van Philippus waaraan ik de laatste tijd vaak moet denken. ‘De kinderen die een vrouw gaat baren lijken op degene die ze liefheeft. Als dat haar man is, lijken ze op haar man. Als dat echter een echtbreker is, dan lijken ze op die echtbreker’”
(blz. 10)
Hier zie je indirect hoe Armin eruit ziet door de informatie die hijzelf over Bo geeft. Ook zie je dat Armin het vertrouwen in Monika verliest. Dat is het begin van de tweede karakterverandering.

Citaat 2:
Ik had me vooraf niet gerealiseerd hoe prettig het is om opeens over een tweede identiteit te beschikken. Om even niet meer Armin Minderhout te hoeven zijn, met een dode, overspelige geliefde, en een kind dat niet van hem is, en een vrouw die wel met hem wil trouwen maar bij wie hij nooit meer voor nageslacht zal zorgen. Erik Aldenbos is het goedkope alternatief voor het boeken van een enkele reis naar de andere kant van de wereld. (Ook die gedachte, om een reis te boeken naar de andere kant van de wereld is bij me opgekomen sinds ik voor het eerst de woorden ‘syndroom van Klinefelter’ hoorde.) Op een zonnige voorjaarsdag, vlak voor het middaguur, staat Erik Aldenbos weer bij Anke Neerinckx op de stoep. Onder zijn arm heeft hij een houten kistje met daarin twee flessen van een bijzonder goede witte bordeaux: de Chateaux Anniche 1992. Een stevige fijndroge wijn, eerder floraal dan fruitig, en met een stuivend bouquet dat te danken is aan de gebruikte sauvignondruif. Dit keer heeft hij vooraf gebeld. Of het schikte. (Of haar echtgenoot niet thuis was.) Het schikte. (Hij is niet thuis.)” (blz. 148)
Hier zie je dat Armin langsgaat bij Anke en dat hij zo nieuwsgierig is dat hij zelfs een nieuwe identiteit heeft aangenomen, wat misschien voor een deel uit zelfvervreemding is.

Citaat 3:
’Luister goed, Bo,’ zei ik, ‘want dit gat over de purification of an 86 kDa nuclear DNA-associated protein complex. En zoals je weet kun je met de hogere wetenschap niet vroeg genoeg beginnen.’ Bo beet op zijn bijtring en keek me aan met grote ogen. ‘Hela cells,’ las ik hardop, ‘were cultured in Dulbecco’s modified Eagle’s medium containing 10 percent fetal bovine serum. En toen? Gels were stained with 0.3 percent Coomassie briljant blue. Het is je reiste hekserij, Bo! Moderne alchemie!’ Toen Bo werd geboren, had ik net werk gevonden als corrector bij een wetenschappelijke uitgeverij – een baan die ik tot op de dag van vandaag heb behouden. Elke veertien dagen haalde ik een stapel drukproeven op van artikelen die bestemd waren voor een vaktijdschrift voor biochemici, met een wereldwijde oplage van nog geen duizend exemplaren. In het begin had ik grote moeite met het wetenschappelijke jargon, maar al snel las ik de stukken net zo makkelijk als de recepten uit een kookboek, al bleef de betekenis van de recepten me volkomen duister. (blz. 27)
Hier lees je dat Armin corrector is bij een wetenschappelijke uitgever. Ook zie je de gedachtes van Armin zelf. Hij is dus een round character.

Bo Paradies
Bo heeft net als Armin een kin die iets naar voren steekt en een linkervoet die een halve maat kleiner is dan zijn rechter. Ook bij Bo wordt er voor de rest niks over het uiterlijk verteld. Bo is op het moment van vertellen dertien jaar oud. In het verhaal wordt niks gezegd over Bo’s maatschappelijke positie, maar ik verwacht dat hij gewoon naar school gaat.
Bo is een erg rustig kind, maar na de dood van zijn moeder wordt hij steeds angstiger en slaapt hij alleen nog maar met zijn ogen open. Bo is op zijn dertiende erg verlegen. Dat zie je aan de manier waarop hij omgaat met ‘het meisje met de pet’ als hij haar voor het eerst ontmoet. Er is sprake van een round character, omdat Bo een karakterverandering ondergaat, namelijk het steeds angstiger worden.

Citaat 1:
“’In een nauw bergdal,’ las ik, ‘ergens hoog in het noorden van Schotland, zat Leta, een fraaie steenarend, op haar enorme, uit takken en twijgen gebouwde nest te broeden op haar twee grote, gevlekte eieren. Deze zouden spoedig uitkomen, en zij was er blij om.’ Tegen de tijd dat de jongen inderdaad uit het ei waren gekropen en de vaderarend erop uit ging om een sneeuwhoen voor zijn kinders te verschalken, was Bo in slaap gevallen. (Dit was in de dagen vóór zijn nachtmerries, toen hij nog met gesloten ogen sliep. Zijn ogen vielen langzaam dicht, schoten weer open in een laatste poging de slaap te verdrijven. Maar dan werd hij toch overmeesterd, met een zucht gaf hij zich over – het mooiste moment van de dag.) Fulgor de steenarend en Timur de tijger waren Bo’s favoriete boeken, terwijl hij van Kra de baviaan alleen de omslag mooi vond, vanwege de wilde luipaarden die vanaf een rots de baviaan besprong. Verder has het een stom boek, al kon hij me niet vertellen waarom.” (blz.74)
Hier zie je dat Bo vroeger een erg rustig kind was, maar dat hij nu met zijn ogen open slaapt en nogal angstig is.

Citaat 2:
Bo is dus niet verwekt in een kille zomernacht op de passagiersstoel van een gele Renault 5. Hij heeft zijn kin, die iets naar voren steekt waardoor het lijkt alsof zijn onderkaak verkeerd gemonteerd is, niet van mij. Zijn ogen hebben wel de kleur van die van Monika, maar niet de vorm van de mijne, zoals iedereen zegt die Monika heeft gekend. Dat zijn linkervoet een halve maat kleiner is dan de rechter, net als bij mij – toeval! Er staat een tekst in het apocriefe bijbelboek Het Evangelie van Philippus waaraan ik de laatste tijd vaak moet denken. ‘De kinderen die een vrouw gaat baren lijken op degene die ze liefheeft. Als dat haar man is, lijken ze op haar man. Als dat echter een echtbreker is, dan lijken ze op die echtbreker’”
(blz. 10)

Citaat 3:
“’Hallo,’ zegt een van de jongens, als we vlakbij zijn. ‘Hebben jullie hier zeehonden gezien?’ ‘Nee,’ antwoord ik. ‘Maar ze zitten hier wel, toch?’ vraagt een van de meisjes. ‘Soms wel,’ zegt Bo. ‘Zie je wel,’ zegt het meisje. ‘Jij weet gewoon niks van natuur!’ En ze lacht naar Bo en zegt: ‘Die zwartwitte vogels met oranje snavels, dat zijn toch scholeksters?’ ‘Klopt,’ zegt Bo. ‘Zie je nou wel? Dank je wel.’ En verder gaan ze, de jongens nu iets stiller, de meisjes nog iets luider. Bo blijft staan en wroet met de punt van zijn laars in de modder. Ik loop nog een paar passen verder, draai me dan naar hem om en wacht. Ik zie dat het meisje dat hem zojuist naar de scholeksters vroeg nog even omkijkt. Ze draagt een zwart baseballpetje en haar ogen blikkeren in de halfschaduw van de zonneklep. ‘Je had sjans,’ zeg ik. Maar Bo zegt niets. Hij haalt iets glimmends uit de modder tevoorschijn en stopt het in zijn trommel.”
(blz. 179-180)
Hier zie je dat Bo een beetje verlegen is als hij het meisje met de pet voor het eerst ontmoet.


Tijd
Historische tijd
Dit verhaal speelt zich af in 1996.
Citaat:
Op de voorpagina van NRC Handelsblad van 24 maart 1983 staat een foto van een foto. Op de eerste afbeelding staat de Amerikaanse president Ronald Reagan. De president heeft een stapeltje papieren in zijn ene hand. Met zijn andere hand wijst hij iets aan dat zich buiten het blikveld van de fotograaf, en dus van de lezer van het avondblad bevindt. Vlak boven de wijzende hand staat op een driepotige standaard de tweede foto, in een zwarte lijst. De voorstelling op die foto bestaat uit een aantal onduidelijke witte lijnen in een grijs vlak. Een tekstblokje geeft in vette zwarte letters uitleg: ‘Sovjet MIGS Western Cuba.’ Het is een spionagefoto van militaire installaties op Fidel Castro’s suikereiland. Op de dag dat Bo werd geboren was de koude oorlog net een nieuwe fase ingegaan. Ronald Reagan had zijn Star Wars-plannen gelanceerd. Bo werd geboren in een wereld die niet meer bestaat.” (blz. 215)
Je leest hier dat Bo op 24 maart 1983 geboren is. Bo is op het moment van vertellen 13 jaar oud dus speelt het verhaal zich ongeveer af in 1996.

Verteltijd
Aantal pagina’s: 238
Aantal Hoofdstukken: 45


Chronologie
Terugverwijzing:
Dat ik Monika wist te strikken bleef voor mijn vader een onopgelost raadsel, maar het deed mij ontegenzeglijk in zijn achting stijgen. En toen ik haar zwanger maakte – afijn, dat vertelde ik al. Zoals ik ook al vertelde dat alles weer terug veranderde toen Monika stierf.” (blz. 188)
Hier verwijst Armin terug naar hoe hij vertelde wat er tussen hem en zijn vader veranderde toen hij Monika zwanger maakte.

Vooruitwijzing:
(‘We’ dat waren Ellen en haar collega Niko Neerinckx, op wie zij verliefd was, maar die haar liefde niet beantwoordde – maar dat hoorden we pas veel later die avond, toen dat soort intimiteiten geen intimiteiten meer leken en dat heel vanzelfsprekend werd gedeeld.)
Hier wordt vooruitgewezen naar wat Ellen later op de avond vertelde.

Flashback
De dood kondigde zich aan zoals nieuw leven dat doet: met misselijkheid. Op een kille ochtend in april (de eksters waren al weer bezig met het repareren van hun nest) zat ik gebogen over de roles of alpha- and beta-adrenergic receptors in liver cells toen Monika plotseling thuiskwam. Ze zag bleek en haar lippen voelden koud aan toen ze me kuste. ‘Ik ben niet lekker,’ zei ze. ‘Misselijk. Hoofdpijn. Ik kruip meteen in bed.’ Ik zette een pot lindebloesemthee, maar toen ik haar die kwam brengen was ze al in diepe slaap. Ik maakte mijn werk af en Monika sliep. Ik bracht Bo naar een vriendje waar hi twee keer in de week ging spelen en Monika sliep. Vroeg in de avond werd ze eindelijk wakker. Ze voelde zich nog zieker dan die ochtend. Ik zette een nieuwe pot thee en ze dronk twee koppen leeg. Toen wankelde ze naar het toilet, waar ze zeker twintig minuten bleef zitten. (blz. 73)
In deze Flashback lees je het begin van het hoofdstuk waarin wordt verteld hoe Monika overlijdt. Dit is een erg belangrijk hoofdstuk, omdat hierin de enige overlijdt die Armin kan vertellen wie de vader van Bo is.

Vertelde tijd
De vertelde tijd is ongeveer veertien jaar. Dit kun je zien aan de leeftijd van Bo. Het vroegste vertellersheden is bij de verwekking van Bo, in 1982, dat is dus ongeveer veertien jaar geleden. Het laatste vertellersheden is in 1996 als Bo en Armin de as van Armin’s vader over het graf van Monika gaan strooien. Dit gebeurt als Bo dertien jaar is.

Citaat 1:
Ik heb altijd gedacht dat Bo werd verwekt met toestemming van de Amsterdamse politie. Ik was met Monika in de Haarlemse Stadsschouwburg naar een benefietvoorstelling geweest. Een aantal bekende acteurs en actrices speelde een stuk ter bestrijding van de honger in Afrika. De directeur van de schouwburg had enkele maanden eerder met De Kleine Wereld een geheel verzorgde avontuurlijke reis per Landrover door de Sahara gemaakt. Als dank voor de goede zorgen, en omdat hij het er levend van af had gebracht, stuurde hij nu regelmatig gratis kaartjes naar het reisbureau. De voorstelling was slaapverwekkend, maar de borrel na afloop maakte alles goed. We herkenden een groot aantal Bekende en Prominente Nederlanders, de zalm was zacht en vet, en ook de wijn, de whisky, ja zelfs de jul d’orange waren van bovengemiddelde kwaliteit. We stopten een enveloppe met een politiek verklaring in de bus die bedoeld was voor gulle giften (‘Honger is een rechtstreeks gevolg van de oneerlijke machtsverhoudingen in de wereld. Kanker ga je niet te lijf met aspirine, honger niet met liefdadigheid. Steun de revolutionaire bewegingen in de Derde Wereld!’). We bleven rondhangen tot ver na middernacht, kijkend, drinken, becommentariërend. Toen we eindelijk vertrokken, werden we door een vermoeide portier naar de artiestenuitgang verwezen, de enige deur die nog niet op het nachtslot zat. Opgewekt stapten we de kille juninacht in. Achter ons trok Jack Spijkerman de deur dicht” (blz. 30)
Dit is het begin van het hoofdstuk waarin Bo verwekt wordt, in 1982

Citaat 2:
Hij had net de eerste brasem van de dag onthaakt en in het water terug laten glijden, toen hij met zijn voorstel kwam. ‘Ik wil dat we de as van opa over het graf van Monika strooien. En dat we daarna verder gaan met leven.’ De volgende dag stonden we aan Monika’s graf – Ellen, Bo en ik. Het was nog vroeg. De enige andere bezoeker was een zanglijster die driftig naar wormen pikte op een pas gedolven graf. Bo haalde de urn tevoorschijn en schroefde de dop los. Uit de tekst op Monika’s grafsteen sprak nog onverminderd de woede en wanhoop van toen: ‘Monika Paradies. Mooi. Jong. Moeder. Dood.’ Ik heb me er wel eens voor geschaamd dat ik niet iets waardigers had weten te verzinnen. Maar nu leek het me opeens weer de perfecte verwoording van wat ik over haar wist. Ooit mijn grote liefde. Nu vier woorden gebeiteld in graniet. Bo hield de urn zo hoog als hij kon. Toen draaide hij hem om. Het fijne stof woei op de zomerwind de begraafplaats over. Aan de voet van Monika’s graf vormde zich een klein wit bergje.” (blz. 237)
Hier lees je hoe Bo, Armin en Ellen de as van Armin’s vader op Monika’s graf strooien. Dat is het laatste hoofdstuk en het einde van het boek. Bo is hier veertien jaar dus de totale vertelde tijd is ongeveer veertien jaar.

Ab ovo of In medias res
Dit verhaal is geschreven in medias res, omdat je begint bij het punt dat Armin te horen krijgt dat hij niet Bo’s biologische vader is. Daarna begint Armin aan de zoektocht naar Bo’s biologische vader. Deze zoektocht is chronologisch, maar de flashbacks die ertussenin zitten zeker niet. Terwijl je verder leest in het boek wordt steeds, door middel van een flashback, een tipje van de sluier opgelicht. De flashbacks zijn ook niet chronologisch verteld, want je leest eerst dat Monika doodgaat en dan pas dat ze elkaar ontmoeten.

Chronologisch of niet chronologisch
Dit verhaal is niet chronologisch, dit komt vooral door de flashbacks. Door de flashbacks ga je steeds terug in de tijd, maar de flashbacks zelf zijn ook niet chronologisch. Zo lees je eerst dat Monika overlijdt en dan pas hoe ze elkaar ontmoet hebben.


Ruimte
Fysische ruimte
Het grootste gedeelte van het verhaal speelt zich af in Amsterdam, maar ik ga toch vertellen over Ameland, omdat daar in het verhaal meer over verteld wordt. Ameland is het vierde Waddeneiland. Armin is daar voor het eerst geweest samen met Monika en Bo, dat was in 1986. Toen Bo 13 was zijn ze er voor de tweede keer naartoe geweest, dit keer zonder Monika, omdat zij al overleden is. Armin beschrijft het Ameland als een prachtig eiland met veel natuur, idyllisch bijna. Over de rest van het uiterlijk wordt niet zoveel verteld.

Citaat:
Na het eten en de koffie lopen we het boerenland in, in de richting van het wad. In het westen flitst het vuurtorenlicht. In het oosten kondigt een bleek schijnsel aan dat de maan zo meteen zal opkomen. Zo nu en dan klinkt uit het duister de nerveuze alarmroep van een tureluur, het onderdrukt kieuwieieieieieiet van een verstoorde kievit. We lopen langs een weiland vol schapen die ons nastaren alsof ze voor het eerst menselijke gestalten zien. We zeggen niet veel. Bo zegt: ‘Wat een stilte.’ Ik zeg niks. Bo zegt: ‘Wat gaan we doen?’ Ik zeg: ‘Een stukje lopen. Koffiedrinken’ We lopen over het onverlichte asfalt tussen twee sloten die de avondhemel weerspiegelen. De frisse lucht heeft niet het effect op me dat ik ervan had gehoopt. In plaats van opgewekter word ik bij elke stap bedroefder. Misschien komt het doordat in het donker de geruststelling is verdwenen die overdag in dit onveranderlijke landschap besloten ligt. Misschien is het dat in het donker de dood meer werkelijkheid heeft dan het leven. Misschien is het omdat Bo maar niet in hetzelfde ritme wil lopen als ik – iets wat me vroeger nooit gestoord zou hebben, maar nu wel” (blz. 198)
Hier lees je iets over het uiterlijk van Ameland, de tweede keer dat Armin daar naartoe gaat.

Symbolische ruimte
Ameland staat symbool voor het (terugvinden van) geluk. Het is een idyllische plaats, waar Armin probeert om zijn gedachten te ordenen waar hij de eerste keer volmaakt gelukkig was.

Citaat:
“’Armin is gek,’ had ze op Ameland in het zand geschreven. ‘Wat staat daar?’ vroeg Bo. Hij was net drie geworden. Hij stelde de hele dag vragen. Ik vertelde hem wat zijn moeder over zijn vader beweerde. Hij was het hartgrondig met haar eens. ‘Armin is gek! Armin is gek!’ riep hij. En ik dreigde hem op te voeren aan de meeuwen, hem in de branding te gooien, hem in te graven in het natte zand. En hij krijste en lachte en rende van mij weg, op zijn kleine laarsjes. En de zee kwam en waste de letters weg. En opeens betrok zijn gezicht. ‘Wat is er Bo?’ vroeg Monika. Maar daar gaf hij geen antwoord op. Hij pakte haar hand en samen liepen ze terug naar de duinen. En ik keek ze na, terwijl het water om mijn enkels spoelde en ik dacht: Ik ben volmaakt gelukkig.” (blz. 158)
Hier lees je dat Armin volmaakt gelukkig is op Ameland.

Psychische ruimte
De twee keren dat Armin op Ameland is heeft hij ook twee zeer verschillende gevoelens bij het eiland. De eerste keer is Armin volmaakt gelukkig, omdat hij op een prachtig eiland is samen met Monika en Bo. De tweede keer dat hij op Ameland is, gaat hij eigenlijk vooral om zijn gedachten te verzetten en tot rust te komen. Misschien gaat hij ook wel om zijn geluk te hervinden. Als hij net aankomst op Ameland is hij volmaakt gelukkig. Maar Armin is erg verward door wat hem de laatste tijd allemaal is overkomen. Als hij op een avond samen met Bo naar de kroeg gaat drinkt hij veel te veel. De volgende ochtend is hij nog steeds dronken en hij wordt enorm boos op Bo. Hierdoor vertelt hij Bo dat hij niet zijn vader is. Armin voelt zich dus de tweede keer vooral erg verward als hij zijn geluk probeert te hervinden.

Citaat:
“’Wat denk je godverdomme wel!’ Nu komt er geluid uit mijn mond. Het schuurt en raspt in mijn keel, maar dat kan met niet schelen. Hij zal me horen. ‘Wie denk je wel dat je bent? Mij een beetje slaan, omdat ik in jouw liefdesnestje heb liggen kotsen, hè? Je schaamt je natuurlijk voor dat meisje, hè, dat je zo’n zuipschuit als vader hebt! Nou jongen ik kan je geruststellen. Ik ben je vader namelijk niet! Hoor je dat? Ik ben je vader niet! Je vader is een of andere smerige rokkenjager uit Haarlem, die niet van je moeder kon afblijven. Daar kijk je van o, hè? Die lag ongetwijfeld ook al op z’n veertiende kleine meisjes te neuken!’ hij had drie stappen achteruitgedaan, Bo. Hij was wit weggetrokken, terwijl ik tegen hem raasde en tierde. ‘Wat is dit voor onzin?’ had hij geroepen. En toen was hij plotseling boven op me gesprongen. Met al zijn jongenskracht had hij op me ingeslagen. Ik voelde zijn vuisten op mijn borst, op mijn gezicht, tegen mijn oren. Ik hield mijn ogen dicht en alle kracht vloeide uit me weg. Het was gezegd. Het was eindelijk gezegd.” (blz. 214)
Hier kun je lezen dat Armin zo verward is dat hij Bo vertelt dat hij niet zijn vader is.

Zintuigelijke ruimte
Ameland wordt vooral geschetst door de geluiden, van met name vogels, en hoe het eruitziet.

Citaat:
De eilanden zijn, buiten Amsterdam, de enige plaatsen in Nederland waar ik echt gelukkig kan zijn. De zee, de wind, de ruimte, en vooral de onveranderlijkheid. Vanuit de bus heb ik niet één gebouw gezien dat er niet ook al stond toen ik hier de laatste keer met Monika was, ruim tien jaar geleden. Er is een nieuw fietspad aangelegd, of misschien is het alleen maar opnieuw geasfalteerd, dat is de enige zichtbare vooruitgang. Ik heb een hekel aan ‘de vooruitgang’ – het is een versleten excuus voor lelijkheid. ‘Je bent nog conservatiever dan je oude vader,’ zegt Ellen altijd, en ze heeft gelijk.” (blz. 176)
Hier zie je hoe Armin het Eiland beschrijft als onveranderlijk. In het citaat van de fysische ruimte lees je ook hoe hij het door middel van geluiden van vogels beschrijft.


Motieven
Leidmotief
In de passievrucht speelt het getal dertien een duidelijke rol. Het staat voor het noodlot en het verliezen van de onschuld. Zo is Bo dertien jaar als Armin hoort dat hij niet de biologische vader is en werd Monika ontmaagd toen ze dertien was. Ook Bo wordt op zijn dertiende ontmaagd. Ook verloor Armin’s vader zijn vader toen hij dertien was en Bo’s biologische vader gaat ook dood op zijn dertiende, ook al weet hij dat nog niet. Dit motief wordt gedragen door Armin, Bo, Monika, Armin’s vader, en de vader van Armin’s vader.

Citaat 1:
“’Gaat u zitten,’ zegt de arts. En als we zitten: ‘Ik heb niet zulk prettig nieuws voor u.’ Ik zie Ellen verstijven. Ze duwt haar kin tegen haar borst, kijkt strak naar de grond. ‘En dan met name niet voor u, meneer.’ Haar rug recht zich, haar kin schiet omhoog. Ik zie het uit mijn ooghoeken. Heel even draait ze haar hoofd mijn kant op. Ik ben me er plotseling van bewust dat ik hevig heb gezweet, mijn kleren kleven nat en koud aan mijn lijf. ‘U bent onvruchtbaar. En dar is niet alleen niets aan te doen, het is bovendien, en ik besef dat dit een schok zal zijn, altijd zo geweest.’ Het eerste wat ik voel, althans het eerste gevoel waarvan ik me bewust word als hij is uitgesproken, is opluchting. Hier is sprake van een groteske vergissing. Er zijn dossiers verwisseld, onderzoeksresultaten verkeerd ingeschreven, er is iemand met dezelfde naam, iemand die op dit moment, in een andere dokterskamer, de resultaten te horen krijgt van mijn onderzoek: ‘U mankeert helemaal niets, meneer. Uw zaad is kerngezond.’ ‘Maar dat is onmogelijk,’ zeg ik. ‘Ik heb een kind, een zoon van dertien!’ (blz. 7-8)
Hier lees je hoe Armin, als Bo dertien is, ontdekt dat hij al zijn hele leven onvruchtbaar is.

Citaat 2:
Vast ook naar de wc. Is de dames-wc in dezelfde hoek als de heren? Vermoedelijk wel. Van waar ik zit kan ik ze geen van beiden zien. Zou ze hem opwachten? Dat zou ik vroeger nooit gedurfd hebben. Maar ja, de tijden zijn veranderd, toch? Toch? Welnee. Monika deed dat soort dingen vast ook. Dertien was ze, toen ze ontmaagd werd. Dertien! Daar was ik wel even stil van. Het heeft een halfjaar geduurd voor ik haar durfde te vertellen dat zij voor mij de eerste was. Dertien… Ik voelde me een ongelooflijke sukkel. Maar op Monika had mijn onervarenheid, toen ik haar eenmaal in vertrouwen durfde te nemen, een verbazingwekkende uitwerking.” (blz. 200)
Hier lees je dat Monika op haar dertiende ontmaagd is en dat Bo hier degene ontmoet die hem verderop in het verhaal gaat ontmaagden.

Verhaalmotief
Het motief waar het hele verhaal om draait is vaderschap. Dit kun je zien, omdat het hele verhaal draait om de vraag wie de biologische vader van Bo is. Ook is er nog een stukje waarin Armin vertelt dat hij niet zo’n goede relatie met zijn vader had. Dit kun je zien, omdat zijn moeder hem moest vertellen dat zijn vader van hem hield. Armin vindt zichzelf wel een goede vader, maar begint hieraan te twijfelen als hij hoort dat hij niet Bo’s biologische vader is. Dit motief wordt gedragen door Armin, Bo en Armin’s vader.

Citaat 1:
Mijn moeder was, zoals gezegd, drie jaar ouder dan hij, en toen hij haar ontmoette wekte ze in de nachtelijke uren als zangeres (‘chansonnière’ zei mijn vader) in een nachtcafé. Ze was van een onalledaagse schoonheid, met hoge jukbeenderen en een brede mond, die op haar artiestenfoto’s altijd zwaar is aangezet met donker, glanzende lippenstift. Op de trouwfoto’s is goed te zien hoe trots mijn vader was op zijn verovering. Precies negen maanden na het huwelijk baarde mijn moeder mij. ‘Je vader was er niet op tijd bij,’ zou ze later zeggen, ‘want ik vond mijzelf eigenlijk al te oud voor kinderen.’ Op het moment van mijn geboorte stond mijn vader in een bouwput in Leeuwarden. Toen hij ’s avonds thuis kwam lag ik schoongewassen in de wieg. Hij tilde me op en zei tevreden tegen mijn moeder: ‘Heb ik dat niet goed gedaan?’ En toen mijn moeder hem dat jaren later voor de voeten wierp, begreep bij nog altijd niet wat hij daar nou verkeer aan had gezegd. Maar ik was zes en voelde haarfijn aan dat mijn vader mijn moeder pijn had gedaan en het maakte dat ik nog meer afstand tot hem hield. ‘Je vader,’ zei mijn moeder toen ik het huis uitging, ‘heeft altijd erg veel van je gehouden.’ Maar dat ze dat moest zeggen, zegt misschien genoeg. (Toen ze op sterven lag zei ze: ‘Je vader heeft altijd veel van me gehouden. Maar misschien hield ik wel niet genoeg van hem. En later kon ik het niet meer.’ Ik durfde niet te vragen wat ze daarmee bedoelde.) Maar nieuw leven verandert alles – ook en vooral de relatie tussen vader en zoon.” (blz. 18-19)
Hier zie je dat Armin’s vader niet zo’n heel goede vader was, maar dat dat na de geboorte van Bo verandert. Helaas werd de relatie na de dood van Monika weer slechter.

Citaat 2:
Het blijft lang stil in de kamer. Niets beweegt. Niemand beweegt. De hele ziekenhuisstad van beton en staal en glas, de liftschachten, de gangen, de duistere tussenverdiepingen vol tikkende, zoemende, zuchtende buizen, de zalen vol bedden met herstellenden en stervenden, de bezoekers en de artsen, de studenten en de coassistenten, zij allen houden de adem in. Het heden houdt stil, omdat vlak achter het heden het verleden ontploft. Ellen kijkt naar de arts. De arts kijkt naar mij. Ik kijk naar een ingelijste foto vlak achter zijn hoofd: een jongen en een meisje op ski’s tegen een decor van besneeuwde bergtoppen onder een strakblauwe hemel. Ik weet dat de dingen daarna hun normale loop hebben hernomen. Dat wij als volwassen mensen de zaken verder hebben besproken. En dat we vervolgens naar huis zijn gereden, Ellen en ik, over dezelfde wegen, langs dezelfde borden, door hetzelfde oorlogszuchtige verkeer. Ik weet het, maar ik herinner het mij niet. Het enige dat ik me herinner is wat ze me vroeg toen we de straat in draaiden waar wij wonen. Ze vroeg: ‘Wil je dit aan Bo vertellen?’ Wil ik dit aan Bo vertellen?” (blz. 8-9)
Hier lees je hoe Armin ontdekt dat hij al zijn hele leven onvruchtbaar is. Vanaf dit moment begint hij te twijfelen of hij wel een goede vader is.


Thema
De zoektocht van een vader naar de waarheid over de biologische vader van zijn zoon, en de gevolgen die dat kan hebben.
Het hele boek gaat over vaderschap en de zoektocht van de biologische vader van Bo. Een van de gevolgen is dat Bo ruzie krijgt met zijn vader, wat weer veroorzaakt werd door zijn ontmaagding. Hier werd Armin heel boos om. Vandaar het getal dertien.

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

1367

reacties

Dankjewel ik heb hier erg veel aan gehad. Erg goed gedaan.
door n. (reageren) op 13 april 2015 om 18:16

Welkom!

Goed dat je er bent. Scholieren.com is de plek waar scholieren elkaar helpen. Al onze informatie is gratis en openbaar. Met een profiel kun je méér:

snel zien welke verslagen je hebt bekeken
de verslagen die je liket terugvinden
snel uploaden en reacties achterlaten

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer

Hoge waardering

Anne zeker weten goedZeker Weten Goed
Annais 5e klas vwo8.5
Maud 6e klas vwo8.0
Garahnce 4e klas vwo7.8
Jelle Verploegen 4e klas vwo8.4
Vivian 4e klas havo7.5
Meer verslagen ›

Why I This BOOK

Blogger Jorieke over De passievrucht