Cookies..
Door Scholieren.com te bezoeken ga je akkoord met het gebruik van cookies. Klik hier voor meer info.

De pianoman

J. Bernlef

2008

92

1 uit 5

7.4 / 10
4e klas vwo
  • NHCH
  • Nederlands
  • 6851 woorden
  • 8400 keer
    32 deze maand
  • 14 juni 2009

I Bibliografische gegevens

Naam van de auteur: J. Bernlef
Titel: De pianoman [2008]
Plaats van uitgave: Amsterdam
Uitgeverij: Querido’s Uitgeverij BV
Jaar en druk gelezen uitgave: 2008, 1e druk
Opdracht: Voor Eva
Aantal pagina’s: 85


II Samenvatting van de belangrijkste gebeurtenissen

Deze samenvatting is een fabel.
Hoofdstuk 1
Thomas Boender is de enige zoon van Jelle en Tsjitske Boender. Ze wonen in een Fries dorp in de buurt van D. Bij hun thuis wordt nauwelijks gepraat, alleen het hoognodige zeggen de ouders tegen elkaar. Daardoor is Thomas niet erg spraakzaam en leert Thomas pas op zijn vierde praten; hij blijft altijd een achterstand houden met talen. Hij gaat naar de dorpsschool, waar hij in de eerste twee klassen les krijgt van Jenny Vreeland. Zij bekommert zich om Thomas en biedt hem bijlessen aan, die bij haar thuis zullen worden gegeven. Thomas ziet dat bij haar een oude Franse piano staat en vraagt of Jenny wil spelen. Na een tijd krijgt hij ook pianolessen, en na een half jaar kan hij beter piano spelen dan Jenny. De laatste twee jaren krijgt Thomas les van de bovenmeester van de dorpsschool Willem Schaafstra. Hij gaat daarna naar het vmbo, maar na twee jaar moet hij van zijn vader van school om te werken in een fietsbandenfabriek. Hij blijft contact houden met zijn vroegere lerares Jenny. Op zijn achttiende houdt hij het thuis niet meer uit, omdat hij vaak door zijn vader wordt geslagen en omdat het altijd zo stil is. Hij vertrekt met de trein naar Amsterdam en neemt 500 euro mee.

Hoofdstuk 2
Thomas arriveert op het station van Amsterdam. Hij gaat rondwandelen in de stad, en maakt kennis met het Engelse meisje Chris. Ze staat als een zilver standbeeld om geld op te halen. Thomas gaat met haar naar de jeugdherberg waar Chris overnacht.

Hoofdstuk 3
Jenny hoort dat Thomas is weggelopen van huis. Ze gaat naar de ouders van hem toe, maar Jelle wil Thomas niet meer terug zien. Hij beveelt Jenny om niet naar de politie te gaan. Ze gaat de volgende dag toch naar het politiebureau in D. Ze vertelt wat er gaande is, maar de politie kan niets doen omdat de ouders zelf aangifte moeten doen. Ze legt zich erbij neer.

Hoofdstuk 4
Tijdens het eten komen Chris en Thomas twee Amerikanen tegen, Jim en Anthony. Zij gaan die dag naar Parijs met de auto. Als Thomas de helft van de benzine betaalt mogen ze meerijden. Thomas spreekt erg gebrekkig Engels. Hij vindt dat goed en ze reizen naar Parijs. Thomas wordt bij een benzinestation seksueel bevredigd. In Parijs nemen Thomas en Chris afscheid van de Amerikanen, en gaan op een terras zitten en drinken koffie. Ze hebben in de avond een goedkoop hotel gevonden en gaan in een restaurant eten. Hij gaat in de avond douchen. De volgende ochtend gaan ze in een café ontbijten. Ze gaan met de metro naar de Eiffeltoren. Daar stelt Chris zich op als standbeeld. In de namiddag gaan ze weer naar het hotel en eten een hamburger. Nadat Chris heeft gedoucht wil ze met Thomas seks hebben, maar hij wil dat niet. Ze vraagt of Thomas homoseksueel is, en hij knikt gretig. Thomas ziet Chris liever als een zusje. De volgende dag wordt Thomas wakker van de regen, daar balen ze erg van.

Hoofdstuk 5
Jenny gaat sinds kort in de avond naar een cursus pedagogiek. In de derde week ontmoet zij daar Adze Kooistra, ook een onderwijzer die op Jenny verliefd is. Hij gaat na afloop mee met Jenny naar huis. Ze vertelt hem over Thomas.

Hoofdstuk 6
Chris wil weer terug naar Engeland. Ze gaan via Lille naar Calais, en daar vertrekken ze met de boot naar Dover. Hij wordt erg zeeziek tijdens de reis, terwijl Chris nergens last van lijkt te hebben. Aangekomen in Dover laat Chris het paspoort van haar en Thomas zien en stopt beide paspoorten in haar kontzak. Ze komen langs een toilet en als Thomas weer naar buiten komt is Chris verdwenen.

Hoofdstuk 7
Thomas dwaalt een uur lang over de kades van Dover. Hij gaat een café in en bestelt een broodje. Hij wil betalen met euro’s, maar ze accepteren alleen ponden. Een vrachtwagenchauffeur schiet hem te hulp, Thomas kan ook nog meerijden met hem naar het noorden van Engeland. Hij komt aan in Sheerness, loopt daar rond en ziet de zee. Hij valt in slaap op een bankje. Als hij wakker wordt ziet hij dat het waterpeil flink gedaald is. Hij klimt in een van de vissersbootjes die op het droge liggen. Hij maakt macaroni klaar en gaat slapen. De volgende ochtend is het waterpeil weer gestegen. Hij gaat weer slapen. Als hij weer wakker wordt gaat hij van boord. Op de kade ziet een politieagent hem. Thomas beseft dat zwijgen voor hem het beste is. Thomas moet mee naar het politiebureau en daar neemt een arts hem mee naar een kliniek. Dokter Paddy McLaren doet onderzoek naar hem.


Hoofdstuk 8
Na twee dagen weet nog steeds niemand wie Thomas is. Hij gaat op een piano spelen, wat veel belangstelling trekt. De volgende dag wordt een bericht de wereld in gestuurd via de National Missing Persons Helpline. De media gaan er ook meer aandacht aan besteden en noemen hem ‘de pianoman’, omdat ze denken dat Thomas briljant piano kan spelen.

Hoofdstuk 9
Na twee weken laten de mensen van de kliniek hem met rust. Door de media komen er veel reacties binnen van mensen die denken dat ze Thomas herkennen, maar na controle blijkt het steeds om vergissingen te gaan. Na ruim een maand weten McLaren en zijn twee collega’s geen raad meer met Thomas; ze denken dat het allemaal om een publiciteitsstunt gaat. Thomas heeft de hele tijd in de kliniek gezwegen.

Hoofdstuk 10
Bovenmeester Schaafstra ziet in een krant een foto van Thomas met het bericht dat hij zich in Engeland bevindt. Om zeker te zijn dat het Thomas is gaat Schaafstra naar Jenny toe, die meteen Thomas erin herkent. Ze belt meteen naar het telefoonnummer dat erbij staat. Aan Jenny wordt gevraagd of ze naar Engeland kan komen om Thomas te identificeren.

Hoofdstuk 11
Twee dagen later gaat Jenny naar het Sheppy Isle Medical Centre waar Thomas is. Thomas herkent Jenny meteen en noemt haar naam. McLaren is blij dat het is opgelost en schrijft een ontslagbrief voor Thomas. Thomas kleedt zich om. Tijdens de reis terug naar huis vertelt Jenny dat zijn vader is overleden. Thomas mist hem niet.

Hoofdstuk 12
Aangekomen gaat Thomas nog naar het huis van Jenny. Hij ziet Adze, de man van Jenny, en voelt zich verraden. Hij gaat vlug naar huis toe en zijn moeder is blij om Thomas weer terug te zien.

Hoofdstuk 13
De volgende dag gaat hij naar de fietsbandenfabriek. Hij wilde niets zeggen over zijn belevenissen, ook niet aan een journaliste.

Hoofdstuk 14
Op een dag wordt er een envelop uit Engeland bezorgd zonder afzender. Zijn paspoort zit erin. Zijn moeder vraagt zich af hoe hij het kwijt is geraakt; Thomas vertelt over Chris. Hij vertelt daarna over wat hij allemaal heeft meegemaakt tijdens zijn afwezigheid.


III Vertelinstantie

Dit verhaal wordt verteld met twee verhaaldraden. Een draad volgt Thomas op zijn vlucht van huis en de andere volgt Jenny die Thomas ophaalt. Er is dus sprake van een meervoudig perspectief.
In de hoofdstukken drie, vijf, tien en elf volg je Jenny hoe ze Thomas zoekt en weer ophaalt. Dat wordt verteld door een personale vertelinstantie, die alleen maar de gedachten en gevoelens van Jenny weet.
Ik citeer: “Je moet je erbij neerleggen, Jenny, dacht ze, roerend in haar kopje.” pagina 25. Jenny denkt bij haar zelf dat ze maar moet ophouden met moeite doen om Thomas te vinden.
Ik citeer: “Op het station van Sheerness zag ze dat er vanhier ook een boot naar Vlissingen voer. Maar ze had al een retourticket op zak. Al was de boot beter voor Thomas geweest, dacht ze, per vliegtuig gaat het misschien allemaal te vlug voor hem.” pagina 74. De gedachten van Jenny worden beschreven.
Ik citeer: “‘Het is ’s nachts gebeurd. Niemand weet wat hij daar deed. Tsjitske is er erg verdrietig onder.’ Hij keek haar niet aan, moest het verwerken, dacht ze.” pagina 79. Ook hier worden de gedachten van Jenny verteld. De gevoelens staan bij het onderdeel ruimte.
In de andere hoofdstukken is ook sprake van een personale vertelinstantie. Die kijkt naar Thomas hoe hij wegloopt van huis.
Ik citeer: “Daar zat hij aan de waterkant en luisterde naar de vogels of dacht aan de piano van juffrouw Jenny, die wilde dat hij ‘ik’ zei als hij ‘Thomas’ bedoelde.” pagina 12. Thomas luistert hier of hij is aan het denken aan de piano van Jenny.
Ik citeer: “Hij kon nergens aan denken, alleen maar misselijk zijn. Ook als hij zijn ogen sloot bleef alles bewegen, was nergens houvast te vinden. Met zijn handen hield hij zich aan de tafelrand vast. Maar ook die bewoog mee. Hij had het gevoel ieder moment van de wereld te kunnen vallen. Zijn lichaam wilde van hem, van Thomas, af.” pagina 46. Ook hier worden de gedachten verteld.
Ik citeer: “Terwijl hij plaste dacht hij aan Jim. Was dat echt gebeurd? En Chris met haar magere lijf, zilveren Chris, had die wel ooit bestaan? Hij had het gevoel dat hij hier vanuit het niets was beland, als een parachutist gedropt in vijandelijk gebied. North wilde hij en nu hij er eenmaal was wist hij niet meer hoe het verder moest.” pagina 52. Het gevoel dat Thomas heeft wordt beschreven en zijn gedachten worden vermeld. In het verhaal wordt veel verteld over wat hij hoort, voelt, ruikt en proeft. Dat staat bij de zintuiglijke ruimte.


IV Personages

Thomas Boender is de hoofdpersonage in het verhaal. In de eerste drie jaren spreekt hij geen woord, omdat zijn ouders ook bijna niet praten. Hij went daar aan; op zijn vierde begint hij te praten. Hij loopt weg op zijn achttiende.
Hij is een snelle leerling die zeer muzikaal is; na een half jaar pianoles kan hij beter spelen dan Jenny. Plaatjes vergeet hij nooit. Op school is hij altijd erg goed in aardrijkskunde geweest; hij maakte op school lange reizen met zijn wijsvinger in de atlas.
In talen is Thomas slecht, als hij het over zichzelf heeft dan zegt hij ‘Thomas’ in plaats van ‘ik’, alsof hij het over een ander heeft. Hij kan geen enkel woord Frans en in Engels is hij ook niet goed. Hij heeft weinig vrienden, maar hij is gewend om alleen te zijn en te zwijgen.
Omdat hij zo veel zwijgt wordt hij ‘de stille’ genoemd. Omdat hij is opgegroeid in het rustige Friesland, kan hij moeilijk tegen de drukte in Amsterdam. Als hij in een auto rijdt en het hem te veel wordt dan klampt hij zich vast aan bepaalde dingen zoals een kraai op een lichtmast.
Hij heeft diepblauwe ogen, en is een jongen die mager is en een wat schichtige blik heeft. Als hij wegloopt heeft hij een grijze terlenka broek en een mosgroen jack aan. Later, als hij in het gesticht zit, dan heeft hij een vlasbaardje. Op de terugweg in de trein is hij ontspannen; als hij daarna in het vliegtuig zit is dat voor hem de eerste keer.
Hij is waarschijnlijk een homo, omdat hij zich laat bevredigen door Jim en omdat hij geen seks met Chris wil maar haar als zijn zusje wil zien. Ik citeer: “Ze trok haar spichtige schouders op. ‘Okay. Well, maybe you’re gay. Homosexual I mean. Are you?’ Hij knikte gretig.” pagina 37. Thomas geeft zelf toe dat hij homo is. Ik citeer: “De jonge agent achter de balie had een gladgeschoren huid en zachte ogen. Thomas vond hem mooi.” pagina 57. Hier vindt hij een jongen mooi.
Hij heeft een slechte relatie met zijn ouders, vooral met zijn vader. Jenny heeft medelijden met hem en geeft hem bijlessen.

Hij is erg gul, omdat hij graag wil betalen voor Chris. Ik citeer: “Betalen was leuk werk. Hij voelde zich er goed bij en ook Chris leek er plezier in te hebben.” pagina 21. Ik citeer: “Die avond aten ze een hamburger en dronken een grote kartonnen beker cola. Hij wilde weer betalen. Ze protesteerde, maar vond het ten slotte toch goed.” pagina 36. Ondanks dat Chris protesteert, wil Thomas betalen.
Hij is agressief, vertelt Jenny. Ik citeer: “Thomas Boender zat in de raamrij. Hij was bewegelijk, te bewegelijk eigenlijk, vond Jenny. Wat dat betreft gedroeg hij zich allerminst rudimentair. Regelmatig moest ze tijdens het speelkwartier ingrijpen als Thomas weer eens een jongen te lijf ging. Met woorden legde hij het tegen zijn medeleerlingen af en dus gebruikte hij in plaats daarvan zijn handen en voeten.” pagina 8 en 9. Het citaat spreekt voor zich.
Hij is doelloos, als hij wegloopt weet hij totaal niet waar hij naartoe moet. Totdat hij Chris tegenkomt; zij heeft een doel om naartoe te gaan en daarom volgt Thomas dat ook. Ik citeer: “Chris had een doel en hij daarom nu ook.” pagina 21.
Thomas is erg zwijgzaam in het begin van het verhaal. Ik citeer: “Thomas hield ervan om te zwijgen en te luisteren.” pagina 27. Ik citeer: “Thomas voelde zich met de zwijgende man op zijn gemak. Zo was hij het gewend.” pagina 51. In beide citaten wordt duidelijk dat Thomas het fijn vindt om te zwijgen.
Als hij Chris ontmoet wordt hij al spraakzamer. Sinds hij weet dat zijn vader is overleden heeft hij de vrijheid om te spreken. Na zijn werk gaat hij naar De Graven, de plaats waar zijn vader is verdronken. Ik citeer: “Hij beneden, ik boven. Van al dat zwijgen was Jelle zo zwaar geworden dat hij was gezonken. Voor Thomas, voor hem dus, zat het zwijgen erop. Hij staarde in de baaierd van sterren. Een voor een riep hij hun namen het duister in: ‘Jenny, Chris, mamma.’ Ik ben dus opgestegen, dacht hij. Ik ben zo licht als een veertje. Hij stond op. Verkleumd keerde hij naar huis terug.” pagina 87. Er wordt letterlijk verteld dat hij is gestopt met zwijgen. In het citaat zit een tegenstelling, namelijk zwaar – licht waar zwijgen – spreken bij hoort.
Hij is niet alleen van huis weggelopen omdat hij gek wordt van het zwijgen thuis, maar ook omdat hij door zijn vader wordt geslagen. Hij heeft daar een angst voor. Ik citeer: “Zwijgen, dacht Thomas, zwijgen is het beste. Hij liep de trap op naar de boulevard. Als ik zeg wie ik ben word ik linea recta naar huis gestuurd. En naar de terp wilde hij niet terug, daar had hij niets meer te zoeken. Daar stond Jelle klaar om het in één klap dood te slaan.” pagina 56. Omdat hij daar zwijgt weten de dokters niets over hem. Ik citeer: “Voor de dokters hier had hij geen naam, geen verleden, geen taal. Eigenlijk was hij niemand of op weg om niemand te worden.” pagina 65. Als Thomas weer terug is en met zijn moeder gaat praten zegt hij het volgende, ik citeer: “Hij keek hoe ze koffiezette. ‘Nu kunnen we praten,’ zei hij en vouwde zijn handen op het tafelblad. "Praten zonder dat er klappen vallen.” pagina 84. Die klappen zouden van Jelle zijn geweest, maar hij is dood.
Thomas is duidelijk een round character. Over hem worden veel karaktertrekken vermeld, door het hele verhaal door. Hij ondergaat ook een karakterverandering; eerst zwijgt hij voornamelijk tot hij Chris tegenkomt en meer gaat praten. Aan het einde van het verhaal, als zijn vader is overleden, wordt er gezegd dat het zwijgen voor hem erop zit. Zijn karakter maakt hem een character.


Chris is het meisje dat Thomas tegenkomt in Amsterdam. Ze wordt ook wel het zilvermeisje genoemd, wat te maken heeft met het spreekwoord, ik citeer: “‘Praten is zilver.’ ‘Ik ken het spreekwoord,’ zei hij en hij stond op. ” pagina 85. Ze komt uit Engeland, waar ze in Londen op een theaterschool zit. Ze is voor de derde keer op vakantie in Amsterdam.
Als Thomas haar tegenkomt staat ze zwijgend als levend standbeeld op een kistje. Haar hele lichaam, behalve haar handen, zijn zilver. Daardoor lijken haar bruine, donkere ogen op gaten. Als ze vermoeid is, heeft ze licht loensende ogen. Ze heeft een brede mond, iets te grote voeten en een roze huid. Ze zal ongeveer even oud zijn als Thomas.
Thomas ziet haar als twee meisjes. Als een rank, zilver meisje en als een gewoon meisje. Het zilveren meisje zwijgt, omdat het als levend standbeeld staat. Het gewone meisje is voor Thomas een gesprekspartner, wat hij thuis niet heeft. Daarom is Thomas erg gul voor Chris. Zij verraadt Thomas uiteindelijk ook; ze gaat er vandoor met zijn paspoort als ze in Engeland zijn. De envelop die Thomas aan het einde van het verhaal krijgt is beplakt met Engelse postzegels. In die envelop zonder afzender zit Thomas’ paspoort; waarschijnlijk is die envelop verstuurd door Chris. Thomas ziet haar als zijn zusje.
Overal waar Chris komt weet ze precies waar ze heen moet. Ze maakt gebruik van Thomas, omdat hij alles wil betalen, als ze in Engeland is, gaat ze er vandoor. Thomas heeft dit niet door, pas als hij Chris is verloren heeft hij het door en voelt zich verraden. Ik citeer: “Chris had hem zowat als zijn geld afhandig gemaakt. Ze had gebruik van hem gemaakt en toen ze hem kaalgeplukt had, had ze hem als een lege verpakking weggegooid. Zo konden mensen dus zijn.” pagina 52 en 53. In het vorige citaat staat wat Thomas erover denkt dat Chris zijn geld afhandig heeft gemaakt. Ze is een flat character.


Tsjitske Boender is de moeder van Thomas. Ze is getrouwd met Jelle. Over haar leeftijd wordt niets vermeld, maar omdat ze de moeder van Thomas is zal ze rond de dertig zijn als Thomas wordt geboren. Ze heeft een rond gezicht, strakke wangen en halflang haar met grijze strepen. Er wordt verteld dat ze er een strak schema op na houdt. Ik citeer: “Tsjitske hield er een strak schema op na. Thomas hoefde maar op haar activiteiten te letten om te weten wat voor dag van de week het was. Wasdag: maandag; strijken: dinsdag; schoonmaken: woensdag; werken in de kleine moestuin aan de zuidkant van het huis: donderdag; boodschappen doen in het dorp: vrijdag (soms mocht Thomas dan mee op de fiets met Tsjitske, die tegen de wind voorovergebogen met de zware fietstassen vol boodschappen voort trapte); op zaterdag had ze zangkoor in het gemeentehuis en alleen op zondag deed ze niets.” pagina 12 en 13.
Omdat Jelle zo zwijgzaam is en ook agressief kan worden is Tsjitske ook erg zwijgzaam; ze is ook soms ook angstig voor hem. Ik citeer: “Ze probeerde het bij de moeder, maar die keek alleen maar angstig naar haar man.” pagina 23.
Ze is een flat character.


Jelle Boender is de vader van Thomas en de man van Tsjitske. Hij komt dominant over. Over zijn leeftijd wordt niets gezegd, maar ik denk dat hij ongeveer even oud is als Tsjitske. Jelle is niet vaak thuis; hij werkt bij een boer een kilometer of tien verderop. Hij verhuurt zijn niet geringe arbeidskracht aan wie die nodig had. Hij staat bekend als een harde werker die nooit ziek is. Hij wordt een noeste werker genoemd. Hij heeft grote handen met zwarte nagels en gespreide vingers.
Hij is Thomas liever kwijt dan rijk. Het interesseert hem ook niet veel hoe het met hem op school gaat. Ik citeer: “Een paar bezoek aan het huisje op de terp overtuigde haar des te meer van het belang van bijles. Jelle knikte afwezig, maar trok een gezicht alsof hij weinig vertrouwen in haar capaciteiten had. ‘U doet maar.’ Wat ongezegd bleef: voor ons soort mensen is verder leren niet weggelegd.” pagina 9. Dat het verder leren volgens hem niet is weggelegd, is ook duidelijk te merken als hij Thomas van het vmbo stuurt en hem aan het werkt zet. Als Thomas weg is gelopen dan hoeft Jelle hem niet meer terug te zien. Ik citeer: “Jelle, in een aanval van plotselinge spraakzaamheid: ‘Hij hoeft ook niet meer terug te komen. En als hij het toch waagt dan breek ik hem zijn poten, zodat hij hier nooit meer weg kan.’” pagina 23.
Twee weken voordat Thomas met Jenny terugkomt is Jelle ‘s nachts verdronken bij De Graven. Niemand in het dorp mist hem behalve Tsjitske. Omdat hij er min of meer voor heeft gezorgd dat Thomas zo zwijgzaam is, zorgt zijn dood voor de verandering bij Thomas van zwijgen naar spreken.
Hij is agressief, ik citeer: “Als Jelle van het land kwam gooide hij de kuilen steevast met een van woede voltrokken gezicht dicht. ‘Blijf met je poten van mijn erf af,’ riep hij dan en hij trok Thomas met een ruk aan zijn haren overeind.” pagina 11.
Tsjitske beschrijft hem ook als een ongedurig mens. Ik citeer: “Soms sloeg Jelle plotseling met kracht zijn handen in elkaar, alsof hij een besluit had genomen en beende de deur uit. Dan bleef hij lang weg. ‘Je vader houdt niet van binnen zitten’ zie Tsjitske. ‘Het is een ongedurig mens.’” pagina 16.
Hij is een flat character.


Jenny Vreeland is de lerares van Thomas in de eerste twee klassen op het schooltje van meester Schaafstra, waar hoogstens vijftien kinderen op zitten. Ze is vertrokken uit het westen wegens een mislukt huwelijk – haar man wilde per se geen kinderen – en heeft in het dorp als onderwijzeres gesolliciteerd.
Ze is lang, mager en heeft groene ogen. Ze heeft lichtbruin opgestoken haar, wat ze later blond verft. Omdat niemand in het dorp zich opmaakt gebruikt zij ook geen make-up, wat ze vroeger wel deed. Vroeger waren haar wangen mild en zacht, nu zijn die strakgetrokken, haar dunne hals zit vol rode vlekken. Als ze Thomas in haar klas heeft is ze negenentwintig. Opvallen wilt ze niet, ze wil ook niet het buitenbeentje zijn. Omdat ze uit het westen komt weet ze niet goed hoe ze deel uitmaakt van de kleine gemeenschap.
Ze heeft medelijden met Thomas, en daarom gaat ze hem bijlessen geven. Ze speelt ook piano en geeft Thomas daar lessen in. Jenny studeert ook speciaal voor Thomas een mazurka van Chopin in. Later, tijdens de avondcursus pedagogiek ontmoet ze Adze Kooistra en hij komt bij Jenny in huis wonen. Als hij vraagt of ze piano wilt spelen zegt Jenny dat ze niet kan spelen, omdat ze zichzelf niet goed genoeg vindt. Adze en Jenny willen later ook een kind. Als Thomas hoort dat Adze bij haar in huis woont, voelt Thomas zich verraden.
Zij neemt eigenlijk de moederrol van Thomas’ moeder over. Jenny gaat op zoek naar Thomas en vindt hem ook. Ze gaat naar Sheerness om hem op te halen.
Ze is erg geduldig, ik citeer: “Eindeloos veel geduld; gelukkig dat ze dat had.” pagina 9.
Ze vindt ook dingen grappig die eigenlijk helemaal niet grappig zijn. Ik citeer: “Naast hem stond een hoge hoed. Een grappig gezicht vond ze dat, een hoge hoed in een bus. Dat had ze wel meer, dat ze een combinatie van bepaalde dingen grappig vond die eigenlijk helemaal niet grappig was.” pagina 82.
Ze is een flat character.


Willem Schaafstra is de bovenmeester van zijn schooltje in het dorp. Bij hem werkt Jenny, die de eerste twee klassen heeft. Willem heeft de laatste twee klassen, waar Thomas ook in komt te zitten. Willem zet Thomas achterin en geeft hem zelden de beurt. Willem is van mening dat Thomas niet achterlijk is maar dat het hem niet veel scheelt; wel heeft Willem door dat hij aardrijkskunde leuk vind.
Bovenmeester Schaafstra heeft grote, uitstaande zeiloren. Als hij in de avond de krant leest en het gele zonlicht op zijn oren schijnt, krijgen die de kleur van varkensoren. Over zijn leeftijd wordt niets vermeld, maar hij heeft een mobiele telefoon, dus zal hij niet heel oud zijn. Als hij Thomas in de laatste twee klassen les geeft zal hij, denk ik, tussen de dertig en veertig jaar zijn.
Hij is een oplettende lezer. Ik citeer: “Willem Schaafstra was een oplettende lezer. Iedere dag nam hij de krant op dezelfde manier door. Eerst het weerbericht, dan de waterstanden. Daarna las hij het lokale nieuws en als laatste het nieuws over de wereld buiten de regio. Het enige wat hij oversloeg waren de beursberichten.” pagina 68.
In het verhaal is hij belangrijk omdat hij in de krant een foto van Thomas ziet. Zonder Schaafstra zou Thomas pas later of helemaal niet worden gevonden. Hij gaat meteen naar Jenny om te controleren of op de foto echt Thomas staat.
Hij is ook een flat character.


Adze Kooistra is de man van Jenny. Hij heeft haar ontmoet tijdens een avondcursus pedagogiek. Hij is jarenlang onderwijzer geweest, overspannen geraakt en wil het nu over een andere boeg gooien. Hij kan een klas niet aan, dus wil hij meer individueel gericht onderwijs geven. Hij heeft altijd al piano willen spelen, maar bij hem thuis was er geen belangstelling voor. Schaafstra vindt dat hij te veel babbels en eigenaardige ideeën over het onderwijs heeft. Omdat hij de man wordt van Jenny voelt Thomas zich verraden.
Hij heeft een open en blozend gezicht. Met zijn blauwe ogen kijkt hij anders; ze zijn naar buiten gericht, niet met een geharnaste, achterdochtige blik. Hij zal ongeveer even oud zijn als Jenny.
Over zijn karakter wordt niets vermeld. Hij is een flat character.


V Ruimte

Fysische ruimte
Thomas woont in een dorp in Friesland, in de buurt van D. Het is een rustige omgeving, er zijn veel weilanden met koeien en schapen. Opmerkelijk is dat de meeste mensen blauwe ogen hebben. Het huis waar Thomas in woont heeft roestrode dakpannen. Thomas heeft zelf een kleine kamer aan de voorkant van het huis.
Thomas komt in Sheernes in een kliniek terecht. Daar wordt het volgende over gezegd, ik citeer: “Het Sheppey Isle Mediacal Centre werd in het stadje ‘the madhouse’ genoemd, maar behalve een psychiatrische afdeling had het ook een afdeling geriatrie en een eerstehulppost met zes bedden voor noodgevallen. Het laatst waren die bedden drie jaar geleden gebruikt toen een pools vrachtschip op de schelpenbanken voor Sheerness was vastgelopen. Sheppey was een eiland, maar zo groot dat niemand zich een eilandbewoner voelde. Overal om je heen waren akkers, weilanden en vooral veel schapen. ‘Isle of Sheep’ werd het daarom ook wel genoemd. Behalve de magere Ierse dokter Paddy McLaren werkte er een psychiater, Wesley Bromwich, en de kalende geriater Patrick Cook. Ze begonnen iedere weer met een werkoverleg. Naast personeelsproblemen – het Sheppey Isle Medical Centre kampte net als de andere ziekenhuizen in de regio met een gebrek aan verplegend personeel – bespraken ze daar de staten van hun patiënten. En zo kwam de pianoman iedere maandagmorgen ter sprake.” pagina 61 en 62. Er staat ook een piano in en daar gaat Thomas op spelen.
Op veel plaatsen waar Thomas komt beschrijft hij de omgeving aan de hand van het landschap. Hij heeft het meestal over de weilanden, koeien, schapen en het gras. Ik citeer: “Aan het begin van zijn reis reed de trein door de hem zo vertrouwde weilanden, langs boerderijen, kale maďs- en tarwevelden, voorbij grazende koeien en groepjes paarden die bij het naderen van de trein weggallopeerden.” pagina 17. Op meer plaatsen in het verhaal beschrijft hij de omgeving aan de hand van de genoemde elementen.
In het verhaal schijnt de zon regelmatig. Soms is het bewolkt weer, het regent een enkele keer.

Psychische ruimte
Als Thomas van huis is weggelopen en met Chris bij de Eiffeltoren staat schijnt de zon. Ik citeer: “De herfst was al begonnen, maar de zon scheen. Het was aangenaam weer en dat had invloed op de vrijgevigheid van de voorbijgangers.” pagina 36. Nu hij weg van huis is, heeft hij eindelijk wat hij wil, een gesprekspartner. Hij is daar natuurlijk blij mee, en dat gevoel wordt versterkt door de zon die schijnt.
Niet lang voordat Thomas Chris zal kwijtraken gaat het regenen, wat het blijft doen als hij nog verder reist. Ik citeer: “Thomas werd als eerste wakker. Hij hoorde de regen achter het half openstaande raam ruisen.”
pagina 37. De regen kan worden gezien als een voorbode dat hij Chris zal kwijtraken.

Zintuiglijke ruimte
De zintuiglijke ruimte kom je alleen te weten van Thomas en Jenny.
Over Jenny ben ik het volgende tegengekomen.
Ik citeer: “Adze was in de lach geschoten en had zijn hand op de hare gelegd. Toen hij opstond was zij ook opgestaan. Hij pakte haar beet. Ze voelde dat ze begon te beven.” pagina 41. Ze is zenuwachtig als Adze haar beet pakt.

Van Thomas staan in het boek onder andere het volgende.
Ik citeer: “Thomas stak zijn hand naar de jongens uit. Een van hen rook naar aftershave. Een zoetige walm.” pagina 26. Hij ruikt een zoete walm.
Ik citeer: “Een klamme lucht waarvan hij de geur niet kon thuisbrengen sloeg hen tegenmoet. Lucht van zweet, stof en machineolie, maar dan sterk verdund.” pagina 34. Later blijkt het de metro te zijn die hij ruikt.
Ik citeer: “Treingeluiden, roezemoezende stemmen, een schel gefuit en de als altijd onverstaanbare luidsprekerstem vanuit de hoogte van de overkapping. Thomas liep onder een baldakijn van geluiden tot hij achter Chris de trein in stapte en hij tot zijn opluchting niets anders meer hoorde dan een zacht gezoem dat ergens van onder uit de vloer van de wagon kwam.” pagina 44. Hij hoort allemaal geluiden op het station.
Ik citeer: “Plotseling zag hij de zee voor zich liggen, glinsterend en kalmer dan gisteren. De huizen maakten nu plaats voor villa’s, de meeste met de luiken gesloten. Hij voelde de zeewind door zijn groene jack dringen.” pagina 52. Thomas voelt de zeewind en hij ziet de zee voor zich liggen.
Ik citeer: “Hij legde zijn hand op haar grijze haar. Het voelde dun en droog aan.” pagina 85. Hij voelt aan het haar en vindt het dun en droog aanvoelen.
Ik citeer: “Dwars door de mistflarden die over de duik golfden, fietste hij naar de fabriek. De wind stond zijn kant op, hij rook de geur van de synthetische rubber al van verre.” pagina 86. Hij ruikt van verre de geur van synthetische rubber.


VI Tijd

Historische tijd
In het verhaal worden geen jaartallen genoemd. Er wordt wel betaald met de euro. Ook komen er veel mobiele telefoons voor, alhoewel Thomas er geen heeft. Ik citeer: “De meeste reizigers zaten met hun mobiele telefoon te bellen en vertelden dat ze nu in de trein zaten, wat Thomas nogal logisch en daarom dom vond. Thuis op de terp waren er geen mobiele telefoons. Alleen meester Schaafstra had er een.” pagina 17. Ik citeer: “Chris wees op een van zijn broekzakken. ‘Geef me wat euro’s, ik wil even ergens zitten.’” pagina 31.
Omdat de euro in het verhaal voorkomt is het zeker na 2001. Het lopen met mobiele telefoons is ook iets van de laatste jaren.
Het verhaal is gebaseerd op Andreas Grassl, die ook de Pianoman werd genoemd. Hij kwam in 2005 ook in Sheerness terecht en zweeg alleen maar. Het is dus waarschijnlijk dat dit verhaal ook in 2005 speelt.

Verteltijd
De Pianoman bestaat uit vijfentachtig pagina’s en veertien hoofdstukken.

Het verhaal begint op het moment dat Thomas geboren is. Ik citeer: “De eerste drie jaar van zijn leven sprak Thomas Boender geen woord.” pagina 5. Op zijn achttiende loopt hij weg van huis. Ik citeer: “Hij was achttien toen hij op een middag het huis op de terp achter zich liet.” pagina 16. Hij reist dan ongeveer een week totdat hij uitkomt in het gesticht in Sheerness. Daar zit hij ruim een maand, ik citeer: “Ruim een maand had hij in een Engels hospitaal gezwegen, zich te weer gesteld tegen de pogingen van de dokters hem een andere naam te geven.” pagina 83. De periode die in het verhaal verstrijkt is dus achttien jaar en een aantal maanden.

De volgende versnellingen ben ik tegengekomen.
Ik citeer: “De eerste drie jaar van zijn leven sprak Thomas Boender geen woord.” pagina 5. Dit wordt overgeslagen omdat dit niet belangrijk is voor het verhaal.
Ik citeer: “Na twee dagen wist nog niemand in de kliniek wie die zwijgende jongen was met dat vriendelijke, spichtige gezicht, dat vlasbaardje en die wat angstige blik.” pagina 60. Dit geeft al aan dat Thomas een speciaal geval wordt, omdat hij nu al twee dagen zwijgt.
Ik citeer: “De jongen zat hier nu vier weken en de stapel e-mails en krantenberichten wat tot een dik dossier aangegroeid.” pagina 63. Dit laat zien dat er veel aandacht van de medewerkers is.
Ik citeer: “Twee weken later leken ze hun pogingen te hebben opgegeven.” pagina 65. Omdat Thomas het zwijgen zo lang vol houdt geven de werknemers in de kliniek het op.
Ik citeer: “Twee dagen later zat ze in het vliegtuig naar Londen.” pagina 74. Jenny vertrekt twee dagen na het telefonisch contact met de kliniek.

Ik ben de volgende vertraging tegen gekomen.
Ik citeer: “Aan de zijkant stond een zilveren meisje op een kistje. Ze stond daar roerloos en zwijgend. Een lang, mager lijf. En helemaal van zilver. Voor het kistje lag een donker vilthoed, waarin een paar muntstukken glommen. Thomas bleef staan. Hij keek naar haar en glimlachte. Eindelijk een rustpunt. Het meisje hield haar armen uitgestrekt alsof ze de duiven die om haar heen cirkelden dirigeerde. Alleen haar handen waren niet van zilver. Haar gezicht was spierwit geschilderd, waardoor haar donkere ogen op gaten leken. Opeens veranderde ze van houding. Thomas schrok ervan en het meisje kon een kort lachje niet onderdrukken voordat ze opnieuw roerloos voor zich uit staarde. Thomas wist niet was hij van haar denken moest. De meeste mensen liepen voorbij zonder naar haar te kijken. Alleen Thomas – hij stond daar maar, niet alleen voor haar maar ook omdat hij geen idee had waar hij heen moest. Hij had weg gewild van de terp, van zijn ouders, van de fietsbandenfabriek, van een loerend gevaar. Nu stond hij hier alsof hij zelf een standbeeld wilde worden. Een vrouw met een groen regenhoedje vroeg of hij de weg kwijt was; een man met een alpinopet of hij soms een hotel zocht. Thomas schudde zijn hoofd en bleef staan. Het zilveren meisje keek naar hem. Toen wenkte ze hem. Eerst dacht hij dat het om een nieuwe pose ging, maar toen ze bleef wenken kwam hij aarzelend dichterbij. ‘Hello,’ zei het meisje in het Engels. Ze wees op de hoed met de munten. ‘No money, no food, no nothing.’ Engels verstond hij wel een beetje, dat had hij op school gehad. Alleen spreken kon hij het maar met moeite. ‘I have,’ zei hij. Hij liet haar zijn portemonnee zien en maakte hem open. Het meisje keek erin, de lege hoed in haar hand. ‘My name is Chris.’ ‘Me Thomas,’ zei hij en hij glimlachte naar haar gezicht, dat er van dichtbij minder afschrikwekkend uitzag. Ze reikte hem het kistje aan, alsof hij vanaf nu bij haar in dienst was.” pagina 19 en 20. Hier wordt heel gedetailleerd beschreven hoe Thomas het meisje Chris ontmoet.

Terugwijzingen
In dit verhaal komen geen flashbacks of vooruitwijzingen voor. De volgende terugwijzingen komen voor.
Ik citeer: “Was het vroeger anders geweest? Hadden ze, toen ze pas getrouwd waren, meer woorden tot elkaar gericht? Eigenlijk niet. Blikken en aanrakingen waren voldoende geweest. Eerst liefkozingen, strelingen, ogen die diep in het gezicht van de ander probeerden door te dringen. Tot de strelingen in de loop van de tijd, nadat Thomas geboren was, steeds hardhandiger werden en ten slotte waren ontaard in handgemeen.” pagina 6. Dit laat zien dat er een steeds grotere onenigheid komt tussen de ouders van Thomas.
Ik citeer: “‘Jammer,’ zei hij. ‘Ik heb altijd piano willen spelen, mar thuis was er geen belangstelling voor muziek.’” pagina 40. Adze wilde eigenlijk ook erg graag piano spelen.
Ik citeer: “Toen ze hem een keer gevraagd had waarom hij nooit eerder iets gezegd had, had hij geantwoord: er viel niets te zeggen.” pagina 41. Omdat de ouders vam Thomas zo weinig zeiden, zei Thomas ook niks.
Ik citeer: “Thomas knikte. Hij zou over Jenny willen vertellen, hoe zij hem noten had leren lezen, die zoveel mooier waren dan woorden, die meteen aan de wereld vastplakten.” pagina 50. Thomas denkt aan Jenny en vindt de klanken van de piano veel mooier dan alleen woorden.
Ik citeer: “Zwarte schapen. Hij wist hoe dat in het Engels heette, maar hij besloot deze keer zijn mond te houden. De vorige keer hadden die twee Amerikaanse jongens moeten lachen toen hij dat zei, black sheep.” pagina 51. Hij werd de vorige keer uitgelachen, dus daarom houdt hij nu zijn mond.
Ik citeer: “Terwijl hij plaste dacht hij aan Jim. Was dat echt gebeurd?" pagina 52. ‘Dat’ verwijst naar het moment dat hij is bevredigd door Jim.
Ik citeer: “‘Heb jij hem geleerd om “Greensleeves” te spelen?’ Ze knikte. ‘Lang geleden. Maar zoals het hier staat is het overdreven. Hij kon maar een paar liedjes, dat was alles. Hij was zeker geen meesterpianist, zoals in de krant wordt beweerd wordt.’” pagina 72.

Chronologie
Dit verhaal wordt helemaal chronologisch verteld.

Ab ovo
Dit verhaal is ab ovo verteld. Het begint hoe Thomas opgroeit en later van huis wegloopt.
VII Thema en motieven

In dit verhaal komen twee motieven voor. De piano als leidmotief en het zwijgen als verhaalmotief.

De piano is een leidmotief in dit verhaal.
Ik citeer: “Hij zou over Jenny willen vertellen, hoe zij hem noten had leren lezen, een wereld van noten voor hem ontsloten had, die zoveel mooier waren dan woorden, die meteen aan de wereld vast plakten. Muziek maakte zich daarvan los, zweefde vrij door de ruimte en verdween weer geruisloos zonder een spoor achter te laten.” pagina 50. Hier wordt niet letterlijk de piano genoemd, maar het gaat wel over de muziek die uit een de piano komt. Dat vindt Thomas zoveel mooier dan woorden.
Ik citeer: “Toen zag hij in een hoek van het naar opgedroogd zweet ruikende lokaal, naast de wandrekken, een piano staan. Thomas liep ernaartoe, ging op de keukenstoel voor het instrument zitten en begon te spelen. Alle melodieën die hij van juffrouw Jenny had geleerd. Het Zwanenmeer, de fuga van Bach, ‘Greensleeves’. De sportleraar kwam naast hem staan en haalde zijn mobiele telefoon uit zijn zak. Even later was Thomas omringd door verpleegsters die zich vergaapten aan die wonderlijke jongen die niet kon of wilde spreken, maar wel pianospelen. Nog een keer speelde hij alle melodietjes die hij van Jenny had geleerd. De verpleegsters applaudisseerden toen hij ophield.” pagina 61. Thomas zwijgt dus maar ‘communiceert’ door middel van de piano.
Thomas heeft van Jenny piano leren spelen. Hij kan best wel aardig spelen, maar niet brilliant, zoals de media beweren. De functie van de piano in het verhaal is dat het zijn communicatiemiddel wordt als hij zwijgt in de kliniek. Hij wordt daardoor de ‘Pianoman’ genoemd door de media.

Zwijgen is een verhaalmotief in dit boek. Thomas heeft een opvoeding gehad waar hij veel zweeg. Omdat hij dat zwijgen na jaren zat is, vertrekt hij van huis. Hij ontmoet Chris zwijgend, en in de kliniek zwijgt hij ook.
Ik citeer: “Ook op zijn werk deed Thomas er meest het zwijgen toe. Daarom werd hij de ‘de stille’ genoemd. Maar ergens vanbinnen gebeurde er iets met hem. Alsof hij zich langzamerhand bewust werd dat er een uitweg moest zijn.” pagina 15. Hij wordt zich steeds meer bewust dat hij gewoon weg kan lopen om zo de vrijheid van het spreken te ontdekken.
Ik citeer: “Toen hij aangekleed was glimlachte hij dankbaar. ‘Ik moest wel,’ zei hij. ‘Wat?’ ‘Ze wilden dat ik iemand anders werd, iemand uit Tsjechië of Frankrijk. Of dan dachten ze weer dat ik een Zweedse pianist was. Ze bleven maar aandringen. Wat kon ik anders doen dan zwijgen, mijn eigen naam bewaren?’” pagina 77 en 78. Thomas wil niet dat naast de media ook de mensen uit de kliniek gaan denken dat hij een van de bekende pianisten is.
Op het einde van het verhaal wordt het spreekwoord ‘Spreken is zilver, zwijgen is goud.’ genoemd. Dit is voor Thomas zeer toepasselijk, hij moet wel in de kliniek zwijgen. Als zijn vader eenmaal is overleden, heeft hij de vrijheid om te spreken en stopt hij met het zwijgen.

Het thema is het volgende. “De piano is een alternatief communicatiemiddel als men gedwongen wordt om te zwijgen, om anoniem te blijven.”
Thomas moet zwijgen om anoniem te blijven. Er wordt, om toch te communiceren, een piano gebruikt. Daardoor wordt iemand alleen maar met een piano geaccocieerd, hij wordt de ‘Pianoman’ genoemd.


Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

4198

Welkom!

Goed dat je er bent. Scholieren.com is de plek waar scholieren elkaar helpen. Al onze informatie is gratis en openbaar. Met een profiel kun je méér:

snel zien welke verslagen je hebt bekeken
de verslagen die je liket terugvinden
snel uploaden en reacties achterlaten

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer

Hoge waardering

Kees van der Pol zeker weten goedZeker Weten Goed
Kees van der Pol Docent7.5
Noah 4e klas vwo7.3
NHCH 4e klas vwo7.4
Johan Min5e klas havo8.1
Jane 5e klas vwo6.7
Meer verslagen ›

Eindexamens

Ben jij al helemaal klaar voor de eindexamens?