Door Scholieren.com te bezoeken geef je toestemming voor het gebruik van cookies. Ben je onder de 16? Zorg dan dat je toestemming van je ouders hebt om onze site te bezoeken. Lees meer over je privacy (voor het laatst bijgewerkt op 25 mei 2018). Akkoord Instellingen aanpassen

De aanslag

Harry Mulisch

1982

236

2 uit 5

7.2 / 10
4e klas havo
  • Berry Hagendijk
  • Nederlands
  • 5550 woorden
  • 104408 keer
    191 deze maand
  • 4 april 2008
Titel: De aanslag
Auteur: Harry Mulisch
Uitgeverij: Van Walraven
Jaar van eerste druk: september 1982
Uitgeverij van eerste druk: De Bezige Bij
Plaats van uitgeverij van eerste druk: Amsterdam.

Titelverklaring:
De hoofdpersoon Anton vraagt zich zijn hele leven af wie de aanslag op Fake Ploeg gepleegd heeft en waarom dit gedaan is.

Uittreksel:
Eerste episode, 1945 .
Op een avond in januari 1945 wordt de familie Steenwijk opgeschrikt door zes schoten. Voor het huis van de buren Korteweg ligt het lijk van Fake Ploeg,hoofdinspecteur van politie. Korteweg en Karin slepen het lijk voor het huis van de familie Steenwijk. Peter rent naar buiten om het dode lichaam weer weg te zeulen. De Duitsers komen;Peter vlucht weg en neemt het pistool van Ploeg mee.

Anton en zijn ouders worden uit hun huis gehaald en de villa wordt in brand gestoken, nadat eerst de ruiten kapot zijn geslagen. Anton wordt in een auto gestopt en weggevoerd. Wat er met zijn ouders gebeurt, weet hij niet.

Hij wordt in een cel in het politiebureau in Heemstede geworpen. In deze cel zit al een vrouw. Ze troost Anton en praat met hem over de fascisten ('ze zullen zeggen, dat het de schuld van de illegaliteit is') en over de noodzaak hen te haten. Anton wordt de volgende dag overgebracht naar de Ortskommandant in Haarlem, van wie hij naar zijn oom en tante in Amsterdam mag gaan. Tijdens de rit van Haarlem naar Amsterdam wordt het konvooi door een Engels vliegtuig beschoten, waarbij enige doden vallen. In Amsterdam komt Anton bij een Duitse generaal terecht, die vriendelijk voor hem is. Oom Peter haalt hem op.

Tweede episode , 1952.
Anton wordt opgevoed door zijn oom en tante, een kinderloos doktersechtpaar aan de Apollolaan te Amsterdam. Na de oorlog blijkt, dat zijn ouders en Peter in de fatale nacht ter plekke zijn doodgeschoten. Anton reageert beheerst; hij gaat niet op onderzoek uit.

Na het gymnasium gaat hij medicijnen studeren. Als hij tweedejaars is, wordt hij door een studiegenoot uitgenodigd op een feestje in Haarlem. Zo komt hij in 1952 voor het eerst weer terug in de stad die hij in januari 1945 heeft verlaten. Het feestje wordt voor hem een teleurstel-ling, omdat een paar brallerige studenten kwetsende opmerkingen maken. Anton wordt hierdoor herinnerd aan hetgeen hij in de oorlog heeft meegemaakt. De aansporingen om zich als vrijwilliger aan te melden voor de oorlog in Korea doen hem besluiten het feestje vroegtijdig te verlaten.

Op de terugweg komt hij langs de kade waar zijn ouderlijk huis heeft gestaan. Mevrouw Beumer roept hem binnen. Ze vertelt dat Antons moeder op die fatale januari-avond een Duitser is aangevlogen en dat zij en haar man daarna zijn doodgeschoten. Anton vertrekt zwijgend en loopt langs het monument dat is opgericht voor de slachtoffers van de januari-tragedie. Hij leest de namen van de gefusilleerden, waaronder die van zijn ouders. De naam van Peter staat er niet bij.

Bij navraag blijkt dat zijn oom hem wel verteld heeft over het monument, maar dat hij de onthulling niet wilde bijwonen. Anton voelt voor het eerst iets van angst voor het afgesloten verleden.

Derde episode , 1956.
Na zijn kandidaatsexamen gaat Anton op kamers wonen in de binnenstad van Amsterdam. In 1956 vallen de Russen Hongarije binnen. Dagenlang is het rumoerig rond het hoofdkwartier van de CPN in Amsterdam (het gebouw Felix Meritis). Tijdens een relletje ontmoet Anton in het portiek van zijn huis Fake Ploeg jr., die een kei in zijn hand heeft. Op de kamer van Anton ontwikkelt zich een heftig gesprek. Omdat zijn vader in de oorlog fout was, heeft Fake niet kunnen studeren. Hij werkt nu in een zaak voor huishoudelijke artikelen. Hij is fel anti-communistisch ('Het zijn niet toevallig dezelfde rotcommunisten geweest,die mijn vader hebben vermoord.'). Anton verwijt Fake dat het de vrienden van zijn vader waren die Antons familie hebben uitgeroeid. Fake wordt woedend en verbrijzelt de spiegel met zijn kei.Kort daarop ontploft de oliekachel, waardoor de kamer vol roet komt. (Er is sprake van een herhaling van hetgeen in januari 1945 is gebeurd: de Duitsers sloegen de ruiten kapot en staken het huis van Antons ouders in brand.)


Vierde episode , 1966.
In 1959 doet Anton artsexamen. Hij krijgt een assistentschap in de anesthesie en gaat in de buurt van het Leidseplein wonen. Hij werkt in het Wilheimina Gasthuis. In Londen ontmoet hij de stewardess Saskia de Graaff. Een jaar later trouwen ze. Ze kopen een half huis in de buurt van het Concertgebouw. De vader van Saskia is ambassadeur in Athene. In de oorlog speelde hij een belangrijke rol in het verzet.

Begin juni 1966 wordt Sjoerd begraven. Hij was een bekend journalist, die in de oorlog in het verzet zat. Omdat hij een vriend was van De Graaff, gaan Anton, Saskia en hun dochtertje Sandra ook naar de begrafenis. Na afloop van de plechtigheid komt Anton in contact met de verzetsstrijder Cor Takes. Deze heeft Fake Ploeg doodgeschoten. Anton wil eigenlijk niet meer over het gebeurde uit de oorlog praten, maar Takes moet zijn hart luchten. Hij tracht zich te rechtvaardigen door te vertellen over de gruweldaden van Ploeg. Over het gezeul met het lijk van Ploeg weet hij niets. Hij vertelt over zijn vriendin Truus Coster. Zij blijkt het meisje te zijn met wie Anton een nacht in de cel heeft gezeten. Anton hoort nu, dat ze drie weken vóór de bevrijding is terechtgesteld. Takes geeft zijn adres en telefoonnummer aan Anton.

Anton gaat met zijn gezin en schoonouders ergens lunchen. Daarna gaat hij met Saskia en Sandra naar het strand. Door de onthullingen van Takes is hij helemaal uit zijn evenwicht. Hij wil de foto van Truus die in het bezit is van Takes, zien. In een foto van Saskia herkent hij het beeld, dat hij sinds 1945 in zijn hoofd heeft van Truus.

De volgende dag gaat Anton naar Takes, die nog helemaal met zijn gedachten in het oorlogsver-leden leeft. Het vrijlaten van de oorlogsmisdadiger Lages maakt de verzetsheld woedend. Anton ziet de foto van Truus. Takes vertelt over zijn verhouding met Truus. Zij was het die de laatste twee schoten op Ploeg afvuurde. Ploeg heeft haar daarna nog met een schot verwond. Anton is zeer geëmotioneerd.

Laatste episode , 1981.
Anton en Saskia zijn gescheiden en Anton is hertrouwd met Liesbeth, die kunstgeschiedenis studeert. Ze hebben een zoon: Peter (1969). Anton verdient veel en heeft vier huizen. Hij is vaak in Italië. Hij wordt neerslachtig en heeft soms ook last van een crisis. In 1978 gaat hij met Sandra naar Haarlem. Op de plaats waar het verbrande huis heeft gestaan, is een bungalow gebouwd. Ze bezoeken het monument en het graf van Truus Coster op de erebegraafplaats in Bloemendaal. Sandra legt een roos op het graf. Door de emoties weet Anton nu plotseling, wat Truus in de cel tegen hem gezegd heeft. Als Anton het aan Takes wil vertellen, blijkt het huis van de verzetsman te zijn gesloopt.

Tijdens de vredesdemonstratie op 21 november 1981 te Amsterdam ontmoet Anton Karin Korteweg. Van haar verneemt hij dat Peter in januari 1945 bij de Kortewegs is binnengevlucht.De Duitsers hebben hem neergeknald. Korteweg en zijn dochter zijn naar de Ortskommandatur gebracht. Anton herinnert zich dat hij Korteweg daar even heeft gezien. Hij hoort nu ook waarom Korteweg het lijk weg wilde hebben: hij was bang voor zijn hagedissen. Toen bleek welke represaillemaatregelen de Duitsers namen, heeft hij de beestjes zelf doodgetrapt. Hij wilde het lijk niet voor het huis van Aarts leggen, omdat daar drie joden ondergedoken zaten.

Nu weet Anton alles. Hij laat Karin hulpeloos achter en wordt opgenomen in de stroom demonstranten. Samen met Peter loopt hij verder.

Twee professionele recensies en eigen mening:
Recensie 1, kantelt uiteindelijk naar positief:
De aanslag op de lezer
door Weerwoord, 10-12-1982

Eigenlijk ben ik er een beetje bang voor, om het onderwerp te noemen, dat Harry Mulisch in z'n nieuwe boek De Aanslag behandelt. Veel jongeren, en daaronder zijn ook Weerwoord-lezers, hebben van dat onderwerp de hersens en ook de buik meer dan vol. Onze ouders, grootouders, scholen en kranten hebben er ons eindeloos over doorgezaagd. Hun verhalen zijn als as over onze hoofden uitgestrooid, om in Mulisch beeldspraak te blijven. Waar ik het over heb? Over de oorlog natuurlijk. Om preciezer te zijn: over de Tweede Wereldoorlog. Zo ben je daar nog? Goed, verder dan - 't is namelijk een aardig boek. Niet een geweldig boek. Ik zal je nog vertellen waarom niet. Maar eerst iets over de inhoud. In De Aanslag wordt beschreven hoe de oorlog doorwerkt - nooit echt overgaat - in het denken van de mensen die deze vijf jaren bewust hebben meegemaakt. het grootste deel van het boek speelt dan ook ná de oorlog. Zelfs tot in 1981. Hoofdpersoon is Anton Steenwijk. In januari '45 heeft hij de leeftijd van wat nu een brugklassertje heet. In de straat waar hij woont, wordt door mensen uit het Verzet een N.S.B.-politieman doodgeschoten. De buren zijn bang voor wraakacties van de Duitsers en leggen het lijk voor Antons huis. Die wraak komt: Antons huis wordt platgebrand, z'n ouders en z'n oudere broer Peter worden ter vergelding eveneens doodgeschoten en Anton wordt opgevangen door een oom en tante in Amsterdam. Dan zitten we op pagina 73. de rest - zo'n 180 pagina's - is naspel, zegt Harry Mulisch en hij bedoelt dat niet alleen in het boek, maar ook in werkelijkheid. Het naspel zal voor de direkt-betrokkenen pas eindigen, wanneer de laatste die de oorlog heeft meegemaakt, overlijdt. Wat houdt dit naspel in? In de oorlog deden zich momenten voor, waarvan Mulisch schrijft: "Het maakte zich los van alles wat er aan voorafging en er op zou volgen, snoerde zich in en begon de reis door zijn (Antons) verdere leven, aan het eind waarvan het uit elkaar zal spatten als een zeepbel, waarna het zal zijn of het nooit gebeurd is." (pag. 32) De Ortskommandant (die op pag. 62 in gebrekkig Nederlands zegt: "De oorlog kann ja überhaupt niet lang meer duurn. Dann zal dat alles een boze droom zain" heeft ongelijk. Het is meer dan een droom. Veel dingen in het leven zullen voor Anton aanleiding zijn om die droom opnieuw te beleven. Het verleden heeft het heden overwoekerd: "Zijn familie was ontweken naar een domein, waar hij zelden aan dacht, maar waar op onverwachte momenten soms een flard van opdook: als hij op school uit het raam keer, of op het achterbalkon van de tram: een donker oord van kou en honger en schoten, bloed, vlammen, geschreeuw, kerkers, ergens diep in hemzelf en daar vrijwel hermetisch afgesloten." (pag. 80). Maar nooit hermetisch genoeg - zelfs in 1981, als Anton meeloopt in de grote vredesdemonstratie op 21 november en bij het Museumplein belandt, keert er iets terug: "Even, maar niet lang, dacht Anton aan de bunkers die hier ooit hadden gestaan, het Wehrmachtsheim en rondom de Duitse instanties in de villa's, waar nu de Amerikaanse ambassade was..." (pag. 231). Er zijn meer momenten in De Aanslag waarop dit Anton overkomt. De oorlogservaringen vertekenen en verkleuren alles: "Hij stond met zijn rug naar de toekomst en met zijn gezicht naar het verleden", lezen we op pagina 208. het is dan ook geen wonder dat voor Anton de tijd een vreemd effekt krijgt: "Die afstand van vijf maanden tussen januari 1945 en juni 1945 was voor Anton onvergelijkelijk veel langer dan de afstand tussen januari 1945 en de huidige dag: in die vervorming van de tijd school later zijn onmacht om zijn kinderen duidelijk te maken, wat de oorlog was geweest." (pag. 79). En dit is wat Mulisch - plaatsvervangend voor Anton - in dit boek mijns inziens heeft willen doen: wie de oorlog niet heeft meegemaakt, begint enigszins te begrijpen hoezeer die vijf, inmiddels verre jaren ook nu nog alles kunnen overkoepelen. Enigszins begrijpen, schrijf ik voorzichtig, want ik heb niet het gevoel dat Mulisch daar helemaal in is geslaagd. Daarover het volgende. Uit de periode 1945-1981 zijn de belangrijkste momenten van Antons leven gelicht. Momenten die hem steeds weer terugvoeren naar die ene avond en nacht in januari '45. want in de loop van zijn leven komt Anton steeds weer mensen tegen die op een bepaalde manier bij De Aanslag betrokken zijn geweest. Elk van die mensen lost een stukje van Antons puzzel op: de man de politieman doodschoot, de verschillende buren-van-toen, de zoon van de gedode politieman, etc. Deze kompositie van het boek levert voor mij een paar problemen op. Om te beginnen krijgt De Aanslag door deze jaren gedurende rekonstruktie iets kunstmatigs, iets geforceerds. Anton loopt werkelijk iedereen die voor verheldering kan zorgen tegen 't lijf. Dat is te toevallig om nog toeval te zijn. Je kunt er als lezer haast op zitten wachten. Omdat het boek ophoudt, wanneer Anton alle stukjes van de puzzel heeft, gaat van het boek te veel de suggestie uit dat alle problemen zouden zijn opgelost, als hij de feiten maar eenmaal kent. Dat zou een makkelijke therapie zijn! Natuurlijk is dat niet zo, dat weet Mulisch ook wel en hij probeert er aan te ontsnappen door Anton zo nu en dan emotioneel te laten reageren. Hoewel dit een psychisch proces veronderstelt, blijft het eigenlijke proces - wat beweegt Anton? - wat mistig in dit boek. De standpunten van ieder die hij ontmoet worden duidelijker dan die van hemzelf. Hier wreekt zich de tweede kunstmatigheid: Mulisch gebruikt Anton om de lezer te vertellen hoe erg het was en op welke manieren mensen ook nu nog met de gevolgen van de oorlog in hun hoofd rondlopen. Net als aan Anton, word de lezer alles uitgelegd: eigenlijk is de lezer Anton. En omdat Mulisch niet weet wie de lezer is, komt Anton niet echt tot leven. Nog sterker geldt dit voor Antons direkte verwanten. Z'n eerste en tweede vrouw; z'n kinderen uit beide huwelijken - je krijgt er als lezer geen idee van wat hen beweegt en wat zij van Anton vinden. De konfrontatie tussen heden en verleden blijft uit. Niet alleen de vage familiekring maakt dit duidelijk. De momenten waarop Anton iemand ontmoet die met De Aanslag te maken heeft gehad, zijn door Mulisch niet willekeurig gekozen. De Koreaanse Oorlog in 1952, de inval in Hongarije in 1956, de Vietnamese Oorlog in 1966 en de IKV-demonstratie op 21 november 1981 in Amsterdam zijn momenten die belangrijk zijn in de na-oorlogse geschiedenis van ons land. Hevige politieke en maatschappelijke diskussies waren er toen gaande - maar Anton is nauwelijks betrokken. Steeds komt er iemand uit het verleden naar voren die hem het zicht ontneemt op wat er nu gebeurt. Bovendien heeft Anton weinig politieke interesse: hij wordt door Mulisch afgeschilderd als een vage D'66-er. Ook hierdoor wordt de boodschap van Mulisch helder: wie met oorlogservaringen rondloopt,, zoals Anton, vindt maar moeilijk aansluiting in deze wereld. De geestelijke isolatie is duidelijk. Wat niet duidelijk is, zijn de gevolgen die dit voor het heden heeft. Behalve het verleden is er niets dat een beroep op Anton doet. Op zich is deze isolatie een boeiend thema, maar dat zelfs Antons familieleden geen poging doen hier doorheen te breken, doet afbreuk aan het boek. Mijns inziens heeft Mulisch hier een kans gemist om een werkelijk kompleet boek te schrijven: het zou zowel Anton als zijn familieleden tot leven hebben gewekt. Toch een aardig boek? Jazeker. De poging om nu eens niet een boek over de oorlog te schrijven, maar over de gevolgen die de oorlog ook nu nog voor mensen kan hebben, maakt het bijzonder.

Recensie 2, kantelt uiteindelijk naar negatief:
Mulisch onderhoudend
door August Hans den Boef, 01-10-1982

Harry Mulisch' zevende en nieuwste roman De aanslag maakt in vele opzichten een vertrouwde indruk. Om te beginnen het centrale gegeven van het boek, dat door de oorlog is bepaald. De Haarlemse jongen Anton Steenwijk speelt op het eind van de hongerwinter met zijn ouders en zijn oudere broer Peter een spelletje "Mensch erger je niet" wanneer ze worden opgeschrikt door schoten. Buiten ligt het lijk van een NSB'er. Iedereen wordt gearresteerd en pas later verneemt Anton dat zowel zijn broer als zijn ouders gedood zijn. In vier volgende episoden die respectievelijk met het jaartal 1952, 1956, 1966 en 1981 worden aangeduid, komt hij langzamerhand meer over de achtergronden van de gebeurtenis te weten. Ook dit patroon is vertrouwd: Het stenen bruidsbed (1959) was in evenzoveel episodes opgedeeld.
Mulisch' interesse in historische politieke gebeurtenissen en dan vooral bezien vanuit Amsterdam, de navel van zijn wereld, is niet vreemd aan de keuze van de jaartallen, wat ook in het boek zelf naar voren komt. In 1952 stelt een studentenvriend dat als Anton een flinke vent was, hij in Korea het rode gevaar te lijf zou gaan. Wanneer de Russen Hongarije zijn binnengevallen en de CPN-burcht Felix Meritis door een rabiate menigte wordt bestormd, woont Anton om de hoek. En 1966, dat voor Mulisch een soort jubeljaar moet zijn geweest, verrijkt het verhaal uiteraard met provo's, rookbommen en discussies over Vietnam, al is de opstelling anders dan in Bericht aan de rattenkoning. Afstandelijker, maar ook met aandacht voor andere gebeurtenissen, zoals de vrijlating van Willy Lages. Daardoor sluit deze episode meer aan bij het centrale gegeven.

Wanneer we Anton in 1981 terugzien, bevindt hij zich onder de vredesdemonstranten op 21 november. Hij is daar overigens voornamelijk belandt, omdat zijn tandarts hem anders niet op zaterdag wilde behandelen. Deze witgejaste vredesstrijder is dezelfde persoon als de Korea-fanaat uit 1952. Deze episode laat ook de wat gecompliceerde relatie zien die Anton ten opzichte van de politiek heeft. Hij is niet in politiek geïnteresseerd, stemt zelfs tot leedvermaak van de verteller op D'66, maar weet de tandarts door de verwijzing naar diens vroegere standpunten in verlegenheid te brengen. Net als hij had hij in 1956 genuanceerde ideeën over de gang van zaken rondom zijn communistische buren.

Maar eerst die vertrouwde elementen. De klassieke motieven zijn weer volop aanwezig (vreemd dat Mulisch ontbreekt in Rudi van der Paardts interessante studie Antieke motieven in de moderne Nederlandse letterkunde; Mulisch is de eerste aan wie je bij zo'n onderwerp denkt). Het motto voor De aanslag is van Plinius, voorwerpen hebben de vorm van Griekse letters; Homerische vergelijkingen, maar ook belegen gymnasiumspreuken doorspekken het boek. Belangrijker is dat wanneer Anton van zijn ouderlijk huis droomt. dit versierd is met Griekse ornamenten; dat hij in 1966 de aanslag als "een antieke geschiedenis" ziet, en Antons opstelling tegenover het verleden die van de Grieken is die zeiden "Wat hebben wij niet allemaal nog achter ons," aldus de verteller. De toekomst van gisteren is in dit verband een flauwe woordspeling, maar wat te denken van de hoofdpersoon uit Het stenen bruidsbed, de tandarts Norman Corinth, die Dresden heeft gebombardeerd en middenin de roman stelt: "Ik ben een onder Agamemnon gesneuvelde Griek, die nog leeft."

Klassieke elementen kunnen vaak verbonden worden met freudiaanse thema's: bij Mulisch is het Oidipousmoetief nogal geliefd. Anton heeft een oidipale relatie met een verzetstrijdster bij wie hij na de aanslag in de duistere cel wordt gezet. Deze vrouw is de eerste waardoor hij erotische gevoelens ervaart en meer dan twintig jaar later, als hij haar identiteit verneemt en haar foto ziet, beseft hij dat zijn echtgenote Saskia exact beantwoordt aan het beeld dat hij al die tijd van het gezicht van deze vrouw heeft meegedragen.

Alchemie en mystiek zijn eveneens aanwezig: op kritieke momenten duikt een dobbelsteen op, Antons hobby is het verzamelen van oude navigatieinstrumenten en tegenover zijn beroep, anaesthesie, heeft hij een wel heel ongebruikeleijke houding: hij meent dat patiënten toch registreren wat er met hen gebeurt. Bizarre waarnemingen van zijn omgeving zijn hem evenmin onbekend.

De Haarlemse verzetstrijder, Truus Coster, heeft bijzonder veel weg van Hannie Schaft. Juist wanneer je de verschillen met de biografie van Hannie Schaft signaleert, blijkt dit een kwestie van een andere volgorde van de gebeurtenissen of een andere rolverdeling te betreffen. Maar de executie - april 1945 - in de duinen is identiek. Mulisch wekt de indruk dat het vooral de Hannie Schaft van Ben Verbong is die hem heeft geïnspireerd, minder die van Theun de Vries of Ton Kors. Er treden nog andere "bestaande", figuren in De aanslag op, Gerben Wagenaar, Geert Lubberhuizen, en misschien nog wel meer, maar zij zijn geen van allen belangrijk voor de handeling. Veel blijft in een aanzet steken.

Ook de literaire verwijzingen dragen niet bij aan de kern van het boek. Het is grappig dat Anton in 1952 een boek van een jonge Haarlemse schrijver aanschaft (Mulisch publiceerde in dat jaar zowel Tussen hamer en aambeeld als Archibald Strohalm). En het is ook grappig dat een gezeten Haarlems burger Van Lennep heet, maar bijvoorbeeld de citaten uit het werk van Van Randwijk zijn relevanter voor het verhaal.

Er is in De aanslag veel aandacht besteed aan de couleur locale, onder meer door fragmenten uit populaire liedjes te citeren (maar de Beatles zongen niet "It was a hard days night", het was: "It's been a hard days night").

Aan het einde wordt het wat overdreven: de dochter van Anton woont samen met een kraker en dat soort grapjes.

Wat de overige elementen betreft is dit de meest conventionele roman die Mulisch ooit heeft geschreven. Ondanks de episodevorm wordt het verhaal aan één stuk door verteld: bij een nieuwe episode wordt telkens beschreven wat Anton intussen heeft beleefd. Hinderlijker is dat er van het begin af aan vooruitgewezen wordt naar latere levensfasen van de hoofdpersoon, wat de spanning eerder breekt dan verhoogt. De stijl is eenvoudig gehouden, misschien wat ironischer dan Het stenen bruidsbed. Maar dat iemand als Mulisch zijn toevlucht neemt tot een cryptogram als structurerend element valt echt tegen. Hij heeft het zich wel gemakkelijk gemaakt. De aanslag is onderhoudend, maar volstrekt niet verrassend. Daardoor baart het boek geen opzien en niet, zoals Mulisch deze week op tv zei, omdat oorlogsthema's niet "salonfähig" zijn.

Eigen mening, positief:
De aanslag is een spannend boek. Je bent net als Anton benieuwd wie er achter de aanslag zit. Doordat er ook een alwetende verteller is weet je soms net iets meer dan Anton waardoor je hoopt dat hij dit ook te weten krijgt. Hierdoor wordt je meegetrokken in het verhaal.

Ik ben het met Weerwood van recensie één eens dat het wel erg toevallig is dat Anton iedereen tegenkomt die hem wat kan vertellen over de aanslag. Misschien iets te ongeloofwaardig maar anders had je denk ik nooit antwoord op de vragen kunnen krijgen.

Ik ben het met Weerwood van recensie één oneens dat je als ‘jonge generatie’ meer kan begrijpen dat er nu nog personen zijn die zich nog steeds heel erg lijden om wat er is gebeurd in de tweede wereldoorlog. Het ss misschien er lullig wat ik zeg maar ik kan me niets bij een oorlog voorstellen. Daarentegen kan ik wel natuurlijk de situatie begrijpen.

Ik ben het met August Hans den Boef van recensie twee eens dat er in het boek een beetje een mysteries sfeertje hangt. Een goed voorbeeld zijn die dobbelstenen die steeds opduiken maar er zijn ook liederen die worden afgespeeld op de radio en daarbij passen bij de soort sfeer waarin Anton zich bevindt.

Ik ben het met August Hans den Boef van recensie twee oneens dat het boek eigenlijk niet al te veel verrast. Het verrast juist wel! Ik wist al die tijd niet wie het gedaan had en wie er allemaal bij betrokken waren maar pas op het einde kom je er allemaal achter

Verhaallijn en ’t einde:
In het boek De aanslag is er duidelijk sprake van maar één verhaallijn. Dit komt omdat we alleen Anton volgen opzoek naar zijn antwoorden die alle verwijzen naar de moord in de avond van 1945. Verder is er nauwelijks sprake van flashbacks die eventueel een andere verhaallijn hadden kunnen vormen want zover er flashbacks zijn slaan ze ook op de moord in de avond van 1945.

Het einde kent een gesloten einde want er worden op alle open vragen antwoord gegeven. We weten namelijk wat er zich allemaal heeft afgespeeld tijdens en om de moord en wie daar bij betrokken waren.

Spanning en open plekken:
Aan het begin van de eerste episode wekt de schrijver spanning op doordat hoe vrediger hij schrijft hoe sterker de dreiging wordt op iets dat komen gaat.

Maar ook wordt er spanning opgebouwd doordat de schrijver vragen aan elkaar koppelt.: ‘je weet het één maar hoe komt het dan dat…?’

Ook het wisselende perspectief van alwetende vertellen en ik-perspectief leiden zo nu en dan tot wat spanning. Je kan bijvoorbeeld een gebeurtenis uit het boek herinneren terwijl Anton dit niet meer in zijn leven kan.

De schrijver wekt natuurlijk ook de spanning op doordat hij van tijd naar tijd springt en de volgende open plekken geeft:
- Wie heeft de aanslag gepleegd?
- Waarom versleepten de Kortewegs het lijk?
- Wat is er met Peter gebeurd?
- Wat is er precies met zijn vader en moeder gebeurd?
- Wie is de vrouw in de cel?
- Waarom zijn de Kortewegs meteen na de oorlog verhuisd?
- Wat deed meneer Korteweg in de Ortskommandantur?

Personages:
In het boek is er duidelijk sprake van karakters. De karaktereigenschappen zijn beschreven maar ook op te maken uit verschillende gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden en die plaatsvinden in het boek. We kennen in het boek het karakters van de hoofdpersoon ‘Anton’.

Hoofdpersoon: Anton Steenwijk
De hoofdpersoon is Anton Steenwijk, dat op te merken valt omdat je constant hem volgt. Anton is een lange slanke man met donker haar. Hij heeft zijn ouders en zijn broer in de tweede wereldoorlog verloren.

In het begin van het verhaal is Anton 12 en aan het einde is hij 48 jaar. Anton is ontwetend en daarom weer nieuwsgierig. Je kan hem meer zien als een teruggetrokken man. Hij probeert zijn problemen diep weg te stoppen en zondert zich af van opvallende gebeurtenissen om zich heen.

Anton trouwt twee keer. De eerste keer is het met de stewardess Saskia de Graaf. Samen krijgen zij een dochter ‘Sandra’. De tweede keer trouwt Anton met Liesbeth waarmee Anton een zoon mee krijgt ‘Peter’.

Relaties tussen bijpersonen en de hoofdperso(o)n(en):
Bijpersoon vader Steenwijk en moeder Steenwijk:
Ouders van Anton.

Bijpersoon broer Peter:
Broer van Anton.

Bijpersoon oom en tante :
Oom en tante van Anton waar hij na de moord op zijn ouders en broer introk.

Bijpersoon Saskia:
Eerste vrouw van Anton.

Bijpersoon Sandra:
Dochter van Anton en Saskia.

Bijpersoon Liesbeth:
Tweede vrouw van Anton.

Bijpersoon Peter:
Zoon van Anton en Liesbeth.

Bijpersoon meneer Fake Ploeg senior:
Hoofdinspecteur van politie en NSB’ers, wordt doodgeschoten en voor het huis van familie Steenwijk gelegd.

Bijpersoon meneer Fake Ploeg junior:
Ontmoet Anton later en botsen qua gedachtes.

Bijpersoon Cor Takes:
Verzetsheld, verantwoordelijk voor de dood van Fake Ploeg waarvan de ouders van Anton verdacht werden en voor vermoord zijn inclusief zijn broer.

Bijpersoon Truus Coster:
Verzetsheldin, verantwoordelijk voor de dood van Fake Ploeg waarvan de ouders van Anton verdacht werden en voor vermoord zijn inclusief zijn broer. Zat later in dezelfde cel als Anton.

Bijpersoon meneer Korteweg:
Buurman van de familie Steenwijk en sleepte het lichaam van Fake Ploeg voor het huis van de familie Steenwijk.

Thema:
Het thema is ‘schulddrager’. Want wie is er schuldig aan de aanslag? Daar draait immers heel het boek om. Alles in het verhaal verwijst ook naar de aanslag.

Motieven:
Er zijn eigenlijk zes tegengestelde motieven. Schuld -> onschuld, goed -> slecht en liefde -> haat. Schuld omdat er iemand schuldig is aan de aanslag. Onschuld omdat Anton niet precies weet wie de aanslag gepleegd heeft en op zijn soort van zoektocht mensen in zijn hoofd afvinkt van wie het niet gedaan kunnen hebben.

Goed omdat de oorlog voorbij is en Anton een gezin sticht en op een gegeven moment weer een nieuwe liefde tegenkomt. Slecht vanwege de oorlog en dat hij zijn eerste relatie niet vol kon houden. Ook past slecht bij Ploeg senior en junior.

Liefde staat voor liefde voor je gezin zowel toen Anton klein was als tegenwoordig. Haat staat voor de oorlog en op diegene die het hebben veroorzaakt dat zijn ouders en broer om het leven zijn gekomen.

Ruimte:
De belangrijkste ruime is Haarlem. Daar is de aanslag gepleegd. Anton woonde met zijn ouders en broer langs de kade. Later gaat Anton nog twee keer naar zijn oude woning terug.

Na de aanslag woonde Anton bij zijn oom en tante op de Apollolaan in Amsterdam. Apollo is de god van het licht. Dit staat in tegenstelling tot de duistere gebeurtenis in Haarlem.

In 1969 kocht Anton een huis in Toscane, om daar de vakanties door te brengen. Hij kwam er erg graag en wilde zich er op een gegeven moment zelfs permanent gaan vestigen. Dit omdat het hem niet liet denken aan Haarlem.

De donkere cel waar Anton na de aanslag verbleef was erg belangrijk voor hem. Het symboliseerde de duisternis en het isolement waarin Anton na de aanslag verkeerde. De enige lichtpunten in die cel waren de vingertoppen van Truus Coster over zijn gezicht.

Tijd:
De totale tijd en dus de vertelde tijd bedraagt ruim 37 jaar. Dat is op te merken omdat het allemaal letterlijk te lezen valt in het boek. Het begint in januari 1945 en eindigt in november 1981. Elke episode is genoemd naar zijn jaargetal waar het verhaal zich in afspeelt. Je leest in totaal maar zo’n zeven tot acht dagen van Anton die verdeeld zijn in de jaren en dus de verteltijd.
Verschil tussen fabel en sujet:
De fabel van dit verhaal hangt samen met de gebeurtenissen uit het leven van Anton. Deze gebeurtenissen worden in chronologische volgorde verteld. Het sujet wijkt dus niet af van de fabel. In het verhaal worden wel af en toe vooruitwijzingen of terugverwijzingen geplaatst, maar dit zijn kleine kunstgrepen die niet echt invloed hebben op het verband tussen fabel en sujet.

Flashbacks en vooruitwijzingen:
Er zijn maar weinig flashbacks in het verhaal. De belangrijkste flashback die er is komt steeds maar weer terug:
- De avond van de moord.

Er zijn ook maar weinig vooruitwijzingen. De belangrijkste vooruitwijzingen worden vertelt door de alwetende verteller:
- Dat Anton iets later zal gaan begrijpen.
- Dat Anton op het punt staat iets mee te maken.

Perspectief:
Het verhaal wordt vertelt vanuit de alwetende verteller maar ook vanuit het ik-perspectief. De twee perspectieven wisselen elkaar zo nu en dan af zodat je soms teruggewezen wordt op gebeurtenissen of weet wat er speelt bij Anton. Hierdoor ontvang je zowel objectieve als subjectieve informatie. Maar ook heeft die wisseling een bepaalde spanning. Je kan bijvoorbeeld een gebeurtenis uit het boek herinneren terwijl Anton dit niet meer kan in zijn leven.

Structuur:
Er is in het boek sprake van een proloog met vervolgens vijf episodes die samen 37 jaar vormen geschreven op 254 bladzijdes. Elke episode is verdeeld in hoofdstukken. Na de eerste, tweede, derde en vierde episode wordt er in de daarop volgende episode in het eerste hoofdstuk vertelt wat er in de tussenperiode gebeurt is.

Eerste episode: 1945:
Één avond en een deel van de volgende dag.

Tweede episode: 1952:
Één dag, verwijzing naar de oorlog in Korea.

Derde episode: 1956:
Één dag, Russische inval in Hongarije.

Vierde episode: 1966:
Twee dagen, Provo's en Vietnam.

Vijfde episode: 1981:
Één dag, Vredesdemonstratie in Amsterdam.

Begin van het verhaal:
Het begin van het verhaal is in ab ovo. De schrijver introduceert je namelijk in het verhaal door je eerst de situatie voor te leggen waarin Anton zich bevindt. Een stuk later wordt pas de aanslag gepleegd en vanaf dat moment start eigenlijk het verhaal. Omdat het verhaal dus al eerder begint kan er geen sprake zijn van in medias res.

Samenhang:
Er is sprake van samenhang door contrast en tegenstelling. Contrast doordat de schrijver in het begin steeds vrediger gaat schrijven terwijl de dreiging op wat komen gaat groter wordt. Tegenstelling doordat er grote tijdssprongen zijn waardoor je je van de ene situatie in de andere bevindt. Ook zijn er tegenstellingen in de motieven schuld -> onschuld, goed -> slecht en liefde -> haat.

Cyclische opbouw:
In het boek De aanslag is er geen sprake van een cyclische opbouw. Dit komt omdat het verhaal begint met dat de familie Steenwijk zich bevindt in hun huis waar zij mens-erger-je-niet spelen. Maar het eindigt veel later in de toekomst wanneer Anton met zijn zoon Peter met demonstranten loopt, zijn ouders en zijn broer al lang dood zijn en Anton zijn vragen beantwoord heeft gekregen.

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

4249

reacties

is goed
door onbekend (reageren) op 12 maart 2011 om 11:47
wauw
door saar (reageren) op 1 april 2011 om 20:35
Nice
door ikke (reageren) op 7 april 2012 om 18:08
Goed geschreven maar misschien iets minder moeilijke woorden gebruiken of de moeilijke woorden uitleggen.
door 114570 (reageren) op 26 oktober 2012 om 11:14
Mooi hoor, maar volgens mij zit er in dit verhaal slechts een personaal vertel perspectief. Anton zelf kan zich niet herinneren wat er destijds gebeurd is en wij wel? Dat klopt, maar dat komt doordat wij het zo'n twee dagen geleden in hoofdstuk 1 hebben gelezen. Niet vanwege de alwetende verteller
door Thijs (reageren) op 26 februari 2018 om 12:12
@Thijs:
door Kkkkkkkr (reageren) op 7 november 2018 om 15:27

Welkom!

Goed dat je er bent. Scholieren.com is de plek waar scholieren elkaar helpen. Al onze informatie is gratis en openbaar. Met een profiel kun je méér:

snel zien welke verslagen je hebt bekeken
de verslagen die je liket terugvinden
snel uploaden en reacties achterlaten

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer

Hoge waardering

Vivian zeker weten goedZeker Weten Goed
Sweetz 4e klas havo8.0
Chrisje 6e klas vwo7.5
Berry Hagendijk 4e klas havo7.2
anoniem5e klas vwo7.2
Alexander 5e klas vwo7.1
Meer verslagen ›

Why I This BOOK

Roy over De aanslag

Wat doe jij om het plastic in de oceaan te verminderen?