Door Scholieren.com te bezoeken geef je toestemming voor het gebruik van cookies. Ben je onder de 16? Zorg dan dat je toestemming van je ouders hebt om onze site te bezoeken. Lees meer over je privacy (voor het laatst bijgewerkt op 25 mei 2018). Akkoord Instellingen aanpassen

Max Havelaar

Multatuli

1860

328

4 uit 5

6.8 / 10
5e klas havo
  • anoniem
  • Nederlands
  • 3053 woorden
  • 12826 keer
    48 deze maand
  • 14 februari 2007
Samenvatting
De 43-jarige Batavus Droogstoppel is al zeventien jaar makelaar in koffie bij de firma Last & Co. en woont op Lauriergracht 37 te Amsterdam. Hij is van plan een boek over de koffiecultuur te schrijven en zal zich daarbij laten leiden door waarheid en gezond verstand en niet, zoals dichters en romanschrijvers doen, door leugens.

Op een avond ontmoet hij in de Kalverstraat een vroegere schoolkameraad, die er nogal sjofel uitziet. In plaats van een behoorlijke winterjas draagt hij een soort sjaal over zijn schouder en Droogstoppel noemt hem dan ook Sjaalman. Tot zijn ergernis wandelt Sjaalman, aan wie Droogstoppel geen goede herinneringen heeft, een eind met hem mee.

De volgende dag ontvangt Droogstoppel een pak papieren van Sjaalman en een brief, waarin hij hem vraagt de teksten eens door te lezen en bij een boekhandelaar borg voor hem te staan voor de drukkosten die aan een uitgave zijn verbonden. Droogstoppel treft interessante teksten in het pak documenten aan, onder andere een 'Verslag over de Koffiecultuur in de Residentie Menado', dat hij voor zijn boek zou kunnen gebruiken. Hij schakelt de volontair Ernest Stern in, de zoon van een bevriende relatie uit Hamburg, die ook bij Last & Co. werkt. Stern zal aan de hand van de documenten van Sjaalman het boek over de koffiecultuur voor Droogstoppel gaan schrijven. De titel moet luiden: 'De koffiveilingen der Nederlandsche Handel-Maatschappy' en Droogstoppel zelf zal af en toe een hoofdstuk schrijven 'om aan 't boek een solide voorkomen te geven'.

Op een dag gaat Droogstoppel naar Sjaalman om hem uitleg te vragen over een aantal zaken, maar hij treft hem niet thuis aan.

Stern begint zijn verhaal met een beschrijving van het reizen op Java, het bestuur van Nederlands-Indië en de misstanden die er zijn, namelijk knoeierijen en uitbuiting van de inlandse bevolking. Daarna vertelt hij over de aankomst van Max Havelaar, de nieuwe assistent-resident in Rangkas Betoeng, de hoofdplaats van Lebak (Zuid-Bantam). Hij geeft een uitvoerige beschrijving van het karakter van de 35-jarige Havelaar: hij is een uitstekend ambtenaar, eerlijk, waarheidslievend, snel van begrip, geestig, beschaafd enzovoort, maar ook 'een vat vol tegenstrijdigheid', idealist én realist. Havelaar heeft een lieftallige vrouw (Tine) en een zoontje, de 'kleine Max'.


Na de kennismaking met resident Slijmering, controleur Verbrugge, de inlandse regent Radèn Adipati Karta Nata Negara en anderen, wordt Havelaar in zijn ambt bevestigd. Hij neemt zich voor de inlandse bevolking te beschermen tegen onderdrukking, mishandeling en knevelarij. De volgende dag houdt hij een toespraak tot de hoofden van Lebak, waarin hij duidelijk laat merken dat hij weet dat sommigen hun plicht verzaken uit eigenbelang, geld boven recht stellen en de arme mensen van hun buffels beroven. Dat het onrecht welig tiert, heeft hij gelezen in de archiefstukken van zijn voorganger Slotering. Controleur Verbrugge is ook op de hoogte van de wantoestanden en hij weet bovendien dat er over de dood van Slotering geruchten de ronde doen: hij zou vergiftigd zijn door de schoonzoon van de bejaarde regent. Havelaars superieur, de resident van Bantam Slijmering, heeft nog geen enkele maatregel genomen om een eind te maken aan de uitbuiting van de bevolking door de regent, die voortdurend geld nodig heeft om zijn grote familie en hofhouding te onderhouden.

Droogstoppel onderbreekt nu Sterns verhaal. Hij heeft nergens uit kunnen opmaken dat er in Lebak koffie verbouwd wordt en vindt het verhaal over Havelaar niet boeiend. Hij zet de lezer nu iets stichtelijkers voor: brokstukken uit een preek van dominee Wawelaar over 'de liefde Gods'. Het evangelie moet aan de Javanen verkondigd worden en ze moeten door arbeid tot God komen. En dat is mogelijk, want de grond in Lebak kan heel goed geschikt gemaakt worden voor de koffiecultuur!

Verder vindt Droogstoppel dat de papieren van Sjaalman de christelijke geest in zijn huis niet bevorderen. Per brief spoort hij Stern aan eens wat degelijkers uit het pak van Sjaalman te berde te brengen.

Tijdens gesprekken met onder anderen Verbrugge vertelt Havelaar het een en ander over zijn verleden. Zo verhaalt hij dat hij in 1842, toen hij controleur van Natal was, op Sumatra een dertienjarig meisje had leren kennen, Si Oepi Keteh ('kleine freule'). Uit de parabel van de Japanse steenhouwer die hij haar toen verteld had, blijkt dat de mens niet steeds naar hogere dingen moet streven.

Havelaar werkt hard en gaat gemoedelijk om met luitenant Duclari en controleur Verbrugge. De bestrijding van de misstanden vormt zijn grootste zorg. Regelmatig melden zich inlandse klagers bij zijn huis; velen van hen vluchten en sluiten zich aan bij de opstandelingen in de Lampongse districten. Havelaar probeert de regent met zachte hand te 'bewerken', maar ondanks mooie beloften verandert diens handelwijze niet. Hoewel iedereen op de hoogte is van het onrecht dat de inlanders wordt aangedaan, grijpt niemand in. Hoe erg de situatie is, blijkt uit de tragische geschiedenis van Saïdjah en Adinda, een 'eentonig' verhaal dat wel aan móet spreken. (Droogstoppel begint er spijt van te krijgen dat hij het boek niet zelf is gaan schrijven...)

Saïdjah is de zoon van een eenvoudige Soedanese landbouwer in Badoer. Hij ploegt voor zijn vader het rijstveld en de trouwe buffel beschermt hem op een dag tegen een aanval van een tijger. Maar net als de vorige buffel wordt ook dit dier door het districtshoofd in beslag genomen. Enige tijd daarna vlucht Saïdjahs vader, omdat hij de landrente niet kan betalen. Hij wordt echter opgepakt en overlijdt later in de gevangenis; zijn vrouw sterft van ellende. Saïdjah wordt verliefd op Adinda en vertrekt naar Batavia om als bendi-jongen geld te verdienen (een bendi is een rijtuigje met paarden). Na drie jaar zal hij terugkeren om met Adinda te trouwen. Tijdens de lange voettocht naar Batavia houden liefde, eenzaamheid, angst en dood zijn gedachten bezig. In Batavia klimt hij op tot huisbediende en als de drie jaar om zijn, keert hij met een getuigschrift, voldoende geld en een prachtige doek voor Adinda terug naar Badoer. Adinda en haar huis zijn echter onvindbaar. Als hij hoort dat ze met haar familieleden en vele anderen naar de Lampongs (Zuid-Sumatra) is vertrokken, besluit hij haar te gaan zoeken. Hij sluit zich aan bij een bende opstandelingen en vindt uiteindelijk in een brandend dorp Adinda's lijk. Hij maakt een einde aan zijn leven door op de bajonetten van de soldaten in te lopen.

Op een middag verneemt Havelaar van mevrouw Slotering dat ze vreest dat hij vergiftigd zal worden, net als haar man, die ook tegen het onrecht streed. Havelaar dient dan bij resident Slijmering een schriftelijke aanklacht tegen de regent in. Slijmering reageert zeer verbolgen, omdat Havelaar hem niet eerst mondeling ingelicht heeft en omdat hij hem stoort in zijn drukke bezigheden.

Droogstoppel onderbreekt het verhaal weer en vertelt over zijn nieuwe poging om Sjaalman te ontmoeten en over een brief, waarin 'juffrouw Sjaalman' van haar familie het advies krijgt te scheiden. Ook besteedt hij uitvoerig aandacht aan een ontmoeting met zijn schoonvader en een resident uit de Oost, die beweert dat er in Indië helemaal geen ontevredenheid bestaat.

De resident komt voor overleg naar Rangkas Betoeng. Hij brengt eerst een bezoek aan de regent en geeft hem geld. Daarna praat hij met Havelaar. Omdat de assistent-resident weigert zijn aanklacht in te trekken, komt de zaak bij de gouverneur-generaal terecht. Die ziet zich uiteindelijk genoodzaakt Havelaar voorlopig over te plaatsen naar Ngawi. Dat is echter zijn eer te na: hij vraagt nu zelf ontslag, draagt het bestuur over aan Verbrugge en vertrekt met vrouw en kind naar Batavia om de gouverneur-generaal te spreken. Maar Zijne Excellentie wil hem niet ontvangen, omdat hij een fijtzweer aan zijn voet heeft en bovendien op het punt staat naar het moederland te vertrekken. Ook de brief die Havelaar schrijft, heeft geen resultaat.

Dan neemt Multatuli de pen op. Hij heeft Stern niet meer nodig en stuurt Droogstoppel weg ('stik in koffie en verdwijn!'). Multatuli wil dat zijn boek gelezen zal worden. Iedereen moet weten dat de Javaan mishandeld wordt. En als hij niet geloofd wordt, zal hij zijn boek in vele talen vertalen. De Javaan moet geholpen worden, langs wettige weg of desnoods met geweld. Hij draagt zijn boek op aan koning Willem III, keizer van het prachtige rijk van Insulinde 'dat zich daar slingert om de evenaar, als een gordel van smaragd', en hij vraagt hem of het zijn wil is dat Havelaar wordt bespot en meer dan dertig miljoen onderdanen worden mishandeld en uitgezogen in zijn naam...

Titel en motto's:
De titel verwijst naar de fictieve hoofdpersoon, Max Havelaar. De ondertitel heeft betrekking op de koffiecultuur in Nederlands-Indië (nu Indonesië), die veel geld voor de staatskas opleverde.

Het 'Onuitgegeven Toneelspel' voorin het boek kan beschouwd worden als een motto. In dit toneelstukje wordt een zekere Lothario ervan beschuldigd dat hij Barbertje heeft vermoord en ingezouten. Barbertje blijkt echter springlevend te zijn en ze roemt zelfs de goedheid van Lothario. Toch blijft de rechter bij zijn vonnis dat Lothario moet hangen: hij is namelijk schuldig aan eigenwaan. (In de volksmond leidde dit gegeven abusieflijk tot de zegswijze 'Berbertje moet hangen'.)

Dit 'motto' verwijst naar de schijnethiek die kenmerkend is voor de Nederlandse bestuurders in Nederlands-Indië. Havelaar wordt in feite door de gouverneur-generaal net zo behandeld als Lothario door de rechter.

Thema
Het thema van het boek is: de strijd tegen het onrecht en een poging tot eerherstel.
Dit thema geeft aan welk doel de schrijver met het boek wil bereiken. Ten eerst wil hij een einde maken aan de onderdrukking van de Javanen, door te laten zien hoe erg ze lijden. Ten tweede wil hij eerherstel voor zichzelf behalen omdat hij wordt gezien als een arme sloeber. Veel mensen bekijken hem zoals Droogstoppel dat doet. Deze concludeert dat je alleen arm kunt zijn als je niet werkt of als God dat zo wil. Multatuli wil duidelijk maken dat zijn armoede is ontstaan door zijn vrijgevigheid en gevecht tegen de onderdrukking. Hij wil een eind maken aan zijn reputatie.
Ook spelen de volgende motieven een rol: ambtenarij en onrecht en uitbuiting (en de strijd daartegen). Ook wordt kritiek gegeven op de kerk en op de samenleving.

Tijd
Het verhaal, verteld door Droogstoppel, speelt zich af in 1860 en is geschreven in de tegenwoordige tijd. Deze verhaallijn is grotendeels in chronologische volgorde verteld maar wordt af en toe onderbroken door een paar flashbacks waarin Droogstoppel gebeurtenissen beschrijft die al eerder hebben plaatsgevonden. De vertelde tijd is niet precies te bepalen maar deze is ongeveer een tot twee maanden. In deze tijd schrijft Stern zijn boek en wordt het verhaal over Max Havelaar op verschillende zondagen voorgelezen.
Het verhaal over Havelaar speelt in 1856 en is in de verleden tijd geschreven. Ook deze verhaallijn is grotendeels in chronologische volgorden beschreven. Ook hier zijn voorbeelden van flashbacks te vinden. Een daarvan is de terugblik van Max op zijn ambtenaarschap op Sumatra. De vertelde tijd beslaat hier de periode dat Max Havelaar op Lebak assistent-resident is.
In beide verhaallijnen wordt gebruikt gemaakt van tijdsverdichting. Zowel binnen het verhaal over Droogstoppel als over Max Havelaar wordt niet elke dag letterlijk beschreven. Soms wordt er binnen het verhaal een week overgeslagen omdat er geen belangrijke dingen gebeurd zijn.
Als je beide verhaallijnen combineert zou je de verhaallijn over Max Havelaar als een grote flashback kunnen zien. Het is de periode waarop Sjaalman (indirect via zijn pak) terugblikt en waarin hij als assistent-resident werkzaam was in Lebak.

Perspectief
De eerste verhaallijn, waarin Droogstoppel aan het woord is, is geschreven in een alwetend ik-perspectief. Droogstoppel beschrijft het verhaal als situatie waarin hij zelf meespeelt en is alwetend omdat hij van alle personages de gedachten en gevoelens overziet. De eerste verhaallijn wordt afgewisseld door de verhaallijn waarin Stern als een alwetende verteller (auctoriale verteller) het verhaal van Max Havelaar als assistent-resident in Lebak beschrijft. Tenslotte neemt Multatuli het woord van Stern over als auctoriale verteller. Hij overziet de gedachten en gevoelens van alle personages in zijn boek en kent alle gebeurtenissen uit het verleden. Daardoor kan hij uiteindelijk zijn mening, de boodschap van het boek, naar voren brengen.

Personages
Max Havelaar (35), ook wel Sjaalman geheten, een geïdealiseerd zelfportret. Hij is een slanke en vlug bewegende man. Beschreven wordt hij als een ‘vat vol tegenstrijdigheid’. Hij is zeer intelligent (‘geen wetenschap is hem vreemd’) maar begrijpt soms de simpelste dingen niet en is naïef. Hij is erg gesteld op de waarheid en op recht, zet zich daar ook volledig voorin omdat hij erg geduldig is. Hij is moedig, dromerig, gelovig en is het gelukkigst met zijn gezin. Zijn karaktertrek het recht te willen behalen heeft het hele verhaal gevormd.
Tine Havelaar, gebaseerd op Multatuli’s vrouw. Zij komt uit een rijke familie, die willen dat zij bij de arme Max weg gaat. Maar daar denkt zij absoluut niet over na; Max is alles voor haar. Ze doet alles wat hij zegt en geeft hem altijd gelijk.
Batavus Droogstoppel, een oude schoolvriend van Havelaar en makelaar in koffie. Hij is een van de twee vertellers en heeft een zeer nuchtere kijk op het verhaal. Hij vindt Max een arme sloeber, het is zijn eigen schuld dat hij zo arm is. Droogstoppel is streng protestants: alles is volgens Gods wil. Droogstoppel is alleen maar geïnteresseerd in de winst op de koffieveilingen, niet in onrecht. Hij ziet Havelaar als een bedreiging voor de koffiehandel. Batavus schaamt zich voor Stern en weet niet hoe hij zichzelf moet goedpraten. “Schrijf toch zulke zinneloze dingen niet, Stern!”
Multatuli zelf heeft een hekel aan “dat product van vuile geldzucht en godslasterlijke femelarij. Ge zijt opgegroeid tot een monster onder mijn pen!”
Ernest Stern, een romantische dweper. Hij komt uit Hamburg en heeft de taak gekregen uit het pakket van Havelaar zijn verhaal op te maken. Stern is geïnteresseerd in de geschiedenis en in het onrecht te Lebak. Al wil hij het verhaal soms wel iets te mooi maken omdat hij grote bewondering voor het eenzame gevecht van Havelaar heeft.

Ruimte
De eerste verhaallijn over Batavus Droogstoppel speelt zich af in Amsterdam. Dit is geen toeval. Multatuli heeft Amsterdam gekozen omdat deze stad een belangrijk handelscentrum was. Met het oog op de koffiehandel die in het boek een belangrijke rol speelt, is Amsterdam dus een goed gekozen decor. Droogstoppel vertelt meerdere malen dat hij woont aan de Lauriergracht No. 37. (staat voor burgerlijkheid) en in koffie doet. Ook speelt een deel van deze verhaallijn zich af bij de familie Rosemeyer, die in suiker doet. Hier wordt op zondag meerdere malen het boek dat door Stern geschreven wordt, voorgelezen. Tenslotte wordt in deze verhaallijn het bezoek van Droogstoppel aan het huis van Sjaalman beschreven.
De tweede verhaallijn, het boek van Stern, speelt zich volledig af in Lebak in Nederlands Indie, grotenendeels bij Max Havelaar thuis. Multatuli heeft waarschijnlijk voor Lebak gekozen omdat dit met het oog op de uitbuiting van de Javaanse bevolking het centrum van Nederlands-Indie was. In Lebak zaten namelijk zeer veel hoge bestuursambtenaren.
Multatuli zelf bevindt zich tijdens het schrijven op een zolderkamertje van een Brussels logement om ongestoord zijn verhaal te kunnen schrijven. Het commentaar dat hij levert staat logischer wijs vrij van enige ruimte.

Spanning
Het boek is goed opgebouwd qua spanning. Er worden veel open vragen gesteld:
De lezer zal voor hij mijn boek heeft uitgelezen, even goed als Verbrugge weten waarom die zaken zo bijzonder moeilijk waren. (blz 104) Een paar hoofdstukken verder komt de lezer te weten wat die moeilijke zaken zijn; die moeilijke zaken zijn de betuigingen tegen de regent. Doordat niemand tegen de Regent wil getuigen vanwege angst, is het zo moeilijk om de regent te vervolgen. De lezer weet evenveel als de hoofdpersoon. De sfeertekening is belangrijk voor de spanning, de lezer kan zich zo beter in het verhaal verdiepen.

Stijl
Vooral in het ‘Stern-verhaal’ is de schrijfstijl helder, natuurlijk, persoonlijk, levendig en meeslepend. Het taalgebruik wisselt van hard en zakelijk tot humoristisch en sarcastisch en soms poëtisch. Dat Multatuli gewone spreektaal gebruikte in zijn boek was voor die tijd zeer bijzonder. Alle schrijvers schreven hun boeken in die tijd in hele deftige ‘elite taal’. Het was dus best gedurfd om te schrijven zoals Multatuli dat deed.
Zelf typeerde Multatuli zijn stijl als ‘muziek en onweer’ en noemde hij sarcasme ‘de hevigste uitdrukking van smart’.
De schrijfstijl van Douwes Dekker heeft veel invloed gehad op het taalgebruik destijds. Hij bracht vernieuwing en wordt daarom ook gezien als een van de beste schrijvers uit de Nederlandse literatuurgeschiedenis.

Genre
Roman / pamflet / parabel. Het hangt er vanaf hoe je het bekijkt. R. Nieuwenhuys bijv. vindt de Max Havelaar een pure roman omdat het volgens hem slechts een product van de verbeelding betreft. W. F. Hermans omschrijft het boek als een parabel, vanwege de actualiteit van het boek. Weer anderen zien het boek als een aanklacht, een pamflet.

Eindwaardering
Structurele argumenten: er zaten niet echt heel veel moeilijke woorden in dit boek. Wat ik wel vervelend vond, is dat het adres, Lauriergracht no. 37, steeds herhaald werd. Dat vond ik echt zo irritant. Ook had ik geen vertaling, wat ik af en toe toch best wel vervelend vond lezen, al die spelling van toen en ik vind die taal van toen ook zo gewichting.

Emotionele argumenten: ik vond het persoonlijk een wat minder boek. Ik vond het een erg langdradig boek op sommige stukjes. Maar de strekking van het verhaal vond ik wel heel erg mooi, dat over de onderdrukking van de Javanen van toen. Ook vind het wel een soort van knap dat Eduard Douwes Dekker met zijn boek zowat een kabinet heeft laten vallen. Ik vond het boek ook best vervelend om te lezen, het was niet zo dat ik gewoon even voor de ontspanning ging zitten lezen, ik moest me er echt toe zetten. Daardoor heeft het wel heel lang geduurd voor ik hem uithad, maar ik heb er denk toch geen spijt van dat ik het boek heb gelezen, mede omdat het onderwerp Nederlands Indie mij best wel interesseert.

Morele argumenten: ik denk dat ik hier wel het motto kan aanhalen, wat al een les op zich is. Wat denk ook wel een les is, is dat je mensen nooit moet onderdrukken (in dit geval de Javanen.)

Realistische argumenten: Ik denk dat het wel een werkelijk boek is, want het is gewoon een feit dat het echt gebeurd is, dat vertellen de geschiedenisboeken ons wel. Ook is het zo dat als het allemaal niet zo zou zijn geweest, dat er dan waarschijnlijk niet bijna een kabinet om was gevallen.

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

1152

Welkom!

Goed dat je er bent. Scholieren.com is de plek waar scholieren elkaar helpen. Al onze informatie is gratis en openbaar. Met een profiel kun je méér:

snel zien welke verslagen je hebt bekeken
de verslagen die je liket terugvinden
snel uploaden en reacties achterlaten

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer
Hou ervan

Hoge waardering

Andr van Bel 7.9
Remco 5e klas vwo7.8
Erik 6e klas vwo7.6
Marloes 7.2
Marloes Sijbenga 6e klas vwo7.0
Meer verslagen ›

Huiswerk

Stel je bent leraar en een leerling heeft zijn huiswerk niet gemaakt, wat doe je?
  • Snitchen bij ouders
  • Strafwerk schrijven, moest ik vroeger zelf ook
  • Weddenschap afsluiten om de leerling gemotiveerd te krijgen
  • Je negeert het. Eigen verantwoordelijkheid toch?