Cookies..
Door Scholieren.com te bezoeken ga je akkoord met het gebruik van cookies. Klik hier voor meer info.

De donkere kamer van Damokles

Willem Frederik Hermans

1958

335

4 uit 5

6.8 / 10
  • Zjordy
  • Nederlands
  • 2718 woorden
  • 8374 keer
    18 deze maand
  • 7 november 2006
Titel: De donkere kamer van Damokles
Auteur: Willem Frederik Hermans
Verschenen in: november 1958
Aantal bladzijden: 410 bladzijden
Leestijd: 12 uur

Verantwoording van de keuze:
Het begon allemaal toen Charlotte en ik per fiets naar de Hofnar reden om te zien of het door ons gesigneerde sigaretje nog in de artiestenfoyer hing tussen achtergelaten spullen van gerenommeerde artiesten. Zoals het colablikje van Theo Maassen, een roos van Bennie Jolink en een glas waar Youp van ’t Hek blijkbaar uit gedronken had. In ieder geval, het sigaretje hing niet meer tussen een van deze attributen. Blijkbaar zijn de spullen van twee zeventienjarige scholieren ondergeschikt aan de rotzooi van zogenaamde Bekende Nederlanders als Youp van ’t Hek. Ik merk dat ik nu al afdwaal van de opdracht. Na te hebben gezocht naar onze gooi naar erkenning, besloten we nog even bij de bibliotheek wat leesvoer te lenen. Na wat in de rekken rond te hebben geneuzeld viel Charlottes blik op het boek ‘De donkere kamer van Damokles’. Zij vertelde me dat dit een aanrader was. Dus heb ik toen besloten dit boek te lenen en mijn, in de regel sceptische, oordeel na 410 pagina’s te vellen. Het was dus een aanrader van een vriend. En dus niet omdat de voorkant er wat sinister uitziet of omdat het me een leuk boek leek nadat ik de achterkant gelezen had.

Verwachtingen vooraf:
Ik had weinig verwachtingen vooraf, volgens mij. Ik wist dat het een bekend boek was, maar had geen idee waar het over zou gaan. Het deed me aanvankelijk aan de Griekse mythe ‘Het zwaard van Damokles’ denken, maar het is natuurlijk naïef te denken dat het daar ook daadwerkelijk over zou gaan. Charlotte vertelde de me alleen dat ze er nog niet uit was of Dorbeck daadwerkelijk bestaan had. Dat zei me toen absoluut niets. Ik had dus eigenlijk het verwachtingspatroon van een gemarineerd varkenshaasje, bij wijze van spreken.


Eerste reactie achteraf:
Geweldig boek! Ik leek wel bezeten van het feit of Dorbeck wel dan niet bestaan heeft. Ik heb zelfs een doctoraalstudie op internet gelezen die over dat onderwerp ging. Nu ben ik er, eerlijk gezegd nog steeds niet uit. Maar één ding is zeker, Hermans heeft mij met het eerste hoofdstuk al doen genieten van de surrealistische, sadistische wereld die hij schept in dit boek. Ik verbaasde me al minstens drie keer in het eerste hoofdstuk en kreeg zelfs een klein gevoel van schaamte toen ik Ria denkbeeldig in mijn oor hoorde fluisteren in het toenmalige stiltegebied: ‘Ben je al een grote jongen?’. Ik voelde me zo thuis in de ziekelijke, chaotische wereld waarin ik me bevond. Het zoog me weg uit de rottige sfeer die er heerste als er door een man met een snor werd geroepen: ‘Dames en heren, STILTE!’. Maar op het moment dat vijftig minuten later die zoemer ging, moest ik mijn ogen weer teleurgesteld uit het boek trekken. Ik zat als het ware in mijn eigen donkere kamer. Nou ja, met een klein leeslichtje dan.

Korte inhoud:
‘...Dagenlang zwierf hij rond op zijn vlot, zonder drinken. Hij stierf van dorst want het water van de oceaan was zout. Hij haatte het water dat hij niet drinken kon. Maar toen de bliksem in zijn vlot sloeg en het vlot in brand vloog, schepte hij dat gehate water met zijn handen op, om te proberen de brand te blussen!’. Ik besef pas, nu ik het boek weer opensla, wat een weerzinwekkend dilemma Hermans eigenlijk schept. Hij schept, zoals ik al eerder zei, een volslagen weerzinwekkende wereld. De verbazing was troef, vooral in het eerste hoofdstuk. Een blond jongetje, een kop kleiner is dan zijn klasgenootjes, met platvoeten en wier moeder haar man/zijn vader heeft vermoord. De eerste indruk van Henri Osewoudt. Hermans’ hoofdpersoon. Nadat zijn moeder haar man vermoord heeft wordt Henri uit zijn ouderlijk huis meegenomen naar zijn oom Bart, in Amsterdam. De eerste avond kan Osewoudt niet goed slapen (warempel?!) en komt hij uiteindelijk bij zijn zeven jaar oudere nicht terecht. ‘Ben je al een grote jongen?’. Op dit moment is Osewoudt dertien jaar. Later trouwt hij met deze nicht en neemt de sigarenzaak van zijn vader in Voorschoten over.
Kort hierna wordt Nederland aangevallen door Duitsland en komt er tijdens de aanval op Voorschoten een man binnen die precies op Osewoudt lijkt. Het enige verschil is dat deze man donker haar heeft en baardgroei (Osewoudt is blond en heeft geen baardgroei). Dit is de man waar het hele boek om draait: Dorbeck. Osewoudt krijgt de opdracht fotorolletjes te ontwikkelen en een pistool te bewaren. Een paar weken later heeft Dorbeck weer een filmrolletje voor onze blonde hoofdpersoon. Deze moet hij ook ontwikkelen en opsturen naar ene E. Jagtman. De beide rolletjes mislukken faliekant, maar om Dorbeck niet in de steek te laten koopt Osewoudt zelf een camera (een Leica) en maakt hij zelf foto’s van militaire objecten. Maar zoals altijd als er een pistool gepresenteerd wordt in een boek of film, moet Osewoudt samen met een man genaamd Zewuster, op bevel van Dorbeck, drie personen neerschieten in Haarlem. Drie jaar later, in 1944, laat Dorbeck weer iets van zich horen na het schietincident. Dorbeck vraagt Osewoudt of hij de foto’s die hij het laatst ontwikkeld heeft op te sturen. Omdat Osewoudt na het opsturen geen bericht van Dorbeck ontvangt, gaat hij kijken van wie het postbusnummer is. De bus wordt leeggehaald door een heilsoldate.
Een paar dagen later wordt hij opgebeld door een onbekende vrouw, deze blijkt Elly Sprenkelbach Meijer te heten. Ook vertelt ze hem dat ze uit Londen komt. Bij hun eerste ontmoeting toont ze hem een foto die hij twee dagen eerder aan Dorbeck heeft opgestuurd. Osewoudt merkt dat Sprenkelbach Meijer duidelijk een vals paspoort bezit en ze alleen maar zilveren guldens heeft. Dit moet verdacht overkomen op onze Oosterburen, bedenkt Osewoudt zich. Daarom brengt hij haar ook naar zijn communistische oom Bart. Intussen wordt Osewoudt gezocht wegens de moorden op de drie personen in Haarlem. Hij besluit dan zijn haar zwart te verven en voortaan onder de naam Filip van Druten de straat op te gaan. Ook vindt hij verzetswerk bij ene Labare. Hij moet foto’s ontwikkelen; in een donkere kamer. Tijdens deze job hoort hij dat Ria en zijn moeder zijn opgepakt door Duitsers. Dit hebben die rotzakken waarschijnlijk gedaan om onze antiheld in de val te lokken. Ook krijgt Osewoudt een relatie met Marianne. Een joodse onderduikster. In deze relatie zoekt Osewoudt vooral naar de bevestiging dat hij een man is. In tegenstelling tot zijn relatie met Ria, met haar trouwde hij omdat hij bang was dat hij niets beters zou vinden.
Osewoudt krijgt van Dorbeck opdracht naar het station in Amersfoort te gaan. Daar zal hij een vrouw ontmoeten in leidsteruniform van de Nationale Jeugdstorm. Samen gaan ze naar Lunteren, waar Lagendaal, die voor de Gestapo werkt, uit de weg moet worden geruimd. De aanslag lukt, maar op de terugweg wordt de vrouw aangehouden, met de zoon van deze Lagendaal, welke Osewoudt en de vrouw niet achter konden laten na de mislukte schietpartij waar beide ouders vermoord moesten worden.
Als Osewoudt en Marianne naar de bioscoop gaan, ziet hij een oproep tot zijn eigen aanhouding. Vreemd is wel, dat zijn foto niet getoond wordt, maar die van Dorbeck. Als hij de zaal uitloopt, wordt hij gepakt. Tijdens het verhoor door de Duitsers wordt hij zo gemarteld, dat hij naar het ziekenhuis moet worden gebracht. Hij wordt daaruit bevrijd door gemaskerde mannen (Oom Cor en Kees), die hem naar Leiden brengen.
Bij Labare ontmoet hij Marianne weer. Tegenover haar spreekt hij zich voor het eerst uit over Dorbeck: 'Ik heb nooit geweten dat ik het mislukte exemplaar was totdat ik Dorbeck ontmoette. Toen wist ik dat hij het geslaagde exemplaar was, dat ik in vergelijking met die man geen reden van bestaan had, dat ik mijzelf alleen aanvaardbaar kon maken, door precies te doen wat hij zei.' Maar 's nachts worden ze door de Duitsers overvallen. Osewoudt weet te ontkomen na een schermutseling met twee Duitse soldaten, maar wordt later toch gearresteerd. Nu is hij weer terug in diezelfde gevangenis. Hier zal hij nu erg lang vertoeven. Enkele maanden. In de gevangenis leert Osewoudt de Duitse ondervrager Ebernuss kennen. Deze zegt dat hij Osewoudt zal proberen te helpen. Hij heeft er, bijvoorbeeld, voor gezorgd, dat Marianne, die een kind verwacht, weer vrij is.
Ebernuss houdt zich bezig met het probleem of Dorbeck, de dubbelganger van Henri, bestaat. Daarom moet Osewoudt naar Amsterdam gaan, waar een soort clandestiene sociëteit is voor ondergrondse helden. Als Dorbeck bestaat, zal Osewoudt hem zeker ontmoeten. Ebernuss geeft Henri zijn Leica en samen gaan ze naar Amsterdam. In de sociëteit is er een man van wie Osewoudt gelooft dat het Dorbeck is. Van hem krijgt hij giftige kristallen, die hij in Ebernuss' borrel doet.
Dorbeck en Osewoudt gaan er samen in de auto van Ebernuss vandoor. In een leegstaand huis fotografeert Osewoudt zichzelf met Dorbeck in een spiegel. Osewoudt krijgt een verpleegstersuniform. Dorbeck bericht hem dat Marianne in een kraamkliniek ligt. Daar aangekomen wordt hij naar een kelder gebracht waar hij het lijkje van zijn eigen kind ziet. Een dronken Duitse piloot neemt hem mee in zijn auto. In Voorschoten doodt hij Ria en in Dordrecht de Duitser; daarna vraagt hij hulp aan een pastoor. Met de hulp van de illegaliteit en een arts komt hij in Breda aan. Hij meldt zich bij het hoofdkwartier van de Nederlandse Strijdkrachten. Daar arresteert men hem, omdat men denkt dat hij een land verrader is. Hij wordt naar Engeland gebracht. Daar behandelt Selderhorst zijn zaak. Osewoudt wordt van vele dingen beschuldigd en Dorbeck, die zal kunnen aantonen dat hij een verzetsheld is, is onvindbaar. Men gelooft zelfs niet dat Dorbeck ooit bestaan heeft. Misschien is Dorbeck een hersenschim van Osewoudt? Of misschien is Osewoudt schizofreen?
Na lange tijd van ondervragen, wordt de Leica van Osewoudt gevonden. Hierdoor zal hij kunnen bewijzen dat Dorbeck echt heeft bestaan. Hij moet de foto kunnen laten zien waar hij samen met Dorbeck opstaat. Als hij de foto’s van de Leica ontwikkelt, merkt hij dat deze laatste foto er niet bij zit. Osewoudt heeft het niet meer en krijgt een zogenaamde mental breakdown. Hij rent naar buiten, probeert te ontsnappen. Hier wordt hij neergeschoten, door de bewakers. Een toepasselijk einde dat precies hetzelfde is als het begin.
‘...Dagenlang zwierf hij rond op zijn vlot, zonder drinken. Hij stierf van dorst want het water van de oceaan was zout. Hij haatte het water dat hij niet drinken kon. Maar toen de bliksem in zijn vlot sloeg en het vlot in brand vloog, schepte hij dat gehate water met zijn handen op, om te proberen de brand te blussen!’.

Tijd en ruimte:
De ruimtes waarin het verhaal zich afspeelt zijn Amsterdam, Haarlem, Wageningen in welke omgeving Osewoudt in het verzet zit. Tegen het einde van het boek in een strafkamp in Engeland. Verder speelt het boek zich vaak af in kleine donkere ruimtes (de sigarenwinkel, het foto-ontwikkelkamertje, de cellen). Dit duidt op de isolering, de dreiging en de onzekerheid van ons leven. Wanneer het donker is kun je niet zien wat zich in de rest van de kamer bevindt. Dit geeft een beangstigend gevoel.
Het verhaal is chronologisch verteld. De vertelde tijd loopt van ongeveer 1932 tot 27 december 1945. Het verhaal speelt dus in een periode van 13 jaar.

Wijze van vertellen:
Het verhaal is in de hij-vorm geschreven.
Het boek begint met het leven van de jonge Osewoudt, en eindigt met de dood van deze hoofdpersoon. Het boek heeft dus een gesloten eind, maar eigenlijk ook een open einde. Immers, het blijft natuurlijk gissen wie Dorbeck was en of hij überhaupt wel bestaan heeft. Daarom heb ik dus die studies gelezen.

Spanning:
In het verhaal zijn vele spannende momenten te ontdekken. Als men alleen kijkt naar het feit of het vertelde eng is of… Geen idee. Maar volgens mij is spanning niet wat ik net aanhaalde. Een boek is spannend als je het moeilijk neer kan leggen. Als het eigenlijk interessant is. Bij dit boek is het niet kunnen wegleggen wel een juiste verwoording. Het is de band die je hebt met Osewoudt en eigenlijk niet.

Titel
De donkere kamer van Damokles. De donkere kamer verwijst naar een waar foto’s in ontwikkeld worden. Foto’s spelen in dit verhaal een grote rol. De mensen die te maken hebben met de opdrachten van Dorbeck identificeren zich met foto’s die aan het begin van het verhaal door Osewoudt zijn ontwikkeld. Een foto van hem en Dorbeck moest volgens hem ook bewijzen dat Dorbeck bestond, hij bleef namelijk bij hoog en laag volhouden dat Dorbeck bestond, niemand geloofde hem echter. Toen zijn Leica-camera gevonden was, bleek de foto er dus niet in te zitten. Dit was omdat de foto gemaakt was in een kamer die te donker daarvoor was. Er zat geen flitslicht in de camera.
Damokles was een hoveling die van de tiran die hij diende een dag koning mocht zijn. Hij kreeg echter een zwaard boven zijn hoofd te hangen. Dit zwaard hing aan een paardenhaar. Hij wist dat het er hing, dit hing er om hem duidelijk te maken wat voor dreiging er boven een staatshoofd hangt. De dreiging die ook telkens boven het hoofd van Henri Osewoust hangt.

Het motto
‘Ik kan hem zoeken als hij er niet is, maar hem niet ophangen als hij er niet is.
Men zou kunnen willen zeggen: “Dan moet hij er toch ook zijn als ik hem zoek”.
Dan moet hij er ook zijn als ik hem niet vind, en ook als hij helemaal niet bestaat’.

Hoofdpersonen:
Henri Osewoudt:
Onzeker;
Henri Osewoudt is een onzekere jongen, omdat hij dacht dat hij na zijn volle nicht Ria nooit met een ander meisje het bed zou delen. Ook dacht hij dat Ria nooit met hem was getrouwd als ze had verwacht een kans te hebben bij een ander.

Minderwaardig zelfbeeld;
Hij vond zichzelf minderwaardig. Vergeleken met Dorbeck is hij het mislukte exemplaar en Dorbeck het gelukte. Zo vertelde hij aan Marianne: 'Ik heb nooit geweten dat ik het mislukte exemplaar was totdat ik Dorbeck ontmoette. Toen wist ik dat hij het geslaagde exemplaar was, dat ik in vergelijking met die man geen reden van bestaan had, dat ik mijzelf alleen aanvaardbaar kon maken, door precies te doen wat hij zei.'. En op de vraag of Marianne echt van hem hield verwoordde hij zijn gedachten als volgt: ‘In werkelijkheid houdt zij van Dorbeck, al weet zij dat zelf niet. Zij zegt dat zij houdt van mij, maar zij bedoelde Dorbeck, want Dorbeck is het geslaagde exemplaar en ik ben het misbaksel’.

Waandenkend;
In de loop van het verhaal is hij een beetje waandenkend geworden. Eerst kon hij berusten in zijn huwelijk dat hij eigenlijk niet zelf gekozen had. In de loop van de oorlog veranderde dit, hij verzette zich tegen zijn oude gewoonten, hij zette zich af tegen alles wat hij eerder was. Dorbeck is alles wat Osewoudt ook had willen zijn.

Bezetenheid;
Hij raakte bezeten van Dorbeck, andere vrouwen en de oorlog. Hij zit ook vast na de oorlog, door Dorbeck. Zijn laatste woorden waren: ‘Dorbeck weet alles. Zoek Dorbeck. Dorbeck moet ergens zijn. Dorbeck weet alles. Dorbeck moet worden gevonden. Zeg Dorbeck … Vraag Dorbeck …’
Dat is zeven keer Dorbeck in zijn laatste zinnen.

Dorbeck:
Mysterieus;
Je komt niet veel over hem te weten, behalve de opdrachten die hij geeft aan Osewoudt.

Welgeorganiseerd;
Dat is te bemerken aan de opdrachten die hij geeft aan Osewoudt. Alles is tot in de puntjes geregeld, hij is niet te traceren. Een keer krijgt Osewoudt de opdracht een bepaald nummer te bellen op een bepaald tijdstip. Hij krijgt snel een opdracht door en dan wordt er opgehangen. Dan draait hij het nummer weer, omdat hij nieuwsgierig is geworden naar de manier waarop Dorbeck werkt. Als hij opnieuw belt, blijkt het nummer afgesloten te zijn. Heel scherp georganiseerd van Dorbeck. Ook het feit dat hij na de oorlog nergens meer te vinden is, spreekt van een man die precies weet hoe hij dat soort dingen moet doen.

Precies;
Alles wat hij doet gaat precies goed, hij zorgt ervoor dat alles gaat zoals hij dat wil. Ook uit het voorbeeld hierboven (zie welgeorganiseerd) blijkt dat hij erg precies is.

Hij weet wat hij wil;
Hij is precies even lang als Henri, maar hij is wel toegelaten tot de militaire dienst en Osewoudt niet, dit omdat hij een halve centimeter te kort was. Dorbeck heeft zich, naar eigen zeggen, uitgerekt.

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

7761

reacties

dit is gewoon voor een groot deel overgenomen van een boekverslag die iemand anders in 2001 op deze site heeft gezet? slecht hoor
door poep (reageren) op 13 januari 2013 om 14:42

Welkom!

Goed dat je er bent. Scholieren.com is de plek waar scholieren elkaar helpen. Al onze informatie is gratis en openbaar. Met een profiel kun je méér:

snel zien welke verslagen je hebt bekeken
de verslagen die je liket terugvinden
snel uploaden en reacties achterlaten

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer

Hoge waardering

Lyanne van den Bergzeker weten goedZeker Weten Goed
anoniem4e klas vwo8.9
anoniem5e klas vwo7.2
Laura 6e klas vwo6.9
Karen 6e klas vwo6.9
anoniem6e klas vwo6.8
Meer verslagen ›

Eindexamens

Ben jij al helemaal klaar voor de eindexamens?