Door Scholieren.com te bezoeken geef je toestemming voor het gebruik van cookies. Ben je onder de 16? Zorg dan dat je toestemming van je ouders hebt om onze site te bezoeken. Lees meer over je privacy (voor het laatst bijgewerkt op 25 mei 2018). Akkoord Instellingen aanpassen

Waar heb jij je schoolspullen gekocht, wat heb je gekocht en waarom? Vertel het in ons jaarlijkse Schoolspullenonderzoek. Meedoen duurt 10 minuutjes en je maakt kans op een Bol.com van 25 euro.

De onzichtbare jongen

J. Bernlef

2005

188

2 uit 5

7.2 / 10
4e klas vwo
  • Anoniem
  • Nederlands
  • 2294 woorden
  • 14247 keer
    13 deze maand
  • 15 mei 2006

J. Bernlef
De onzichtbare jongen, Querido, Amsterdam, 2005-2, 188 blz. (eerste druk 2005)
Psychologische roman

Eerste reactie

Keuze
In de bibliotheek had ik gevraagd welke boeken geschikt waren, omdat ik niet wist wat ik moest gaan lezen. Iemand die daar werkt had toen een stuk of tien boeken voor me opgezocht. Daaruit heb ik dit boek gekozen, omdat het onderwerp me wel interessant leek.

Inhoud
In het begin van het boek vond ik het net een kinderboek lijken. Dat kwam doordat het geschreven is vanuit een jongen die steeds ouder wordt. Aan het begin van het verhaal zat hij nog op de basisschool en was het taalgebruik dus heel makkelijk.
In de loop van het verhaal werd hij ouder en vond ik het leuker om te lezen. Het verhaal zat later, voor mijn gevoel, ook beter in elkaar.

Verdieping

Personen
Je leest het verhaal vanuit de hoofdpersoon, Wouter van Bakel. Wouter is geboren in 1936 en heeft dus de Tweede Wereldoorlog meegemaakt. Hij denkt veel over dingen na en is sportief. Over zijn uiterlijk wordt niets gezegd.

Een paar andere personen uit het verhaal:
- Wouters ouders. Zijn vader werkt op het stadhuis en komt af en toe een beetje statig over. Zijn moeder doet het huishouden en houdt van pianospelen. Haar grote voorbeeld is de hardloopster Fanny Blankers-Koen.
- Wouters broertje Peter. Over hem wordt heel weinig verteld, behalve dat hij aan het begin van het verhaal op Wouters kamer slaapt. Later krijgt Wouter een eigen kamer.
- Max Veldman. Hij is net zo oud als Wouter. Een aparte jongen met donkerbruine ogen, een hoog voorhoofd en zware zwarte wenkbrauwen. In het begin van het verhaal draagt hij een bril, later niet meer. Hij is bleek, heeft kleine oren, lange vingers en volle lippen. Verder is hij erg geïnteresseerd in natuurkunde.

- Leo, Max’ vader. Hij is reclamechef bij Blooker, de cacaofabriek waar hij werkt. Volgens Max is hij uitvinder. Zijn ex-vrouw (Max z’n moeder) is naar Canada vertrokken.
- Meester Waas is erg geïnteresseerd in voetbal. Hij verbaasd zich over Max’ intelligentie.
- Jan Blankers, Wouters trainer. Hij is getrouwd met Fanny Blankers-Koen.
- Dexter Fulman, een begeleider in Woudrust. Hij is oorspronkelijk Engels, maar is als sportleraar naar Nederland gekomen. Verder wordt er gezegd dat hij blond borstelig haar heeft, een gleufje in z’n kin en dat zijn neus een beetje scheef staat.
- Vrasdonk, de psychiater. Hij heeft een gezonde bruine kleur en donkere wenkbrauwen. Hij komt niet erg sympathiek over.

Samenvatting
Het verhaal begint op 17 augustus 1947. Wouter is dan 11 jaar oud en zit in de zesde klas van de Hoofdwegschool.
Op een dag komt er een nieuwe jongen in de klas, Max. Hij is van Haarlem naar Amsterdam verhuisd. Meteen de eerste dag al blijkt hij slimmer te zijn dan de rest van de klas. De meeste kinderen negeren hem, maar Wouter gaat na schooltijd achter hem aan en begint een gesprek met hem. De volgende dag vraagt Max hem mee naar huis.

Max is erg geïnteresseerd in wetenschap, vooral in natuurkunde. Hij laat Wouter een filmpje zien dat hij van een houten spoel afwikkelt en projecteert op de muur. Veel dingen die Max zegt, kan Wouter zich maar moeilijk voorstellen; bijvoorbeeld dat er beweging nodig is om iets stil te houden. Toch worden ze vrienden.

Meester Waas neemt Wouter en Max mee naar een voetbalwedstrijd in het Olympisch Stadion. Max geeft niets om voetbal, in tegenstelling tot Wouter.
Max heeft een boek De onzichtbare man gelezen en wil zelf ook onzichtbaar worden. Daarom zit hij helemaal achterin de klas en zegt alleen iets wanneer het echt nodig is. Daarnaast leest hij veel wetenschappelijke boeken en voert de proefjes uit die daarin staan. Hij laat Wouter ook een proef zien. Al snel nadat Max Wouter een lijst met de schaal van Beaufort heeft laten zien, begint hij aan het bouwen van een windmeter.
Als afsluiting van hun tijd op de Hoofdwegschool, spelen Wouter en Max met de rest van de klas een toneelstuk. Na de voorstelling worden de rapporten uitgedeeld. Die van Max is veruit het beste van de klas. In juli 1948 zijn de Olympische Spelen. Wouter en zijn moeder volgen het op de voet. Fanny Blankers-Koen wint een aantal wedstrijden voor Nederland. Max kan hele stukken van een toespraak op de radio letterlijk citeren. Wouter besluit zich aan te melden voor de plaatselijke atletiekvereniging.

Na de zomervakantie gaan Max en Wouter beide naar de hbs, maar ze komen niet in dezelfde klas. Het valt Wouter op dat Max minder spraakzaam wordt.

Wouters tijden voor de honderd meter sprint worden steeds beter. Ze zakken van 12 seconden naar 11.9 en verder naar 11.3. Maar op school gaat het slechter, doordat hij een groot gedeelte van zijn tijd in atletiek steekt. Als het te erg wordt, roept hij Max om hulp. Zijn zolderkamer is ondertussen helemaal leeg, alleen een telescoop op het dak doet nog aan het verleden denken. Met de bouw van de windmeter is hij gestopt, die staat half afgemaakt op het platje.
In september, tijdens een wedstrijd in Amersfoort, loopt Wouter onder de 11 seconden. Op de laatste wedstrijd van 1948 loopt hij 10,7 en is daarmee de snelste junior. Max ziet hij niet meer.

‘Ik zie Max nooit meer,’ zei mijn moeder. ‘Hebben jullie ruzie of zo?’ Ik schudde mijn hoofd. Maar zij had gelijk. Niet alleen Max was onzichtbaar geworden, ook de rest van de wereld was verdwenen. Het enige wat bestond was de gesloten wereld van het hardlopen, waarbinnen ik langzaam maar zeker mijn weg naar de top zou vinden, de absolute top. (blz. 83)

Op een keer, het is dan 1951, neemt Wouters trainer Blankers zijn vrouw, Fanny, mee naar de training. Voor de lol loopt Wouter een wedstrijdje met haar, hij komt met meters voorsprong over de finish. Fanny grapt dat ze elkaar misschien volgend jaar zien in Helsinki, op de Olympische Spelen. In de winter van 1951 krijgt Wouter een uitnodiging van de voorzitter van het Nederlands Olympisch Comité om mee te doen aan de selectiewedstrijden. Wanneer die eenmaal achter de rug zijn, beginnen de kranten over hem te schrijven.

In juli 1952 vliegt Wouter met de rest van de uitgekozen Nederlandse atleten naar Helsinki voor de Olympische Spelen. Als hij in de startblokken zit voor de honderd meter, blijft hij doodstil zitten en ziet de anderen voor hem finishen. Bij de atletiekvereniging durft hij zich uit schaamte niet meer te vertonen. Omdat de Spelen aan Max voorbij gegaan waren, zit Wouter weer veel bij hem thuis.

Dan, op de 31e januari van 1953, begint het heel hard te stormen. Op de radio hoort Wouter hoeveel mensen er zijn omgekomen bij de Watersnoodramp. Terwijl hij met zijn vader, moeder en broertje aan de keukentafel zit, loopt Max ’s nachts in het Vondelpark. Hij vond het prachtig. Zijn windmeter is weggewaaid.

Beiden doen eindexamen, weer is Max de beste leerling van de school. Wouters hoogste cijfer is een 7,5 voor Frans. Zijn ouders beloven hem een betaalde vakantie als beloning. Wouter wil graag met Max gaan, maar Max is van plan te gaan werken bij de Rijkspostbank. Wouter besluit hetzelfde te gaan doen en dan later op vakantie te gaan. In september kan het immers ook nog.


Samen met een stel leeftijdsgenoten zitten ze in een kelder en berekenen rentepercentages en gemiddelden. Aan het eind van de eerste dag heeft Max al twee keer zoveel verwerkt als de andere vakantiekrachten. Wouter raadt hem aan om wat langzamer te werken, omdat hij anders straks als uitslover bekend staat. Max kijkt hem vol onbegrip aan.

Op hun laatste werkdag bij de bank wordt Max bij de afdelingschef geroepen. De chef belooft hem opslag als hij blijft. ‘Dit vind ik prettiger in de vakantie,’ zegt Max als Wouter hem naar hun reisje vraagt.Wouter besluit in z’n eentje naar Parijs te gaan. Omdat het elke dag regent, gaat hij dagelijks naar het Louvre.

Eenmaal terug in Nederland wordt hij gekeurd voor het leger. Hij ziet Max nergens, later blijkt dat Max werd afgekeurd. Wouter zelf wordt naar Stroe, een legerplaats op de Veluwe gebracht. Hij vindt het vreselijk en schrijft brieven aan Max. Maar die blijven onbeantwoord. Als hij een keer besluit thuis bij hem langs te gaan, ziet hij dat Max en zijn vader zijn verhuisd. Hij heeft niets voor Wouter achtergelaten.

Wouter solliciteert bij een reisorganisatie in Haarlem -de Trekvogel- en krijgt een opleiding. Als reisleider reist hij door heel Europa. Wanneer hij in Nederland is, woont hij in zijn kamer in Haarlem. Op een dag krijgt hij een kaart, met daarop alleen Beaufort. De plaats waar hij is afgestempeld is onleesbaar, maar Wouter is blij dat hij weet dat Max nog leeft.
In april 1960 wordt Wouter wakker met pijn in z’n enkels. Hij is dan 24. Als dit steeds erger wordt belt hij de huisarts. Hij krijgt medicijnen, maar die helpen niet. Lopen kan hij alleen nog met veel moeite. Per ambulance wordt hij naar het Sint-Jozefziekenhuis gebracht. De dokters kunnen er niet achter komen wat hij heeft. In beide benen zit geen gevoel meer. Doordat hij zich niet meer snel kan bewegen ziet hij de wereld met andere ogen. Hij let meer op details.Vanuit het ziekenhuis gaat Wouter naar Woudrust, een revalidatiekliniek. Daar ontmoet hij Dexter.

Elke dag wordt hij geprikt met naalden, om te kijken of het gevoel in zijn benen al is teruggekeerd. Op een dag gaan Wouter en Dexter, Wouter op krukken, een wandeling maken. Hierbij komen ze langs Vogelenzang, een psychiatrische inrichting vlakbij Woudrust. Aan de andere kant van het hek ziet Wouter Max staan en roept hem. Max reageert pas als Wouter hem ‘Beaufort’ noemt. Hij smeekt Wouter om hem mee te nemen uit de inrichting. Dat is de eerste keer dat hij praat sinds hij in Vogelenzang is.

De volgende dag krijgt Wouter een brief van een man die Vrasdonk heet en in de inrichting werkt. Hij vraagt toestemming voor een gesprek met Wouter over Max.Vrasdonk en Wouter ontmoeten elkaar in Dreefzicht, een restaurantje tussen Vogelenzang en Woudrust in. Hij vertelt Wouter dat Max schizofreen is en aan waanbeelden leidt. Max praat nooit met iemand, hij drukt zich uit in cijfers. Vrasdonk stelt voor dat Wouter met Max gaat praten, dat zou hem verder kunnen helpen.

Het gesprek met Max komt. Max is heel erg veranderd.Ik was er niet zeker van of hij nog wist wie ik was. ‘Beaufort,’ zei hij. ‘Wouter,’ probeerde ik hem te corrigeren. ‘Wouter van Bakel.’ ‘Dat was toen,’ zei Max. ‘Je bent gezonden. Nu ben je Beaufort.’ (blz. 143)

De kamer waarin Max leeft hangt vol met dunne draden. Aan die draden hangen thermometers, allemaal op verschillende hoogte. Max is van plan een windkaart te maken van de kamer. Hij legt het hele plan uit aan Wouter, maar dwingt hem niets verder te vertellen. Zijn bril draagt hij niet meer, anders wordt zijn hoofd te vol van alle dingen die hij ziet en zich later nog precies herinnert. Als Wouter alles toch aan Vrasdonk vertelt, voelt het als verraad.

Wouter wordt ontslagen uit Woudrust en trekt weer in zijn kamer in Haarlem. Twee weken later krijgt hij een brief van Vrasdonk, met daarbij een stapel vellen, volgeschreven door Max. Zijn hele theorie, die hij zelf de wet van Beaufort noemt, staat tot in de details beschreven. De klachten aan Wouters benen zijn ondertussen helemaal verdwenen. In de herfst hoort Wouter dat Max is overleden. Hij is tegen een sterke wind ingelopen, over het strand en zo de zee in. Verdronken.
Op de begrafenis zijn maar heel weinig mensen. Wouter ontmoet Max’ halfzusje Mara, die sprekend op Max zelf lijkt. Tot een paar dagen geleden wist zij niet dat Max bestond.

Verhaaltechniek

Schrijfstijl

Het is kort en krachtig geschreven, maar toch heb je niet het gevoel dat je alleen maar een samenvatting leest. Het taalgebruik verandert in de loop van het verhaal, doordat je in het begin leest door de ogen van een 11-jarige. Later is hij volwassen.

Ruimte
Het verhaal speelt zich voor het grootste gedeelte af in Nederland. De plaats verschilt heel erg, bijvoorbeeld Amsterdam en Haarlem maar ook op de Veluwe. Andere gedeelten spelen in Helsinki (Olympische Spelen) of tijdens één van Wouters reizen als reisleider.
Het verhaal speelt vlak na de oorlog, het begint in augustus 1947. Ongeveer 13 jaar later eindigt het. Er wordt veel gebruik gemaakt van tijdsprongen. Vaak wordt de tijd vertraagd of juist versneld. Er komen geen flashbacks of flashforwards in voor. Het is chronologisch.

Situaties/ vertelwijze
Alle situaties worden verteld vanuit Wouter. Het is een ik-verhaal. Je leest dus zijn gedachten en zijn gevoelens.

Thematiek

Thema
Het probleem dat steeds terugkeert is de vriendschap tussen Max en Wouter. Vooral hoe die toch blijft bestaan ondanks het rare gedrag van Max. Zijn supergeheugen, de vreemde dingen die hij zegt en later de schizofrenie. Kort gezegd gaat het verhaal dus over vriendschap en schizofrenie.

Titelverklaring
Het boek heet De onzichtbare jongen omdat Max onzichtbaar wil worden. Ik denk dat De onzichtbare jongen een afleiding is van De onzichtbare man, het boek dat Max gelezen had.

Op een gegeven moment wil Wouter ook –tijdelijk- onzichtbaar worden. Dit is nadat hij heeft meegedaan aan de Olympische Spelen.

Beoordeling

Het onderwerp interesseert me en het was redelijk spannend. Niet achtervolgingen-spannend maar meer dat je wilt weten hoe het verder gaat.
Het taalgebruik was goed te begrijpen, er werden weinig moeilijke woorden gebruikt. Er gebeurde veel in het verhaal, zodat ik m’n aandacht erbij kon houden.Eigenlijk waren er geen stukken die ik echt slecht vond. In het begin vond ik het niet echt boeiend, maar dat kwam doordat ik er nog in moest komen.
Er zijn wel films die over schizofrene mensen gaan (Hide and seek bijvoorbeeld), maar dat zijn vaak thrillers. Daarmee kun je het niet vergelijken, omdat het een heel ander genre is. Over vriendschap zijn veel boeken geschreven, maar de boeken die ik heb gelezen waren jeugdboeken. In vergelijking daarmee is dit natuurlijk beter.
Als iemand anders mij vroeg of ik nog een leuk boek wist, zou ik dit boek waarschijnlijk wel aanraden. Ik vond het dus een goed boek.


Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

4271

reacties

Dit is gekopieerd!
door henk (reageren) op 19 januari 2011 om 11:56
Ja, ik heb deze gekopieerd van wikipedia!
door anoniem (reageren) op 19 januari 2011 om 11:57

Welkom!

Goed dat je er bent. Scholieren.com is de plek waar scholieren elkaar helpen. Al onze informatie is gratis en openbaar. Met een profiel kun je méér:

snel zien welke verslagen je hebt bekeken
de verslagen die je liket terugvinden
snel uploaden en reacties achterlaten

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer

Hoge waardering

Kees van der Pol zeker weten goedZeker Weten Goed
Kees van der Pol Docent8.1
Anoniem4e klas vwo7.2
Roos 5e klas havo7.0
Marleen 5e klas havo7.1
joanne5e klas vwo5.4
Meer verslagen ›