Door Scholieren.com te bezoeken geef je toestemming voor het gebruik van cookies. Ben je onder de 16? Zorg dan dat je toestemming van je ouders hebt om onze site te bezoeken. Lees meer over je privacy (voor het laatst bijgewerkt op 25 mei 2018). Akkoord Instellingen aanpassen

Eindelijk oorlog

Herman Koch

1996

190

2 uit 5

5.4 / 10
6e klas vwo
  • anoniem
  • Nederlands
  • 1173 woorden
  • 5452 keer
    5 deze maand
  • 15 maart 2005
Eindelijk Oorlog
Herman Koch

1. Typering
Eindelijk oorlog is het verhaal van iemand in wiens leven niets gebeurt en die daarom op zoek gaat naar gebeurtenissen uit zijn eigen verleden en uit dat van zijn familieleden, die dit leven alsnog in een dramatisch perspectief kunnen plaatsen. Gaandeweg raakt hij geobsedeerd door de geschiedenis van zijn onlangs overleden tante uit de Arnhemse Oranjestraat, waarvan de laatste sporen nu dreigen te worden gewist.

2. Analyse van de tekst
Thema:
Het thema van het boek is het rare leven van de schrijver zelf, deze word nader bekeken en bestudeerd door de schrijver zelf, zodat hij kon gaan schrijven.

Titel, ondertitel en motto:
De titel geeft de gedachte weer van de schrijver. Hij is zijn hele leven opzoek naar dramatische gebeurtenissen in zijn verleden en in die van zijn familieleden. Er is geen ondertitel of motto.


Structuur:
a. Er is in het boek geen sprake van een proloog of epiloog.
b. Het verhaal begint midden in een gebeurtenis. Hij zit in polen en gaat met de bus naar het museum van de Martelaren.
c. Het verhaalt eindigt met een gesloten einde. In de laatste paar bladzijden wordt duidelijk waarom hij zo geobsedeerd is door het leven.
d. Het boek wordt geschreven vanuit de ikpersoon. Het boek bestaat verder uit vier delen.
e. Er zijn geen hoofdstuktitels.

Personages:
a. De hoofdpersoon in het boek is de Ik-persoon: Een beetje een depressieve, stille schrijver die in een soort van crisis zit omdat hij constant een soort van aanvallen krijgt en hij daarvan de oorzaak niet weet (later blijkt dat een identiteitscrisis te zijn).
A.: De vriendin van de ik-persoon, een gevoelige, aardige vrouw die niet precies weet wat ze met haar vriend (de ik) aan moet. Zij was ook degene die voor de kost zorgde.
Tante Mies: Een vrouw die aan het einde van de oorlog haar enige grote liefde verloor en daardoor nooit meer een andere man zocht. Ze werkte in een bejaardentehuis en ze had een tekkel waarmee ze een goede “band” had.

b. De hoofdpersonen ontwikkelen zich niet in het boek. De ikpersoon blijft mysterieus en vaag. A verlaat de ikpersoon en Tante Mies overlijdt.

c. Ik vind alleen A. een sympathieke persoon. Zij staat open voor haar vriend en wil samen erachter komen wat er nou scheelt. De Tante Mies vind ik geen sympathieke persoon. Zij verzwijgt dingen in haar leven. De ikpersoon is niet sympathiek te noemen omdat je hem niet echt leert kennen. Hij is vanaf het begin van het boek al geestelijk ziek, je kunt hier dus niet spreken van een onsympathieke persoon.

d. In geen van de hoofdpersonen zou ik mezelf herkennen. Het is ook niet echt een verhaal waar je de personen goed in leert kennen. Het gaat merendeels over de gedachten van de ikpersoon.
Historische tijd:
a. Het verhaal speelt zich rond 1980 af, maar de flashbacks in het verhaal gaan over voor en vlak na de tweede wereldoorlog.
b. De tijd is van belang voor het verhaal. Door de verhalen uit de oorlog vormt hij voor zichzelf een verhaal.

Ruimte:
a. Het verhaal speelt zich in het begin in Polen af, daarna gaat het verhaal naar Engeland (Londen) en het eindigt in Amsterdam, maar de flashbacks spelen in Arnhem. Er is niet echt sprake van een bepaald sociaal milieu. Er is bijna geen sprake van ruimtebeschrijving.
b. De Arnhemse Oranjestraat is wel heel erg van belang, hier is hij opgegroeid. De rest is niet van belang.

Tijdsduur:
a. Het is niet bekend over hoeveel tijd het verhaal zich uitstrekt.
b. Er zitten geen versnellingen in of vertragingen.
c. Nee, geen speciale functies.

Tijdsvolgorde:
a. Het verhaal is in grote lijnen chronologisch verteld, af en toe wordt er gebruik gemaakt van flashbacks.
b. De functie van de flashbacks zijn vooral om het verhaal beter te begrijpen. En dan gaat het daarbij vooral om de gevoelens. De flashbacks worden geschreven om de gevoelens van de hoofdpersonen beter te kunnen begrijpen.

Perspectief:
a. Het verhaal wordt beschreven vanuit de ikpersoon zelf.
b. De schrijver heeft voor het personale perspectief van zichzelf gekozen (de ik-persoon), maar soms wordt het ook wel een beetje Auctoriaal verteld.
c. Ja, je leeft je meer in. Je bekijkt het verhaal hierdoor maar vanaf één kant. Je laat je mening beïnvloeden door de gedachtes van het beschreven persoon.

Idee:
a. De grondslag voor dit boek ligt bij het idee dat hij en onderwerp voor een nieuw nodig boek had, dit werd dus zijn eigen leven. Om het boek wat spannender te maken dook hij de geschiedenis van zijn familie in en alle verhalen die opdoken heeft hij in het boek vermeld en de rest opgevuld met fictie.
b. Ik vind het zelf geen spannend onderwerp. Ik vind het daarom niet zo super goed Idee van de schrijver. Het komt op mij over alsof hij niets kan verzinnen dus gaat hij zijn eigen leven maar beschrijven.

Fictie/werkelijkheid:
a. Het verhaal speelt zich af in de werkelijkheid. Straten worden nauwkeurig beschreven. Hierdoor krijg je meer details te weten dus wordt het interessanter.
b. In het boek wordt geen gebruik gemaakt van literaire teksten.

Literatuur/lectuur:
De manier waarop Herman Koch dit boek heeft geschreven vind ik wel degelijk literatuur. De manier waarop hij pas in de laatste paar bladzijde laat weten wat de clou van het verhaal nou is, vind ik wel een aardig idee op zich. Verder vind ik het verhaal zelf niet echt een sterk verhaal. Het lijkt meer een boek van een schrijver die geen idee had waar hij nou weer over moest gaan schrijven, dus verzon hij maar een verhaal over een jongen die niets beleefd. De manier waarop hij het leven van de jongen beschrijft is wel weer heel erg goed gedaan. Het is op een mooie ingewikkelde manier geschreven. Hij schrijft het zo, dat je telkens verschillende kanten van de jongen leert kennen.

3. Eigen mening
Mijn thema angst is in dit boek op een verborgen manier naar voren gekomen. De ikpersoon heeft ooit in zijn leven iets vreselijks meegemaakt. In het boek vraagt hij zich meerdere malen af wanneer die angst/die vrees, nou eenmaal is begonnen. Telkens lees je ‘was het al voor wimbolden of er na, gebeurde het al toen ik in Engeland woonde of pas toen ik hier in Nederland’ Wat dat ‘het’ is kom je in eerste instantie niet te weten. Je leest dus dat ‘het’ ooit een keer is gebeurd, maar wat dat nou is en wanneer het begonnen is weet je niet. Dit is tot de laatste paar bladzijde een vraag voor de lezer. Dit maakt het boek aan de ene kant spannend en je wilt dus graag doorlezen, aan de andere kant werd ik er ook een beetje gefokt door. Je wilt weten wat ‘het’ nou is zodat je het verhaal beter gaat snappen. Zodat je snapt waardoor hij nou geobsedeerd is, en wat er in zijn kopie omgaat. Toen het in de laatste paar bladzijde duidelijk werd, viel het voor mij heel erg tegen. Het is namelijk niet iets verschrikkelijks zoals ik had verwacht, het was voor mij nog heel erg onduidelijk wat nou de opzet van het boek is.
Daarom vind ik dat dit niet zo’n geschikt boek is voor mijn thema angst.

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

9177

Welkom!

Goed dat je er bent. Scholieren.com is de plek waar scholieren elkaar helpen. Al onze informatie is gratis en openbaar. Met een profiel kun je méér:

snel zien welke verslagen je hebt bekeken
de verslagen die je liket terugvinden
snel uploaden en reacties achterlaten

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer
Hou ervan

Hoge waardering

Bosnapimp 5.9
Lizette 4e klas havo5.3
anoniem6e klas vwo5.4
Meer verslagen ›

Huiswerk

Stel je bent leraar en een leerling heeft zijn huiswerk niet gemaakt, wat doe je?
  • Snitchen bij ouders
  • Strafwerk schrijven, moest ik vroeger zelf ook
  • Weddenschap afsluiten om de leerling gemotiveerd te krijgen
  • Je negeert het. Eigen verantwoordelijkheid toch?