Cookies..
Door Scholieren.com te bezoeken ga je akkoord met het gebruik van cookies. Klik hier voor meer info.

Max Havelaar

Multatuli

1860

328

4 uit 5

7.4 / 10
  • Marloes
  • Nederlands
  • 2701 woorden
  • 16378 keer
    133 deze maand
  • 2 april 2005
Inhoudsopgave

Boekbeschrijving
Samenvatting
Thematiek
Analyse
Beoordeling
Informatie over de auteur
Verwerkingsopdracht uit Laagland

Auteur: Multatuli (Eduard Douwes Dekker)
Titel: Max Havelaar
Jaar van eerste druk: 1860
Indeling: 20 ongetitelde hoofdstukken, gevolgd door aantekeningen die in 1875 en 1881 zij bijgevoegd. Het boek telt 322 genummerde bladzijden.
Motto: De inleiding van het boek (onuitgegeven toneelspel) kan als motto worden aangemerkt.

Samenvatting
Batavus Droogstoppel vertelt dat hij een boek wil schrijven over koffie, hij is namelijk makelaar in koffie. Hij komt een oud klasgenoot tegen en noemt deze Sjaalman omdat hij inplaats van een jas een sjaal aan heeft. Droogstoppel kan Sjaalman niet uitstaan en wil in eerste instantie het pakket geschriften van hem niet aannemen. Maar als blijkt dat een aantal geschriften over de koffiecultuur in IndiŽ gaan heeft Droogstoppel wel interesse.

Droogstoppel overweegt de geschriften voor zijn boek te gebruiken maar ziet wel in dat het lastig is om losse gedachten tot een leesbaar geheel te maken. Dan bedenkt hij een oplossing: hij besluit zijn jongste bediende Stern het boek te laten schrijven en zo af en toe zelf een hoofdstuk toe te voegen.
Stern begint te schrijven over de geschiedenis van assistent-resident Max Havelaar en zijn optreden als Nederlands bestuursambtenaar in Lebak, op Java.

Havelaar komt al snel in de problemen als hij de regent beschuldigd van corruptie en uitzuiging van de bevolking. De regent heeft wel een hoge functie maar hij is niet erg welvarend. Daarom neemt hij bezittingen van de bevolking af. De bevolking is bang in opstand te komen omdat ze wordt onderdrukt.
Havelaar besluit iets te gaan doen tegen dit onrecht en houdt een toespraak voor de hoofden van Lebak. Hierin vertelt hij dat hij op de hoogte is van al het onrecht dat de Javanen is aangedaan en dat hij dit zal proberen te bestrijden. (Havelaar is te weten gekomen van dit onrecht door zijn voorganger Slotering, die alles heeft opgeschreven. Slotering is waarschijnlijk ook vergiftigd om zijn poging het onrecht te bestrijden.) Havelaars bedreigingen lijken echter niets uit te halen en hij klaagt schriftelijk tegen de resident over het optreden van de regent. Deze komt hem opzoeken en legt uit dat men Nederland een positief beeld geeft van de situatie die zich op Java afspeelt en dat klagen niet getolereerd worden. Havelaar wordt dan overgeplaatst naar een dorpje waar eigenlijk niemand naar hem omkijkt.

Havelaar besluit ontslag te nemen omdat hij het onrecht niet aan kan zien en hij niet serieus wordt genomen.

Als Havelaar op een gegeven moment arm en verlaten ronddoolt neemt Multattuli het verhaal over. Hij wil de ogen van de regering openen en richt zich tot koning Willem III omdat vele miljoenen onderdanen worden mishandeld en uitgezogen in zijn naam.

Thematiek
Onderwerp: Het onderwerp van het totale boek is de misstanden in Nederlands-IndiŽ in de 19e eeuw tijdens de Nederlandse overheersing.

Motieven:
Ambtenarij, onrecht en uitbuiting (en de strijd daartegen). Deze drie begrippen lopen als een rode draad door het verhaal en vormen eigenlijk ook het thema.

Thema:
Het thema van het boek is strijd tegen onrecht.
Dit thema wordt niet meteen in het begin van het boek duidelijk, hoewel het al wel doorschemert in het motto. Maar pas als het verhaal van Max Havelaar begint komt het ter sprake. Het onrecht in dit boek is het onrecht dat de IndiŽrs en Max Havelaar zelf wordt aangedaan.

Analyse
Titelverklaring: De titel Max Havelaar slaat terug op de hoofdpersoon uit het boek dat Sjaalman heeft geschreven. Hij strijdt tegen het afpersen en uitbuiten van de Javaan.
De ondertitel De koffiveilingen der Nederlandsche Handelsmaatschappy slaat op de titel die Droogstoppel aan zijn boek had willen geven.

Toepassing van het motto:
Vooraan in het boek staat een Frans stukje, dat ook in het Nederlands vertaald is, genoemd ĎOnuitgegeven Toneelspelí. Hierin wordt ene Lothario er van beschuldigd Barbertje te hebben vermoord. De rechter veroordeelt hem tot ophanging. Zelfs als Barbertje in leven blijkt en dat voor de rechter verklaart veroordeelt hij Lothario op grond van ĎEigenwaaní.
Dit is duidelijk van toepassing op het verhaal; Lothario staat voor de inlanders in IndonesiŽ, zij werden uitgebuit terwijl ze nergens schuld aan hadden. De rechter in het toneelstuk is de Nederlandse staat en de Regent van Lebak.

Personages:
Max Havelaar:
Max Havelaar wordt ook wel 'Sjaalman' genoemd door Batavus Droogstoppel. Hij is werkzaam als assistent-resident in Lebak, IndiŽ. Hij is getrouwd met Tine en heeft een zoontje, Max, en een dochtertje. Havelaar is sociaal bewogen en wil iets doen tegen de slechte omstandigheden waarin de inlanders leven. Hij is een heroÔsch figuur in het verhaal, maar kan in feite niets uitrichten. Hij is eerlijk en intelligent. Hij is een rond karakter.

Batavus Droogstoppel:
Droogstoppel is een makelaar in koffie, die zeer materialistisch is ingesteld. Zijn principe is 'waarheid en gezond verstand'. PoŽzie is veel te zweverig voor hem. Hij vindt zichzelf heel slim, maar hij is eigenlijk een bekrompen figuur. Hij hangt het christelijke geloof alleen aan, als hem dat uitkomt. Hij is een type.

Ernest Stern:
Stern is de zoon van een bevriende relatie van Droogstoppel. Hij is een Duitser die als volontair bij Droogstoppel in huis woont. Stern vertelt een deel van de Havelaar-geschiedenis. Hij is een type.

Adipatie:
Adipatie is de inlandse regent in Lebak. Hij is een beschaafde man tegenover de Nederlandse leiders. Intussen buit hij op onbeschaafde wijze zijn eigen volk uit. Hij is een vlak karakter.

Slijmering:
Slijmering is de resident van Bantam. Hij is de superieur van Havelaar. Hij is een vlak karakter.
SaÔdjah en Adinda zijn twee figuren die door Havelaar bedacht zijn, om de slechte omstandigheden te benadrukken. Zij zijn typen.

Perspectief:
Er is in het boek sprake van een meervoudige vertelperspectief. Dat zijn namelijk drie IK-vertellers; Droogstoppel, Stern/Sjaalman en Multatuli.

Door deze meervoudige vertelperspectief krijgt de lezer betrouwbare informatie, er wordt immers drie meningen gegeven over het onderwerp (waarvan 2 positieve en 1 negatieve mening) zodat de lezer een hele brede mening leest van de schrijver.

Tijd:
In welke tijd speelt het zich af?
In het boek zijn er 3 tijdsniveau's: -Rond 1842: De jonge avontuurlijke Havelaar in Sumatra. -Rond 1856: De volwassen Havelaar in Lebak -Rond 1860: De arme Havelaar in Nederland. Dit is het heden.

Wat is de verteltijd?
Ik heb er een week over gedaan om het boek te lezen. Het boek heeft 288 blz. waarbij de aantekeningen/noten van Marijke Stapert-Eggen zijn bijgeteld.

Wat is de vertelde tijd?
Ook kan de vertelde tijd in 3 groepen worden verdeeld: -De tijd van Sumatra: Dit speelt zich af rond 1842, dus ongeveer een jaar. -De tijd in Lebak: Dit duurt ook zo'n jaar. (De uitbuitingen van het volk duurden al veel langer. -Het heden van het boek: duurt in totaal ook zo'n jaar.
Ruimte: Het verhaal speelt zich tijdens de passages van Droogstoppel en Stern in Amsterdam af, tijdens de andere passages in Lebak, op Java.
De omgevingen worden zeer goed beschreven, je kunt bij wijze van spreke IndonesiŽ ruiken. Ook voor mensen die nooit in IndonesiŽ zijn geweest kunnen een zeer goed beeld vormen van het landschap in IndonesiŽ na het lezen van dit boek. Een zeer goed stuk uit het boek ging over het reizen in IndonesiŽ omstreeks 1860. Dit stukje vind ik ook mooi beschreven, een ander goed stuk ging over de huizen in IndonesiŽ. Ook kan de lezer uit de beschrijvingen opmaken dat Multatuli veel van het Indonesische landschap houdt.

Beoordeling:
Praktische argumenten: er zaten niet echt heel veel moeilijke woorden in dit boek. Wat ik wel vervelend vond, is dat het adres, Lauriergracht no. 37, steeds herhaald werd. Dat vond ik echt zo irritant. Ook had ik geen vertaling, wat ik af en toe toch best wel vervelend vond lezen, al die spelling van toen en ik vind die taal van toen ook zo gewichting.
Emotionele argumenten: ik vond het persoonlijk een wat minder boek. Ik vond het een erg langdradig boek op sommige stukjes. Maar de strekking van het verhaal vond ik wel heel erg mooi, dat over de onderdrukking van de Javanen van toen. Ook vind het wel een soort van knap dat Eduard Douwes Dekker met zijn boek zowat een kabinet heeft laten vallen. Ik vond het boek ook best vervelend om te lezen, het was niet zo dat ik gewoon even voor de ontspanning ging zitten lezen, ik moest me er echt toe zetten. Daardoor heeft het wel heel lang geduurd voor ik hem uithad, maar ik heb er denk toch geen spijt van dat ik het boek heb gelezen, mede omdat het onderwerp Nederlands IndiŽ mij best wel interesseert.
Morele argumenten: ik denk dat ik hier wel het motto kan aanhalen, wat al een les op zich is. Wat denk ook wel een les is, is dat je mensen nooit moet onderdrukken (in dit geval de Javanen.)
Argumenten met betrekking tot de werkelijkheid: Ik denk dat het wel een werkelijk boek is, want het is gewoon een feit dat het echt gebeurd is, dat vertellen de geschiedenisboeken ons wel. Ook is het zo dat als het allemaal niet zo zou zijn geweest, dat er dan waarschijnlijk niet bijna een kabinet om was gevallen.
Argumenten met betrekking tot de vorm: ik vond de vorm waarin het boek is geschreven niet heel erg vervelend of zo. De hoofdstukken waren ook niet absurd lang, wat ik overigens niet vervelend vond, omdat ik een boek altijd Ďper hoofdstukí lees.
Argumenten met betrekking tot de leerzaamheid: het boek heeft mij een goede kijk gegeven over hoe het toen was in Nederland, maar ook in Nederlands IndiŽ. Je hebt altijd wel de Ďdrogeí informatie uit de geschiedenisboeken, maar dit heeft het toch denk wel wat levendiger gemaakt.

Informatie over de auteur:
Eduard Douwes Dekker (Multatuli, 1820-1887) werd geboren in Amsterdam. Hij was de jongste van vijf kinderen en werd voornamelijk door zijn moeder (Sytske Eeltje Klein) opgevoed. Hij bezocht enkele jaren de Latijnse School en was, net als zijn broer Pieter, voorbestemd predikant te worden. Hij mislukte echter op school, werkte drie jaar als bediende bij textielfirma Van de Velde en werd in 1838 door zijn vader meegenomen naar Nederlands-IndiŽ. In 1841 werd hij rooms-katholiek (zijn ouders waren doopsgezind) om te kunnen trouwen met de plantersdochter Caroline Versteegh; haar vader wilde echter niet met een huwelijk instemmen. Douwes Dekker vroeg toen overplaatsing naar Sumatra aan; in 1842 werd hij controleur in Natal. Hij had enkele maanden een verhouding met Si Oepi Keteh, de dochter van een inlands hoofd. Ten onrechte werd hij verdacht van geknoei in de administratie; zijn chef, generaal Michiels, schorste hem. Hij vertrok naar Batavia, trouwde in 1846 met Everdine Huberta baronesse van Wijnbergen (Tine) en werd commies in Poerworedjo. Twee jaar later werd hij secretaris van de resident in Menado (Celebes) en weer drie jaar later assistent-resident van Ambon. In Juli 1852 moest hij om gezondheidsredenen naar Nederland terugkeren; zijn ziekteverlof duurde ongeveer twee jaar. Hij kon geen ander werk vinden, leefde als grandeseigneur en raakte diep in de schuld door geldspeculaties in Spa, Bad-Homburg en Wiesbaden. Ontgoocheld keerde hij in 1855 naar Batavia terug. Op voorspraak van gouverneur-generaal Duymaer van Twist werd hij in 1856 benoemd tot assistent-resident van Lebak (West-Java). Daar probeerde hij aan de slechte situatie waarin de inlanders verkeerden een einde te maken. Hij diende zelfs bij de resident van Bantam, Brest van Kempen, een officiŽle klacht tegen regent Karta Nata Negara in, maar er werd niet op gereageerd. Hij werd overgeplaatst naar Ngawie, maar vroeg toen zelf ontslag aan. Broer Jan, die tabaksplanter op midden-Java was, ontfermde zich over Tine en zoontje Edu. Douwes Dekker zelf reisde naar Brussel en nam zijn intrek in logement ĎAu Prince Belgeí. IN 1858 probeerde hij tevergeefs weer in koloniale dienst te komen. In 1859 repatrieerden Jan, Tine en de (inmiddels) twee kinderen (Edu en Nonnie) naar Nederland. Douwes Dekker richtte een ĎLegioen van Insulindeí op (een keurkorps, tot iedere dienst bereid) en leidde jarenlang een ongedurig leven, terwijl Tine in Brussel verbleef. Om een gevangenisstraf te ontlopen wegens het uitdelen van een klap aan iemand die een zangeres beledigde, ging Douwes Dekker tijdelijk naar Duitsland. Tine vertrok in 1866 naar Milaan om als kinderjuffrouw te gaan werken. Vanaf 1870 zorgde D. Dekkers vriend en uitgever G.L. Funke ervoor, dat de opbrengsten van zijn werken vergroot werden. Douwes Dekker begon een verhouding met Mimi Hamminck Schepel. Hij werd correspondent in Duitsland voor de ĎOpregte Haarlemmer Courantí; omdat hij niet zijn eigen mening mocht geven, verzon hij een krant (de Mainzer Beobachterí) waaruit hij zogenaamd citeerde. Korte tijd woonde hij met Tine en Mimi in Den Haag. Tine vertrok in 1870 weer naar ItaliŽ, waar ze vier jaar later overleed; bij haar begrafenis in VenetiŽ was Douwes Dekker niet aanwezig. Na een korte, maar hevige vriendschap met de actrice Mina Kruseman trouwde hij in 1875 met Mimi. Ze gingen in Wiesbaden wonen en namen een pleegzoon in huis (Wouter Bernhold). Van een bewonderaar, Joh. ZŁrcher, kreeg D. Dekker in Nieder-Ingelheim een buitenhuis en als nationaal huldeblijk een lijfrente. De laatste jaren leefde hij rustig en onbezorgd met Mimi. Na zware astma-aanvallen overleed hij in februari 1887 in Nieder-Ingelheim, op de verjaardag van koning Willem IIIÖHij was de eerste Nederlander die zich liet cremeren.
Het leven en werk van D. Dekker zijn nauw met elkaar verweven. Hij was een echte romanticus: twijfelde aan alle zekerheden en waarheden, was een gevoelsmens, moralist en practicus, strijder tegen onrecht, sociaal hervormer, ironicus en sarcast, niet-monogaam, gedreven idealist, autodidact, eigenzinnig en egocentrisch, fantasierijk, hooghartig, tactloosÖ, kortom een romantische gespleten persoonlijkheid van Europees formaat met Napoleon-neigingen en Juzus-alures.
Sinds 1946 bestaat het Multatuli-genootschap met het eigen tijdschrift ĎOver Multatulií. Op de Torensluis in Amsterdam staat sinds 1987 een standbeeld van Douwes Dekker. In de Multatuli-waardering is de laatste jaren een duidelijke omkering gekomen: de vrijwel unanieme bewondering en verering heeft plaats gemaakt voor veel negatieve kritiek.
De belangrijkste werken van E. Douwes Dekker zijn: Hector (1832; treurspel); Losse bladen uit het dagboek van een oud man (1841-45); De eerloze (ook genoemd De hemelbruid en later De bruid daarboven, 1844); Max Havelaar (1860); Indrukken van den dag (1861); Minnebrieven (1861) Ideen (1862-77; zeven bundels met 1282 genummerde notities, invallen, verhalen, parabels, voorspellingen enzovoort. De Ideen bevatten ook een toneelstuk, ĎVorstenschoolí, en de geschiedenis van ĎWoutertje Pieterseí); Japansche gesprekken (1865); De zegen Gods door Waterloo (1865); De maatschappij tot Nut van de Javaan (1869); Duizend en eenige hoofdstukken over specialiteiten (1871) en Millioenen-studiŽn (1873). Van 1891 tot 1896 verschenen tien delen Brieven. Van de Volledige werken van Multatuli is een nieuwe uitgave in tweeŽntwintig delen aan het verschijnen.

Verdiepingsopdracht
Politieke achtergronden
De tekst heeft duidelijke politieke achtergronden. De vertellingen over Max Havelaar en wat hij ziet en meemaakt gaan veel over corruptie en de onderdrukking van Javaanse onderdanen door de regent en de hoofden. Ze gaan over hoe de bevolking niet in opstand durft te komen en hoe Max Havelaar weg wordt gestuurd door de resident wanneer hij tracht het onrecht te bestrijden. Multatuli zegt ook zelf aan het eind van het boek dat zijn doel is om de ogen van de regering te openen en wat te doen aan het lijden van de Javanen.

Sociaal-economische achtergronden
Ook sociaal-economische achtergronden zijn terug te vinden in de tekst. Namelijk de onderdrukking van de onderdanen en onwetendheid van de Nederlandse regering. IndiŽ werd in die tijd gebruikt om winst te maken en de economie van Nederland op te krikken, net zoals dat er tegenwoordig wordt geprofiteerd van Derde Wereld landen met hun enorme olie-voorraad. Dat komt ook in het boek naar voren. Dat Nederland er beter van wordt maar dat de bevolking eronder lijdt.

Culturele achtergronden
De relaties met culturele achtergronden vind men terug in het bezitten van overzeese kolonieŽn door rijke Westerse landen. Dat Nederland profiteert van IndiŽ en de bewoners als slaven gebruikt is vrij normaal voor die tijd. Toen was het zo dat je als welvarend land arme, niet-welvarende landen gebruikte om daar zelf nog beter van te worden. Niet alleen Nederland deed dit, andere west-europese landen speelden ook dit spelletje.

Literaire stroming en genre
Het werk behoort tot het Realisme. Multatuli probeert in zijn boek de realiteit van de alledag zo objectief mogelijk weer te geven. De personages in zijn boek zijn wel fictief maar de rest is voor een groot deel op de waarheid berust. Ook een kenmerk van het realisme, wat terugkomt in het boek, is het beschrijven van het leven van de middenklasse en voornamelijk van de arbeiders. Het boek is een protest tegen de maatschappij.

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

3971

reacties

WAAAH MOET DINSDAG WERKSTUK AFHEBBEN. Thanx marloez!
door Yeah yeah yeah (reageren) op 21 juni 2012 om 18:09

Welkom!

Goed dat je er bent. Scholieren.com is de plek waar scholieren elkaar helpen. Al onze informatie is gratis en openbaar. Met een profiel kun je méér:

snel zien welke verslagen je hebt bekeken
de verslagen die je liket terugvinden
snel uploaden en reacties achterlaten

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer
Hou ervan

Hoge waardering

Andr van Bel 7.9
Remco 5e klas vwo7.9
Erik 6e klas vwo7.6
Marloes Sijbenga 6e klas vwo7.1
Marloes 7.4
Meer verslagen ›