Ben jij 16 jaar of ouder? Doe dan mee aan dit leuke testje voor het CBR. In een paar minuten moet je steeds kiezen tussen 2 personen.

Meedoen

De donkere kamer van Damokles door Willem Frederik Hermans

Beoordeling 6.8
Foto van een scholier
Boekcover De donkere kamer van Damokles
Shadow
  • Boekverslag door een scholier
  • 6e klas vwo | 5173 woorden
  • 6 januari 2004
  • 228 keer beoordeeld
Cijfer 6.8
228 keer beoordeeld

Boekcover De donkere kamer van Damokles
Shadow

Lees De donkere kamer van Damokles en je wordt meegetrokken in het jonge leven van Henri Osewoudt, sigarenwinkelier te Voorschoten. Het zijn de jaren van de Duitse bezetting: als Osewoudt moet kiezen, is het zonder bedenktijd, met leven of dood als inzet en blind toeval als bepalende factor. Als een watervlugge bokser zet Willem Frederik Hermans ons op het verkeerde b…

Lees De donkere kamer van Damokles en je wordt meegetrokken in het jonge leven van Henri Osewoudt, sigarenwinkelier te Voorschoten. Het zijn de jaren van de Duitse bezetting: als O…

Lees De donkere kamer van Damokles en je wordt meegetrokken in het jonge leven van Henri Osewoudt, sigarenwinkelier te Voorschoten. Het zijn de jaren van de Duitse bezetting: als Osewoudt moet kiezen, is het zonder bedenktijd, met leven of dood als inzet en blind toeval als bepalende factor. Als een watervlugge bokser zet Willem Frederik Hermans ons op het verkeerde been. Steeds komen de gebeurtenissen in een ander licht te staan. De donkere kamer van Damokles biedt superieur schrijverschap, bloedstollende spanning en een sluipend gevoel van ongemak. Osewoudts leven wordt ons leven. Welke keuzes maken wij?

De donkere kamer van Damokles door Willem Frederik Hermans
Shadow

Oefenen voor je mondelingen?

Komen je mondelingen er aan en wil je oefenen? Probeer onze Boekenquiz. We stellen je open vragen over de gelezen boeken.

ADVERTENTIE
Overweeg jij om Politicologie te gaan studeren? Meld je nu aan vóór 1 mei!

Misschien is de studie Politicologie wel wat voor jou! Tijdens deze bachelor ga je aan de slag met grote en kleine vraagstukken en bestudeer je politieke machtsverhoudingen. Wil jij erachter komen of deze studie bij je past? Stel al je vragen aan student Wouter. 

Meer informatie
W.F.Hermans
De donkere kamer van Damokles

Primaire gegevens

Auteur: Willem Frederik Hermans
Titel: De donkere kamer van Damokles
Aantal blz: 410
Leestijd: 14 uur
1e druk: november 1958
Gelezen druk: 10e opnieuw herziene druk, 1971.

Eerste reactie

Ik vind dit werk:
1.niet 2. een beetje 3. erg
Spannend: 1. 2 3
Meeslepend: 1 2. 3
Ontroerend: 1 2. 3
Grappig: 1 2. 3
Realistisch: 1 2. 3
Fantasierijk: 1 2. 3

Interessant: 1 2. 3
Origineel: 1 2 3.
Goed te begrijpen: 1 2 3.

Korte Samenvatting


Henri Osewoudt is de zoon van een sigarenwinkelier te Voorschoten. Als hij nog op de lagere school zit, vermoordt zijn moeder zijn vader in een vlaag van waanzin. Henri wordt opgevoed door zijn oom Bart Nauta in Amsterdam. Op de middelbare school gaat hij niet om met zijn klasgenoten. Hij leeft in een isolement en gaat alleen om met zijn zeven jaar oudere nicht Ria. Hij doet aan judo, waardoor zijn voeten vergroeien. Hij is lelijk, heeft geen baard en een hoge stem. Ook Ria is lelijk.
Als Henri 18 is, trouwt hij met Ria; hij zet zijn vaders zaak voort en zijn moeder woont bij hen in. Henri is afgekeurd voor militaire dienst, maar is wel bij de Burgerwacht. Als de oorlog uitbreekt, moet hij op wacht staan bij een postkantoor.
Luitenant Dorbeck, op wie Henri als twee druppels water lijkt, geeft hem een filmrolletje, dat ontwikkeld moet worden. Later komt hij weer terug met nog meer films, die ook ontwikkeld moeten worden en opgestuurd aan E. Jagtman. Na het ontwikkelen krijgt Henri niets dan zwarte vlekken te zien. Hij durft de foto's niet terug te sturen, koopt een Leica en maakt zelf foto's van militaire objecten.
Tijdens een hevig onweer komt Dorbeck, enige tijd later. Henri krijgt opdracht naar Haarlem te komen. Daar ontmoet hij Dorbeck en Zewuster. Met de laatste gaat hij naar de Kleine Houtstraat, waar ze in een huis twee mensen neerschieten. De zoon van de drogist uit Voorschoten heeft hen gevolgd.
Henri ontwikkelt het filmpje dat hij in 1940 van Dorbeck had gekregen. Op een van de foto's staat Dorbeck met twee vriendinnen.
Er valt een brandend vliegtuig op het huis van Jagtman, hierbij komt de hele familie Jagtman om. In 1944(Dorbeck heeft 3 jaar lang niets van zich heeft laten horen) krijgt Henri een brief van Dorbeck met het verzoek de foto's op te sturen naar een postbusnummer. Henri gaat kijken wie de foto's uit de bus haalt; dat blijkt een heilsoldate te zijn. Een paar dagen later wordt hij opgebeld door Elly Meier, die zegt dat ze uit Engeland is overgekomen. Ze toont hem een van de foto's die hij aan Dorbeck had opgestuurd. Hij brengt haar naar oom Bart. Terug in Den Haag hoort hij van Moorlag, zijn kamergenoot, dat de Duitsers hem in zijn huis opwachten en dat Ria en zijn moeder gevangen zijn genomen. Hij gaat met Moorlag naar Leiden, waar een student valse persoonsbewijzen maakt voor hem en Elly. Zijn haar wordt zwart geverfd door Marianne, een ondergedoken joodse studente. Henri duikt onder en gaat foto's ontwikkelen voor Labare. Hij beseft nu hoe hij veranderd is. Marianne gaat voor hem naar oom Bart met Elly's persoonsbewijs. Deze is echter al verdwenen. Henri gaat naar Amsterdam en vertelt aan oom Bart dat Ria en zijn moeder zitten. Oom Bart maakt hem verwijten.

Henri krijgt van Dorbeck opdracht naar het station in Amersfoort te gaan. Daar zal hij een vrouw ontmoeten in leidsteruniform van de Nationale Jeugdstorm. Samen gaan ze naar Lunteren, waar Lagendaal, die voor de Gestapo werkt, uit de weg moet worden geruimd. De aanslag lukt, maar op de terugweg wordt de vrouw aangehouden.
In Amsterdam ontmoet Henri Marianne. In de bioscoop ziet Henri een oproep tot zijn eigen aanhouding. Als hij de zaal uitloopt, wordt hij gepakt. Tijdens het verhoor wordt hij zo gemarteld, dat hij naar het ziekenhuis moet. Hij wordt daaruit bevrijd door gemaskerde mannen, die hem naar Leiden brengen.
Bij Labare ontmoet hij Marianne weer. 's Nachts worden ze door de Duitsers overvallen. Henri weet te ontkomen, maar wordt later toch gearresteerd. In de cel zoekt de Duitser Ebernuss hem op, die beweert hij hem goedgezind is. Hij heeft ervoor gezorgd, dat Marianne, die een kind verwacht, weer vrij is.
Ebernuss houdt zich bezig met het probleem of Dorbeck, de dubbelganger van Henri, bestaat. Daarom moet Henri naar Amsterdam gaan, waar een clandestiene sociëteit is voor ondergrondse helden. Als Dorbeck bestaat, zal Henri hem zeker ontmoeten. Ebernuss geeft Henri zijn Leica en samen gaan ze naar Amsterdam. In de societeit is er een man van wie Henri gelooft dat het Dorbeck is. Van hem krijgt hij giftige kristallen, die in Ebernuss' borrel doet.
Dorbeck en Henri gaan er samen in de auto van Ebernuss vandoor. In een leegstaand huis fotografeert Henry zichzelf met Dorbeck in een spiegel. Dorbeck vertelt hem dat Ria samen woont de zoon van de drogist die Henri verraden had, toen hij de aanslag in Haarlem pleegde. Henri krijgt een verpleegstersuniform. Dorbeck bericht hem dat Marianne in een kraamkliniek ligt. Daar aangekomen wordt hij naar een kelder gebracht waar hij het lijkje van zijn kind ziet. Een Duitse soldaat neemt hem mee in zijn auto. In Voorschoten doodt hij Ria en in Dordrecht de Duitser; daarna vraagt hij hulp aan een pastoor. Met de hulp van de illegaliteit en een arts komt hij in Breda aan. Hij meldt zich bij het hoofdkwartier van de Nederlandse Strijdkrachten. Daar arresteert men hem, omdat men denkt dat hij een land verrader is. Hij wordt naar Engeland gebracht. Daar behandelt Selderhorst zijn zaak. Henri wordt van vele dingen beschuldigd en Dorbeck, die zal kunnen aantonen dat hij een verzetsheld is, is
onvindbaar. Jagtman en Moorlag zijn dood en Marianne is in Israël. Oom Barts verklaring is zeer vaag. Eindelijk wordt de Leica van Henri gevonden. Hij ontwikkelt het filmpje, maar de foto met Dorbeck is mislukt. Henri rent naar buiten en wordt neergeschoten.


De Verdieping

Tijd


Het verhaal speelt zich af in de 2e Wereldoorlog. Het wordt chronologisch verteld. De vertelde tijd is van het begin van de oorlog tot het einde van de oorlog.

Ruimte

1 Er zijn 3 belangrijke ruimtes:
- Het huis waarin Henri samen met zijn moeder en Ria, zijn vrouw, woont. Dit is een koophuis met een winkelgedeelte waar hij sigaren verkocht. De winkelruimte is klein, een grote toonbank vulde een groot deel van de ruimte. Ze leefden in de achterkamer. Op de bovenverdieping waren drie kamertjes, een voor hem en Ria, een voor zijn moeder en eentje hadden ze verhuurd aan ene theologiestudent. Er was ook een kelder.
- Het huis van Labare. Het huis was een gewoon woonhuis waar aan de buitenkant niets speciaals aan te zien was. Maar in het souterrain des te meer. Hier waren allemaal verschillende kamertjes gemaakt, waar de meest illegale dingen gebeurde, die niet nader uitgelegd worden. Het loopgedeelte in deze kelder is erg smal. Voor de deur die toegang verschaft, zit een mechanisme. Als je aan het hangende touw trekt, komt er een barricade naar beneden. De ramen zijn ook gebarricadeerd. Er is ook een nooduitgang en aangelegde noodverlichting. Het kamertje waar hij in moet werken, de donkere kamer, was geheel zwartgeverfd, er waren geen ramen, wel een opklapbed en een fonteintje (blz 82/82).

- De cel waarin Henri belandt. Deze was een redelijk grote ruimte, maar niet hoog. Hij lag onder de grond en het enige daglicht kreeg hij door twee rijen glazen tegels in het plafond. Er brandde de hele dag elektrisch licht uit een rozet. Het was niet koud, want er liepen verwarmingsbuizen onderdoor. Het rook er wel onfris, want er kon niet worden gelucht. In de hoek stond een emaille emmer met een houten deksel (blz 285).

2 Er is sprake van een functionele ruimtebeschrijving. Alledrie de ruimten worden uitgebreid beschreven, de functie hiervan is dat je je beter in kunt leven in de situatie en in de persoon. Als de cel bijvoorbeeld beschreven wordt krijg je de indruk dat het helemaal niet zo erg is. Je krijgt het idee dat het allemaal wel meevalt. Dit heeft te maken met Osewoudts ideeën over de tijd die hij in de cel zou doorbrengen. Hij verwachtte dat hij maar eventjes in deze cel zou zitten, want er was een opsporingsbevel van Dorbeck uitgevaardigd, hij nam aan dat deze zo gevonden zou was en hem vrij zou pleite. Hij omschrijft de cel dan ook alsof het niet erg is om daar te zitten.

3 Het sociale milieu zit als volgt in elkaar. Het verhaal speelt zich af tijdens de Tweede Wereldoorlog. Veel mensen in de omgeving van Henri Osewoudt hebben veranderingen doorstaan met betrekking tot de oorlog. De mensen zijn bang voor de onderdrukkers. Velen zijn naasten verloren of hebben familieleden en vrienden in gevangenschap. Niemand weet wie te vertrouwen en iedereen is achterdochtig en schrikkerig. Aan het eind van de oorlog is er ook nog hongersnood en trokken veel mensen naar het noorden en oosten om voedsel te zoeken. Dit was echter bij Osewoudt in de omgeving niet het geval. Er wordt niet over eten gesproken.
Henri Osewoudt heeft niet veel last van angst, maar leidt wel een ander leven dan voor de oorlog. Hij verhuist steeds en heeft soms niet eens een vast adres. Zijn contacten, ook zijn seksuele partners, wisselen snel. Soms weet hij niet eens hun echte naam. Hij heeft geen zekerheden meer in zijn leven, maar hij heeft nog wel de wil om te vechten voor zijn leven, terwijl er niemand meer op hem wacht.

4 Er is sprake van een functionele beschrijving van het sociale milieu, want daardoor kun je je beter inleven in de personen. Bijvoorbeeld als Henri Elly net ontmoet heeft. Hij is al heel erg veranderd, hij gaat van adres naar adres en woont nu bij zijn oom, de vader van zijn vrouw. Daar is hij met Elly, een vrouw met wie hij ook seks heeft gehad terwijl hij niet eens haar echte naam wist, zo bleek later. Hij vertrouwde haar ook niet, want ze zei dat ze uit Engeland was gekomen, terwijl ze een foto bij zich had die hij twee dagen geleden nog in handen had gehad. Ze hield vol dat ze die in Engeland had gekregen, dat geloofde hij echter niet en hij vertrouwde haar niet. Dat belemmerde echter zijn seksuele gevoelend niet (blz 46).

5 Het milieu van de tijd is niet erg ingewikkeld, want het was tijd van oorlog. Een moeilijke tijd voor veel mensen. Er zijn mensen gestorven of afgevoerd. Degenen die het wel overleefde, waren vaak alles kwijt.

6 Er is sprake van een functionele beschrijving van het milieu, want door de beschrijving begrijp je beter in wat voor tijd ze leefden. Bijvoorbeeld als Henri Osewoudt net opgepakt is aan de Nederlandse kant. Hij wordt dan ondervraagd over feiten uit de oorlog. De ondervrager noemt een lijst van misdaden op die hij begaan zou hebben en daarna vraagt Osewoudt hem een paar dingen:
- Kunt u mij zeggen waaraan mijn vrouw overleden is?
- Nee, dat staat er niet bij.
- Mijn vrouw heeft mij aangebracht bij de Duitsers, staat dat er soms bij?
- Nee.
- Zij leefde met de zoon van een buurman, een N.S.B.-er.
Hier is duidelijk te merken in wat voor tijd er geleefd wordt. In een tijd van oorlog, persoonlijke verliezen en wantrouwen (blz 264).

Wijze van vertellen


Het is een personale roman, verteld door een alwetende verteller.

Spanning


Het verhaal is erg spannend verteld.


Thema


1 Het thema van dit verhaal is zelf de werkelijkheid denken te weten en anderen er niet van kunnen overtuigen dat deze werkelijkheid de echte, en enige juist is.
2 Visie op het thema:
het blijft allemaal heel vaag of Dorbeck nou wel of niet bestaan heeft. Het is wel duidelijk dat Osewoudt de mensen om hem heen niet kan overtuigen van het bestaan van Dorbeck. Je krijgt het gevoel alsof Osewoudt liegt, omdat er aan het eind helemaal geen bewijzen lijken te zijn. Het is erg verwarrend en er wordt geen uitsluitsel gegeven.
Die visie die de auteur heeft op het thema in het algemeen, is als volgt. De auteur kan zich naar mijn idee ontzettend goed inleven, want je merkt dat hij weet hoe vervelend het is als je weet dat je gelijk hebt, maar anderen daar niet van kan overtuigen. Wat opvalt in zijn boek is, dat de realiteit ingewikkeld en chaotisch is. Mensen zien verbanden die er helemaal niet zijn. De hoofdpersoon is een waarheidszoeker, die de waarheid echter nooit te weten krijgt. Hij stuit op misverstanden, zelfs de zekerheid omtrent zijn eigen identiteit weet hij niet te vinden.

Personen

1. De belangrijkste hoofdpersonen zijn:
- Henri Osewoudt;
- Dorbeck;
- Ria;
- Marianne.

2. Henri Osewoudt:
- Onzeker; Henri Osewoudt is een onzekere jongen, omdat hij dacht dat hij na zijn volle nicht Ria nooit met een ander meisje het bed zou delen. Ook dacht hij dat Ria nooit met hem was getrouwd als ze had verwacht een kans te hebben bij een ander (blz 16).
· Minderwaardig zelfbeeld; hij vond zichzelf minderwaardig. Vergeleken met Dorbeck is hij een misbaksel en Dorbeck al het goede. Hij had Marianne verteld over Dorbeck, toen hadden ze er een gesprek over. Toen verwoordde hij zijn gedachten als volgt: ‘In werkelijkheid houdt zij van Dorbeck, al weet zij dat zelf niet. Zij zegt dat zij houdt van mij, maar zij bedoelde Dorbeck, want Dorbeck is het geslaagde exemplaar en ik ben het misbaksel (blz 177)’. Hij vindt dat hij het mislukte exemplaar is dat per ongeluk niet is weggegooid. ‘Ik heb nooit geweten dat ik het mislukte exemplaar was tot ik Dorbeck ontmoette’ (blz 176).
- Waandenkend; in de loop van het verhaal is hij een beetje waandenkend geworden. Eerst kon hij berusten in zijn huwelijk dat hij eigenlijk niet zelf gekozen had. In de loop van de oorlog veranderde dit, hij verzette zich tegen zijn oude gewoonten, hij zette zich af tegen zijn burgerlijke huwelijk.

- Bezetenheid; hij raakte bezeten van Dorbeck, andere vrouwen en de oorlog. Hij zit ook vast na de oorlog, door Dorbeck. Zijn laatste woorden waren: ‘Dorbeck weet alles. Zoek Dorbeck. Dorbeck moet ergens zijn. Dorbeck weet alles. Dorbeck moet worden gevonden. Zeg Dorbeck … Vraag Dorbeck …’
Dat is zeven keer Dorbeck in zijn laatste zinnen (blz 334).

Dorbeck:
- Mysterieus; je komt niet veel over hem te weten, behalve de opdrachten die hij geeft aan Henri.
- Welgeorganiseerd; dat is te bemerken aan de opdrachten die hij geeft aan Henri. Alles is tot in de puntjes geregeld, hij is niet te traceren. Een keer krijgt Henri de opdracht een bepaald nummer te bellen op een bepaald tijdstip. Hij krijgt snel een opdracht door en dan wordt er opgehangen. Dan draait hij het nummer weer, omdat hij nieuwsgierig is geworden naar de manier waarop Dorbeck werkt. Als hij opnieuw belt, blijkt het nummer afgesloten te zijn. Heel scherp georganiseerd van Dorbeck (blz 112).Ook het feit dat hij na de oorlog nergens meer te vinden is, spreekt van een man die precies weet hoe hij dat soort dingen moet doen.
- Precies; alles wat hij doet gaat precies goed, hij zorgt ervoor dat alles gaat zoals hij dat wil. Ook uit het voorbeeld hierboven (zie welgeorganiseerd) blijkt dat hij erg precies is.
- Hij weet wat hij wil; hij is precies even lang als Henri, maar hij is wel toegelaten tot de militaire dienst en Henri niet, dit omdat hij een halve centimeter te kort was. Dorbeck heeft zich, naar eigen zeggen, uitgerekt (blz 22).

Ria:
- Onzeker; ze is een onzekere vrouw. Osewoudt beschrijft zijn vrouw als lelijk en zegt dat ze, als ze een andere man had kunnen krijgen, nooit met haar volle neef getrouwd was (blz 16). Dit blijkt ook uit het feit dat zij later een affaire heeft met een N.S.B.-buurman (blz 264).
- Autoritair en ze gebruikt mensen; als ze aan haar ouders bekend maakt met Henri te gaan trouwen, zijn haar ouders hier duidelijk op tegen. Zij gooit hen voor de voeten dat ze weet dat zij al twee jaar was toen haar ouders in het huwelijk traden (blz 17). Hieruit blijkt dat ze er net zo hard tegen in gaat, ze probeert er weer boven te gaan staan. Ze gebruikt haar man om haar ouders te onderhouden, want zij pakt zonder tegenspraak te dulden geld uit de kassa van Henri’s winkel (blz 22).
- Egoïstisch; ze gaat ontzettend ver voor haar eigen geluk. Ze geeft haar man aan (blz 246) om ongestoord een relatie te kunnen hebben met haar N.S.B.-buurman.

· Makkelijk; ze kiest altijd de makkelijkste weg. Een relatie met een N.S.B.er is wel erg makkelijk in de oorlog, want de Duitsers denken dat je van de goede kant bent.

Marianne:
- Wanhopig; ze is wanhopig geraakt door de oorlog. Ze is een jodin, haar hele familie is afgevoerd en ze ziet het eigenlijk niet meer zitten (blz 92).
- Vastberaden en hoopvol; op de een of andere manier is ze toch vastberaden de oorlog te gaan overleven. Als ze Henri heeft verteld dat ze jodin is en dat haar hele familie is afgevoerd, zegt ze dat het ergste leed al is geleden. Als hij dan vraagt wat ze bedoeld, zegt ze dat de Amerikanen in aantocht zijn.
- Onzeker; ze heeft geen zekerheid en weet niet wat ze moet doen. Ze heeft meerdere malen duidelijk gemaakt dat ze van Osewoudt houdt en zelfs na de oorlog met hem verder wil.
- Liefdevol; ze is liefdevol tegenover Osewoudt. Ze zegt dat ze van hem houdt en met hem verder wil. Ze hoopt dat ze de oorlog overleefd en dan rustig en veilig kan leven samen met Henri.

3. Henri Osewoudt is een round character, want
- hij is niet meteen aan het begin van het verhaal volledig gepresenteerd, aan het eind heb je een veel vollediger beeld van hem, je weet gewoon veel meer van hem;
- er zijn meerdere karaktereigenschappen van hem verteld en uitgediept, zoals zijn onzekerheid en zijn minderwaardigheidscomplex.
- Hij veranderd in het verhaal, namelijk van een jongen tot een man. Ook in de oorlog maakt hij een ontwikkeling/ verandering mee, namelijk van een onzekere man, naar een man die zich afzet tegen de samenleving en zijn oude gewoonten.

Dorbeck, Ria en Marianne zijn flat characters, want

- Enkele eigenschappen, niet ver uitgediept.
- Ze veranderd niet, ze is en blijft hetzelfde.
- Direct, volledig gepresenteerd.

4. Volgens mij zijn er geen speaking names in dit verhaal.

5. Henri Osewoudt is een parallel figuur aan Dorbeck. Ze zien er hetzelfde uit. Ze zitten allebei in het verzet. Het verschil echter is dat Dorbeck de leider is en Osewoudt het hulpje. Tegelijkertijd zijn het ook contrasterende figuren. Alles wat Osewoudt wilde, is bij Dorbeck gelukt, bij Dorbeck gaat alles goed en bij Osewoudt lijkt juist alles mis te gaan.
Ria en Marianne zijn ook contrasterend. Ria is een autoritaire, arrogante, maar toch onzekere vrouw. Ze wil de baas spelen over Henri terwijl hij eigenlijk de enige man is die ze kan krijgen. Marianne is juist heel lief en volgzaam. Ze weet niet meer wat ze met de oorlog aan moet en ze is afhankelijk.

Titelverklaring


1 De donkere kamer van Damocles. De donkere kamer verwijst naar een doka waar foto’s in ontwikkeld worden. Foto’s spelen in dit verhaal een grote rol. De mensen die te maken hebben met de opdrachten van Dorbeck identificeren zich met foto’s die aan het begin van het verhaal door Osewoudt zijn ontwikkeld (blz 21/48). Een foto van hem en Dorbeck moest volgens hem ook bewijzen dat Dorbeck bestond, hij bleef namelijk bij hoog en laag volhouden dat Dorbeck bestond, niemand geloofde hem echter. Toen zijn Leica-camera gevonden was, bleek de foto er dus niet in te zitten. Dit was omdat de foto gemaakt was in een kamer die te donker daarvoor was. Er zat geen flitslicht in de camera (blz 329).
Damocles was een hoveling die van de tiran die hij diende een dag koning mocht zijn. Hij kreeg echter een zwaard boven zijn hoofd te hangen. Dit zwaard hing aan een paardenhaar. Hij wist dat het er hing, dit hing er om hem duidelijk te maken wat voor dreiging er boven een staatshoofd hangt. De dreiging die ook telkens boven het hoofd van Henri Osewoust hangt.

2 Het motto staat achter in het boek:
‘Ik kan hem zoeken als hij er niet is, maar hem niet ophangen als hij er niet is.
Men zou kunnen willen zeggen: “Dan moet hij er toch ook zijn als ik hem zoek”.
Dan moet hij er ook zijn als ik hem niet vind, en ook als hij helemaal niet bestaat’.

Ludwig Wittgenstein.


Dit houdt verband met de zoektocht van Henri Osewoudt naar zijn eigen identiteit en die van Dorbeck. Misschien ligt de identiteit van Dorbeck wel binnen die van Osewoudt en kan hij hem daarom niet vinden.

Symboliek


Volgens mij staat in dit verhaal Dorbeck symbool voor alles wat Osewoudt eigenlijk zou willen zijn. Hij spreekt over zichzelf als het mislukte exemplaar van Dorbeck, hetzelfde fabrikaat alleen is Dorbeck wel gelukt. Dorbeck is een vrijgevochten man die weet wat hij wil en zijn zaakjes goed onder controle heeft. Osewoudt is de greep, de controle op en over zijn leven een beetje kwijtgeraakt. Hij wil graag net als Dorbeck zijn en deze controle, de mogelijkheid zelf keuzes te maken, terug hebben. De symboliek zie je ook terug in de ruimtes. Alle gangen zijn nauw en klein, dat is om aan te geven in wat voor tijd het zich allemaal afspeelt: de Tweede Wereldoorlog, een tijd van onzekerheid en dat merk je dus aan de beschrijving van de ruimtes. Altijd is het een beetje donker, klein en nauw.

Eindoordeel

Onderwerp

Boeiend onderwerp, origineel en goed uitgewerkt.


Opbouw.

Logisch opgebouwd, op deze manier komt de spanning ook beter tot zijn recht. De opbouw was ook makkelijk te begrijpen.

Personen

Goede persoonsbeschrijvingen die er niet bovenop blijven liggen. Geen personen weggelaten of teveel toegevoegd.

Gebeurtenissen

Niet te veel gebeurtenissen. Het spanningselement kwam uit de gebeurtenissen die plaats vonden, die waren goed gekozen.

Taalgebruik

Geen lastig taalgebruik en niet teveel moeilijke woorden. Taalgebruik voor iemand in 6VWO. Ook alle hersenspinsels waren heel realistisch weergegeven. Evenals de dialogen.

Recensies
Recensie 1

Schrijver
Hermans, Willem Frederik
Titel
Donkere kamer van Damocles, De
Jaar van uitgave
1958
Bron
Trouw
Publicatiedatum
07-08-1999
Recensent
Onno Blom
Recensietitel
Zinnen als pistoolschoten

http://www.trouw.nl/tr/nl/4512/Cultuur/archief/article/detail/2468883/1999/08/07/Zinnen-als-pistoolschoten.dhtml

Recensie 2

Schrijver

Hermans, Willem Frederik
Titel
Donkere kamer van Damocles, De
Jaar van uitgave
1958
Bron
De Tijd
Publicatiedatum
28-11-1958
Recensent
Gerard Knuvelder
Recensietitel
Een vruchtbaar romanschrijver : W.F. Hermans : De donkere kamer van Damocles : Het drama der menselijke zelf bevrijding

In Hermans' juist verschenen roman "De donkere kamer van Damocles" komen inderdaad nogal wat donkere kamers aan de orde. Niet te verwonderen als men bedenkt, dat het verhaal zich afspeelt tijdens de bezettingsjaren en de onmiddellijk daarop volgende periode van de bevrijding. Verzetslieden habben zo van tijd tot tijd te maken met kamers waar zij zich verbergen konden, de verduistering kan een rol spelen; foto's die ontwikkeld moeten worden, vergen een donkere kamer, enzovoort. De titel van Hermans' boek spreekt echter over "de" donker kamer, en nog wel die van Damocles. Niet dus over diens zwaard. Men krijgt de indruk dat, naar Hermans' bedoeling, de mens opgesloten zit in de hem bedreigende en beangstigende manier van het leven. Dante vond zich op het midden van zijn leven verdwaald in een duister woud. Hij vond de uitweg uit dat woud. Hermans echter ziet géén uitweg.

Van deze visie gaf hij reeds eerder blijk in zijn meestelijke novelle "Het behouden huis", van 1951. Door middel van een relaas uit de nadagen van de oorlog suggereerde de auteur de lezer zijn opvatting van het leven als een zinloze chaos. Ook de burgerlijke resten van een eveneens zinloos geworden cultuur ( het symbool ervan is het huis waarin een soldaat tijdelijk onderdak vindt) blijken tenslotte "inwendig vol afbraak en vuiligheid". Kennelijk hebben de jaren van de oorlog en bevrijding diepe indruk op Hermans gemaakt: zij hebben zijn conceptie van mens en wereld tot nog toe beslissend bepaald. Dit bleek, behalve uit de juist genoemde novelle, uit verschillende andere romans; het blijkt wel bijzonder nadrukkelijk uit dit nieuwe boek. Het demonstreert de verhouding tot "het" leven in het algemeen aan de jaren van bezetting en bevrijding. Het is niet Hermans' laatste bedoeling, een objectief beeld van die tijd te geven; hij wil, veeleer in het beeld van die tijd een beeld van het leven in het algemeen, in zijn wezenlijke (huidige) waarde schetsen. Vandaar de vertekening en verdieping die de objectieve werkelijkheid in dit verhaal ondergaat.


Vertekening: hoe suggestief uit tal van details en uit tal van samenvattende beelden vooral de bezettingsjaren oprijzen, het beeld ervan wordt door invoeging van extravagante elementen als nuchtere natekening van een werkelijkheid opgeheven en tegelijkertijd verdiept. Om een voorbeeld te noemen: enkele malen treedt in dit verhaal het motief op van de dubbelganger, een in de tijd van de romantiek bijzonder geliefd motief. Hier heeft het wezenlijk te maken met de grondgedachte van het boek, zodat deze vertekening van de alledaagse werkelijkheid de diepere hogere werkelijkheid suggereert.

De hoofdpersoon Henri Osewoudt, het kind van een door hallucinaties bezochte moeder, is een uiterlijk onbeduidende en weinig indrukwekkende figuur. Zijn grootste heldendaad in de eerste oorlogsjaren bestaat erin, dat hij gehoorzaamt aan de oproep van de blokcommandant van de Burgerwacht. In deze zelfde dagen komt een Nederlands officier in zijn sigarenwinkeltje. Deze officier is in geestelijk opzicht de antipodo van Osewoudt: Dorbeck is resoluut, snel, actief, moedig. Als Osewoudt Dorbecks naam opschrijft, constateert hij al schrijvende dat hun namen op elkaar lijken (namelijk in zover zij beiden eindigen op twee medeklinkers die één klank aanduiden!) Dorbeck geeft Osewoudt een bescheiden opdracht, later, als Dorbeck in het verzet is gegaan worden deze voortdurend belangrijker. Osewoudt voert ze getrouw uit. Wanneer gedurende drie jaar bezettingstijd Dorbeck niets meer van zich heeft laten horen, ervaart Osewoudt de onbeduidendheid van zichzelf en al wat hem omringt. Zijn leven is als het ware leeg, nu hij geen opdrachten ontvangt en niemand hem zegt wat hij te doen heeft. Dan echter komen de opdrachten weer. Zij brengen met zich mee dat hij zich te vermommen heeft. Op dat moment, dat zijn blonde haren zwart geverfd worden en hij in de spiegel zichzelf ziet, treft hem de volledige uiterlijke identiteit met Dorbeck: het zelfde zwarte haar, hetzelfde lijkwitte gezicht.

Van deze lichamelijk metamorfose verwacht Osewoudt wonderen: in elk geval zal hij als overwinnaar uit de oorlog treden. In werkelijkheid blijkt echter, dat zijn activiteiten niet alleen zijn leven volkomen desorganiseren, maar dit tenslotte regelrecht naar de ondergang voeren. Hij raakt verward in een onoplosbaar kluwen problemen en moeilijkheden. Na tijdens de bezetting door de Duitser verschillende nmalen als Nederlands verzetsstrijder te zijn gearresteerd te hebben doorgebracht, wordt hij na de bevrijding door de geallieerden als Duits spion gearresteerd en gevangen gehouden. Al wat hij tot zijn verdediging aanvoert, blijkt als bezwarend element te kunnen worden beschouwd. Niets klopt meer, zelfs straten waar zich bepaalde voorvallen zouden moeten hebben afgespeeld, zijn onvindbaar. Uiteindelijk rest hem niets dan een beroep op Dorbeck, de opdrachtgever, die evenzeer onvindbaar is. In een wanhoopspoging Dorbeck te gaan zoeken, loopt hij het gevangenkamp uit en wordt doodgeschoten.

Osewoudt blijkt verdwaald in de chaos van "het leven". In dit leven kan alles in zijn tegendeel verkeren en valt niets met zekerheid te bewijzen. De visie op het leven als een chaotisch complex ondoordringbare raadselachtigheden, die niet met absolute normen gehanteerd en daarnaar beoordeeld kunnen worden, wordt met even zoveel woorden geformuleerd op de bladzijden 360 en vlg. waar een medegevangene zijn requisitoir over de mensheid uitspreekt. Hij vat het kort en bondig samen met de woorden uit Shakespeare's Richard III: Wanhoop en sterf! Alles komt er naar zijn mening op neer, dat de mens sterfeljk is en dat hij het niet weten wil. Maar voor wie weet dat hij eenmaal sterven moet, kan er naar zijn mening geen absolute moraal bestaan; voor hem zijn goedheid en barmhartigheid niets dan vermommingen van de angst. Voor hem kan er ook geen verschil bestaan tussen schuld en onschuld. De mens zal eraan moeten wennen te leven in een wereld zonder vrijheid, goedheid en waarheid. - Osewoudt ondervindt dit aan den lijve: vier jaren strijd voor vrijheid en waarheid worden in hun tegendeel uitgelegd als jaren van verraad en bedrog aan de nationale zaak. Zijn wanhopig beroep op de man die hem de opdracht gaf, door welke opdracht zijn daden hun zin en rechtvaardiging vonden, blijft onverhoord: hoezeer men hem terwille is en bereid blijft Dorbeck op te sporen, de man blijft onvindbaar. Zonder Dorbeck is Osewoudt niets. De onvindbaarheid van Dorbeck impliceert de zinloosheid van zijn daden, van zijn strijd voor vrijheid en ideaal. Elke juridische en religieuze poging tot interpretatie gesymboliseerd in de bemoeienissen van resp. Selderhorst en pater Beer (een wel ietwat onnozel heerschap, deze laatste) faalt.

Behalve deze helden, betreedt aan het slot van het boek ook nog een medicus het toneel, die de Dorbeckfiguur interpreteert als een aan de fantasie van Osewoudt ontsproten personificatie van bepaalde strevingen in diens eigen ziel. Osewoudt is naar zijn mening behept met het element ontoerekenbaarheid, dat hij geërfd zou hebben van zijn krankzinnige moeder. Tenslotte wordt één zaak Osewoudt duidelijk: hij zit gevangen - en wel wezenlijk gevangen, wat gevaarlijker is dan opgesloten te zitten in een toevallige gevangenis - in zijn uiterlijk; zijn uiterlijk heeft hem gemaakt tot wat hij is. Als hij, zoals zijn dubbelganger Dorbeck, altijd zwart haar gehad zou hebben, zou zijn hele leven anders geweest zijn, had hij kunnen zijn een man die verschijnt en verdwijnt wanneer hij wil, aan niet anders gebonden dan aan zijn eigen wil, een man voor wie de wereld zich buigt. Dorbeck is het geslaagde exemplaar. In vergelijking met hem heeft Osewoudt geen reden van bestaan. Hij kan zichzelf alleen aanvaardbaar maken door precies te doen wat Dorbeck zegt. Dorbeck is zijn ideale droomcreatie, wanneer hij echter tevergeefs reikt. Anders gezegd: de "bevrijding" uit zichzelf is de mens niet gegeven. Osewoudt verwerpt in zijn gesprekken met pater Beer ook de mogelijkheid van enigerlei bevrijding krachtens het "hoger leven" waarmee hij zegt niets te maken te hebben. Wellicht is hiermee de diepste bedoeling van Hermans' "donkere kamer van Damocles" aangegeven: de mens zit opgesloten in de donkere kamer van zijn lichaam, dat hem zijn ganse leven bedreigt, gevangen houdt, en waaruit geen ontsnapping mogelijk is.

Voor de lezer die geïntegreerd is door het beeld dat een auteur als Hermans zich van mens en wereld vormt, is dit boek van bijzondere waarde. Het zal hem meer zeggen dan het de lezer doet die uitsluitend geboeid wordt door het, dan in sommige opzichten raadselachtige, avonturenverhaal. Ook deze laatste lezer - het zij overigens een ervaren lezer! - zal echter zéér geboeid zijn: Hermans weet uitstekend te vertellen en houdt onafgebroken vaart in zijn meer dan vierhonderd bladzijden tellende roman. Tegen "De God denkbaar" heb ik in dit blad het bezwaar gemaakt, dat de merkwaardige fantasieën daarin elkaar zo chaotische verdrongen, dat de baaierd van voor de schepping der wereld er een welgeordend park bij leek. In "De donkere kamer" (uitgave G.A. van Oorschot, Amsterdam) houdt Hermans zijn verbeelding vrij strak in toom zonder de losheid en speelsheid te verliezen die zijn werk aantrekkelijk maken.

REACTIES

J.

J.

alle verslagen lijken verdacht veel opelkaar...

11 jaar geleden

A.

A.

WAT IS DE VERHAALLAAG OF BETEKENISLAAG :@:@:@:@:@:@:@:@:@:@@

11 jaar geleden

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "De donkere kamer van Damokles door Willem Frederik Hermans"