Door Scholieren.com te bezoeken geef je toestemming voor het gebruik van cookies. Ben je onder de 16? Zorg dan dat je toestemming van je ouders hebt om onze site te bezoeken. Lees meer over je privacy (voor het laatst bijgewerkt op 25 mei 2018). Akkoord Instellingen aanpassen

De man die werk vond

Herman Brusselmans

1985

152

2 uit 5

6.1 / 10
6e klas vwo
  • Bas
  • Nederlands
  • 2010 woorden
  • 13354 keer
    17 deze maand
  • 17 maart 2003
1

Auteur: Herman Brusselmans

Titel: De man die werk vond, Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam, april 1989 (eerste druk november 1985), derde druk, 127 bladzijden

Genre: Het boek is duidelijk een roman. Het betreft hier een uitgebreid verhaal waarin de gedachten en de daden van de hoofdfiguur duidelijk beschreven worden (het hele boek draait er zelfs om)

2

Keuze: Ik heb dit werk gekozen omdat het in de bibliotheek de eerste en tevens één van de weinige zogenaamde ‘canons’ was. U moet weten dat ik voordat ik ‘De man die werk vond’ leende, heb gezocht naar een aantal andere canons, niet afgaande op wat er in de stencils stond over de verschillende boeken. Zo kwam ik dus uiteindelijk terecht bij het boek van Herman Brusselmans

Inhoud: ‘De man die werk vond’ is het leukste boek dat ik ooit heb gelezen. Tijdens het verhaal heb ik heel vaak dubbel gelegen om de toon waarop Brusselmans in de persoon van Louis Tinner de bezoekers van de bibliotheek waar hij werkt in zichzelf en soms hardop belachelijk maakt, uitscheldt of, heel zeldzaam, prijst. De sfeer in het boek wordt heel goed beschreven en tijdens het lezen van het boek voel je wat Tinner doormaakt. Je voelt hoe hij zichzelf de vernieling in helpt door het ‘zuipen’ en het roken, voortkomend uit verveling.


3

Samenvatting: Ene Louis Tinner werkt als bibliothecaris in het Boekenpaleis, de recreatiebibliotheek van een Brusselse instelling. Nou ja, wat heet werken? Tinner brengt zijn dagen vooral in ledigheid door. Weerzin en verveling zijn troef. Zijn leven ruikt al even muf als de plaats waar hij zijn dagen doorbrengt. Veel belangstelling is er niet voor de bibliotheek en als er dan al eens een sporadische klant komt binnengewaaid, schept Tinner er een sardonisch genoegen in hem verkeerd te informeren of gewoonweg de huid vol te schelden. Vaal draait hij zelfs zijn deur op slot. Hij tracht de tijd te doden met eten, drinken en roken, slapen, zomaar wat rondhangen en spijbelen. Van enig contact met collega’s is amper sprake. Er zijn alleen de boeken, waarop hij zijn frustratie botviert door er bladen uit te scheuren of ze tegen de muur kapot te smijten. Hij boycot de taak die hem door de administratieve dienst en de directie is opgelegd (de hele collectie inventariseren op fiches), wat hen tenslotte zijn ontslag oplevert.
Het verhaal is één monotone stroom, wat nog geaccentueerd wordt door de vele herhalingen: wachten op het koffiemeisje, gefantaseer over de ‘wijven’, langdurige toiletbezoeken met bijzondere aandacht voor het wonder van de eigen ontlasting. Een rode draad in een fluim die hij op de bibliotheekvloer spuugt, brengt hem dan weer een waaier van gedachten over ziekte en dood. Eigenlijk wordt Tinner totaal in beslag genomen door eenzaamheid en een onbestemde, maar existentiële angst. Het uit zich in heel veel landerigheid en een donkere kijk op de dingen

Onderzoek van de verhaaltechniek:
De schrijfstijl van de schrijver is dagboekachtig/autobiografisch. Zijn boek is een aaneenrijging van beschouwingen over veel ditjes en datjes, een mix van feiten, dagdromen, absurditeiten en allerlei fantasieën, heel in het bijzonder met betrekking tot de liefde, de erotiek en de seks. Ook met heel veel herhalingen. Cynisme, sarcasme, sardonische (lees ook amechtige) grappen en grollen en enig schokeffect (vooral door het ongeremde taalgebruik) zijn kenmerkend voor ‘De man die werk vond’ en zijn andere boeken en worden gediend door een vlotte, excentrieke recht-toe-recht-aan-stijl, die je als lezer altijd wel op de één of andere manier weet vast te houden. In het boek heeft Brusselmans eigenlijk zo weinig te vertellen dat hetgeen wat er staat eigenlijk de grootse, onbelangrijkste onzin is. Ik denk dat zijn stijl door het onzinnige karakter van zijn verhalen zo leuk is om te lezen. Welke schrijver vergelijkt in één zin de borsten van twee vrouwen met het kopen van voedsel in de fruit- en groentesector en start daar hele fantasieën en denkbeelden over op.

De ruimte waar het verhaal zich afspeelt is bijna helemaal in het Boekenpaleis, de recreatiebibliotheek van een Brusselse instelling. ’s Morgens en ’s middags is Tinner af en toe te volgen op zijn weg naar van huis naar zijn werk en andersom. Het verhaal speelt zich dan af op straat en op het station van Brussel. Je komt in het boek nooit in het huis van Tinner

De verhaalfiguur in het boek die het belangrijst is, is Louis Tinner. Vanuit zijn perspectief speelt het verhaal zich af en zijn denkbeelden, fantasieën en dagdromen bepalen de inhoud van het boek. Af en toe komen er personen langs in de bibliotheek waarop de gedachten van Tinner zich kunnen laten gaan. Deze personen staan dus allemaal in dienst van de gedachtegang van Tinner en daarmee van de inhoud van het boek.

De situaties in het boek zijn de sporadische bezoeken van klanten aan de bibliotheek, de dingen die Tinner doet of denkt tijdens zijn ‘werk’ in de bibliotheek al dan niet naar aanleiding van deze bezoeken en zijn dagelijkse gang van zijn huis naar zijn werk en terug, vaak gepaard gaand met de meest onzinnige, absurde en depressieve gedachten

De vertelwijze betreft een ik-verhaal. Het verhaal wordt verteld vanuit de visie van Louis Tinner. Je wordt meegenomen in zijn gedachten en zijn doen en laten. Je bent afhankelijk van de observaties van Tinner en het verhaal is daardoor subjectief.

Op zoek naar de thematiek: De thema’s die centraal staan in het boek zijn verveling, eenzaamheid, dood, seks, lust, erotiek, ziekte en innerlijke worsteling. De tekstgedeelten die kenmerkend zijn voor deze thema’s zijn feitelijk alle momenten in het boek. Gedurende het hele boek en constant handelt het over de innerlijke worsteling van Tinner. Deze worsteling uit zich op het gebied van dood, seks, lust, erotiek en ziekte en komt voort uit verveling en eenzaamheid. De motieven die kenmerkend zijn voor dit thema zijn het feit dat er niemand in de bibliotheek komt, het feit dat hij bloed spuugt en het feit dat Tinner al tijden lang geen seks meer heeft gehad.
Het verband tussen de titel en de thema’s is dat Tinner (de man die werk vond) in het boek verantwoordelijk is voor het scheppen van bovenstaande thema’s.

Plaats in de literatuurgeschiedenis:
Het werk is voor het eerst gepubliceerd in 1985. Ik weet van de schrijver dat hij na zijn studie Germaanse filosofie een jaar lang werkloos is geweest, waarna hij vijf jaar werkzaam was in de ‘ontspanningsbibliotheek’ van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening van het Ministerie van Arbeid en Tewerkstelling te Brussel. Gezien het feit dat zijn boeken meestal voor 80% autobiografisch zijn is dit werk zeer typerend voor Brusselmans. Een vergelijking met ander werk van hem is dan ook makkelijk te maken. Zo publiceert Brusselmans zijn verhalen vaak in bundels en vormen zijn verhalen een soort vervolgen op de voorgaande verhalen, wat wil zeggen dat dezelfde hoofdpersonen deelnemen, met dezelfde denkbeelden alleen in een later stadium van hun leven. In de bundel ‘Tinner’ speelt, hoe kan het ook anders, Louis Tinner de hoofdrol. De bundel bevat naast ‘De man die werk vond’ het boek ‘Nog drie keer slapen en ik word wakker’ uit 1998
Het boek is geschreven in de periode 1984 – 1985. De jaren ’80 kenmerken zich in geheel West-Europa door opmerkelijk veel debuten van begaafde jonge mannelijke en vrouwelijke auteurs met de voorkeur voor de roman. Ook Herman Brusselmans is zo iemand, een Vlaamse schrijver die met ‘De man die werk vond’ zijn doorbraak bewerkstelligt en de best verkopende Vlaamse schrijver wordt sinds Ernest Claes, vooral bij een breed, veelal jong lezerspubliek. Debuterende schrijvers krijgen in deze tijd veel meer kansen om hun werk een succes te laten worden dan in de jaren ’70 en daarvoor.
In Vlaams België maakte Brusselmans samen met Lanoye deel uit van een lichting jonge schrijvers die resoluut koos voor het vak, marktgericht dacht en de schrijverij professioneel aanpakte.

4

1.De verhaalelementen die voor mij een positieve werking hadden waren de ontmoetingen van Tinner met de klanten in zijn bibliotheek, zoals de vrouw wier broer een zogenaamd bekende schrijver is en waarvan het boek toch zeker te verkrijgen moet zijn in de bibliotheek. Deze verhaalelementen hadden voor mij een positieve werking omdat de gedachten van Tinner in deze gevallen zo op hol sloegen en innerlijk een kookpunt bereikten dat de ongenuanceerdheid toesloeg in het innerlijke, wat er maar zelden uitkwam. De handelingen van Tinner die sterk contrasteerden met zijn innerlijke wereld waren aanleiding tot lachen evenals de ongenuanceerdheid van zijn gedachten

2.De passage die mij het sterkst aansprak was de dagelijks terugkerende ontmoeting met het meisje van de koffie. Waarom deze passages mij zo sterk aanspraken was omdat zij niet alleen ongenuanceerde kritiek in het innerlijke van Tinner teweegbrachten, maar ook een aantal positieve dingen. Het meisje had volgens Tinner ook een zekere schoonheid in zich.

3.In het boek zaten geen verhaalelementen die voor mij een negatieve werking hadden

4.Dit boek is natuurlijk het beste te vergelijken met een ander boek van Brusselmans ‘Nog drie keer slapen en ik word wakker’, wat een soort vervolg vormt op ‘De man die werk vond’. Ook andere boeken van Brusselmans kan je goed vergelijken met het boek, daar al zijn boeken voor het grootste gedeelte autobiografisch zijn.
Het boek is ook heel goed te vergelijken met ‘De avonden’ van Gerard Reve. In de figuur van Louis Tinner en in de verhaalcontext vind je facetten terug van de in ‘De avonden’ figurerende Frits Egters. Dit is niet geheel toevallig, wanneer je je bedenkt dat Reve en Salinger Brusselmans’ grote voorbeelden zijn

5.De thema’s van het boek vond ik wel herkenbaar in sommige opzichten. Het gevoel dat ik kreeg bij het lezen van het boek was het gevoel van hoe Tinner zich moet hebben gevoeld. Dit gevoel ken ik van het eindeloze vervelen in vakanties en dan vooral de zomervakantie, waar huiswerk de dagelijkse vakantiesleur niet kan doorbreken.

6.Het taalgebruik is niet altijd goed te begrijpen. Soms worden er namelijk wel eens Vlaamse/Waalse/Franse woorden gebruikt, zoals het herhaaldelijk gebruikte woord ‘pointeren’. De woorden vormen echter geen belemmering voor het begrip van het verhaal noch voor het plezier van het lezen.

7.Het boek is werkelijk waar het beste boek dat ik tot nu toe heb gelezen. Ik heb nog nooit zo gelachen om een boek als dat ik om dit boek heb gedaan (ik zeg dat toch, ondanks het feit dat ik heb gelezen dat Brusselmans zegt dat hij er wat van krijgt dat mensen altijd zeggen dat ze hebben zitten lachen om zijn boeken). De beschrijvingen zijn fantastisch gebracht in mooi doch begrijpelijk taalgebruik.

8.Ik raad mensen dit boek sinds ik het gelezen heb sterk aan en uit reacties van de mensen die het na mij hebben gelezen blijkt wel dat ik niet alleen sta in mijn mening dat ‘De man die werk vond’ een fantastisch boek is. Ik raad mensen dit boek aan omdat het een boek is waarvan ik zeker weet dat het één van de beter te lezen boeken uit de canon is. Lezen moet leuk zijn en met dit boek hoeft dat in ieder geval geen probleem te zijn

9.Voor deze opdracht heb ik een recensie genomen van Johan Vandenbroucke, de titel is ‘De grote muil van de oppergod’ en de recensie komt uit ‘De Morgen’ van veertien oktober 1999

In de recensie komt de mening van Vandenbroucke (VDB) over het boek duidelijk en onomwonden naar voren. VDB zegt: “De man die werk vond werd terecht een succes. Met plezier heb ik het herlezen, meer dan andere romans van Brusselmans bezit het de spankracht om te blijven boeien, de juiste dosering tussen verhaal, melig gezeur en sardonische humor”.
Ik ben het compleet met VDB eens wanneer hij zegt dat ‘De man die werk vond’ terecht een succes werd. Ik heb het boek maar één keer gelezen, maar ik geloof zeker dat het verhaal de spankracht bevat om te blijven boeien. In dit boek was ook al sprake van veel herhaling, niks afdoende aan het feit dat het boek constant boeiend bleef om te lezen. Dat de dosering tussen verhaal, melig gezeur en sardonische humor de juiste was blijkt wel uit het feit dat ik het verhaal met veel plezier heb gelezen, dat ik dat leuk vond en dat het boek me liet lachen.

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

8478

reacties

Goed verslag, veel aan gehad! Bedankt!
door Frank (reageren) op 13 april 2003 om 13:10

Welkom!

Goed dat je er bent. Scholieren.com is de plek waar scholieren elkaar helpen. Al onze informatie is gratis en openbaar. Met een profiel kun je méér:

snel zien welke verslagen je hebt bekeken
de verslagen die je liket terugvinden
snel uploaden en reacties achterlaten

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer
Hou ervan

Hoge waardering

Leyla 5e klas vwo8.2
koen 7.7
R L 6e klas aso7.4
JAAKJE 7.0
anoniem5e klas havo6.6
Meer verslagen ›