Door Scholieren.com te bezoeken geef je toestemming voor het gebruik van cookies. Ben je onder de 16? Zorg dan dat je toestemming van je ouders hebt om onze site te bezoeken. Lees meer over je privacy (voor het laatst bijgewerkt op 25 mei 2018). Akkoord Instellingen aanpassen

Red ons, Maria Montanelli

Herman Koch

1989

124

2 uit 5

5.6 / 10
5e klas havo
  • Caroline
  • Nederlands
  • 1368 woorden
  • 12185 keer
    9 deze maand
  • 10 maart 2003
1: Zakelijke gegevens
A. auteur: Herman Koch
B. titel: Red ons, Maria Montanelli, Meulenhoff Amsterdam, 1989 tweede druk, 143 blz. (eerste druk 1989)
C. genre: Roman

2: Eerste reactie
keuze: Ik zag het boek in de kast staan op school, en de achterkant van het boek sprak me wel aan. Verder was het ook wel een dun boekje en had het toch twee sterren.

Inhoud: Ik vond het op zich wel een leuk boek maar het is niet echt boeiend. In het begin van het boek weet je dat een zwakbegaafde jongen die net in de klas komt, snel overlijd en dat de jongen die alles verteld daar iets mee te maken heeft, maar pas op de laatste bladzijden weet je wat er nou eigenlijk echt gebeurd.

3: Verdieping
Samenvatting: van www.scholieren.com
De ik-figuur/verteller is een jongen van rond de zestien. Hij woont in een buurt waar hij een hekel aan heeft. Zijn vader is arts, zijn moeder huisvrouw. Zijn moeder komt uiteindelijk te overlijden, en dan trekt zijn vader in bij zijn vriendin, die hij al had toen zijn vrouw nog leefde. De verteller komt alleen in het huis te wonen, en krijgt van zijn vader honderd gulden per week.

Op het Montanelli Lyceum wordt op een dag een geestelijk gehandicapte jongen bij de verteller in de klas geplaatst. Het is een jongen die in de zomer en in de winter met een dikke jas, wanten en een sjaal loopt. Als hij eet loopt het kwijl uit zijn mond, en zitten de broodkruimels nog in zijn mondhoeken. In het begin heeft de verteller niet zo’n hekel aan de jongen, Jan Wildschut. Maar uiteindelijk blijkt dat hij wordt voorgetrokken door de leraren. Geen enkele leraar heeft kritiek op hem(behalve de geschiedenisleraar), en dit buit Jan Wildschut dan ook behoorlijk uit. Tot ergernis van de ik-verteller en zijn twee vrienden. De verteller verteld dan ook dat hij de jongen graag een helpende hand had willen toesteken, maar hem nog liever voor z’n ‘bek geslagen’. De verteller vertelt over de verschrikkelijke buurt. Hoe hij droomt dat het luchtalarm afgaat en er vliegtuigen overkomen die de hele buurt met de aardbodem gelijk maakt. Net als in de Tweede Wereldoorlog, toen ook de buurt werd gebombardeerd. En de school vindt hij ook verschrikkelijk. Alles wordt voor de leerlingen voorgekauwd, en alles moet leuk zijn. Schoolreisjes heten werkweken, er waren klassenleraren, en geen cijfers maar beoordelingen. Het rapport bestond niet uit cijfers, maar uit goed, voldoende, onvoldoende, slecht. En de meest gruwelijke herinneringen heeft hij aan zijn Engels leraar die dacht educatief te doen, door honderd keer Alice in Wonderland voor te lezen.

Op een dag krijgt de verteller een strookje, waarop hij kan kiezen wat hij gaat doen tijdens de werkweek. Hij kiest de meest normale(naar zijn smaak): een fietsweek door het land. Tijdens deze tocht ergeren ze zich weer groen en geel aan Jan Wildschut, die ook ging fietsen. Wanneer de ik-figuur met zijn twee beste vrienden een stuk zijn vooruit gefietst, zien ze een grote lange brug over een grote rivier, waar veel binnenschepen over varen. Ze gaan op de rand staan, voor de lol. Plots komt Jan aanfietsen. Hij is ook voor de groep uitgefietst. Hij gaat ook op de rand staan.

Maar plots doet Jan Wildschut een stap naar achteren en valt naar beneden, de rivier in. Hij verdrinkt. De gymleraar, de man met de beste conditie, doet niets en geeft alleen maar aanwijzingen. Niemand doet wat. Op het Montanelli Lyceum worden hij en zijn vrienden als hoofdschuldigen gezien. Ze worden niet direct van school gestuurd, maar met kerst moeten ze wel van school, omdat ze het jaar, gezien hun resultaten, toch niet zouden halen.

Onderzoek naar de verhaaltechniek
1. schrijfstijl: het verhaal is niet moeilijk geschreven, ik snap eigenlijk niet waarom die boek twee sterren heeft. Er komen geen moeilijke woorden in voor en zinnen zijn heel makkelijk samengesteld. Alles word verteld door een jongen rond de 16 jaar, alles zie je door zijn ogen gebeurden.
2. ruimte: Het meeste speelt zich af op en rondom school. De jongen was toen denk ik rond de 16 en zat op de middelbare school. “Waar dit verhaal in de eerste plaats over gaat is hoe de zwakbegaafde jongen op onze school de dood heeft gevonden.” (Blz. 8.)
3. verhaalfiguren: de ik-figuur: door zijn ogen zie je het hele verhaal gebeuren.
- Jan Wildschut “Het verhaal dat ik wil vertellen gaat over de zwakbegaafde jongen. Hij heette Jan Wildschut, wat precies de goede naam is voor iemand van wie het hoofd niet helemaal in orde is.” (blz. 7.)
- Erik: een vriend van de ik-figuur die het zelfde karakter heeft als hem.
- Gerard: ook een vriend die net iets voorzichtiger en banger is dan Erik en de ik-figuur
- De vader van de ik-figuur: hij heeft een relatie met een andere vrouw (een weduwe), zijn moeder en hij weten het allebei maar ze doen er niet echt iets tegen. Wanneer de moeder van de ik-figuur overlijd gaat zijn vader bij de weduwe wonen.
4. vertelwijze: alles word verteld door de ik-figuur, je ziet het hele verhaal door zijn ogen
gebeuren.

Opzoek naar de thematiek
- geld: de verteller heeft het vaak over de wijk waar hij woont en de winkelstraat die erbij is. Iedereen wil daar maar showen met zijn geld en al die kinderen worden verwend. Hij vindt dat maar niks en keert zich er een beetje vanaf. “De buurt waar wij wonen moet je met je eigen ogen gezien hebben om het te geloven, en dan nog blijft het moeilijk. Je begrijpt niet dat iemand daar vrijwillig gaat wonen” ….. “Je hoeft alleen maar die hoofden van de mensen te zien die daar rondscharrelen, en dan weet je al genoeg. Van die opgefokte menopauzekoppen waar je werkelijk schele hoofdpijn van krijgt als je dat te lang aan moet zien hoe ze in hun dure bontjassen hun eigen weerzinwekkende spiegelbeeld in de etalageruiten lopen te bewonderen.” (blz. 12.)
- school: alles speelt zich af op school. De jongen heeft een grote bek, en gaat vaak tegen een leraar in. Iedereen vindt hem wel grappig, en als hij praat is iedereen stil. Daarom gaat hij zo door en is hij een van de populaire jongens.
- Liefde: hij heeft een vriendinnetje: Christina. Hij is heel erg verliefd op haar maar ze moeten voorzichtig zijn omdat zij hele strenge ouders heeft. Als ze bij hem blijft slapen zegt ze dat ze bij een vriendin slaapt. “we moeten later alles samen gaan doen, dan kan niemand daar zijn kwaadaardige poot meer tussen krijgen.” (blz. 114.)
- Ergernissen: de hoofdpersoon ergert zich enorm aan Jan. Hij wordt door alle leraren voorgetrokken en krijgt nooit een leesbeurt. ‘Hij had meteen weer dat zielige zachte stemmetje opgezet waarmee hij altijd met succes de snaar van het medelijden wist te bespelen. Meestal lukte het hem dan wel dat ze hem snel oversloegen” (blz. 92.)

Thema:
Ik denk dat het thema verzet is. De hoofdpersoon verzet zich tegen de school, omdat hij het beleid niet goed vind en hoe de leraren de school veranderd hebben sinds Maria Montanelli er niet meer is. Ook verzet hij zich tegen zijn buurt, iedereen is daar zo rijk en chique en hij wil daar niets van weten. Verder verzet hij zich nog tegen zijn familie, hij weet niet wat hij na school wil gaan doen (eigenlijk niets) en dat vind de familie maar raar, ze vinden hem een verwend jong.

Titelverklaring: De titel, ‘Red ons, Maria Montanelli’ is sarcastisch bedoeld. De verteller heeft een hekel aan de ‘o zo geweldige’ methode van lesgeven op de Montanelli-school. Maar hij schijnt de enige te zijn, vooral alle volwassenen lijken het geweldig te vinden.

Plaats in de literatuurgeschiedenis
Het werk is in februari 1989 voor het eerst gepubliceerd
Normaal haal ik informatie over de schrijver van www.schrijversnet.nl maar die site is buitengebruik, ik kan niet veel informatie over de schrijver vinden alleen het kleine stukje dat hieronder staat. De boeken die hij geschreven heeft ken ik verder niet, ik weet dus ook niet of het typerend voor hem is of niet.

www.scholieren.com:
Herman Koch, ofwel Menno Voorhof is geboren in Arnhem in 1953. Hij is vooral bekend van zijn tv-programma Jiskefet.

Bibliografie:
1985 De voorbijganger (verhalen)
1989 Red ons, Maria Montanelli (roman)
1991 Hansaplast voor een opstandige. De beste verhalen van Menno Voorhof
1996 Eindelijk oorlog (roman)
1998 Geen agenda (verhalen)
1999 Het evangelie volgens Jodocus (columns)

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

4108

Welkom!

Goed dat je er bent. Scholieren.com is de plek waar scholieren elkaar helpen. Al onze informatie is gratis en openbaar. Met een profiel kun je méér:

snel zien welke verslagen je hebt bekeken
de verslagen die je liket terugvinden
snel uploaden en reacties achterlaten

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer
Hou ervan

Hoge waardering

Ska 5e klas vwo7.0
Petra Minnen 4e klas vwo6.9
Anoniem4e klas vmbo6.8
Joost Bollaart 6.5
Anoniem 5.9
Meer verslagen ›

Huiswerk

Stel je bent leraar en een leerling heeft zijn huiswerk niet gemaakt, wat doe je?
  • Snitchen bij ouders
  • Strafwerk schrijven, moest ik vroeger zelf ook
  • Weddenschap afsluiten om de leerling gemotiveerd te krijgen
  • Je negeert het. Eigen verantwoordelijkheid toch?