Cookies..
Door Scholieren.com te bezoeken ga je akkoord met het gebruik van cookies. Klik hier voor meer info.
Wat vind jij het meest lastig aan het voorbereiden op het MAW-examen (mavo/havo/vwo)? Laat het weten in deze poll en wij maken hier morgen een speciale uitlegvideo over met docent Volkan Tasdan!

Hersenschimmen

J. Bernlef

1984

221

3 uit 5

7.8 / 10
6e klas vwo
  • Me
  • Nederlands
  • 5202 woorden
  • 133325 keer
    597 deze maand
  • 24 februari 2003
Primaire gegevens:
Auteur: J. Bernlef
Titel: Hersenschimmen
Motto: A Touching dream to which we are all lulled
But wake from separately
Philip Larkin
Verschenen in: 1984
Aantal Blz.: 143
Leestijd: 3 uur
Uitgelezen op: 10-1-2002

Reactie op het boek:

Ik had van dit boek iets heel anders verwacht. Ik had verwacht dat het eerste deel door de ogen van een Alzheimerpatiënt zouden worden verteld, maar dat op het moment dat deze persoon te ver zou aftakelen, het over genomen zou worden door een iemand anders.
Dit was niet het geval, hierdoor kun je op het laatst gewoon niet meer vertrouwen op de woorden die door de verteller vertelt. Daardoor wordt het een rommelig verhaal op het eind.
Je moet daarom goed op blijven letten, wil je het kunnen blijven volgen.
Maar het is aan de andere kant wel goed, dat iemand met alzheimer het hele verhaal vertelt. Je kan hier als lotgenoot of als familie van een lotgenoot heel veel van leren. Je weet nu hoe iemand zich voelt en dat het voor diegene ook niet makkelijk is om niets meer te weten van je eigen leven. Daarom denk ik dat dit boek voor alle mensen, die iemand met alzheimer in de familie of vriendenkring hebben, een aanrader is. Je kunt je beter inleven.
Wat ik ook erg jammer vond is dat je niet het verdriet dat Vera heeft, omdat haar man ziek is, ziet. Je weet niet hoe zij reageert op de plotselinge verandering die in haar leven heeft plaatsgevonden. Ik denk dat het een verrijking voor het boek was geweest als beide kanten van het verhaal aan bod waren gekomen. De kant van de patiënt en de kant van de familie.
Ondanks dat ik iets heel anders had verwacht is het boek voor mij niet tegengevallen. Ik vind dat het boek juist een heel duidelijk beeld heeft geschetst van het ziektebeeld van een persoon. Wel ben ik van mening dat het boek niet veel langer had mogen duren. Dan was de verwarring van de hoofdpersoon namelijk te groot geworden. Dan zou je het boek helemaal niet meer kunnen volgen. Je zou dan geen idee meer hebben waar Maarten het over heeft.

Samenvatting:
Bron: www.scholieren.com

De 71- of 72-jarige Maarten Klein woont met zijn vrouw Vera in Gloucester, aan de oostkust van de Verenigde Staten, even ten noorden van Boston. In de jaren vijftig zijn ze vanuit Nederland naar Amerika geëmigreerd. Hun twee kinderen, Kitty en Fred, zijn teruggegaan naar Nederland. Maarten werkte tot zijn pensionering bij de Intergovernmental Maritime Consultative Organisation (IMCO), een instituut voor visserijonderzoek in Boston.
Op een winterse dag kijkt hij uit naar de schoolbus met kinderen die elke morgen bij zijn huis stopt. Hij denkt terug aan zijn vader, die griffier bij de rechtbank was en thuis temperatuurgrafieken bijhield en aantekeningen over het weer maakte. Uit opmerkingen van zijn vrouw wordt duidelijk dat Maarten een beetje verstrooid begint te worden: het is zondag, dus de kinderen hoeven niet naar school. Hij denkt dat het ochtend is, maar het is al middag. Eerder vergat hij al zijn koffie op te drinken en voor Vera hout uit de schuur te halen, hoewel ze hem daar tweemaal om had gevraagd. Hij zoekt de schuld van zijn vermoeidheid en concentratieverlies voorlopig bij de lange witte winter. Maarten piekert over zijn vergeetachtigheid. Er is iets mis, maar hij weet niet precies wat. Hij betrapt zich erop dat hij hardop in zichzelf praat. Woorden die hij alleen gebruikte op zijn werk als hij niets beters wist te zeggen, duiken plotseling op in zijn conversatie met Vera. Zijn gedachten dwalen vaak door associaties af naar gebeurtenissen uit het verleden, vooral uit zijn jeugd, uit de Tweede Wereldoorlog en uit de tijd dat hij op kantoor werkte. Soms roepen de herinneringen handelingen op waarvan hij zich niet bewust is. Als hij terugdenkt aan het mislukte vlechtwerkje dat hij op de kleuterschool van stroken papier maakte, scheurt hij onbewust de krant aan repen. De juffrouw vroeg hem destijds de potlodendoos te halen en Maarten gaat hem zoeken, op een plank in het washok, waar hij met een stoel bijklimt. Als Vera hem daar vindt, beseft hij pas wat hij doet. Tijdens een wandeling met de hond Robert verliest hij zich weer in het verleden. In het meisje achter de bar van het café waar hij even uitrust herkent hij zijn eerste vriendin. Daarna komt hij in het antiquariaat waar hij kort daarvoor ‘The Heart of the Matter’ van Graham Greene kocht. Maarten kan zich het boek op dat moment niet herinneren, hoewel hij er thuis af en toe een stukje in leest. Als hij mijmerend verderdwaalt door de stad, vindt Vera hem, ze maakte zich ongerust en is hem met de auto gaan zoeken. De symptomen van Maartens dementie worden duidelijker en heviger. Vera heeft de deur op slot gedaan toen ze even weg moest, maar Maarten breekt hem open om naar een IMCO-vergadering te gaan. Het gereedschap neemt hij mee in zijn aktetas Hij gaat echter niet als vroeger met de trein naar Boston, maar loopt naar een vakantiehuisje, waarvan hij de deur ook forceert. Terwijl hij wacht op de anderen oefent hij zijn betoog, waarin hij zijn twijfel uitspreekt over de zin van de organisatie, die aan de hand van computerprognoses aanbevelingen doet over vangstquantums. Dan realiseert hij zich de situatie en gaat hij op weg naar huis; hij vergeet echter zijn tas. Vera is in die tijd bij dokter Eardly geweest. Hij heeft haar aangeraden met Maarten foto's te bekijken om de herinneringen te ordenen. Maarten herinnert zich tot in de details het verhaal bij een foto uit zijn jeugd, maar kan andere gebeurtenissen, zoals het bezoek van zijn kinderen uit Nederland drie jaar geleden, niet plaatsen. Later weet hij dat weer en spijt het hem dat hij dat niet eerder wist. Als die dag de deur wordt gerepareerd kan hij zich het niet herinneren dat hij de deur heeft opengebroken. De deur wordt gerepareerd door William. Deze Amerikaanse jongeman komt vaak bij hen over de vloer om klusjes uit te voeren. Hij is best verlegen en stil maar na een paar pilsjes wil hij nogal eens loskomen. William had vroeger een hondje, Kiss, die al een tijdje dood is. Toch vraagt Maarten iedere keer weer als hij William ziet hoe het met Kiss is, wat natuurlijk niet leuk voor William en Vera is.

Op het tweede bezoek van dokter Eardly reageert Maarten met een redevoering, die imponerend bedoeld is. Daarna realiseert hij zich met machteloosheid, woede en angst dat hij niet meer helemaal meester is over de taal: hij moet zinnen soms eerst vanuit het Nederlands in het Engels vertalen voordat hij ze kan uitspreken en heeft moeite met het benoemen van voorwerpen. Steeds meer vermengt Maartens verleden zich met zijn dagelijks leven. Maarten verwart Vera met zijn moeder en zijn huis met het huis van zijn grootouders. Wat zijn vrouw hem het ene moment vertelt, kan hij direct daarna weer vergeten zijn. Als zij weg is, slaat Maarten een ruit in om de hond binnen te laten. Daarna vergeet hij het gas uit te zetten. Bij het volgende bezoek van de dokter ziet Maarten hem als een tegenstander in een moeilijke onderhandeling. Hij gaat hem verbaal te lijf met een vergaderstrategie van zijn ex-collega Karl Simic. Als de dokter hem een kalmerende injectie wil geven slaat hij hem de spuit uit handen. Op dat moment waant hij zich in de oorlog. Omdat de toestand gevaarlijk wordt, komt de gezinshulp Phil Taylor inwonen om op Maarten te letten. Maarten vergeet steeds wie zij is en waarom ze er is en verwart haar met zijn pianolerares Greet van vroeger waar hij toen verliefd op was en met zijn dochter Kitty. Als hij tweemaal in een nacht door het huis dwaalt geeft Phil hem een injectie. Maarten wordt wakker doordat hij in zijn bed heeft gepoept. Vera en Phil maken de riemen los waarmee hij was vastgebonden en wassen hem in het bad; Maarten krijgt daarbij een erectie. Pas als hij het aanraakt beseft hij vol schaamte dat het zijn geslacht is dat boven water uitkomt. Maarten ontsnapt nog een keer uit het huis en komt na een wandeling door de duinen waarbij hij geen jas aanheeft terecht in het zomerhuisje waar hij eerder zijn aktetas had laten staan. De vuurtorenwachter ziet hem lopen en brengt hem terug naar huis in zijn jeep. Maarten houdt hem voor een Amerikaanse soldaat tijdens de bevrijding. Even later komt dokter Eardly, die Maarten voor een soldaat in burger houdt. Als de dokter hem een kalmerende injectie wil geven denkt hij dat hij wordt verdacht van collaboratie. Als Maarten wakker wordt, maakt hij een vuur in de open haard en verbrandt hij uit het album de foto's waarop hij is afgebeeld. Hij herkent zichzelf niet meer. Vera en Phil binden hem op een stoel vast. Ook hen herkent hij niet meer. Dan wordt hij in een ziekenwagen naar een inrichting gebracht. Dit ervaart hij als iets onvermijdelijks maar raars. Er dringen nog maar flarden van buiten tot Maarten door; zijn wereld is gekrompen tot zijn onsamenhangende, maar soms plotseling heldere gedachten, waarin de taal een belangrijke rol speelt. Het boek eindigt met een mededeling die hij nog wel opvangt, al beseft hij niet dat die van Vera komt: zij vertelt hem dat de lente op het punt staat te beginnen.

Uitleg Titel:
De titel hersenschimmen slaat op het feit dat de hoofdpersoon Maarten zich steeds meer dingen gaat inbeelden die er niet zijn. Hij denkt dat er iets gebeurt, maar dit is dan een inbeelding van het hoofd, oftewel dit zijn hersenschimmen.
Hij houdt enkel nog illusies over.

Uitleg Motto:
“A touching dream to which we are lulled, but wake from separately” van Philip Larkin uit het gedicht “The Building”.
Het betekent: “een mooie droom waar iedereen wordt ingewiegd, maar elk afzonderlijk uit wakker wordt.” Er is geen zekerheid in het leven. Iedereen gaat om een gegeven moment dood en het leven staat in het teken van de dood. Het leven is eigenlijk langzaam doodgaan.

Bespreking Tijd

Het verhaal is in chronologische volgorde geschreven, maar er zitten heel veel flashbacks in. De flashbacks zijn de herinneringen die Maarten heeft aan vroeger. Deze beslaan lange stukken, omdat Maarten probeert zich meer te herinneren.
De vertelde tijd is ongeveer negen dagen, die niet in zijn totaal verteld worden, maar waar tijdssprongen tussen zitten. Het is dus een discontinu verhaal.
De nieuwe dag word steeds aangegeven met een cursief gedrukte zin. Het verhaal wordt verteld terwijl Maarten het zelf meemaakt er zit dus geen prospectie in.
De verteltijd is 143 bladzijden.
Tijd is ook erg belangrijk in het boek, omdat de hoofdpersoon er na verloop geen tijd geen wijs meer uit kan. Hij haalt de dingen door elkaar, waardoor personen uit het verleden ineens in zijn gedachten in het heden opduiken.
Het verhaal heeft een begin die Ab ovo wordt genoemd, het verhaal begint aan het begin. Er zit geen voorgeschiedenis aan. Maarten begint namelijk van de een op de andere dag te dementeren. De eerste dag in het boek is ook de eerste dag waarop Vera het merkt.
Het boek heeft een gesloten einde. Het is duidelijk dat Maarten niet meer beter zal worden, want hij wordt opgenomen in een tehuis.

Bespreking Ruimte

Het verhaal speelt zich af in Gloucester, aan de oostkust van de Verenigde Staten, even ten noorden van Boston. Verder is voor het verhaal van belang dat het in de winter is. Een koude omgeving met veel sneeuw. Maarten verblijft vooral in het huis waar hij samen met Vera woont.
Volgens Maarten is het winterse landschap een voorbeeld van een psychische ruimte. In de winter kan er geen onderscheid gemaakt worden tussen verschillende dingen. Alles lijkt in de winter op elkaar en vervaagt. Dit proces vindt op datzelfde moment ook plaats in Maarten’s hoofd, de herinneringen vervagen en alles lijkt op elkaar. Hij geeft de winter dan ook de schuld dat hij het allemaal even niet weet.
Ook het huis is een psychische ruimte. Hij wordt daar door Vera opgesloten, zodat hij niet kan weglopen. En maarten heeft ook het gevoel dat hij zit opgesloten in zijn hoofd. Hij kan niets meer, omdat hij niets meer weet. Hij voelt zich geïsoleerd door zijn gedachten.

Vertelwijze

Het verhaal wordt verteld vanuit een ik-perspectief. Het is een verhaal dat door de hoofdpersoon zelf verteld wordt in de ik-vorm. Het is een verhaal waarbij de hoofdpersoon nog niet weet wat er verder gaat gebeuren.
Maar naast het ik-perspectief is het ook een onbetrouwbaar perspectief. Maarten weet na verloop van tijd bijna niets meer. Je kunt dit zien aan de wijze waarop hij aan het einde zijn vrouw beschrijft, maar zelf geen idee heeft wie het is. Omdat hij de dingen niet meer uit elkaar kan houden, kun je er niet op vertrouwen wat nu echt is en wat hij denkt dat echt is.

Motieven/Thema

Het thema van hersenschimmen is: dementie is een slopende ziekte.
Er zijn meerdere motieven in het boek:
-De winter: Maarten heeft een hekel aan dit seizoen, omdat alles vervaagt en op elkaar lijkt, zoals in zijn hoofd.
-De oorlog: Maarten denkt veel terug aan de oorlog. Hier kan hij zich nog veel van herinneren, maar hij haalt op een gegeven moment wel het verleden, de oorlog, en het heden door elkaar. Hij denkt dat hij nu nog steeds in de oorlogstijd leeft.
-Feiten: Hij wil alles kunnen verklaren. Hij wil dingen meten en opslaan, net zoals zijn vader vroeger deed.
-Taal: Taal is belangrijk als je wil communiceren en dingen wil uitleggen. Maar dit gaat steeds moeilijker, omdat hij de woorden niet meer kan vinden, hierdoor gaat hij rare dingen vertellen, die eigenlijk nergens op slaan.

Personages

Maarten Klein:
Maarten is de hoofdpersoon in het boek. Hij is een man van 71 jaar en woont 15 jaar met zijn vrouw Vera in Gloucester in de Verenigde Staten. Maar hij is geboren in Nederland, in Alkmaar. Hij en Vera zijn samen de ouders van twee kinderen, Kitty en Fred. Maar de kinderen wonen tegenwoordig weer in Nederland. Ze hebben samen ook een hond die Robert heet. Hij heeft rechten gestudeerd en werkte als notulist bij een bedrijf in Boston dat Intergovernmental Maritime Consultative Organisation heet, meestal afgekort tot IMCO. Hij is een hardwerkend mens, dat ook na zijn pensioen in Gloucester blijft wonen.
Maarten takelt in de loop van het boek steeds verder af doordat hij begint te dementeren. Op het einde herkent hij zelfs zijn eigen vrouw niet meer.

Vera Klein:
Vera is de vrouw van de hoofdpersoon. Zij is een zorgzaam persoon, die moet toekijken hoe haar man, met wie ze al vijftig jaar getrouwd is, van haar aan het vervreemden is. Maar Vera is een sterk persoon en slaat zichzelf er door heen. Zij is ook degene, die de eerste symptomen van Maarten’s ziekte serieus opvat en de dokter waarschuwt.
Vera gaat steeds meer op Maarten letten, omdat hij het niet meer zelf aankan. Ze heeft geduld met Maarten en wordt nooit kwaad op hem, dit is een teken van ware liefde. Maar als ze het niet meer aankan besluit ze dat Maarten naar een tehuis moet, waar hij beter verzorgd kan worden.
Haar uiterlijk wordt duidelijk door beschrijvingen van Maarten. Ze is tenger, maar wel mooi.
Verder heeft ze naast Maarten ook een eigen leven, mat vriendinnen en vroeger had ze ook een baan in een bibliotheek.
Fred en Kitty:
Fred en Kitty zijn de kinderen van Maarten en Vera, die tegenwoordig in Nederland wonen. Zij leiden beide een eigen leven in Nederland en komen alleen in de herinneringen van Maarten naar voren.

Dokter Eardly:
Dokter Eardly is de dokter naar wie Vera toe gaat als ze ziet dat Maarten steeds vaker dingen vergeet. Deze arts denkt het op te kunnen lossen met medicijnen en rust. Hij komt regelmatig langs om te kijken hoe het gaat met Maarten.

Phil Taylor:
Phil Taylor is de vrouw, die Vera komt helpen met de verzorging van Maarten, als Vera het niet meer alleen aankan. Maarten denkt steeds dat ze een vriendin van zijn dochter is. Ze komt bij Maarten en Vera wonen. Ze is zeer behulpzaam, maar een beetje naief.

Ellen Robbins:
Ellen Robbins is een vriendin van Vera, die regelmatig langskomt. Zij helpt Vera met haar problemen en zorgt voor afleiding voor Vera. Ze is een roddeltante.

Recensies
2 recensies, beide gevonden via Literom.
1 uit Trouw
1 uit NRC Handelsblad

Eerste recensie:
Schrijver: Bernlef, J.
Titel: Hersenschimmen
Jaar van uitgave: 1984
Bron: Trouw
Publicatiedatum: 20-09-1984
Recensent: Tom van Deel
Recensietitel: Het le kraken van de geest

Dat romanschrijven een soort onderzoek is met behulp van de verbeelding, laat Bernlefs nieuwste boek "Hersenschimmen" zien. Het verschijnsel dat hij erin wil uitbeelden staat vrij algemeen bekend als dementie, maar wat deze stoornis precies inhoudt voor degene die hem heeft, is moeilijk voor te stellen.
In "Hersenschimmenöwordt een poging ondernomen om het dementeringsproces van binnenuit te beschrijven. Dat is een riskante onderneming, want het moet uit de aard der zaak geen levensechte, maar een artificieel doeltreffende uitdrukking worden van wat men zich kan indenken dat dementeren is.
Bernlef beschouwt dementie als een vroegtijdig afscheid van de wereld, een vertrek uit een werkelijkheid waarin herinneringen in een zinvol verband staan, oorzaken gevolgen hebben, de nacht volgens de klok op de dag volgt, - en al die dingen meer, op grond waarvan mensen verstandelijk en emotioneel met elkaar samenleven. De bejaarde man die hij in het boek laat denken, begint ogenschijnlijk gewoon, hij staat voor het raam van zijn huisje in Gloucester - gelegen boven de Amerikaanse stad Boston -, hij ziet de besneeuwde weg en vraagt zich af waar de schoolkinderen blijven. Zijn vrouw maakt hem er dan op attent dat het zondag is.
Vanaf dit eerste foutje gaat het bladzij na bladzij steeds fouter wat tijd en ruimte aangaat in het hoofd van de man. Hij denkt dat het ochtend is, maar het is middag, hij handelt nú volgens een plotselinge herinnering aan tóen. Hij wijt deze warboel, die hem zelf af en toe ook opvalt, aan de sneeuw: "Het komt door de sneeuw (...), die monotonie, als alles wit is om je heen vallen de verschillen weg. "Ik verlang best naar de lente, jij niet?" Maar zijn geheugen takelt snel af, hij leeft niet steeds meer in het nu, maar veronderstelt geregeld de aanwezigheid van zijn, al dode, vader en moeder.
Gevoel voor finesse Bernlef heeft met veel gevoel voor structurele finesse dit oude echtpaar, uit Holland afkomstig, geplaatst in een wat afgelegen Amerikaans gebied dat bovendien van sneeuw is voorzien. Beide gegevens spelen een belangrijke rol in het boek. De man is weliswaar tweetalig maar gaandeweg wordt het Amerikaans hem vreemder en ten slotte gelooft hij zelfs met de Amerikaanse bevrijders van doen te hebben op bevrijdingsdag. De sneeuw met z'n sporen geeft aanleiding tot allerlei overwegingen met betrekking tot oorzaak en gevolg.
De vrouw zegt tegen een vriendin (en de man hoort dat, vandaar dat wij het weten): "Ik ben bang dat hij zijn hele leven aan het vergeten is." Dat is ook zo, zelf heeft hij het gevoel lek te zijn, "zoek te raken of te verdwalen": "Iedere dag verdwijnt er wel iets, iedere dag wel iets. Overal lekt het." En elders denkt hij het op een lucide moment zo: "Een soort zeeziekte lijkt het wel. Onder dit leven woelt een ander waar alle tijden, namen en plaatsen door elkaar heen spelen en waarin ik als persoon al niet meer besta."
De persoon om wie hij het meest geeft, zijn vrouw, raakt uit zijn gezichtsveld, hij herkent haar soms niet, en het is precies hun relatie en de ontbinding daarvan (zijn vertrek eruit, om zo te zeggen) waar Bernlef de nadruk op legt en dat tot de meest emotionerende kanten van het boek behoort. "Hersenschimmen" heeft als motto twee versregels van Philip Larkin: "A touching dream to which we all are lulled/But wake from seperately." Jan Eijkelboom vertaalde ze als: "een mooie droom waar iedereen wordt ingewiegd en elk apart uit wakker wordt". Ze zijn afkomstig uit het lange gedicht "The building", dat over een ziekenhuis gaat, en ze slaan in het algemeen op de werkelijkheid, of het leven. Zijn "apart" uit de "droom" ontwaken, wat de man al dementerende doet, laat een verbijsterde vrouw aan zijn zijde achter.
Ronduit meesterlijk De manier waarop Bernlef een indruk probeert te geven van het reddeloos verlies van greep op tijd en ruimte, is ronduit meesterlijk. Tenslotte zijn wij, gedurende de lectuur van het boek, getuige van wat zich in het hoofd van de man afspeelt, wij weten wat hij eerst nog wist, maar even later al weer vergeten is, wij zien de tegenspraken, wij horen ànders wat zijn vrouw hem zegt, wij zijn kortom in staat zijn afscheid te analyseren. Zo roert het bijzonder, als we hem tegen zijn huilende vrouw horen zeggen: "Ik ben bij je, wat er ook gebeurt, ik ben bij je. We zullen eraan moeten wennen dat onze wereld kleiner geworden is, dat je steeds minder mensen ziet, dat je schrikt als de telefoon gaat, dat alle dagen op elkaar gaan lijken. Maar wij hebben elkaar, Vera, vergeet dat niet."
Zulke dramatische momenten staan er veel in het boek, dank zij het onderwerp en Bernlefs sensibele, perfect ingehouden stijl. Met groot romantechnisch vernuft schakelt hij de gebeurtenissen zo aaneen dat we niet alleen inzicht krijgen in het proces van verlies van tijd-en-ruimte-besef, maar ook in het voorbije leven van de man, zijn jeugd, zijn verliefdheden, zijn kinderen en zijn werk. Strak en doelmatig voert Bernlef enkele gegevens uit het vroegere leven van de man in, waardoor de noodzakelijke verwarring van tijden en ruimte reliëf krijgt.
Wie het boek openslaat en het slot doorbladert, ziet de geest van de man al naar de vorm dementeren. De zinsbouw neemt in welgevormdheid af, de alinea's worden klein en gescheiden door wit, de man denkt over zichzelf in de tweede of derde in plaats van eerste persoon. Zijn wereld is de ruimte waarin hij zich bevindt, er is nauwelijks nog sprake van tijdsbesef. Hij is dan opgenomen in een inrichting en als hij bezoek krijgt van zijn vrouw, blijkt uit niets dat hij haar herkent: "de stem van een vrouw en je luistert... je luistert met gesloten ogen... luistert alleen maar naar haar stem die fluistert... dat het raam is gemaakt... dat waar eerst die oude deur voor zat gespijkerd... dat daar nu weer glas zit... glas waar je doorheen kunt kijken... naar buiten... het bos in en de lente die bijna begint... zegt ze... fluistert ze... de lente die op het punt staat te beginnen..."
Aangrijpend Bernlef heeft al vaker romans met sneeuw geconcipieerd - eentje heet zelfs "Sneeuw", een ander "Onder ijsbergen". Het is voor zijn manier van schrijven, die vaak wel "koel" genoemd wordt, belangrijk dat hij thematische kwesties kwijt kan in bespiegelingen van "lokale" aard. Het verdwijnen, waaraan de man is overgeleverd, laat zich goed afbeelden in een winterend landschap.
Ook over herinneren en vergeten heeft Bernlef al dikwijls geschreven: het is zijn creatieve obsessie. Maar hij heeft het bij mijn weten, of ik moet zeggen: naar ik mij herinner (want zijn oeuvre is immens), nog nooit zo aangrijpend behandeld als in deze roman "Hersenschimmen". Voor het eerst blijft hij als verteller niet buiten zijn personage staan, maar waagt hij zich aan de binnenkant en probeert hij van daaruit te verbeelden. Als model van een lekgeraakte geest is dit boek een prestatie.

Tweede Recensie:

Schrijver: Bernlef, J.
Titel: Hersenschimmen
Jaar van uitgave: 1984
Bron: NRC Handelsblad
Publicatiedatum: 05-10-1984
Recensent: Hans Vervoort
Recensietitel: De aftakeling van een aardig mens

Ouder worden we allemaal, maar het vooruitzicht van aftakeling is zelden gespreksstof, hooguit onderwerp van een snel weer weggeschopte zwarte mijmering. Het lichamelijk verval is nog voorstelbaar (hoe ergerniswekkend ook), maar wie durft zich de geestelijke aftakeling in te denken? Bernlef behoort tot het type schrijver dat zich dat soort taken stelt. In 1974 schreef hij al een bundel mooie verhalen over het oud worden (Hondedromen) en in verschillende van die verhalen speelde het grote vergeten een rol. Hersenschimmen, zijn nieuwe roman, gaat over dementie. Hoofdpersoon is de 71-jarige gepensioneerde Maarten Klein, die met zijn vrouw Vera in een kustplaatsje boven Boston woont. Zijn actieve leven als secretaris van een internationale maritieme organisatie is voorbij en hij geniet (tevreden van natuur) van de kalme routine van het dagelijkse bestaan: de wandelingen met zijn hond, het dagelijks vertier van de binnenlopende vissersboten en het passeren van de schoolbus. Jaren van behoedzame tevredenheid voor de boeg, maar gelijdelijk merkt hij dat er iets met hem aan de hand is. Woorden verliezen ineens hun betekenis of zijn niet beschikbaar, herinneringen zijn niet meer oproepbaar maar overvallen hem onverwacht, soms blijkt hij handelingen te verrichten die bij een veel vroegere periode uit zijn leven behoren: op pad gaan voor een vergadering, stiekem snoep zoeken in de huishoudkast. Fantasie, herinnering en werkelijkheid schuiven over elkaar heen, de tijd verdwijnt als dimensie, het ene moment is hij kind en het volgende ogenblik weer even zijn 71-jarige zelf. In het begin lijken het korte storingen, blackouts, maar de ziekte vordert snel: "Ik word van binnenuit opgesplitst. Het is een proces dat ik niet tegen kan houden, omdat ik zelf dat proces ben. Je denkt 'ik', 'mijn lichaam', 'mijn geest', maar dat zijn maar woorden. Vroeger beschermden die me. Toen ik dit nog niet had. Maar er is een grotere kracht die het nu in mij voor het zeggen heeft en die niet valt tegen te spreken". Terwijl hij wel merkt dat hij zijn gedachten niet meer altijd kan ordenen, kan Maarten Klein geen moment echt beseffen wat er met hem aan de hand is. En dat is logisch, want in de steeds spaarzamer ogenblikken dàt hij zichzelf is, is er ook niets aan de hand. Bernlef heeft in dit boek gekozen voor de ik-vorm, een bijna onmogelijke opgave want hoe beschrijf je van binnenuit een geestelijke aftakeling? Bijna per definitie kan niet verwacht worden dat een dementerende bejaarde dat proces coherent beschrijft. Het is toch gelukt om dat waar te maken en dat komt doordat Bernlef er met zijn ingehouden stijl in slaagt te laten vergeten dat je woorden leest. De lezer is rechtstreeks aangesloten op het gedachtenleven van Maarten Klein. De plotselinge overgangen van volwassen naar kindse denkwereld worden daardoor verrassend direct duideliJk gemaakt: "Een beetje koud heb ik het. Een kop hete thee zou-mij goed doen. Ik loop de keuken in en draai het gas aan. De ketel, waar is de ketel. 'Ketel', zeg ik, 'ketel', maar het ding is nergens, ook niet in een van de keukenkastjes. Misschien binnen. Vera gebruikt hem wel eens om de planten water te geven. Ook niet. Ik doe de deur van de provisiekast open, maar hoe ik ook zoek achter borden en glazen, nergens kan ik een Kwatta-reepje vinden. En er liggen ook geen peredrups of zuurballen. Misschien is ze boodschappen gaan doen. Ik ga achter de piano zitten en druk eerst het oefenpedaal in voordat ik begin te spelen. Opa ligt boven zijn middagdutje te doen dus ik moet heel stilletjes spelen. De toetsen gaan zwaar en stroef. Of zijn het mijn koude vingers die niet willen? Dan hoor ik de voordeur opengaan. 'Ik ben hier oma', roep ik haar vanachter de piano tegemoet." Het is op deze manier zelfs mogelijk om vanuit het gezichtsveld van Maarten Klein het verdriet van zijn vrouw Vera te beschrijven, die haar man steeds verder weg ziet verdwijnen in de kinderlijkheid: "Is pappa al naar kantoor?" "Maarten, ik ben het, Vera!" "Je moet niet zo tegen me schreeuwen." Ze verbergt haar gezicht in haar handen. Waarom is ze nu opeens zo opgewonden? Waarom huilt ze zo hartverscheurend?" Het boek eindigt zoals verwacht mocht worden, in flarden van zinnen en indrukken. Hersenschimmen is heel wat meer dan een perfect uitgevoerde literaire exercitie. Bernlef heeft een warm en levend portret gemaakt van een aardig mens op weg naar het niets. Het is te hopen dat Hersenschimmen veel lezers zal vinden. Niet alleen vanwege het doorbreken van een taboe, maar ook omdat Bernlef in dit boek opnieuw bewijst dat hij als schrijver meer aandacht verdient dan hij tot nu toe kreeg.

Mijn reactie op de recensies:

Omdat dit allebei positieve recensies zijn ben ik met beide recensies op verschillende punten eens, maar ik heb wel een voorkeur voor de tweede recensie.
De tweede recensent benadrukt dat de ik-vorm wordt gebruikt en dat dit een goede keuze is. Ik ben het hiermee helemaal eens. Het is moeilijk om iets wat je nooit hebt meegemaakt in de ik-vorm te beschrijven, maar hier is het gewoon gelukt. Door de ik-vorm kun je je beter gaan inleven, zodat je een beetje de gevoelens meemaakt, die Maarten ook heeft. Dat kun je alleen bereiken als de ik-vorm wordt gebruikt, want andere perspectieven houden teveel afstand.
Ook de opmerking over de duidelijke overgangen klopt volgens mij. Deze overgangen zijn heel duidelijk weergegeven, zodat je precies kunt zien wanneer Maarten zich wel goed voelt en wanneer hij weer eens een dip heeft en niets meer weet. Dit kun je, zoals de tweede recensent ook al zegt, zien in de situaties waar hij ineens overschakelt naar de gedachten van een kind, hij weet het niet meer en vlucht naar zijn jeugd.
Aan het eind van zijn recensie noemt de tweede recensent dat het boek eindigt zoals het verwacht mocht worden, namelijk in flarden van zinnen en indrukken. Dit is niet wat ik er persoonlijk van verwacht had, maar het is eigenlijk wel logisch. En het klopt volgens mij dus wel. En met de opmerking, dat Bernlef een warm en levend portret van een aardig mens op weg naar het niets heeft gemaakt, ben ik het helemaal eens. Je voelt zo mee met Maarten, die niets kan doen aan zijn situatie, die steeds verder verslechtert.

Met de eerste recensent verschil ik van mening op het punt dat de gegevens strak en doelmatig worden gevoerd. Er zitten volgens mij en aantal stukken in, die niet echt belangrijk zijn voor het stuk en dus niet doelmatig. En dat ze strak worden gevoerd klopt volgens mij ook niet, want de hoofdpersoon heeft geen besef van wat hij allemaal vertelt. Dus kan hij ook niet bepalen wat erin moet en wannneer dit vertelt moet worden.
Maar ik ben het wel met hem eens als hij zegt dat Bernlef het boek goed van binnenuit heeft beschreven. Hij heeft het vanuit de ik-vorm geschreven, zodat je met de hoofdpersoon kan meeleven op de momenten dat hij het erg zwaar heeft. Hierdoor zie je nog beter hoe slopend deze ziekte voor iemand kan zijn.
En ook dat onderzoek belangrijk is voor het schrijven van een boek is waar. En dat blijkt ook wel uit dit boek. Bernlef moet wel iets van Alzheimer geweten hebben, anders had hij nooit deze levende beelden kunnen schetsen.
Het gevoel voor finesse heeft Bernlef inderdaad in dit boek gebruikt. De strenge winters in Amerika passen heel goed bij dit boek, want tijdens de winter ook alles vervaagt en hetzelfde is, net zoals in het hoofd van Maarten het geval is.
Daarnaast ben ik het er ook mee eens dat de relatie met zijn vrouw, die steeds verder verslechtert, een emotionele kant van het boek laat zien. Hij geeft heel veel om haar, maar herkent haar op een gegeven moment niet meer. Je gaat hierdoor ook ontzettend medelijden krijgen met zijn vrouw.
En tot slot ben ik het ook nog eens met het feit dat Bernlef de gegevens goed op elkaar laat aansluiten, waardoor je ook inzicht krijgt over zijn jeugd en de rest van zijn verleden. Hierdoor neemt de achtergrondinformatie over Maarten toe.

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

9258

reacties

Hallo, Zeer mooi verslag, ik ga het morgen inleveren,, en nu maar hopen dat de leraar het niet merkt, Ik heb het boek zelf wel gelezen maar heb gewoon geen zin & Tijd om een samenvatting te typen. Bedankt ! Groetjes, Anoniem
door Anoniem (reageren) op 6 oktober 2004 om 16:49
heey, alls goed. bedankt voor je verslag anders had ik nou een 1 gehad of zo. Als je een knappe dame bent zou ik dan je msn mogen hebben als je dat hebt , alvast bedankt en hopelijk gauw tot ziens Rick
door rick loeven (reageren) op 20 oktober 2004 om 15:27
Hoi, bij bespreking tijd zeg je dat het boek negen dagen beslaat. Dat zie ik ook bij andere verslagen, maar ik kom steeds op zeven dagen. Zit hij soms 4 dagen in die inrichting?
door Tom (reageren) op 17 juni 2011 om 12:33
je zecht dat het 143 BLZ zijn maar het zijn er 221
door niemand (reageren) op 7 februari 2012 om 11:35
@niemand: je zegt zecht maar het is zegt.
door Aarskever (reageren) op 29 maart 2017 om 23:39
ja idd!
door lol (reageren) op 17 februari 2012 om 9:42
JA DAT KLOPT XD
door geniaal (reageren) op 23 februari 2012 om 13:07
Mijn boek telt 167 blz. Goed boekverslag trouwens! (ook best goed boek idd)
door Stephan (reageren) op 23 februari 2012 om 16:48
er zitten toch geen eens flashbacks in het verhaal? de herinneringen die hij heeft aan vroeger zijn geen flashabacks , een flashback is als je naar die tijd terug gaat maar niet als de persoon eraan denkt
door gabrielle (reageren) op 6 december 2012 om 22:38
bedankt! Moet vrijdag mn verslag in leveren maar is oppeens van mn pc gewist..
door ANONIEM (reageren) op 6 mei 2014 om 18:05
Skon boek wel een verrekte lange kut samenvatting. Troep joh
door Joël de wit (reageren) op 15 november 2016 om 11:12

Welkom!

Goed dat je er bent. Scholieren.com is de plek waar scholieren elkaar helpen. Al onze informatie is gratis en openbaar. Met een profiel kun je méér:

snel zien welke verslagen je hebt bekeken
de verslagen die je liket terugvinden
snel uploaden en reacties achterlaten

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer

Hoge waardering

Nienke zeker weten goedZeker Weten Goed
anoniem5e klas vwo8.4
Me 6e klas vwo7.8
Hilde 5e klas vwo8.0
Margot te Riele 6e klas vwo7.4
Kim D 6e klas vwo7.7
Meer verslagen ›

Why I This BOOK

Maike over Hersenschimmen