Cookies..
Door Scholieren.com te bezoeken ga je akkoord met het gebruik van cookies. Klik hier voor meer info.

Het negende uur

Pieter Nouwen

1997

189

7.8 / 10
6e klas vwo
  • Gerrine
  • Nederlands
  • 3646 woorden
  • 8674 keer
    70 deze maand
  • 15 mei 2002
Opdracht 1: Verhaallijn van de rechercheur

Miriam Wicherson heeft de politie gebeld nadat ze Edward Schneider dood heeft aangetroffen in zijn theekoepel. Het oog van de rechercheur valt op de opengeslagen partituur van de Mattheüspassie van Bach, bij de passage van "Eli, Eli, lama, lama asabathani". De rechercheur ondervraagt Miriam en deze zegt hem dat Edward Schneider erg druk was met de Mattheüspassie. De rechercheur veronderstelt dat Edward Schneider rond het negende uur is overleden. De dokter kan dit niet bevestigen, maar het is wel zeer mogelijk geweest dat Edward Schneider op Goede Vrijdag rond het negende uur overleed. De rechercheur veronderstelt ook dat er een kans is dat Edward Schneider is vermoord, omdat hij bij de generale repetitie zijn stem liet uitschieten bij het "Eli, Eli, lama, lama asabthani" en zong op de melodie van het feestliedje "Ja, ja, ja, wij willen willen willen".
Vervolgens gaat de rechercheur naar Miriam Wicherson, een hoer, en zij vertelt over het etentje op donderdagavond. Ook hier spotte Edward Schneider met Jezus en dat werd door sommigen niet in dank afgenomen.
Miriam geeft de rechercheur brieven, knipsels e.d. Deze zijn een soort dagboek van Edward Schneider. Edward geeft hierin zijn negatieve mening over alle personen waar hij dagelijks mee omgaat. Vervolgens gaat de rechercheur bij deze personen op bezoek, om te onderzoeken hoe Edward Schneider aan het einde van zijn leven is gekomen. Allen vertellen hem iets van Edward Schneider, over zijn doen en laten en zijn leven enz.
Belangrijkste aanknopingspunt is het gesprek met Julius Beylevelt die het totaal niet vond kunnen dat Edward Schneider met Jezus spotte en eraan gedacht heeft om hem uit de weg te ruimen.
De rechercheur krijgt ook een dagboek van Vera Görgey, waarin staat hoe zij eerst van Edward Schneider hield maar hem later toch niet meer uit kan staan, zeker nadat Edward Schneider haar verkracht had.
Dan hoort de rechercheur dat Beylevelt verongelukt is, een zelfmoordactie?!
Ook spreekt de rechercheur met Helga Schneider, de moeder van Edward, af. Deze sluit uit dat Edward Schneider aan een familiekwaal is overleden.
Doordat het in het onvermogen van de rechercheur ligt om de dood op te lossen, wordt ervan uitgegaan dat Edward Schneider aan een "niet nader te verklaren hartstilstand" is overleden.

Opdracht 2: Verhaallijn van Edward Schneider

Edward Schneider werd in 1963 geboren in Haarlem, als zoon van een notaris. Hij studeerde zang aan het Haags conservatorium. Hierna gaat hij optreden op verschillende plaatsen in het land, samen met zijn vaste pianist Jan Wynandts. Hij woont op dat moment op de buitenplaats Galenburgh in 's Graveland (bij Hilversum). Hij heeft een relatie met de 28-jarige Miriam Wicherson. Hij volgt zanglessen bij onder andere Mario Heri, waarvoor hij enkele weken in Rome doorbrengt. De verschillende (grote) stukken die hij uitvoert, brengen geen van allen het gehoopte succes.


Echter, hier komt verandering in als hij een rol krijgt aangeboden in de Mattheüspassion, onder dirigent Stanislaus Agincourt. Hij wordt gevraagd voor de Christuspartij, aangezien de eigenlijke vertolker hiervan ziek is. Tijdens de generale repetitie voor dit stuk ontstaat er een heftige woordenwisseling tussen Schneider en de dirigent, omdat Schneider de woorden 'Eli, eli, lama, sabthani' op een andere wijs zingt. Tijdens de echte uitvoering, op Paaszondag, verloopt alles echter goed en Schneider ontvangt lovende kritieken.

Op Witte Donderdag gaat Schneider met een twaalftal vrienden en vriendinnen uit eten om zijn succes te vieren. Tijdens de maaltijd ontstaat een ruzie tussen Schneider en enkele vrienden. Ook zij hebben kritiek op de spottende manier waarop hij met de Christuspartij omgaat. Bij het inschenken van de rode wijn zong hij namelijk de woorden 'Trinket alle daraus, das ist…' , waardoor het geheel doet denken aan het Laatste Avondmaal.

Op Stille Zaterdag wordt Schneider dood aangetroffen in de theekoepel achter het huis waar hij woont. Hij ligt op de divan, met naast zich de partituur van de Mattheüspassion. Deze ligt opengeslagen op bladzijde 144 en 145, waar staat: 'Und von der sechste Stunde an war eine Finsternis über das ganze Land, bis zu der neunten Stunde. Und um die neunte Stunde schrie Jesus laut und sprach…'. Het negende uur is rond drie uur 's middags, en de dokter verklaart dat hij de dag ervoor (op Goede Vrijdag) rond dat tijdstip gestorven kan zijn. Er is onduidelijkheid: is er sprake van moord, zelfmoord of een natuurlijke dood?

De drie verhaallijnen (van Schneider, rechercheur Melchior Fransen en Bach) komen gedurende het verhaal bij elkaar:
q Rechercheur Fransen moet de zaak rond Schneiders dood oplossen. Hij ondervraagt vrienden, leest artikelen over zijn leven, maar uiteindelijk blijkt zijn dood ook voor hem een onoplosbaar mysterie te blijven.
q De Mattheüspassion is geschreven door Bach, en Schneider gaat deze uitvoeren. Voor beiden is het de eerste uitvoering van het stuk die beschreven wordt in het boek. In een soort droom komt Schneider als toeschouwer terecht bij deze allereerste uitvoering van de Mattheüspassion in de Thomaskirche.

Daarnaast kruisen ook de verhaallijnen van Schneider en die van het leven van Jezus elkaar. Schneider speelt de rol van Christus, hij speelt dus Zijn hele leven na. In een soort droombeeld ervaart Schneider zelf Christus' kruisiging. Hij komt echter niet verder dan de kruisiging. De opstanding, en daarbij: Christus' genadeboodschap, wil hij niet aanvaarden.

Opdracht 4: Titelverklaring, opbouw, perspectief

q De titel geeft de link weer tussen het tijdstip waarop Jezus stierf en het tijdstip waarop Schneider waarschijnlijk overleed. Op dit uur riep Jezus: "Eli, Eli, Lama sabachtani!" en in Schneiders kamer lag de partituur van de Mattheüspassie open bij deze woorden. Dit benadrukt de overeenkomst tussen de dood van beide personen.

q De drie citaten: 1. Het eerste citaat voorin het boek, over Ivo de Wijs, geeft aan dat de gebeurtenis op de generale repetitie (Schneider zingt het "Eli, Eli, Lama sabachtani!" op de wijs van "Ja, ja, ja, wij willen, willen, willen") op werkelijkheid is gebaseerd. Ivo de Wijs heeft dit namelijk ook gedaan en kreeg toen ruzie met zijn dirigent, Agincourt. 2. Ook dit citaat geeft aan dat het karakter van Schneider deels op werkelijkheid is gebaseerd. Hij denkt net zo over Mattheuspassie als de tenor Nico van der Meel, van wie dit citaat afkomstig is. 3. Het derde citaat geeft aan waarom Bach de Mattheuspassie heeft gecomponeerd en hoe hij het liefst wil dat dit werk (en eigenlijk alle muziek) uitgevoerd wordt, namelijk tot Gods eer en tot verkwikking van het gemoed.

q Het openingskoor staat in het boek, omdat dit het begin van de Mattheuspassie is. Deze passie staat centraal in het boek, en kan min of meer gezien worden als de oorzaak van de gebeurtenissen in het boek die betrekking hebben op Schneider. Ook wordt verteld hoe Bach de passie gecomponeerd heeft en is de lezer aanwezig bij de eerste uitvoering ervan.

q In de proloog lijkt het erop dat Schneider zich inleeft in zijn rol als Christus in de Mattheuspassie. Het verhaal van Jezus' kruisiging wordt heel gedetailleerd beschreven, om aan te geven hoe erg Zijn lijden was.

q Er worden schuingedrukte en rechtopstaande hoofdstuktitels gebruikt. Dit is om de scheiding tussen de verhaallijnen van respectievelijk Bach en Schneider aan te geven. In hoofdstuk 19 en 20 komen de verhaallijnen samen, en die hoofdstukken hebben dan ook twee titels, een schuingedrukte en een rechtopstaande.

q De epiloog bestaat uit een gedeelte uit Openbaringen en een profetie over de dag van het oordeel. In het gedeelte uit Openbaringen gaat het over een boekrol die niemand kan/mag openen. Op de laatste bladzijde van het verhaal van Schneider gaat het over een boek wat hij niet uit kan/mag lezen, hij kan de bladzijden niet omslaan. Het tweede gedeelte van de epiloog kan in verband gebracht worden met het oordeel dat Vera (op de één na laatste bladzijde van het verhaal) over hem velt.

q Het slotkoor staat om dezelfde reden vermeld als het openingskoor, er komt nog bij dat het de afsluiting is van het boek (zoals het ook de afsluiting van de Mattheuspassie is…).

q Net als de hoofdstuktitels wisselt ook het vertelperspectief in het boek per hoofdstuk. In de hoofdstukken over Bach is sprake van het personale vertelperspectief. In de overige hoofdstukken is over het algemeen sprake van de ik-vorm, waarbij 'ik' de rechercheur is.

q Betekenissen van de schuingedrukte hoofdstuktitels: 2. Inventio – 'Vondst', een thema (soms een gering aantal op elkaar betrokken motieven). Reeksen inventiones werden menigmaal gecomponeerd. Heel beroemd zijn de tweestemmige inventiones en de zogenaamde 'driestemmige inventiones' van Bach. De bedoeling was dat de speler ervan zich tot het maken van andere inventies liet inspireren. 4. Courante – Franse dans uit de zestiende, zeventiende en begin achttiende eeuw, in een matig snel tempo, in driedelige maatsoort. 6. Sarabande – Een dans van Mexicaanse oorsprong, met een langzaam en statig karakter, in driekwartsmaat. 8. Concerto (grosso) – 1. Muziek, geschreven voor een solistengroep, tegenover een grote groep, die elkaar meestal afwisselen, maar soms ook samen spelen. 2. De grote (orkest)groep in het concerto grosso. 10. Recitativo – Een onderdeel van grotere vocale vormen waarin de solist een verhaal vertelt. De muziek is syllabisch en de melodie is sober, met weinig toonverschillen en veel kleine intervallen. 11. Cantata – Meerdelige, vocaalinstrumentale compositie. Meestal is de tekst religieus. 14. Passio – Grote, meerdelige vocaalinstrumentale compositie met als tekst het lijdensverhaal van Jezus. Bij de onderdelen komen ook koralen voor. 16. Air – Rustpunt. Onderdeel van een danssuite, met een liedachtige vorm. 19. Fuga – Twee- of meerstemmige compositie (vergelijk het boek: de verhaallijnen komen samen!), opgebouwd uit één thema. De stemmen zetten na elkaar in met hetzelfde thema. 20. Canon – Een meerstemmige muziekstuk waarvan de stemmen elkaar imiteren.

Opdracht 5: Thema, motieven, bedoeling van de schrijver

Thema
Het thema van het boek is zonde en schuldbesef. En het geloof dat Jezus aan het kruis is gegaan voor onze zonden. Citaten:
q "Weer blijf ik op bladzijde 26 steken. Opnieuw moet ik huilen en weet niet waarom…" (blz. 185)
q "'Ik begrijp niet dat hij mag bestaan'. Zegt Vera dit over mij? Ik wil naast de divan knielen, maar dan moet ik opstaan en me omdraaien. Dat durf ik niet. Ik wil me schuldig voelen en kan het niet. Mag ik bestaan?" (blz. 186)
q "Mag ik bestaan? Ik wil net zo lang blijven bestaan tot ik het antwoord op dit vraag heb gekregen. Ik zal antwoord krijgen als ik pagina 27 kan omslaan. Als ik het boek tot de laatste bladzijde mag lezen, zal ik alles hebben begrepen." (blz. 187)

Motieven
1. Het eerste motief is muziek (de Mattheüspassie). Het verhaal begint met het openingskoor waarin de Mattheüspassie wordt beschreven. Deze Mattheüspassie speelt een grote rol in het verhaal. Het is een muziekstuk geschreven door J.S. Bach, waarin het lijdensverhaal van Christus centraal staat. Schneider probeert zich in te leven in en voor te bereiden op zijn Christusrol. Opvallend is dan ook dat de figuur aan het kruis, die wij kennen als Jezus, zonder hoofdletter wordt beschreven en dat man brulde en tegenstribbelde. Citaat: "De man brulde en in een reflex schoot zijn linkerbeen omhoog. In een dierlijke paniek rukte hij aan de touwen…" (blz. 13). Schneider wil beroemd worden met zijn muziek en muziek speelt een hele grote rol ook binnen zijn sociale contacten. Ook wordt er in het boek beschreven hoe de Mattheüspassie tot stand is gekomen door Bach. Het boek is ook een aanklacht tegen de Mattheüspassie als 'een consumptieartikel dat bij de Paastijd past'. Bach was erop gericht dat zijn toeschouwers het lijdensverhaal 'als aanwezige werkelijkheid zouden herbeleven'. Hij heeft hiervoor dan ook alle middelen aangewend. Hij maakte onder andere veel gebruik van getallensymboliek.
2. Het tweede motief is het lijden. Ten eerste hebben we het over het lijden van Christus wat uitvoerig wordt besproken. De Mattheüspassie gaat over het hele lijdensverhaal van Christus maar Edward Schneider kan pagina 27 niet omslaan en blijft daarom bij de dood van Jezus steken. Ook Edward Schneider moet 'lijden'. Hij beschouwt zichzelf als een 'martelaar voor de kunst'. Edward verlangt naar succes, bekendheid, volle zalen en vindt het leuk om veel geld uit te geven. Maar voor bekendheid en roem je de juiste mensen kennen die je verder helpen, dit alles kost hem veel moeite. Als hij dan eindelijk zijn eerste stap naar roem en bekendheid heeft gezet, gaat hij dood. Citaat: "Ik vind het een prachtig graf. Ik zie het al voor me, een tombe met alleen maar Schneider erop, omdat iedereen toch al alles weet van de man die eronder ligt." (blz. 126).
3. Het motief geloof/ongeloof komt heel duidelijk naar voren door middel van de Mattheüspassie. Bach hecht veel waarde aan het lijdensverhaal en was erop gericht dat zijn toehoorders het als aanwezige werkelijkheid zouden beleven. Citaat: "Hij wist dat het een magistraal werk was, maar hij was er ook ten volle van overtuigd dat hij het slechts kon voortbrengen dankzij de talenten die zijn Schepper hem had geschonken. Alleen Gode zij eer, zou hij er dan onderschrijven, zoals hij dat onder al zijn stukken deed." (blz. 42). Voor Schneider heeft de inhoud van de Mattheüspassie geen emotionele waarde, het is voor hem precies hetzelfde als ieder ander lied. Ook komt het geloof/ongeloof goed tot uitdrukking in Edwards briefwisselingen met zijn vrienden. Zo schrijft Vera: "Omdat de wereld van de gelovige een zinvolle eenheid is, heeft alles wat er in die wereld gebeurt een zin, dus ook het kwaad. Wat de zin is van het kwaad weet de gelovige niet, maar hij mag wel geloven dat het kwaad niet kan overwinnen, omdat de wereld liefdevolle schepping is." (blz. 126).
4. Als vierde hebben we het motief van de zoektocht naar de reden voor de dood van Schneider. Aan het begin van het verhaal maken we kennis met een rechercheur, die als taak krijgt de oorzaak van de dood van Edward Schneider te onderzoeken. Hij komt in contact met mensen en krijgt brieven te lezen van Edward en zijn vrienden. Het wordt de rechercheur niet duidelijk of het een moord was, een zelfmoord of een natuurlijke dood. We lezen over zijn dood: "Ik probeer onze ontmoetingen (met Vera) op een rij te zetten, maar kan me niet concentreren en val in slaap. Ik zie mezelf op de divan ligge in mijn zwarte pak, mijn witte overhemd en met de lichtrode stropdas. Ik heb een doodgroen, ongeschoren gezicht, mijn mond hangt open en mijn melkglazen ogen staren me aan. 'Hebt u geprobeerd zijn ogen te sluiten?' hoor ik een mannenstem vragen." (blz. ).

Bedoeling van de schrijver
De bedoeling van dit verhaal is dat als iemand tot het besef van zijn schuld komt, de dood van Christus voor hem zin kan krijgen. Net als bij Edward Schneider, die door zich te identificeren met Christus, tot erkenning van zijn schuld komt. Dan wordt de dood van Christus werkelijkheid voor hem en wordt hij voor de keuze gesteld of hij Christus' offer verwerpt of aanvaardt. Dit heeft de schrijver duidelijk willen maken.

Opdracht 6: Verdieping (o.a. tijd, ruimte)

Verhaallijn van Schneider
Het wordt verteld in de tegenwoordige tijd.
Het tijdsverloop is 1 à 2 weken: vanaf iets voor zijn optreden in het Concertgebouw tot het moment waarop hij dood aangetroffen wordt.
Het verhaal heeft een opening-in-de-handeling, want er is al heel wat gebeurd.
Het verhaal heeft een gesloten einde, want Schneider is overleden.
Er is sprake van één grote flashback: men blikt terug op het leven van Schneider en deze flashback verloopt verder wel chronologisch.
De vertelling is continu, er is weinig tot geen sprake van versnelling of vertraging.

(Belangen)ruimtes:
q De theekoepel, waar Edward Schneider wordt gevonden: deze is van de bewoonde wereld af: eenzaam, isolatie van Edward Schneider.
q Het concertgebouw, waar Edward Schneider de Mattheüspassion mag uitvoeren.
q Golgotha, waar Edward Schneider aan het eind van zijn leven over 'droomt'.
q De Thomaskerk in Leipzig: Edward Schneider heeft in deze kerk de witte kleren aan.
q Het crematorium.

Verhaallijn van de rechercheur
Ook dit verhaal wordt verteld in de tegenwoordige tijd.
Het tijdsverloop van deze verhaallijn is een kleine week, vanaf de vondst van het lichaam van Edward Schneider tot aan de crematie.
De opening van dit verhaal is informatief. De rechercheur gaat namelijk beginnen aan een nieuw onderzoek.
Het verhaal van de rechercheur heeft een open einde. De zaak Schneider is namelijk niet opgelost en zal waarschijnlijk ook nooit opgelost worden, omdat de rechercheur niet weet hoe het Edward Schneider vergaan is in zijn laatste levensuren.
Het onderzoek wordt door de auteur chronologisch beschreven. Maar er komen in dit onderzoek veel flashbacks voor, doordat de rechercheur allerlei verhalen van de mensen uit de omgeving van Schneider hoort. Door middel van deze verhalen blikken deze mensen terug op het leven van Edward Schneider. Flash-forwards komen niet voor in deze verhaallijn. Het verhaal wordt continu verteld, er is weinig sprake van versnelling of vertraging.

(Belangen)ruimtes:
q Ook bij de rechercheur is de sfeervolle theekoepel, waarin Edward Schneider gevonden wordt, de belangrijkste ruimte.

Verhaallijn van Bach
De tijd verloopt vanaf de tijd van het componeren tot en met de uitvoering van de Mattheüspassie.
Deze verhaallijn heeft een opening-in-de-handeling, Bach is tenslotte al bezig met het schrijven/componeren van de Mattheüspassie (Bach had nog 5 dagen tot de uitvoering).
Het verhaal heeft een gesloten einde: de Mattheüspassie was uitgevoerd, het 'optreden' was klaar.
Het verhaal heeft een chronologisch tijdverloop.
Vanaf het begin van het schrijven van de Mattheüspassie komt het verhaal steeds dichter bij de uitvoering van de Mattheüspassie, die uiteindelijk op Goede Vrijdag plaatsvindt.
Het verhaal van Bach wordt continu verteld, het bevat geen versnellingen of vertragingen.
(Belangen)ruimtes:
q Thomaskerk

Het samenkomen van de verschillende gebeurtenissen in de eindtijd
In de Thomaskerk zien Bach en Schneider elkaar. Hier komen dan ook de verhaallijnen van Bach en Schneider bij elkaar.
In de verhaallijn van Bach: Bach ziet iemand met witte kleren in de kerk zitten (=Schneider).
In de verhaallijn van Schneider: Schneider ziet zichzelf met witte kleren aan in de Thomaskerk zitten en is getuige van de uitvoering van de Mattheüspassie door Bach.

Opdracht 7: Personages, ontvangst in de media

Personages
Edward Schneider: Hoofdpersoon. Een man van midden dertig, die van beroep zanger (basbariton) is. Hij heeft donkerblond haar. Vlak voordat hij sterft mag hij de Christus-partij in de Mattheüs Passion zingen. Een doorbraak die volgens hem tien jaar te laat kwam, want hij was erg ingenomen met zichzelf. Zijn omgeving beschrijft hem als: slecht, eerzuchtig, egoïstisch, vrouwenjager, anti-christelijk, uitzuiger, maar hij kan wel goed zingen.
Parallel met de bijbel: Schneider is een negatief van Jezus, hij helpt geen anderen, hij eert God niet enz. Hij heeft ook twaalf volgelingen en een soort laatste avondmaal, een diner met zijn volgelingen. Hij sterft omstreeks het negende uur op Goede Vrijdag.

Johann Sebastian Bach: Bach is componist van de Mattheüs Passion. Hij is een echte christen. Hij woont in Leipzig en heeft in de week voor de Goede Vrijdag de hele Mattheüs Passion gemaakt en ingestudeerd, om hem zo op Goede Vrijdag in de kerk uit te voeren. Hij ziet zijn talent in de muziek als gave van God. Hij zag in de muziek een groot verband met het hele heelal. Hij gebruikt ook vaak cijfer-lettercombinaties (getalssymboliek) in zijn muziek om daarmee dingen te accentueren of om een extra boodschap over te brengen.

Vera Görgey: Zij is 24 jaar, studeert geschiedenis en ziet er iel en bleek uit. Zij bewondert Edward heel erg, maar is zeer gelovig en wil daarom niet met hem naar bed. Hoe Edward ook probeert haar over te halen, zij weigert. Bij een diner ter afsluiting van hun relatie, verkracht Edward haar. Zij heeft hem nu in haar macht en eist voor elk concert vrijkaartjes. Ze blijft hem achtervolgen omdat ze vindt dat hij haar moet huwen.
Parallel met de bijbel: Vrouwen die Jezus volgen.

Pierre Kerkhoff: Steenrijke Limburgse zakenman. Hij houdt van paarden en muziek. Hij vindt Edward een groot kunstenaar en alle rare dingen die Edward doet spreekt hij daarom goed. Hij heeft samen met Edward op een kostschool gezeten. Hij financiert Edwards kosten.
Parallel met de bijbel: Petrus, hij steunt eerst Schneider volkomen, maar valt hem later dan snel af.

Jan Wynandts: Edwards vaste pianist. Hij is een homo en is op Edward verliefd, hij aanbidt hem. Hij heeft Edward geholpen Vera te verkrachten. Hij is dun en heeft een paardenhoofd (volgens Edward). Hij houdt van Nietzsche en Wagner.
Parallel met de bijbel: Johannes, de discipel die Jezus liefhad, maar Schneider heeft Jan niet lief, maar doet maar alsof. Wynandts steunt Edwards moeder in het uitvaartcentrum.

Rechercheur: Van deze naamloze persoon weten wij weinig, maar hij is de waarnemer van alle gebeurtenissen.

Miriam Wicherson: Zij is 28 en afgestudeerd in Spaanse letterkunde en verdient als hoer. Ze ziet Edward als speciale vriend die niet hoeft te betalen. Zij is de enige vrouw in het boek die vrijwillig met Edward naar bed gaat.

Ontvangst in de media
'Het negende uur' werd goed ontvangen in de media. Dat blijkt uit de volgende drie uitspraken van de door ons beoordeelde recensies.

1. Dirk Zwart van het blad 'Koers', had niets dan lof over voor het boek: "Een boek als 'Het negende uur', daar word ik niet alleen heel enthousiast over, maar ook een beetje stil van. Zo'n boek is een geschenk." Dit werd vooral bepaald door een gemakkelijk leesbaar verhaal met spannende elementen en een hechte structuur met zorgvuldig aangebrachte symboliek.
2. Klaas Driebergen, student christelijke literatuur: "Het boek is goed opgebouwd, maar soms wordt het daardoor te aannemelijk. Het is geschreven in een zeer boeiende en heldere schrijfstijl. De proloog laat je een heel ander, indrukwekkend, beeld zien van het lijden van Christus." Soms vond hij de hoofdstukken over Bach iets te uitgebreid, het haalde je uit het eigenlijke verhaal. Zijn eindconclusie is positief: "'Het negende uur' van Pieter Nouwen is een nieuw hoogtepunt in de christelijke literatuur. Het is een boek voor iedereen die houdt van muziek, Bach in het bijzonder, of van christelijke kunst in het algemeen. Ook voor iedereen die graag detectiveverhalen leest, maar niet van oppervlakkigheid houdt. Een boek dat uitgesproken christelijk is, en tegelijk toch uitstekende literatuur. Wie dit boek niet leest mist veel." (op http://huizen.dds.nl/~klaasdri/recensieNouwenNeguur.htm)
3. R. v.d. Berg en T. v.d. Ziel, 'Nederlands Dagblad': "Onder de vaardige literaire pen van Pieter Nouwen komt het fysieke lijden van Jezus beklemmend dichtbij." (op http://www.nd.nl/htm/rec/recn6.htm

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

2140

reacties

heel goed gedaan van je! ik vond het een hartstikke moeilijk boek man maar je heb het heel goed gedaan, wat voor beoordeling had je? greetz anne
door anne (reageren) op 29 oktober 2004 om 13:51

Welkom!

Goed dat je er bent. Scholieren.com is de plek waar scholieren elkaar helpen. Al onze informatie is gratis en openbaar. Met een profiel kun je méér:

snel zien welke verslagen je hebt bekeken
de verslagen die je liket terugvinden
snel uploaden en reacties achterlaten

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer
Hou ervan

Hoge waardering

anoniem5e klas vwo8.2
Gerrine 6e klas vwo7.8
anoniem4e klas vwo6.9
Neeltjuh 4e klas vwo6.9
anoniem5e klas vwo3.9
Meer verslagen ›