Cookies..
Door Scholieren.com te bezoeken ga je akkoord met het gebruik van cookies. Klik hier voor meer info.

De donkere kamer van Damokles

Willem Frederik Hermans

1958

335

4 uit 5

6.5 / 10
4e klas vwo
  • Stef
  • Nederlands
  • 3589 woorden
  • 31297 keer
    187 deze maand
  • 7 februari 2002
Zakelijke informatie:
Hermans, W. F.
De donkere kamer van damokles
Amsterdam, G.A. van Oorschot, 1971
10e druk; eerste druk november 1958

Uittreksel:
Henri Osewoudt (voortaan als Osewoudt aangeduid), zoon van een sigarenboer, leefde de eerste paar jaren van zijn leven in Voorschoten. Als zijn moeder zijn vader in een vlaag van waanzin vermoordt en naar het gesticht moet gaat Osewoudt met zijn oom, Bart Nauta, mee naar Amsterdam om daar zijn school af te maken.

Osewoudt was klein, lelijk, had geen baardgroei en een hoge stem en constant met zichzelf bezig. Daardoor moesten zowel jongens als meisjes hem niet. De reden dat ze hem met rust lieten (lees niet pesten) was dat hij op judo zat (hierdoor waren zijn voeten vervormt) en daardoor iedereen aankon. Zijn enige vriendin was zijn (eveneens lelijke) volle nicht Ria die hem al vroeg in de liefde inwijdde.
Na zijn schooltijd trouwt hij met Ria en gaat terug naar Voorschoten om daar de sigarenzaak van zijn vader voort te zetten en zijn moeder te verzorgen. Ook heeft hij een huurder in huis, Moorlag, een student die zijn staatsexamen maar niet haalt.
Omdat hij een halve centimeter te kort is wordt hij afgekeurd voor de militaire dienst maar hij mag wel bij de burgerwacht, wanneer de oorlog is begonnen loopt hij de wacht bij het plaatselijke postkantoor.
Wat later die dag brengt ene luitenant Dorbeck (een man die als twee druppels water op Osewoudt lijkt) hem een fotorolletje om te ontwikkelen. Na de capitulatie geeft Osewoudt Dorbeck een kostuum begraaft zijn militaire in de tuin. Dorbeck brengt het kostuum een paar dagen later terug met nog een aantal nieuwe foto rolletjes met belangrijke informatie om te laten ontwikkelen, ook krijgt hij een pistool. De ontwikkelde foto's moeten opgestuurd worden naar E. Jagtman, Legmeerplein 25C, Amsterdam West.
Als Osewoudt de laatste rolletjes probeert te ontwikkelen, mislukken ze en om het weer goed te maken koopt Osewoudt van al zijn geld een Leica om zelf maar wat foto's van soldaten en militaire doelen te maken en stuurt hij die op.
Wanneer Dorbeck weer contact opneemt (het is intussen zomer 1941) vraagt hij Osewoudt naar Haarlem te komen en zijn pistool mee te nemen. In Haarlem aangekomen ontmoet hij Dorbeck en Zewuster; met de laatste gaat hij naar de Kleine Houtstraat waar ze in een huis twee mannen neerschieten. Vervelend genoeg komt hij daarna de zoon van de drogist (een NSB'er) tegen die hem volgt en lastige vragen stelt.
Weer thuis ontwikkeld hij het eerste rolletje dat hij van Dorbeck in 1940 had gekregen, op de foto staat Dorbeck met twee vriendinnen voor een huis, dat huis zal later afbranden doordat er een brandend vliegtuig op het huis valt; De hele familie Jagtman komt om.
In 1944 neemt Dorbeck na drie jaar weer contact met Osewoudt op. Hij stuurt hem een brief met de vraag de ontwikkelde foto's voor hem naar een bepaalde postbus te sturen, Osewoudt doet het en gaat zelf posten omdat hij wil weten wie de foto's ophaalt, dit blijkt een heilsoldate te zijn die hij terwijl hij haar achtervolgt uit het oog verliest.
Een paar dagen later wordt hij door Elly Meier opgebeld die hem meedeelt een spionne te zijn en hem om een onderduikadres vraagt ter identificatie geeft ze hem een van de foto's van Dorbeck, hij neemt haar mee naar oom Bard en stalt haar daar tijdelijk.
Hij gaat terug naar Den Haag waar hij Moorlag tegenkomt die hem vertelt dat zijn moeder en Ria zijn opgepakt door de Duitsers en dat hij nauwelijks ontsnapt is en dat de Duitsers hem opwachtten.
Ze gaan daarom naar Leiden waar een vriend van Moorlag (een student) hun valse persoonsbewijzen geeft, omdat hij zijn op de foto van zijn persoonsbewijs met zwart haar staat afgebeeld, laat Osewoudt zijn haar door een ondergedoken Joodse studente, Marianne genaamd, zwart verft, ook voor Elly krijgt hij een persoonsbewijs die in de tussentijd door oom Bart op straat is gezet en is opgepakt.
Osewoudt blijft een tijdje in Leiden hangen hij weer naar oom Bart toegaat om te vertellen dat moeder en Ria vastzitten krijgt hij verwijten en hij blijft er een tijdje.

Osewoudt wordt door Dorbeck bevolen om naar het station in Amersfoort te gaan. Daar zal hij een vrouw ontmoeten in leidsteruniform van de Nationale Jeugdstorm. Samen gaan ze naar Lunteren, waar Langendaal, die voor de Gestapo werkt, uit de weg moet worden geruimd, alsook zijn vrouw en een Nationale Jeugdstorm leidster. De aanslag lukt, maar op de terugweg wordt de vrouw aangehouden. Hij ontfermt zich over het kind maar laat het toch achter op het Rokin in Amsterdam.
Ook ontmoet hij Marianne weer ditmaal in de Bioscoop. Hij gaat er tijdens het voorstukje vandoor, wanneer een foto van hem op het scherm staat en een beloning van 500 gulden, maar wordt opgepakt.
Hij wordt verhoord en geslagen, maar hij heeft het idee dat ze hem voor iemand anders aanzien. Hij wordt naar het ziekenhuis gebracht, vanwege zijn verwondingen, en hij weet te ontsnappen uit het ziekenhuis, doordat een paar gemaskerde mannen hem meenemen.
Hij duikt onder bij Labare in Leiden voor wie hij foto's ontwikkeld. Marianne komt op een avond ook eens langs.
's Nachts worden ze door de Duitsers overvallen. Henri weet te ontkomen, maar wordt later toch gearresteerd, de andere inwoners en Marianne worden ook opgepakt.

In de cel zoekt de Duitser Ebernuss hem op, die beweerd hij hem goedgezind is. Hij heeft ervoor gezorgd, dat Marianne, die zijn kind verwacht, weer vrij is.
Ebernuss houdt zich bezig met het probleem of Dorbeck, de dubbelganger van Osewoudt, bestaat of juist niet. Daarom moet hij naar Amsterdam gaan, waar een clandestiene sociëteit is voor ondergrondse helden. Als Dorbeck bestaat, zal Osewoudt hem zeker ontmoeten. Ebernuss geeft Osewoudt zijn Leica en samen gaan ze naar Amsterdam. In de sociëteit is er een man van wie Ossewoudt gelooft dat het Dorbeck is. Van hem krijgt hij giftige kristallen, die in Ebernuss' borrel doet.
Dorbeck en Osewoudt gaan er samen in de auto van Ebernuss vandoor.
In een leegstaand huis fotografeert Osewoudt zichzelf met Dorbeck in een spiegel. Dorbeck vertelt hem dat Ria samen woont de zoon van de drogist die Osewoudt verraden had, toen hij de aanslag in Haarlem pleegde. Osewoudt krijgt een verpleegstersuniform en een nieuw persoonsbewijs. Dorbeck bericht hem dat Marianne in een kraamkliniek ligt. Daar aangekomen wordt hij naar een kelder gebracht waar hij het lijkje van zijn kind ziet.
Hij rent naar buiten en een Duitse soldaat neemt hem mee in zijn auto. In Voorschoten doodt hij Ria en in Dordrecht de Duitser; daarna vraagt hij hulp aan een pastoor.

Met de hulp van de illegaliteit en een arts komt hij in Breda aan. Hij meldt zich bij het hoofdkwartier
van de Nederlandse Strijdkrachten. Daar arresteert men hem, omdat men denkt dat hij een land verrader is.
Hij wordt naar Engeland gebracht. Daar behandelt Selderhorst zijn zaak. Osewoudt wordt van vele dingen beschuldigd en Dorbeck, die zal kunnen aantonen dat hij verzetsheld is, onvindbaar een lange speurtocht volgt als hij terug is in Nederland waar hij in een strafkamp tussen oorlogsmisdadigers en landverraders leeft.
Jagtman en Moorlag zijn dood en Marianne zit in een kibboets in Israël en is onbereikbaar. Oom Bart's verklaring is zeer vaag en dus onbereikbaar, bewijzen als de foto's werken tegen hem net als de Gestapo kaart die hij destijds droeg, ook het uniform van Dorbeck, dat in zijn achtertuin begraven ligt, biedt geen uitkomst. Eindelijk wordt de Leica van Osewoudt gevonden. Hij krijgt kans het filmpje te ontwikkelen, maar de foto met Dorbeck erop is mislukt. In een vlaag van waanzin rent Osewoudt naar buiten in een vlaag van waanzin om zo te ontsnappen, tijdens deze poging wordt hij jammerlijk neergeschoten.

Karakter lijst:
De hoofdpersoon in het verhaal is Henri Osewoudt, een heel onzeker persoon, die eigenlijk niets heeft om voor te leven, er niet normaal uitziet, en geen vrienden heeft. Zijn zin in het bestaan vindt hij door dingen te doen voor Dorbeck. Hij denkt ook vaak dat hij na de oorlog wel iemand zal zijn omdat hij een oorlogsheld is in zijn eigen ogen. Dorbeck is zijn grote ideaal en hij ziet hem als de gelukte versie van zichzelf
Dorbeck is de ideale versie van Osewoudt, terwijl hij eigenlijk in geen enkel opzicht op Osewoudt lijkt (behalve zijn uiterlijk dan)
Dorbeck is de tegenpool van Osewoudt, en geeft Osewoudt opdrachten. Dorbeck was luitenant in het leger en werkt voor de Engelsen
Marianne is de vriendin van Osewoudt, ze is een joodse en krijgt een doodgeboren kindje van hem. Ze gaat uiteindelijk terug naar Palestina
Ria is zijn lelijke nicht met wie hij trouwt doch ze bedriegt hem met een NSB'er. Osewoudt's moeder is een fantast en vermoordt haar man, ze wordt vermoord door de Duitsers.
Er zijn nog veel meer personages, maar van deze personen is geen compleet beeld...

Familie Osewoudt:
Vader: Hij werd al in het begin van het boek vermoord door Moeder.
Moeder: Ze was geestelijk niet helemaal in orde. Daardoor moest ze ook nadat ze vader had vermoord ook niet in de cel maar in een inrichting. Daar was ze al eens eerder geweest.
Bart Nauta: Bij hem vond Osewoudt onderdak toen zijn moeder werd opgesloten in een inrichting. Toen was hij nog alleen de oom van Osewoudt. Later toen Osewoudt met Ria was getrouwd was het ook de schoonvader van Osewoudt.
Tante Fietje: Overleed al snel nadat Osewoudt was getrouwd met Ria. Deed wel aardig tegen Ossewoudt maar mocht hem niet.
Ria: De dochter van Bart Nauta en Tante Fietje. Ze trouwt met Osewoudt en als ze later samenwoont met Evert vermoord Osewoudt haar.

Vrienden & Kennissen:
Moorlag: Goede vriend van Osewoudt. Hij was een student en woonde bij Osewoudt, Ria en Moeder in. Later ging Osewoudt nog een keer bij hem op bezoek.
Familie Turlings: de drogisten die aan de overkant van de straat woonde tegenover de sigarenzaak.
Evert Turlings: De zoon van de Drogisten. Hij was een NSB'er, en later was hij samen met Ria.
De Vos Clootwijk: Directeur van de Nederlandse Spoorwegen. Elly probeerde informatie bij hem los te peuteren maar dat is haar niet gelukt.
Marianne Sondaar (eigenlijk: Mirjam Zettenbaum): Ze kwam met Osewoudt in contact toen hij zijn haar zwart moest laten verven. Ze was Osewoudt's vriendin geworden, want Osewoudt vond Ria niet meer zo leuk. Ze was half joods en had daarom een schuilnaam. Later was ze naar Palestina gegaan en waar ze in een kibboets woonde. Osewoudt heeft haar nadat hij opgepakt was nooit meer gezien. Dokter: Heeft waarschijnlijk gezorgd voor Osewoudt's ontsnapping uit het ziekenhuis.
Zuster Angela: Verzorgde Osewoudt in het ziekenhuis.
Pater Beer: Hij praatte met Osewoudt toen hij gevangen zat. Toen Osewoudt werd neergeschoten was hij bij Osewoudt maar kon hem niet meer redden.

Verzetsmensen:
Dorbeck: De man die alles wist, hij gaf Osewoudt zijn opdrachten en hij hielp Osewoudt. Alleen hielp hij Osewoudt niet toen hij dat zo erg nodig had; na de oorlog. Als hij zich had laten zien dan had het best zo kunnen zijn dat Osewoudt nog leefde. Dorbeck was een kleine man met zwarthaar en een stoppelbaard. Zewuster: Hij, Dorbeck en Osewoudt pleegde de aanslag op de Kleine Houtstraat nummer 32. Later kwam Osewoudt hem nog 1 keer tegen bij de bibliotheek. Hij is later gedood door de Duitsers.
Elly Sprenkelbach Meijer: Een Engelse agente die naar Osewoudt moest gaan om van hem onderdak te krijgen. Ze had van de Engelsen verkeerde spullen mee die haar verdacht zouden maken. Osewoudt hielp haar, maar dat had uiteindelijk weinig zin, want ze werd opgepakt door de Duitsers.
Meinarends: Hij zorgde voor 2 persoonsbewijzen, voor Osewoudt en voor Elly Sprenkelbach Meijer.
Labare: Bij hem vond Osewoudt onderdak toen hij dat nodig had. Osewoudt moest bij hem films ontwikkelen. Later is Labare ook opgepakt door de Duitsers.
Hé jij (Annelies van Doormaal): Pleegde samen met Osewoudt de aanslag op de NSB'er Lagendaal.
Oom Cor, Oom Kees en nog 2 andere mannen: Zorgden voor de ontsnapping van Osewoudt uit het ziekenhuis. Waren waarschijnlijk gestuurd door de dokter.
Suyling: Hij zat bij Labare en deed erg negatief wanneer hij Osewoudt zag.

Alias Osewoudt:
Mijnhardt: Gebruikt hij om Moorlag te kunnen spreken, zonder dat Ria wist wie hij was.
Filip van Druten: Hij krijgt deze naam bij Meinarends als hij 2 persoonsbewijzen (één voor hem en één voor Elly) bij hem ophaalt, als hij bij Marianne is en bij ‘Hé jij’.
Dominee Verberne: Gebruikt toen hij wilde weten wat er met moeder en Ria gebeurt was.
Joost Melgers: Gebruikt hij als hij bij Labare is.
Agent bureau Binnenhof: Gebruikte hij toen hij wilde weten wat er met Elly gebeurt was bij De Vos Clootwijk.
Clara Boeken: Gebruikt hij als hij verkleed is als verpleegster.

Duitsers + Slachtoffers van Osewoudt:
Lagendaal: Doodgeschoten door Osewoudt in zijn huis te Lunteren.
Mevrouw Lagendaal: Doodgeschoten door Osewoudt in zijn huis te Lunteren.
Walter Lagendaal: Door Osewoudt achter gelaten vlak bij het Rokin in Amsterdam, nadat ‘Hé jij’ en Osewoudt hem meegenomen hadden.
Leidster van de Nationale Jeugdstorm (Marchiena Siemerink): Word door Osewoudt en ‘Hé jij’ vermoord in Lunteren op weg naar het huis van Langendaal.
Kriminalrat Wülfing: Laat Osewoudt in elkaar slaan en vertelt hem dat ze alles weten van zijn daden.
Hauptsturmführer Ebernuss: Hij zorgde ervoor dat Osewoudt naar het ziekenhuis werd gebracht. Vervolgens probeerde Ebernuss een beetje vriendjes te worden met Osewoudt omdat hij zag dat de Duiters de oorlog aan het verliezen waren. Later in het boek gaat hij met Osewoudt mee en wil zich aansluiten bij de verzetsmensen. Dorbeck is daar ook en vertrouwt Ebernuss niet en geeft Osewoudt gif. Osewoudt doet het gif in het drinken van Ebernuss en vertrekt met Dorbeck.
Georg Krügener: Brengt Osewoudt in verpleegstersuniform eerst naar Voorschoten en vervolgens slaat Osewoudt hem neer en rijd naar Dordrecht. Daar vlakbij komt Georg weer bij en vermoord Osewoudt hem door mes in zijn rug te steken.
Gustav Malknecht: Hij was de typist die alle gesprekken met Osewoudt moest vastleggen op papier. Later toen hij in handen was van de Nederlanders legde hij een verklaring tegen Osewoudt af.

Engelsen:
Kolonel Smears: Deze man legde een verhoor af op Osewoudt.
Percy: Hij moest met een typemachine alles wat Kolonel Smears vroeg en Osewoudt antwoordde noteren.

Nederlandse politie:
Inspecteur Selderhorst: Belast met het onderzoek van Osewoudt.
Spuybroek: Een jonge marechaussee die moest letten op Osewoudt dat hij niet kon ontsnappen als ze opzoek waren naar bewijzen.

Belangrijke voorwerpen:
Leica: Dit is het fototoestel van Osewoudt. Hij had hem gekocht om foto´s te maken van Duitse militaire doelen nadat foto´s die hij moest ontwikkelen mislukt waren. Later maakt hij ook nog een foto van hem en Dorbeck maar die bleek mislukt toch Osewoudt hem ontwikkelde.
Uniform Dorbeck: Dit is voor Osewoudt het enige bewijs dat er een Dorbeck heeft bestaan. Anderen die hem gekend hebben zijn allemaal dood. Inspecteur Selderhorst hecht niet zoveel waarde aan het uniform maar is wel blij dat ze nu eindelijk iets hebben van Dorbeck.
3 Foto´s: Elke keer als Osewoudt iemand tegen kwam dan identificeerde die persoon zich met 1 van de 3 foto´s. Osewoudt heeft van de 3 foto´s er ééntje niet terug gehad. Deze was bijna zeker in het bezit van ‘Hé jij’ maar hij heeft de foto nooit gezien die zij bij zich had.
4e Foto: Op deze foto stond Dorbeck en nog een paar andere personen voor het huis van de Kleine Houtstraat 32. Deze foto had ook als een bewijs voor het bestaan van Dorbeck kunnen dienen, als zijn moeder niet was binnengekomen en het licht had aangedaan.

Strekking:
Boodschap:
Indien de auteur een bedoeling heeft met dit verhaal denk ik dat hij wilde zeggen dat alles zijn gevaarlijke kanten heeft (iets wat de titel al duidelijk maakt) en dat al het goede zijn schaduwkanten heeft.

Citaten lijst:
'Ik heb nooit geweten dat ik het mislukte exemplaar was, totdat ik Dorbeck ontmoette, dat ik in vergelijking met die man geen reden van bestaan had, dat ik mij alleen aanvaarbaar maken kon, door precies te doe wat hij zei' Ik heb dit stuk gekozen omdat je er hier achter komt waarom hij al de opdrachten van zijn evenbeeld Dorbeck zonder er meer over na te denken accepteerde.

Citaten commentaar:
Ik heb dit citaat gekozen omdat het typerend is voor Osewoudt als persoon beschrijft en zijn onzekerheid en ontevredenheid over zichzelf aantoont en tevens de schrijfstijl van het boek ten toon spreidt.

Citaten strekking:
Motto: Niet aanwezig
Opdracht: Niet aanwezig

Commentaar strekking:
Motto: Nvt.
Opdracht: Nvt.
Titelverklaring: De tiran Dionysios liet Damokles een dag koning zijn, hoewel hij boven zijn hoofd een puntig zwaard hing, dat vastzat aan een paardenhaar. Hierdoor zat Damocles de hele tijd tussen het mooie leven en de dood. Ik denk dat het gevaar van de Duitsers en verraders die altijd op de loer lagen het zwaard waren en de meisjes en de avonturen die Osewoudt beleefde het koningschap waren, na de oorlog was het zwaard voor Osewoudt gevallen toen de foto van hem en Dorbeck samen, die hem in onschuld zou stellen, was mislukt. Daarbij wordt een foto in een donkere kamer afgedrukt. De titel is hierdoor zeer goed gevonden bij het verhaal.
Omslag: Ik vind de omslag toepasselijk; een fototoestel op de voorkant en een man in een donker kamer (de auteur zelf overigens) leggen een zekere nadruk op de titel.

Nawoord:
'Ik kan hem zoeken als hij er niet is, maar hem niet ophangen als hij er niet is.
Men zou kunnen willen zeggen: 'Dan moet hij er toch ook zijn als ik hem zoek'
- Dan moet hij er ook zijn, als ik hem niet vind, en ook als hij helemaal niet bestaat.'

Commentaar nawoord:
Hiermee wordt de tevergeefse zoektocht van Osewoudt naar Dorbeck nogmaals gesymboliseerd.

Perspectief:
Het verhaal is geschreven op een manier waarop je over Osewoudts nek meekijkt en waarin alles langzaam duidelijk wordt. Er is dus sprake van een Personele vertelwijze.

Tijd/ Structuur:
Het verhaal loopt van ongeveer 1932 tot 27 december 1945. Het is chronologisch met tijdverdichting (vooral in het begin) en tijdsprongen. Het zijn 46 episodes: nr. 1-30 tot april 1945 (zijn jeugd, in het verzet, in Duitse handen); nr. 31-46 van april 1945 tot december 1945 (in de handen van de Engelsen, Nederlanders en zijn dood).
Het verhaal houdt een chronologische volgorde aan.

Biografie:
Willem Frederik Hermans werd op 21 sept. 1921 in Amsterdam in een onderwijzersgezin geboren. Zijn ouders waren heel autoritair, zijn oma tiranniek en met zijn drie jaar oudere zus kon hij het ook niet goed vinden. De verhouding met zijn zus is een belangrijk thema in zijn werk, met name in "Ik heb altijd gelijk". Op de lagere school was hij het knapste jongetje van de klas, maar het slechtste in gymnastiek. Tijdens zijn jeugd was hij eenzaam, hij had alleen zijn teddybeer als vriend. Op het gymnasium was hij middelmatig. Hij won een eerste prijs in een opstellenwedstrijd. Dit was zijn debuut en het werd ook gepubliceerd in het "Algemeen Handelsblad".
Hij studeerde eerst sociografie en na een jaar werd dat fysische geografie. De exacte wetenschap heeft veel invloed op hem, wat blijkt uit zijn exacte en zakelijke beschrijving van details. Tijdens de oorlog moest hij de studie onderbreken (hij weigerde de loyaliteits verklaring te tekenen) en hij studeerde af in 1950. Hij promoveerde op een bodemonderzoek in Luxemburg. Hij werd lector in de fysische geografie, maar in 1973 verhuisde hij naar Parijs. Van Nederland heeft hij nooit een hoge pet opgehad; het was volgens hem te klein en te bekrompen.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog, die een belangrijke invloed had op zijn levensvisie, begon Hermans te schrijven, en na de oorlog werd dat steeds meer. Hij publiceerde in veel tijdschriften, (zoals Criterium, Literair Paspoort, Vrij Nederland, Haagse Post enz.) en in kranten (Het Vaderland, Het Vrije Volk en NRC Handelsblad). Hij is redacteur geweest van Criterium en van Podium. Naar aanleiding van een voor rooms-katholieken beledigende passage werd hem een proces aangedaan. Zijn werk is van het begin af een bron van felle discussie geweest.
Hij heeft verschillende pseudoniemen gehad: na de oorlog schreef hij detectiveromans onder de naam Fjodor Klondyke. Zijn antikatholieke geschriften ondertekende hij met pater Anastase Prudhomme sj. Ook gebruikte hij Schrijver Dezes.
Hij kreeg de Essayprijs van de gemeente Amsterdam voor "Fenomenologie van de pin-upgirl". De PC-Hooftprijs, Vijverbergprijs en de prijs van de Stichting Kunstenaarsverzet heeft hij geweigerd.
Zijn wereldbeeld is samen te vatten als de onkenbaarheid van de waarheid. De realiteit is te ingewikkeld en chaotisch. Mensen zien verbanden tussen gebeurtenissen die er helemaal niet zijn. Het misverstand is ook een belangrijk motief. Zijn belangrijkste thema is verwarring en chaos.
De hoofdpersonen in zijn boeken zijn waarheidszoekers, die de waarheid echter nooit zullen vinden. Ze stuiten op misverstanden of trekken verkeerde conclusies. Ook vinden ze geen zekerheid omtrent hun eigen identiteit.
Een andere thema in zijn boeken is dat de personen in zijn boeken op zoek zijn naar hun vader. De ouders zijn autoritair en de zoon zet zich tegen ze af, maar wil met name zijn vader toch een plezier doen.
De hoofdpersonen proberen zichzelf te bevestigen door iets bijzonders te doen. Veel door Hermans gebruikte stijlmiddelen zijn ironie, de herhaling en het groteske. Hij beschrijft de tijden waarin weinig gebeurt vrij kort, terwijl hij als er veel gebeurt dat uitgebreid beschrijft.

Werk:
"De tranen der acacia's"(1949)
"Het behouden huis"(1952)
"De donkere kamer van Damokles"
"Nooit meer slapen"(1966)
"Onder professoren"(1975)
"De zegel ring"(1984)

Mijn mening:
Ik vond het verhaal heel goed opgebouwd en uitgewerkt, goed geschreven en de historische feiten zijn er goed in verwerkt, Osewoudts dood op het einde gaf het verhaal een tragische anticlimax maar maakte het verhaal sterker, daarom geef ik het verhaal (op een schaal van respectievelijk 'Lieve professor' tot 'Oorlog en Vrede') een 8.5.

Bronnen:
Het boek, de knipsel map van de bibliotheek en internet voor informatie over de schrijver.

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

3002

reacties

He dikke neger wie denk je wel dat je bent. ik vind jou een waardeloze neger, als ik jou ooit tegen zou komen op straat zou ik je een klap geven omdat je zo waardeloos bent.En je moeder is zo dik haar buik heeft provincies. JAJAJAJA dat had je nooit geleerd op het gym he vieze pisnicht. Stuk schimmel,vetvlek,zak hooi. Zo dat wilde ik ff kwijt Dikke neger groeten henk
door henk (reageren) op 28 januari 2003 om 10:43
hé stef, ik wil je toch ff bedanken voor wat je op scholieren.com hebt gezet over het boek de donkere kamer van Damokles. Ik heb er veel aan gehad en was blij dat ik jouw stukje daar voor kon gebruiken. Hartelijk bedankt! groet van Klazien
door Klazien (reageren) op 24 maart 2004 om 11:54
He, weet jij toevallig of er ergens een verdeling is van de episodes, ik kreeg en vraag bij deze opdr. wat staat er beschreven bij bla bla bla, bij episode 38, WTF hoe moet ik da ooit terugvinden. Aub reageer. TNX
door Mark (reageren) op 5 november 2012 om 19:12
Klopt niet. Ria gaat niet dood door de duitsers, Osewoudt vermoord Ria zelf omdat ze volgens hem een landverrader is...
door W.F.Hermans (reageren) op 8 januari 2013 om 20:15

Welkom!

Goed dat je er bent. Scholieren.com is de plek waar scholieren elkaar helpen. Al onze informatie is gratis en openbaar. Met een profiel kun je méér:

snel zien welke verslagen je hebt bekeken
de verslagen die je liket terugvinden
snel uploaden en reacties achterlaten

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer

Hoge waardering

Lyanne van den Bergzeker weten goedZeker Weten Goed
anoniem5e klas vwo7.2
Laura 6e klas vwo6.9
Karen 6e klas vwo6.9
anoniem4e klas vwo8.4
anoniem6e klas vwo6.8
Meer verslagen ›