Cookies..
Door Scholieren.com te bezoeken ga je akkoord met het gebruik van cookies. Klik hier voor meer info.

De donkere kamer van Damokles

Willem Frederik Hermans

1958

335

4 uit 5

6.8 / 10
6e klas vwo
  • Wieteke Klaver
  • Nederlands
  • 2785 woorden
  • 27196 keer
    129 deze maand
  • 5 april 2001
G. A. van Oorschot
Amsterdam 1958

Samenvatting:
Wanneer de moeder de vader van Henri Osewoudt vermoord heeft, wordt hij als 12-jarig jongetje bij zijn oom Bart Nauta gedumpt in Amsterdam. Daar gaat Osewoudt naar school. Hij heeft eigenlijk helemaal geen vrienden en de enige met wie hij contact heeft is zijn oerlelijke nicht Ria, die hem ‘s nachts mee naar bed neemt en 7 jaar ouder is. Osewoudt zelf is ook niet knap en heeft een te hoge stem en geen baardgroei. Op 18-jarige leeftijd trouwt hij met Ria. Osewoudt zet de sigarenzaak van zijn vader voort en zijn moeder komt bij hem inwonen. Moorlag woont er ook en is een student.

Osewoudt wordt afgekeurd bij de militaire dienst, omdat hij een halve centimeter te kort is. Wel gaat hij bij de stadswacht en toen de oorlog uitbrak, mocht hij te wacht houden bij een postkantoor. Hij komt in contact met Dorbeck, die luitenant van de landmacht is. Deze geeft hem een fotorolletje dat Osewoudt moet ontwikkelen. Dorbeck lijkt als twee druppels water (vandaar de titel van de verfilming) op Osewoudt en toch is hij ook heel verschillend. Hij heeft ruw, zwart haar en een baard, eigenlijk heeft hij alles wat Osewoudt graag zou willen hebben. Na de capitulatie geeft Osewoudt aan Dorbeck een kostuum te leen, en begraaft hij Dorbecks uniform in zijn tuin. Als Dorbeck later het kostuum komt terugbrengen, geeft hij Osewoudt nog enkele films. Deze moeten ontwikkeld worden en dan naar E.Jagtman, Legmeerplein 25-111 in A’dam-West worden opgestuurd. Als de films zijn ontwikkeld, staan er alleen zwarte vlekken op, zodat Henri ze niet durft op te sturen. In plaats daarvan koopt hij een Leica (fototoestel) en maakt zelf foto’s van militaire objecten. Daarna krijgt hij steeds meer opdrachten van Dorbeck en raakt hij betrokken bij het verzet. Hij moet bijvoorbeeld samen met ene Zewuster in Haarlem twee mannen neerschieten. Daarbij wordt hij gevolgd door de zoon van de drogist in Voorschoten en die verraadt hem. Als Osewoudt het filmpje ontwikkelt, dat Dorbeck hem gegeven had, staat op één van de foto’s Dorbeck met twee vriendinnen voor het huis in de straat waar Osewoudt de twee mannen heeft neergeschoten. De hele familie Jagtman komt om het leven als een brandend vliegtuig op hun huis neerstort.


Nadat Osewoudt 3 jaar niets van Dorbeck gehoord heeft krijgt een brief met het verzoek de foto’s te zenden naar Postbus 234 in Den Haag. Hij gaat kijken wie de brief ophaalt: het blijkt een heilsoldate te zijn. Enkele dagen later wordt hij opgebeld door Elly Spenkelbach Meijer. Zij zegt dat ze uit Engeland komt en toont hem later een van de foto’s, die Osewoudt aan Dorbeck heeft gestuurd. Hij brengt haar dan naar oom Bart, maar als hij in Voorschoten terugkomt, hoort hij van Moorlag, dat de Duitsers hem hebben opgewacht en zijn moeder en Ria opgepakt zijn. In Leiden krijgt hij een nieuw persoonsbewijs dat op naam van Filip van Druten staat.

Hij wordt verliefd op het Marianne Sondaar, die zijn haren zwart verft. Nu lijkt Osewoudt helemaal op Dorbeck. Ria merkt dat als volgt op:
“Hij leek precies op jou zoals een negatief van een foto lijkt op een positief.”
Marianne heet eigenlijk Mirjam Zettenbaum, maar heeft haar naam veranderd omdat ze Joods is. Osewoudt vindt een onderduikadres en gaat foto’s ontwikkelen voor Labare. Later ziet hij Marianne weer en vraagt haar of zij valse identiteitspapieren naar Elly wil brengen, maar Elly blijkt verdwenen te zijn.
Dan geeft Dorbeck hem weer een opdracht: hij moet in de stationswachtkamer van Amersfoort een vrouw in leidsteruniform van de Nationale Jeugdstorm ontmoeten. Samen gaan ze naar Lunteren om de Gestapoman Lagendaal uit de weg te ruimen. Osewoudt vermoordt tevens zijn vrouw en de echte leidster van de Nationale jeugdstorm. De vrouw(die zich hé jij noemt), wordt later in de trein aangehouden; Osewoudt wordt gearresteerd als hij met Marianne in de bioscoop zit en op het doek een oproep tot zijn aanhouding verschijnt. Hij wordt gemarteld, opgenomen in een ziekenhuis, en weer bevrijd door Cor een ome Kees. Deze twee willen hem echter geen onderduikadres bezorgen en dat is wel wat vreemd. (Later kende Dorbeck hen ook niet en was het waarschijnlijk een list van de Duitsers om achter Osewoudts schuilplaats te komen)Osewoudt gaat terug naar Labare en ziet Marianne ook weer. Hij vertelt haar over Dorbeck en zichzelf: “Ik heb nooit geweten, dat ik het mislukte exemplaar was tot ik Dorbeck ontmoette.” Hij vindt dat hij alleen bestaansrecht kan krijgen, als hij Dorbecks opdrachten uitvoert.

‘s Nachts wordt hij weer gearresteerd en later door Ebernuss bevrijd. Ebernuss zoekt Dorbeck en neemt Osewoudt mee als een soort lokaas naar de plaats waar Dorbeck vermoedelijk zal opduiken. Osewoudt ontmoet Dorbeck daar inderdaad en krijgt gif om Ebernuss te vermoorden, en daarna gaan ze er samen in Ebernuss’ auto vandoor. In een leegstaand huis maakt Osewoudt met de Leica voor de spiegel een foto van Dorbeck en zichzelf. Dorbeck vertelt hem, dat Ria samenwoont met de verrader, de zoon van de drogist in Voorschoten en Osewoudt flipt. Hij krijgt van Dorbeck een verpleegsters- uniform om Marianne, die zwanger is, in de kraamkliniek te kunnen bezoeken. Als hij daar aankomt, kan hij Marianne niet bezoeken, maar krijgt hij het lijkje van zijn kind te zien. Hevig geschokt en vol tranen rent hij weg, op weg naar de sigarenwinkel. Hij vermoordt eerst Ria, daarna de Duitser, die hem een lift had gegeven, en vraagt dan een pastoor om hulp.

Met hulp van een illegale arts komt hij de grens tussen het bezette en het door de geallieerden bevrijde gebied over naar Breda. Hij wordt naar Engeland gebracht en verhoord. Vervolgens wordt hij weer naar Nederland gebracht, maar wordt ook daar niet vrijgelaten. Er wordt namelijk beweerd, dat in de Duitse stukken staat, dat hij een handlanger van de Duitsers is.
Er is niemand die het tegendeel kan bewijzen. Dorbeck is onvindbaar, Jagtman en Moorlag zijn dood, Mirjam zit in een kibboets in Israël en is onbereikbaar. Ze geloven Osewoudt allemaal niet meer en zijn van mening dat hij alles verzonnen heeft. Osewoudt komt met het idee om zijn Leica op te sporen, omdat die kan bewijzen dat Dorbeck echt bestaat. Als Osewoudt dan het filmpje ontwikkelt, waarop hij samen met Dorbeck op de foto zou staan, blijkt deze foto mislukt. Henri Osewoudt rent naar buiten en wordt neergeschoten.
“Het bloeden moet worden gestelpt! riep pater Beer. Hij sloeg Osewoudt’s kamerjas open en knoopte ook het pyjamajasje los. Maar aan de handen van pater Beer zaten minder vingers dan Osewoudt kogelgaten in zijn lichaam had.”

Thematiek:

Thema: De onkenbaarheid van de werkelijkheid. Typisch een thema van Hermans, omdat de mens nietig is en over te weinig mogelijkheden beschikt om zichzelf en de wereld te begrijpen. Osewoudt kan alles wel verzonnen en niets is zeker, maar alles is mogelijk in dit verhaal. Niemand weer of Dorbeck echt bestaan heeft of misschien heeft Osewoudt alles wel gelogen. Wat is de waarheid? vraag je je op een gegeven moment af. Je ziet alles door de ogen van Osewoudt en aangezien deze een levendige fantasie heeft, is hij als bron niet betrouwbaar. Op bladzijde 39 worden er twee mensen neergeschoten, op bladzijde 370 heeft Osewoudt het echter over drie. En als Dorbeck wel bestaan heeft, wie was hij dan en wat deed hij. Je hebt geen greep meer op de realiteit en dat is denk ik de hoofdgedachte van dit boek. We zijn slachtoffers van omstandigheden en toevalligheden.

Motieven:

 Dubbelgangersmotief: Dorbeck is de dubbelganger van Osewoudt en iedereen ziet Dorbeck voor Osewoudt aan, zodat Osewoudt in de problemen komt.
 Foto’s: Osewoudts leven hangt af van die laatste foto en die mislukt. En ook eerdere, belangrijke foto’s zijn mislukt. Eigenlijk is mislukking ook een motief, want als Osewoudt Dorbeck ziet, beseft hij dat hij de mislukte versie is.
 Oorlog: het verhaal speelt zich af in de oorlog (tweede wereldoorlog om precies te zijn) en de hoofdpersoon is er nauw bij betrokken.
 Spiegel: waar Osewoudt Dorbeck in ziet wanneer hij erin kijkt, zijn ware ik misschien.
 Doka: waar Osewoudt tevergeefs foto’s ontwikkelt en die ook staat voor de cellen waarin hij heeft gezeten. De donkere kamer kan ook als een mislukking gezien worden en duidt isolement en duisternis aan.
 Wanhoop, onwetendheid, angst en toeval: de wanhoop komt eigenblijk voort uit de onwetendheid van de hoofdpersoon. Voor de rest zijn dit allemaal factoren waaromheen het verhaal gebouwd is.
 Oedipuscomplex: Osewoudt houdt op een vreemde manier van zijn moeder, maar hij houdt wel zielsveel van haar. Want nooit heeft hij het erover gehad dat hij kwaad is, omdat zij zijn vader vermoord heeft en nooit haalt hij herinneringen op aan zijn vader.
 Zusterhaat: Hermans kon niet echt goed overweg met zijn zuster en in dit boek staat Ria symbool voor de zuster van Osewoudt en hij vindt haar eigenlijk helemaal niks.
Over Willem Frederik Hermans:

“Er zijn geen goede schrijvers. Soms ontstaat in ons land een goed boek, dat op het gemiddelde peil geen invloed heeft. De goede boeken zijn meestal afkomstig van zonderlingen, liefhebbers die stiekem schrijven in het holst van de nacht en niets te maken hebben met het literaire leven, met de levende literatuur als geheel.” (uit: Mandarijnen op zwavelzuur, 1964)

Willem Frederik Hermans werd op 21 sept. 1921 in Amsterdam in een onderwijzersgezin geboren. Zijn ouders waren heel autoritair, zijn oma tiranniek en met zijn drie jaar oudere zus kon hij het ook niet goed vinden. De verhouding met zijn zus is een belangrijk thema in zijn werk, met name in "Ik heb altijd gelijk".
Op de lagere school was hij het knapste jongetje van de klas, maar het slechtste in gymnastiek. Tijdens zijn jeugd was hij eenzaam, hij had alleen zijn teddybeer als vriend. (Lekker rustig toch?)Op het gymnasium was hij middelmatig. Hij won een eerste prijs in een opstellenwedstrijd. Dit was zijn debuut.
Zijn wereldbeeld is samen te vatten als de onkenbaarheid van de waarheid. De realiteit is te ingewikkeld en chaotisch. Mensen zien verbanden tussen gebeurtenissen die er helemaal niet zijn. Het misverstand is ook een belangrijk motief. Zijn belangrijkste thema is verwarring en chaos. De hoofdpersonen in zijn boeken zijn waarheidszoekers, die de waarheid echter nooit zullen vinden. Ze stuiten op misverstanden of trekken verkeerde conclusies. Ook vinden ze geen zekerheid omtrent hun eigen identiteit.
Een andere thema in zijn boeken is dat de personen in zijn boeken op zoek zijn naar hun vader. De ouders zijn autoritair en de zoon zet zich tegen ze af, maar wil met name zijn vader toch een plezier doen. De hoofdpersonen proberen zichzelf te bevestigen door iets bijzonders te doen.
Mening:

Technisch gezien was het de volmaakte roman denk ik, maar sommige passages duurden me net iets te lang. Op dit moment heb ik een ontzettende hoofdpijn van al het diepe denken dat ik weinig zinvols kan zeggen. Hermans heeft een goed gevoel voor dramatische eindes. Sowieso was dit, na Nooit meer slapen, wederom een zeer pessimistisch boek. Maar eerlijk gezegd, was het wel een juweel van een boek. Op drie niveaus leesbaar.
1. Avonturen-, oorlogs- of een detectiveroman (voor de simpele mensen zoals ik)
2. Psychologische roman (voor de intelligentia onder ons)
3. Thematische laag, symbolische, filosofische of ideeënroman (voor de mensen die nog drie dagen hoofdpijn willen hebben)

Nadat ik nooit meer slapen gelezen had, had ik nogal hoge verwachtingen van dit boek. De donkere kamer van Damokles wordt gezien als Hermans meesterwerk en dat is het ook best wel, maar Nooit meer slapen vond ik beter (eh-oh, duizenden Hermans fans krijgen nu een rolberoerte). De film heb ik niet gezien, maar ik ben bang dat hij slechter is dan het boek, want er zit een bepaalde sfeer in die moeilijk te beschrijven is. Hoe verder je vordert in het boek, des te beter wordt het en het einde is fantastisch, omdat het tegen je verwachtingen ingaat. Ik wist nu dat ik geen happy end kon verwachten, omdat ik nu wat meer over Hermans te weten ben gekomen.

De gebeurtenissen spraken mij minder aan dan in nooit meer slapen, waarschijnlijk omdat alles nogal gecompliceerd was. Over de oorlog is al veel geschreven en het is moeilijk om met iets origineels te komen. Toch is dit een hele andere benadering, doordat de hoofdpersoon noch aan de goede kant, noch aan de slechte kant staat, maar het zelf ook niet weet. Het boek zet je wel aan het denken, maar niet echt over algemene zaken, maar meer over het boek zelf. Je gaat echt niet rustig slapen als je het uit hebt. En hoe meer je nadenkt, des te vreemder wordt de situatie en des te minder begrijp je er nog van.

De personen waren goed omschreven, maar de hoofdpersoon nam onwerkelijke beslissingen, dat hoort natuurlijk zo voor het verhaal, maar daardoor verloor hij mijn geloofwaardigheid. Het zou beter zijn als ik tot het eind was blijven denken dat Osewoudt volkomen onschuldig was en dat pas op het eind de hele theorie in elkaar stort. Bij elke moord verloor hij een stukje geloofwaardigheid, dus het was moeilijk om me in de hoofdpersoon in te leven. Hij verrichte handelingen die ik nooit zou doen (hoewel…) Anyway, eigenlijk was iedereen gek, maar dat maakte het verhaal des te leuker.

Het verhaal was niet lastig te lezen en was zeker spannend. Alles draaide om één k*tfotorolletje en dat vind ik echt geweldig. Dat alles van een onbenullig ding afhangt en dat je je er ook nog druk over gaat maken, dan heb je als schrijver iets goed verwoord. Net als in De Aanslag, waar alles om een paar salamanders draait. Dit verhaal had niet alleen een open einde, het was eigenlijk helemaal open, omdat je er alle kanten mee uit kunt. Dus technisch perfect!

Waarom ben ik dan toch zonder echt enthousiasme aan het typen? Waarschijnlijk is het zo goed geschreven dat ik in een acute depressie beland ben of dat ik alles nog moet ontdekken. Ik heb ook per ongeluk in mijn literatuurgeschiedenisboek het einde gelezen en dan is de magie ervan af. Zo zie je maar weer dat literatuurgeschiedenis niet goed is voor de creatieve geest van de lezer. Toch is het echt wel een moeilijk boek, want het zit behoorlijk ingewikkeld in elkaar. Het is echt een uitdaging als je aan iets anders toe bent. Hoe meer je erover nadenkt, des te beter wordt het (echt waar!) Ik vind Hermans een goed schrijver, voor zover ik dat na maar twee boeken mag zeggen. Alleen vraag ik me af of al zijn boeken zo zijn, want De donkere kamer van Damokles en Nooit meer slapen hebben best nog veel overeenkomsten. Ik zou in ieder geval geen overdosis nemen, want dan barst je kop uit elkaar door een wirwar van gedachtes. Zo, nu eerst een aspirientje!
Gedicht:

WERKELIJKHEID

Ik heb een zee bedacht
Daar ligt hij

Ik heb een wolk bedacht
Daar drijft hij

Ik heb een mens bedacht
Dit schrijft hij

-Max Croiset-

*Dichters van deze tijd, P. N. van kampen & Zoon N.V., 22e druk, Amsterdam 1969*

Bronvermelding:
 J. A. Dautzenberg, Literatuurgeschiedenis en leesdossier, Malmberg Den Bosch 1999
 Topware uittreksel top-100
 www.internetcollege.nl
 F. A. Jansen, Over “De donkere kamer van Damokles” van Willem Frederik Hermans, Amsterdam 1978.


Onderstaande dingen waren niet verplicht, maar zijn gewoon belangrijk voor mijzelf om te weten Ik moet tenslotte ook wat aan dit verslag hebben.

Titelverklaring:
De titel “De donkere kamer van Damokles” is afgeleid van de uitdrukking ‘Het zwaard van Damocles’ en duidt op een voortdurende dreiging. De dreiging is in dit geval niet afkomstig van een zwaard, maar van een (mislukte) foto, die de onschuld van de hoofdpersoon had moeten bewijzen. Vandaar ‘donkere kamer’: deze ‘donkere kamer’ verwijst, behalve naar de ruimte waar foto’s worden ontwikkeld, ook naar de cellen, waarin de hoofdpersoon verblijft.
(Citaat uit encyclopedie: Damocles, hoveling van Dionysius I van Syracuse (406-367 v. Crst.) die boven Damocles' hoofd een zwaard liet ophangen aan een paardenhaar om hem te tonen in welk gevaar een tiran steeds verkeert.

Motto:
Er is geen motto, maar wel een naschrift:
“Ik kan hem zoeken als hij er niet is, maar niet ophangen als hij er niet is.
Men zou willen zeggen: ‘Dan moet hij er toch ook zijn als ik hem zoek.’
- Dan moet hij er ook zijn als ik hem niet vind, en ook als hij helemaal niet bestaat.”
Ludwig Wittgenstein

Dit slaat op Osewoudt en zijn eventuele hallucinaties fictie of werkelijkheid over Dorbeck.

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

4413

Welkom!

Goed dat je er bent. Scholieren.com is de plek waar scholieren elkaar helpen. Al onze informatie is gratis en openbaar. Met een profiel kun je méér:

snel zien welke verslagen je hebt bekeken
de verslagen die je liket terugvinden
snel uploaden en reacties achterlaten

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer

Hoge waardering

Lyanne van den Bergzeker weten goedZeker Weten Goed
anoniem4e klas vwo8.9
anoniem5e klas vwo7.2
Laura 6e klas vwo6.9
Karen 6e klas vwo6.9
anoniem6e klas vwo6.8
Meer verslagen ›

Eindexamens

Ben jij al helemaal klaar voor de eindexamens?