Door Scholieren.com te bezoeken geef je toestemming voor het gebruik van cookies. Ben je onder de 16? Zorg dan dat je toestemming van je ouders hebt om onze site te bezoeken. Lees meer over je privacy (voor het laatst bijgewerkt op 25 mei 2018). Akkoord Instellingen aanpassen
We doen onderzoek naar wedden op voetbalwedstrijden. Wil je ons helpen door deze korte enquête in te vullen? Duurt maar een minuutje. 

Hersenschimmen

J. Bernlef

1984

221

3 uit 5

6.9 / 10
5e klas havo
  • Iris
  • Nederlands
  • 3250 woorden
  • 38327 keer
    20 deze maand
  • 28 maart 2001
J. Bernlef is het pseudoniem van Henk j. Marsman. Hij koos als pseudoniem de naam van een Friese dichter uit de 8e eeuw. Een zanger van wie alleen de naam en een paar titels zijn teruggevonden. Marsman is geboren op 14-01-1937 in Sint-Pancras. Na zijn eindexamen in 1975 aan de HBS werd hij student aan de Politiek sociale faculteit in Amsterdam. In zijn diensttijd begon hij met schrijven. Hij schreef rond 1957 een kort verhaal "Mijn zusje Olga'. In 1960 trouwde hij en kreeg hij twee kinderen. In 1965 besloot hij van het schrijven te gaanleven. Hij schrijft vooral proza, poŽzie, kritieken, toneelstukken en hij vertaalt Zweeds werk. In zijn boeken zijn twee niveaus te onderscheiden:
1) Die waar handelingen afspelen.
2) Psychologische interpretatie die de lezer zelf moet vormen. (Zoals ook in Hersenschimmen) De belangrijkste thema's van Bernlef zijn: Vergeten en het vergeten zijn en daarmee verbonden dood en verdwijning. Het eerste boek dat hij schreef was "A pulp magazine for the dead" (1995). Bekendere boeken van hem zijn: Sneeuw (roman, 1973), Hersenschimmen (roman, 1984), Vallende ster (novelle, 1989), Eclips (roman, 1993). Zijn laatste boek was "Aambeeld" (poŽzie, 1998).
In totaal heeft hij 75 boeken geschreven en heeft in 1985 de Constantijn Huygensprijs gewonnen!

Titel: Hersenschimmen
Uitgever: Querido
Plaats van uitgave: Amsterdam
Jaar van uitgave: 1987
Druk: tweeŽntwintigste
Aantal bladzijden: 160.
Aantal hoofdstukken: 8, elk hoofdstuk beschrijving van 1 dag.
(Eerste jaar van uitgave: 1984)
Genre: Roman

Het boek bevat een Motto:
"A touching dream to which we all are lulled
But wake from separately.
Philip Larkin.
Vertaald staat er het volgende: "een mooie droom waar iedereen wordt ingewiegd en elk apart wakker wordt." Volgens Bernlef staat het hele leven in het teken van de dood, leven is langzaam sterven.


Eerste reactie:
Ik heb dit boek gekozen omdat ik er goede recensies over gelezen had. Een klasgenoot hield een spreekbeurt over dementie en noemde dit boek. Ook mijn moeder had het boek gelezen en raadde het mij aan om te lezen. Ik verwachtte, ook na alle goede reacties op het boek dat het een saai en moeilijk boek zou zijn. Dat was volkomen onjuist en ik heb wel degelijk genoten. Ik vond het gewoon lief. Het boek was zo boeiend dat je je helemaal inleefde en het gevoel kreeg dat je de hoofdpersoon zelf was. Moeilijk was het wel, want je kunt niets overslaan of vergeten anders raak je de draad kwijt en weet je niet meer of het Maartens, de hoofdpersoon, gedachten zijn die je leest en of hij in het heden of verleden verkeerd.

Samenvatting:
De hoofdpersoon, Maarten Klein, is 71 jaar en woont in Gloucester. Vroeger woonde hij met zijn vrouw, Vera, in Nederland, maar woont nu al 15 jaar in Amerika. Hun twee kinderen leven in Nederland. Vůůr zijn pensioen werkte Maarten bij een vissers bedrijf waar hij voorspelde hoe de visvangst zou zijn.
Op een zondag staat Maarten voor het raam van de slaapkamer. Hij verwacht kinderen te zien staan die op de schoolbus wachten. Vera zegt hem dat het zondag is dus dat de kinderen vandaag niet naar school gaan. Of het nou ochtend of avond is, is hem ook volkomen onbekend. Als excuus gebruikt Maarten zijn slechte geheugen en de sneeuw die hem verward. Toch voelt hij zich wat onzeker en angstig, maar toegeven daaraan wil hij niet.
Wanneer hij naar het "toilet" gaat (normaal noemde hij dat thuis gewoon wc.), verbeeld hij zich dat hij op de kleuterschool zit, als hij weer "tot zich zelf komt" merkt hij dat hij op een stoel staat om kleurpotloden boven van de kast te halen. Die dag vergeet Maarten steeds meer dingen, maar probeert ze te verbergen voor Vera en voor zichzelf, terwijl ze allebei doorhebben dat er iets mis is.
Steeds meer herinneringen aan vroeger komen in Maartens hoofd op. Verleden en heden lijken ongemerkt in elkaar over te lopen. Maarten schrikt telkens van zichzelf. Zijn geheugen gaat steeds verder achteruit. Dingen van vijf minuten geleden weet hij al niet meer. Die nacht wordt hij wakker en heeft een leeg gevoel in zijn hoofd. Om zich hiervan af te leiden probeert hij een kruiswoord puzzel te maken waar hij vroeger goed in was maar het wil hem nu niet zo lukken.

Maandag middag, na een hele nacht puzzelen, brengt hij Vera een ontbijt op bed, Vera blijkt al jaren geen suiker in de koffie te drinken. Iets dat Maarten is vergeten. Hij gaat wandelen met hun hond Robert. Onderweg raakt hij de hond kwijt, zonder er verder nog iets van te merken. Hij gaat wat drinken en denkt in het meisje achter de bar zijn eerste verloofde, Karen, te herkennen, dit is alleen niet zo. Als hij een boek gaat kopen bij een antiquair vraagt deze aan hem hoe het vorige boek beviel, maar Maarten heeft geen idee waar hij het over heeft. Dan stopt er en auto voor hem: Vera, die hem komt zoeken omdat hij al de halve dag weg is. Als ze thuis komen herinnert Maarten zich dingen die volgens Vera nooit gebeurt zijn. Als hij zich moet gaan scheren blijkt hij onderweg naar boven al te hebben vergeten wat hij van plan was te gaan doen. Hij denkt nu dat hij haardblokken moet gaan halen. Vera kan hem nog net tegenhouden. Later komt Ellen, een vriendin van Vera, op bezoek. Maarten vraagt naar haar man. Die blijkt al een paar jaar dood te zijn. Vera vertelt Ellen dat zij zich zorgen maakt om Maarten.

Dinsdag. Als Maarten opstaat blijkt Vera niet thuis te zijn. Maarten denkt dat zij in de bibliotheek is waar zij vrijwilligerswerk doet. Hij eet de halve ijskast leeg en wil ook naar zijn werk. De voordeur is op slot dus breekt hij de achterdeur open en vertrekt vervolgens naar een (ingebeelde) vergadering. Hij komt terecht bij een verlaten vakantiehuisje in de duinen, waarvan hij ook het slot openbreekt en houdt daar een betoog over de geautomatiseerde vissersvloot. Pas al hij moet overgeven weet hij waar hij is en gaat naar huis. Daar verteld Vera hem dat zij al jaren geen vrijwilligerswerk doet en dat hij ook al 4 jaar niet meer werkt. Ook vertelt zij hem dat de dokter die middag zal komen. Na aanraden van de dokter tracht Vera herinneringen op te halen met Maarten door middel van foto's, maar hoe dichter die foto's bij het heden komen hoe minder hij er van kan herinneren. Dokter Eardly komt langs, maar Maarten moet niets van hem hebben en zijn Engels gaat plots erg beroerd.

Woensdag morgen weet hij nog wel dat er iets met hem mis is maar weet niet wat. Als Vera zegt dat hij niet naar buiten mag snapt hij dat dan ook niet. Hij vraagt Vera of pappa al weg is en denkt dat hij weer een jongetje is. Zijn vrouw is even weg naar Ellen en in die tussentijd gooit Maarten een stoel door het raam zodat de hond, Robert, naar binnen kan. Hier herinnert hij zich later niets meer van. Weer komt de dokter, die hem een injectie wil geven, maar Maarten slaat die uit zijn handen omdat hij denkt dat hij een Nazi is uit
W.O. 2 en hem iemand wil laten verraden. Weer later denkt hij dat het eten is en spartelt niet meer tegen.

Donderdag herkent Maarten zij vrouw niet meer, hij ziet in haar zijn moeder. Er is besloten om maar een hulp in huis te nemen. Phil Taylor, zal Vera helpen met de verzorging van Maarten. Maarten wordt steeds verstrooider, hij heeft het gevoel dat van alles achter zijn rug om gebeurt en dat iedereen , behalve Vera, hem in de war willen brengen. Zijn hoofd voelt soms zo leeg aan als glas, heel licht. Hij verwart de hulp met zijn eerste verloofde Karen, en met zijn pianolerares van vroeger, op wie hij verliefd is geweest.
Die nacht wil hij piano spelen, midden in de nacht. Hij kan zich het begin van een Adagio niet meer herinneren en wordt huilend door Vera en Phil huilend aangetroffen.

Vrijdag: Als Maarten wakker wordt, ligt hij met riemen aan zijn bed gebonden en heeft in het bed gepoept. Hij wordt door twee "vrouwen ", Vera en Phil, verschoont. Maarten en Phil bekijken het fotoalbum, maar Maarten herkent zichzelf niet meer. Zijn gedachten worden steeds vluchtiger, en verwarder, hij leeft helemaal in zichzelf. Hij merkt dat Vera verdriet heeft maar heeft geen idee waarom.
Hij voelt dat de lente in aantocht is en moet naar buiten. Vera en de hulp kijken TV. dus kan Maarten ongemerkt weglopen. Hij gaat weer naar het huisje in de duinen, hij heeft nu alleen het idee dat het hun oude vakantie huisje is. Binnengekomen ziet hij zijn tas staan met daarin een hamer en beitel. Heel vreemd.
De vuurtorenwachter en zijn zoontje zien hem door de duinen zwerven en brengen hem naar huis. Daar denkt Maarten dat de bevrijding eindelijk gekomen is en ook de weer aanwezige dokter ziet hij aan voor een bevrijder. Als hij weer de injectiespuit ziet denkt Maarten dat ze hem aanzien voor iemand die in de oorlog fout is geweest.
Die nacht kijkt Maarten in het fotoalbum en ziet een vreemde man (hij zelf) die hem hatelijk aankijkt en waar hij bang voor wordt. Uit wanhoop verbrandt hij veel foto's. Het zijn allemaal nare bewijzen voor zijn dementie. Allemaal herinneringen die hij hoort te hebben, maar die er niet meer zijn.

Zaterdags wordt Maarten naar een verpleegkliniek gebracht. Hij voelt zich los van zijn lichaam, hij voelt zich leeg en vederlicht, alsof hij zo kan opstijgen. Zijn zinnen worden steeds korter, want "de betere zinnen blijven onder zijn tong liggen, die zijn te zwaar".

Als hij de volgende ochtend, zondag, wakker wordt hoort hij Vera zeggen dat "de lente op het punt staat te beginnen".

Vertelsituatie
Het verhaal is in ik-perspectief geschreven. Je ziet alles gebeuren vanuit de ogen van Maarten, in de loop van het verhaal verandert dit want Maarten dementeert steeds verder en zijn persoonlijkheid gaat hieronder lijden. Naarmate dit gebeurt wordt het meer een hij-perspectief of een alwetende verteller.

Schrijfstijl:
Het verhaal is over het algemeen goed leesbaar, de woord keuze is niet zo moeilijk. De zinsopbouw veranderdt in de loop van het verhaal. In het begin zijn het nog gewone zinnen maar verderop in het verhaal worden de zinnen in conversaties iets korter. Een voorbeeld van een kort gesprek vind je op blz. 103. Aan het einde van het verhaal wordt de zinsopbouw nog korter waardoor je allemaal losse zinsdelen krijgt en moeilijk meer te volgen is waar Maarten het over heeft. Het is een aandoenlijk lief taalgebruik wat door het proces van dementie, het in feite jonger worden in gedrag, wordt opgeroepen. Dit taalgebruik is misschien wel het meest essentiŽle in dit boek. Alleen op deze manier valt de situatie in Maartens hoofd het beste te beschrijven.

Ruimte, plaats en tijd:
Het verhaal speelt zich af in Gloucester, aan de oostkust van de Verenigde Staten, in de buurt van Boston. De plaats waar het zich afspeelt is best belangrijk voor het verhaal. De plaats symboliseert ruimte en isolatie. De isolatie wordt gevormd door de sneeuw, en de locatie van het dorpje. Voor dit verhaal is bovendien de taal- barriŤre van belang. Als Maarten de begin verschijnselen van dementie krijgt is het nog niet zo'n groot probleem dat Maarten in een Engelstalig land woont, maar naarmate hij verder achteruit gaat wordt het steeds moeilijker Engels te praten of te verstaan. Eerst moet hij telkens de woorden van Engels naar Nederlands vertalen maar aan het eind verstaat hij niets meer.
Het boek vertelt ons chronologisch het verhaal, maar die chronologie wordt telkens onderbroken door de herinneringen van Maarten, vaak een heel eind terug in de tijd: Flash-backs.
Waarschijnlijk speelt het verhaal zich af in de tijd waarin het verhaal ook geschreven is: in de jaren 80.
In Maartens flash-backs denkt hij vaak terug aan de tijd van de WO, waarschijnlijk heeft hij die meegemaakt in zijn jeugd.
Dat het winter is en er sneeuw ligt heeft ook met het verhaal te maken. De winter wordt beschouwd als de dood en Maarten is er sterk van overtuigd dat hij, als het voorjaar wordt, weer beter zal zijn.

Thematiek:
Er valt geen betere samenvatting te bedenken da al achterop de kaft van het boek staat: Het boek is niet alleen een roman over dementie en het ontstaan daarvan; het is tegelijkertijd een boek over de aanvaarding van het
onaanvaardbare: de vergankelijkheid. Ik denk dat hiermee bedoeld wordt dat iedereen ooit eens met iets in contact kan komen waar hij of zij het heel moeilijk mee zal hebben en er moeilijk aan toe kan geven. Bij dementie is dat de vergankelijkheid, de ontering. Het leven is fictie en onzekerheid. Er is geen vaststaand beeld van de werkelijkheid. Alles is in beweging. Een ander thema is de dood. In het motto wordt ook over de dood gesproken. Het leven is een droom en het doodgaan is een soort ontwaking.
Er komen meerdere motieven in het verhaal voor. De meest opvallende daarvan zijn de meeuwen die onbeperkte vrijheid symboliseren. Zijn hond is de enige die niet ten prooi valt aan de verwarring, hij lijkt het spoor nooit bijster te zijn. Nog een ander motief is de winter met de sneeuw die voor de dood staat.

Titel verklaring:
De herinneringen van de hoofdpersoon aan zijn verleden zijn, als gevolg van het dementie-proces erg vaag. Hierdoor zijn zijn herinneringen niet meer dan schimmen in z'n hoofd; Hersenschimmen.

Mijn mening over het boek:
Ik vind de manier waarop Bernlef dat verwarde dementerend proces van Maarten beschrijft heel indrukwekkend. Het is zo teder en naÔef geschreven omdat het boek de dementerende laat vertellen. Het lijkt me heel moeilijk zo'n boek te schijven omdat je je heel goed moet kunnen inleven in personen. In het laatste proces van de ziekte kan je de dementerende niet meer vragen hoe hij denkt en wat er in zijn hoofd omgaat: hij weet niet eens meer wie hij is en dat hij dement is. Het einde van het verhaal blijft hierdoor giswerk, maar ondanks dit geeft Bernlef dit heel geloofwaardig weer en zit hij niet ver van de waarheid. Door het inleven beseft je ineens hoe verschrikkelijk die ziekte moet zijn. Vooral op het moment dat Maarten voor de tweede keer naar dat verlaten zomerhuisje gaat, nu voor een heel andere reden, en daar zijn tas ziet staan, met een hamer en een beitel er in. Ik vind dat deze situatie meer begrip oproept dan alle andere. Het moet toch verschrikkelijk verwarrend zijn om op een plaats te komen waarvan je denkt dat je er al eeuwen niet bent geweest en daar je tas te zien staan en je totaal niet herinneren hoe die daar komt, maar wel weten dat jij dat gedaan moet hebben.
Verder bevat het verhaal een paar leuke, soms herkenbare, overpeinzingen zoals deze:
"Een mens kan een tijd lang kijken zonder te zien. Je drinkt altijd koffie van een bepaald merk en omdat dat in de drugstore opeens niet meer voorradig is, neem je een ander merk, een andere bus. Als je de volgende dag koffie wilt maken, zoek je overal naar de koffiebus. Het herinneringsbeeld van de oude bus is zo sterk dat hij de bus van het nieuwe merk, de aanwezige bus, vlak voor je neus op de keukenplank onzichtbaar maakt. Om iets te zien moet je eerst iets kunnen herkennen. Zonder herinneringen kun je alleen maar kijken. Dan glijdt de wereld spoorloos door je heen". Dit stukje geeft je zo'n besef dat herinneringen die we hebben het belangrijkste van ons bestaan zijn. Zonder die zijn we geen persoon of hebben we geen karakter. Je kunt niet functioneren in het dagelijks leven.
Dementie is een ziekte die het opgroeien als het ware omkeert. Als baby kun je niet overleven zonder de hulp van ouders of andere volwassenen. Het moet alles nog leren herkennen zodat het voor zichzelf kan gaan zorgen. Aan het einde van dementie kan de patiŽnt niet meer voor zichzelf zorgen en is totaal aangewezen op zijn omgeving.

Verwerkingsopdracht:

Een gedicht: Een klein draadje
Auteur: Leon Vroman
Bundel: Neembaar
Uitgever: Querido
Plaats en jaar van uitgave: Amsterdam 1991

Een klein draadje

Met dat hoofd gebeurt nog eens wat.
Het gelaat ligt me al te plat
op de vette hersenkast.
Er gebeurt vast wat.

O, als ooit dit peinskistje splijt
als een vrij eetbare brij
verschijnt dan dit brein van mij
en bevlekt met gedachten de grond
maar de dood vergezelt mijn mond,
en minder dood dan wel veilig
sterft het schijnheilig.

Door de dood word ik graag overmand.
Ik vrees meer mijn gezond verstand.

Ik vrees dat leger van spinnen-
-de zenuwcellen daarbinnen.

Dat vreselijk web vol webben
kan ik eigenlijk niet goed hebben.

Wat zou er b.v. Gebeuren
als twee draadjes zouden scheuren
en contact maken met elkaar
onzichtbaar, diep onder mijn haar,
terwijl ik uitwendig zo
maar in een winkel bezig ben
groenten en vlees te ko-
-pen...

Er knetteren geen vlammen en vonken.
Iemand zegt: is hij dronken?

Opeens zit ik voor ons huis op de stoep
met zesduizend blikken soep.

En zegt mijn tedere vrouw:
lieverd, wat doe je nou?
dan zeg ik: nu gaan we eten,
o nee, ik ben de soep vergeten.

Gebeurt het onder het dichten,
wie purp publiek dan inlichten
dat dit geen genialiteit
maar en purpje los is, of kwijt?

Een draadje dat de stoom opslurpt
van murp geedachtengurpt.

En kurpsluiting leidt tot brurp-
Brarp! Hurp! Hurp!

Veel uitleg heeft het verband tussen het boek, Hersenschimmen en dit gedicht, Een klein draadje niet nodig.
Het gedicht gaat erg duidelijk over dementie en het boek ook. Het enige verschil is dat de hoofdpersoon in het boek al aan de ziekte lijd, maar dat de persoon in van het gedicht bang is voor dementie en zich voorstelt hoe het zou zijn. Maarten is er ook bang voor maar daar kan hij niet zo veel aandacht meer aan geven. De persoon in het gedicht is niet bang om dood te gaan maar wel bang om zijn waardigheid en verstand te verliezen, dit is Maarten ook.
Het draadje is erg symbolisch, als Maarten voor het eerst iets doet zonder dat hij het door heeft, het moment dat hij merkt dat hij op een stoel staat om kleurpodloodjes te pakken, is er een draadje geknapt. In het gedicht gebeurt dit wanneer de ik-persoon op de stoep zit met tig blikken soep en dan zegt dat hij de soep is vergeten. Het draadje is gesprongen en het kan niet meer geheeld worden.
Het is een mooi en leuk gedicht. Het gedicht raakt je vanwege dat directe op dezelfde manier als het boek. In de schrijfwijze is ook veel overeenkomst, in het begin van het gedicht zijn het nog duidelijke zinnen, maar het wordt steeds verwarder en aan het eind heb je weer die korte onzin woorden. In het boek wordt het aan het eind ook steeds moeilijker volgbaar. Ze gaan terug naar hun kindertaal.
Leon Vroman was een arts. Door zijn beroep schrijft hij veel gedichten die gaan over ziektes. Hijzelf was een internist, maar zal zeker wel contact hebben gehad met demente patiŽnten. Hierdoor weet hij wat het is, en weet hij waarvoor hij bang moet zijn en wat hij zou kunnen verliezen.

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

4371

Welkom!

Goed dat je er bent. Scholieren.com is de plek waar scholieren elkaar helpen. Al onze informatie is gratis en openbaar. Met een profiel kun je méér:

snel zien welke verslagen je hebt bekeken
de verslagen die je liket terugvinden
snel uploaden en reacties achterlaten

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer

Hoge waardering

Nienke zeker weten goedZeker Weten Goed
anoniem5e klas vwo8.4
Me 6e klas vwo7.8
Hilde 5e klas vwo7.9
Margot te Riele 6e klas vwo7.4
Kim D 6e klas vwo7.6
Meer verslagen ›

Why I This BOOK

Dirkje over Hersenschimmen