Door Scholieren.com te bezoeken geef je toestemming voor het gebruik van cookies. Ben je onder de 16? Zorg dan dat je toestemming van je ouders hebt om onze site te bezoeken. Lees meer over je privacy (voor het laatst bijgewerkt op 25 mei 2018). Akkoord Instellingen aanpassen

Het Achterhuis

Het dagboek van Anne Frank

Anne Frank

1947

302

2 uit 5

7.1 / 10
4e klas vmbo
  • Elsbeth Pullen
  • Nederlands
  • 3051 woorden
  • 28086 keer
    55 deze maand
  • 9 maart 2001
Inhoud:
De dagboekbrieven van Anne Frank bevatten veel informatie over het verschijnsel 'onderduiken', het verdwijnen zonder sporen achter te laten. Veel mensen probeerden op deze manier uit handen van de Duitsers te blijven. De eerste aantekeningen, tussen 12 juni en 8 juli 1942, schreef Anne nog in vrijheid en hoewel die vrijheid maar betrekkelijk is, - de Duitsers hebben al van alles en nog wat bedacht om de levensruimte van joden extra te beperken- is het beeld dat in de eerste notities wordt geschetst, dat van een vrolijk meisje dat net dertien jaar is geworden. Ze kent eigenlijk geen andere problemen dan school en omgaan met 'kennisjes'. Wat ze graag zou willen is een echte vriendin, iemand die ze helemaal in vertrouwen kan nemen. Anne bedenkt een vriendin van papier en op 20 juni 1942 schrijft ze haar eerste brief aan haar ideale vriendin: Kitty. Deze vorm van dagboek schrijven houdt ze tot het eind van het boek consequent vol.
Kitty is de enige voor wie Anne geen geheimen heeft en ongedwongen kan ze alles opschrijven wat ze kwijt wil. In de eerste vijf brieven zijn dat vooral verhalen over haar dagelijkse avonturen met jongens en meisjes van school. De brief van 8 juli opent met de opmerking: 'Vanaf zondagmorgen tot nu toe lijkt een afstand van jaren.'De onderduik is op 6 juli 1942 begonnen. Anne beschrijft heel gedetailleerd hoe alles in zijn werk is gegaan. Haar vader had al lang onderduikplannen, maar zondagmiddag kwam er een oproep voor Margot en nu wordt er besloten zo snel mogelijk te gaan schuilen. ALle helpers komen in actie. Mijnheer Kleiman en mijnheer Kugler die de zaken van Anne's vader officieel hebben overgenomen, Miep Gies en Bep Voskuijl, die op het kantoor werken, de man van Miep, Jan Gies, en de vader van Bep, mijnheer Voskuijl die in het magazijn werkt. Het leven van de onderduikers hangt van deze zes mensen af, want de schuilplaats is het achterhuis van het zakenpand Prinsengracht 263. Uitvoerig beschrijft Anne hoe het achterhuis eruit ziet. Er is plaats voor twee families en een week nadat de Franks zijn ondergedoken, trekken mijnheer en mevrouw Van Daan met hun zestienjarige zoon Peter bij hen in.

Anne voelt zich niet echt thuis maar wel betrekkelijk veilig en het slaan van de Westertoren ervaart ze als vertrouwd. In het kantoor beneden kunnen ze naar de Engelse radio luisteren, maar tijdens de kantoortijden moet iedereen heel stil zijn. Het aller ergste is natuurlijk dat ze niet naar buiten kunnen. Als Anne na een maand schrijven terugkijkt, vergelijkt ze de houding van de mensen om zich heen met hun houding in het begin. Een maand eerder was iedereen erg aardig voor haar, maar nu krijgt ze standjes en voelt ze zich eenzaam. Die eenzaamheid vermindert niet als de familie Van Daan op 13 juli bij hen intrekt. Peter vindt ze een saaie jongen en op mevrouw en mijnheer heeft ze ook heel wat aan te merken. Waar Anne de grootste moeite mee heeft, is het feit dat iedereen zich met haar opvoeding bemoeit. In haar brieven aan Kitty, laat ze zich kennen als een waarlievend persoontje, ze houdt niet van huichelen, en die eigenschap, samen met haar kritische geest, brengt haar snel in conflict met haar omgeving.Ook de anderen hebben aanpassingsmoeilijkheden met elkaar. Iedereen maakt ruzie met iedereen. Tussen de beide moeders botert het niet erg, de Van Daans blijken 'schreeuwende'ruzies met elkaar te hebben en het lezen van een 'verboden'boek door Peter is zelfs aanleiding voor een ruzie die drie dagen duurt. Annes vader treedt over overal als bemiddelaar op. Voor Anne zijn alle botsingen en onderlinge ruzies aanleiding om uitvoerige bespiegelingen te houden over haar gevoelens voor de mensen in haar omgeving. Met haar moeder en Margot kan ze niet goed opschieten. Margot is gewoon te braaf en haar moeder vindt ze als moeder niet geslaagt. Ze is dol op haar vader, maar soms valt hij haar toch ook wat tegen.
De dagelijkse bezigheden krijgen op den duur een bepaald ritme. Het achterhuis heeft geen badkamer. Idereen zoekt een eigen plekje waar met behulp van een teiltje warm wat zo 'prive' mogelijk een uitgebreide wasbeurt kan worden gehouden. De helpers, die boodschappen halen en soms wat komen kletsen, hebben vreselijke verhalen over het lot van de joden die niet op tijd zijn ondergedoken. Tot september houd Anne vakantie, maar dan moet er gewerkt worden, want ze wil niet dom blijven. Ze leert veel onregelmatige Franse woordjes, maakt moeilijke sommen en ze help 'Pim', zoals ze haar vader ook wel noemt, met Nederlands. Peter,Margot en Anne leren ook steno en helpen in de avonduren met kantoorwerk. Er worden regelmatig nieuwe boeken voor de onderduikers bezorgd. Anne leest de Joop ter Heul-serie van Cissy van Marxveldt met heel veel plezier, ook de andere boeken van deze schrijfster, maar Joop ter Heul is haar favoriet. Ze mag ook wat 'meer volwassenenboeken'lezen en noemt Eva's jeugd van Nico van Suchtelen als voorbeeld. In dat boek staat beschreven dat Eva ongesteld wordt en Anne verlangt naar haar eigen menstruatie, omdat ze dat als teken van volwassenheid beschouwt. Ze leest Duitse toneelstukjes van Korner en De klop op de deur van Ina Boudier-Bakker.
Anne huilt veel in het eerste jaar van de onderduik. Ze schrijft in haar dagboek, omdat ze eenzaam is. Ze gebruikt haar fantasie om aan prettige dingen te denken, maar de werkelijkheid geeft niets anders dan nare berichten. Verhalen over veewagens vol joden die naar Wasterbork vervoerd worden bereiken ook het achterhuis. De Engelse radio spreekt over 'vergassen'van de joden en Anne denkt dat die methode misschien wel de vlugste is. Ze is verontwaardigd als ze hoort hoe de Duisters onschuldige, vooraanstaande burgers gijzelen als vergelding voor sabotage en merkt op, dat er geen groter vijandschap op de werled bestaat dan tussen Duisters en joden.
In november wordt Peter 16 jaar, en er komt een achtste onderduiker in het achterhuis. Het is een tandarts. Hij heet Alfred Dussel en mens zegt dat hij een rustige, beschaafde man is. Hij blijkt al snel een bemoeizuchtig mens met ouderwetse opvoedingsideeen te zijn. Anne moet veel van haar toch al geringe privacy inleveren. De heer Dussel is heel verrast als hij de familie Frank in het achterhuis aantreft. Hij had gehoord, dat ze naar Belgie gevlucht waren. Dussel heeft heel veel slecht nieuws uit de buitenwereld. Anne is erg onder de indruk van al die verhalen over mensen die weg zijn. Ze voelt zich erg alleen en tegelijk ondankbaar omdat ze van zichzelf niet mag klagen: ze heeft het goed, zij zit veilig! Maar 's nachts is ze vaak bang voor ratten, inbrekers en schieten. Ze slaapt dikwijls bij haar vader in bed. Chanoeka wordt sober gevierd, maar met behulp van Bep en Miep wordt Sinterklaas een echt feest. De heren Van Daan en Dussel tonen hun vakmanschap. Van Daan maakt worst en Dussel vult een gaatje in mevrouw van Daans gebit. Ondanks al die afleiding is Anne steeds vaker depressief. Ze wil weg: 'weg van alles, liefst weg van de wereld!'.
Het wordt steeds moeilijker om bepaalde levensmiddelen te krijgen, de briefjes van duizend worden ongeldig verklaard, alle provincies moeten van joden worden gezuiverd, mijnheer Kleiman krijgt een maagbloeding, mijnheer Voskuijl moet naar het ziekenhuis en nergens is er hoop op een snelle verbetering in de situatie. Begin mei schrijft Anne desondanks dat ze in vergelijking met het lot van joden die niet schuilen als in een paradijs leven.
Op zondag 13 juni 1943 noteert Anne haar verjaardagsvers, door haar vader voor haar 14e verjaardag gemaakt.
Van 15 juni 1943 tot het einde van het jaar sleept de oorlog zich voort, maar men klampt zich vast aan iedere politieke ontwikkeling. De landing op Sicilie, het vertrek van Mussolini en uiteindelijk de onvoorwaardelijke capitulatie van Italie op 8 september 1943, geven hoop op een spoedig einde van de oorlog. In Amsterdam wordt veel gebombardeerd. Voor de onderduikers geeft dat extra spanning, want ze zijn genoodzaakt te blijven zitten waar ze zitten; ook al heeft Anne een 'vluchttas', ze beseft heel goed dat er geen vluchtweg is.
Anne meldt aan Kitty de dagelijkse gang van zaken min of meer systematisch. De gezondheidvan de helpers vormt een onvoorzienbaar probleem. Kleiman blijkt veel last van zijn maag te houden en Voskuijl heeft kanker. Bij Bep thuis heerst in noverber difterie en daarom mag ze zes weken niet met de onderduikers in contact komen. Anne zit er slecht uit en heeft geen trek in eten, ze is zenuwachtig. Ze krijgt druivensuiker, levertraan en gisttabletten maar zelf denkt ze, dat 'veel lachen'en beter medicijn zou zijn.
Op 10 augustus bedenkt Anne een nieuwe houding om zo goed mogelijk met de situatie om te gaan. Ze vindt het 'positief denken'geheel zelfstandig uit. Haar moeder zegt, dat ze een 'levenskunstenaar'is en dat bevalt haar wel. Maar niet alles verandert door positief denken, de realiteit blijft dreigend aanwezig. De nieuwe magazijnman, Van Maaren, is misschien 'fout', de onderlinge ruzies zijn heving, eer wordt weer ingebroken. Soms kan Anne zich helemaal niet voorstellen dat er een 'na de oorlog'is. Er wordt nieuw studiemateriaal gevonden: voor Margot een cursus Elementair Latijn en de kinderbijbel voor Anne. Ze schrijft nu, behalve in haar dagboek, met veel plezier aan verhalen die helemaal verzonnen zijn. Op een dag komt haar vulpen, waar ze erg aangehecht is, in de kachel terecht. Anne troost zichzelf met de wetenschap, dat haar pen tenminste werd gecremeerd, iets wat ze later ook graag voor zichzelf wil. In de feestelijke decembermaand krijgt Anne een flinke griep en als ze daarvan genezen is, constateert ze de laatste tijd erg aan stemmingen onderhevig is. Soms 'himmelhoch jauchzend', soms 'zum Tode betrubt'. Blij is ze, als ze haar eigen situatie vergelijkt met die van andere joodse kinderen. Diep bedroefd wordt ze, als ze denkt aan een 'normaal'leven met fietsen, dansen, fluiten en 'gewoon jong'zijn. Door het schrijven kan haar bedroefde stemming verdwijnen.

Op zondag 2 januari 1944 is het weer eens tijd voor een terugblik. Anne schaamt zich over haar harde woorden met betrekking tot haar moeder. Ze ziet nu in hoe subjectief haar oordeel vaak was, maar heeft ook oog voor het feit dat de situatie waarin ze zit voor een groot deel schuldig is aan die hardheid. Ze beschrijft uitvoerig waarin nu precies de terleurstelling in haar moeder gelegen is: moeder is meer een vriendin, terwijl Anne een 'echte'moeder had willen hebben. Ze wil overigens ook een 'echte'vriendin om mee te praten en door dat verlangen komt ze er toe met andere ogen naar Peter te kijken. Ze gaat hem in zijn zolderkamer opzoeken en voelt zich van binnen heel zacht worden als ze in zijn donkerblauwe ogen als zijn verlegenheid ziet. Die nacht droomt ze van donkerbruine ogen. De ogen van Peter Schiff, een jongen van wie ze een zomer lang onafscheidelijk is geweest. Ze zat toen in de vijfde klas, na de zomervakantie ging Peter Schiff naar de middelbare school en was het afgelopen met zijn belangstelling voor haar.
Peter van Daan en Peter Schiff worden in de loop van het jaar 1944 tot 1 figuur voor Anne. Peter van Daan blijkt heel ongedwongen over heel moeilijke ding als 'geslachtsvraagstukken'te kunnen praten en er volgt een tijd waarin Anne rusteloos is, zonder dat ze weet waarom. Ze heeft een verlangen dat ze niet kan benoemen.
Haar werven rond Peter heeft succes, hij krijgt belangstelling voor haar en geeft te kennen, dat hij het heel plezierig vindt als zij veel boven bij hem op zijn kamer komt. De twee jonge mensen hebben niet veel kans om 'onopgemerkt'met elkaar om te gaan. Ze worden goed in de gaten gehouden door de ouderen. Anne voelt zich schuldig tegenover Margot, maar als haar zusje laat weten dat ze niets voor Peter voelt, verdwijnt dat gevoel. Peter wordt het belangrijkste in Anne's leven, ze formuleert dat het van hem afhangt hoe het verder met haar zal gaan. Ze heeft een heel duidelijke mening over wat 'Liefde' is, maar ze weet ook dat 'hij het eerst moet beginnen'. Ze moet dus wachten en haar dromen voor zichzelf te houden, ze realiseert zich hoe gelukkig het is dat ze tenminste kan schrijven.
Op 15 april krijgt ze dan eindelijk haar eerste zoen, maar haar rust is daarmee niet terug. Integendeel. Ze vraagt zich onophoudelijk af, of het wel goed is wat zij doen en stelt haar vader op de hoogte van de ontwikkelingen. Vader raadt haar aan voorzichtig te zijn omdat de man in dit soort zaken altijd de actieve is en de vrouw de mogelijkehid van 'tegenhouden'heeft. Anne schrijft haar vader een brief, waarin ze hem vraagt haar te vertrouwen. De reactie van haar vader op die brief doet Anne van grote hoogte neerstorten.
Vol zelfverwijt is zij na afloop van hun gesprek opeens weer een veertienjarig meisje dat een standje heeft gekregen. Zij besluit zich te verbeteren en haar vader opnieuw als haar goede voorbeeld te zien. Na haar 15e verjaardag schrijft ze aan Kitty, dat Peter haar in veel dingen terleurstelt en dat ze tussen hun 'het echte'mist. Weer een maand later formuleert ze waarin Peter haar teleurstelt, hij is lui en ze merkt op: 'Luiheid mag aantrekkelijk schijnen, werken geeft bevrediging.'(bladzijde 286).
De oorlog buiten, met al het doodsgevaar, brengt Anne hoe langer hoe meer tot het besef dat ze op zichzelf is aangewezen. Ze kan niet anders doen dan leren en hopen op een goed einde. Het einde van de oorlog lijkt nog ver weg, maar een radiopraatje van minister Bolkestein geeft haar een nieuw impuls voor de toekomst: ze wil veel leren om een goed jounaliste te kunnen worden. Over haar talent is ze niet heel zeker, maar haar wil is vast, Anne wil niet zoals de meeste mensen voor niets hebben geleefd. Op 5 april schrijft ze: 'Ik wil van nut of plezier zijn mensen, die om mij heen leven en die mij toch niet kennen, ik wil nog voortleven, ook na mijn dood!' Als er weer eens wordt ingebroken en iemand uit angst voorstelt Annes dagboeken te verbranden, beschrijft ze dat als een van haar bangste ongeblikken.
Na haar voornemen om schrijfster te worden, fromuleert Anne steeds vaker dat ze innerlijk groeit en zich sterk voelt. Haar aandacht richt ze met behulp van haar sterke wil op dingen die voor haar ontwikkeling van belang kunnen zijn. Ze wil na de oorlog in ieder geval een boek uitgeven met de titel Het Achterhuis en ze noteert de inhoud van Cady's leven, een ander verhaal van haar, waarin de roman van haar vaders leven zit verwerkt.

Na de invasie wordt door iedereen verlangend uitgekeken en als het op 6 juni 1944 eindelijk zover is, heeft Anne een genuanceerde mening over de rol die Engeland op zich heeft genomen. Haar angst voor het onder Nederlanders toegenomen antisemitisme verdwijnt door de invasie, want vanaf dan is het legen en ook het volk 'one will and one hope'(bladzijde 275).
De aanslag op Hitler is voor Anne aanleiding te geloven, dat ze in de maand oktober weer eens in de schoolbanken zou kunnen zitten, maar ze beseft dat die hoop voorbarig is. ANne vindt zichzelf een bundeltje tegenspraak en Het Achterhuis wordt afgesloten met een filosofische verhandeling over de betekenis van tegenspraak, naar Anne's gewoonte toegespitst op haar eigen gevoelens.

Personages.

Anne Frank:
Anne Frank is in het begin van het boek 13 jaar oud. Ze weet goed wat ze wil, en heeft hierdoor een sterke wil. Ze mist een goede vriendin waaraan ze alles kwijt kan, daarom gaat ze schrijven 'met' Kitty.
Anne heeft al gauw een mening klaar over de mensen die samen met haar onderduiken. Halvewege komt ze erachter dat sommige mensen toch anders zijn dan ze dacht. Haar vader is het goede voorbeeld voor haar.

Vader Frank.
Dit is de vader van Anne, zijn naam is Otto, maar wordt door de onderduikers Pim genoemd. Hij is dol op zijn dochter, en zijn dochter op hem. Hij heeft verschillende bedrijven gehad, maar tijdens het onderduiken helpt hij Anne met studeren, en helpt Anne haar vader met zijn werk.

Moeder Frank.
In het boek wordt eigenlijk heel weinig over anne's moeder verteld, Alleen ziet Anne haar moeder meer als vriendin dan echte moeder, wat ze liever wel had gehad, een echte moeder.

Margot Frank.
Margot is de oudere zus van Anne. Anne kijkt best tegen Margot op, een anne mag Margot ook niet echt. Ze wordt te veel vergeleken met haar zus, vooral als er iets fout gaat.

Meneer Daans.
Meneer Daans komt op 13 juli bij de familie Frank onderduiken, samen met zijn vrouw en hun zoon Peter.hun echte naam is Van Pels. Ook met deze man kan Anne niet opschieten.

Mevrouw Daans.
Mevrouw Daans is de moeder van Peter, ze wordt weinig benoemd in het boek. Ze kan niet zo goed opschieten met de moeder van Anne.

Peter Daans.
Peter is de zoon van mevrouw en mijnheer Daans. Hij is iets ouders als Anne. In het begin mag Anne hem niet zo, en ziet hem eigenlijk alleen maar als last en lui. Als ze behoefte heeft aan praten en Anne voelt zich eenzaam, gaat ze naar Peter toe, en ze groeien naar elkaar toe, maar uiteindelijk wordt het niets.

Albert Dussel.
Albert komt later ook bij de familie Frank, hij is tandarts. hij wordt door de andere onderduikers Pfeffer genoemd. Hij heeft nog een oude opvoedingstechniek, en hierdoor hebben Anne en Albert erg vaak ruzie. hij heeft vaak kritiek op haar.

Kleiman, Kugler, Miep en Bep.
Deze mensen zorgden er voor dat de onderduikers eten kregen. Ze zijn in het boek niet echt benoemd.

Mijn mening.
Ik vond het een goed boek om te lezen.Het gaat niet over zomaar een kind, maar over een meisje die leeft in de oorlog, en wij, jeugd van nu kunnen niet altijd voorstellen wat oorlog eigenlijk in het echt voorsteld, je kunt wel wat uit het boek halen, hoe het eruit zag, maar elke oorlog is anders. Het is te moeilijk om je in te leven in de gebeurtinissen van Anne, omdat veel van ons het niet mee hebben gemaakt.
Ik vond het een mooi boek, en daarom heb ik het op internet gezet. veel succes ermee.

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

4638

reacties

Echt een heel gaaf uitreksel. ik vind het echt super tof, bedankt, ik kon het super goed gebruiken. je had daar zeker wel een 9 voor. echt super cool
door xxx (reageren) op 3 februari 2003 om 12:20
Ik heb het boek zelf dikwijls gelezen.zit zelfs al 20 jr. niet meer op school.ik vond dat je uit-treksel erg goed is.zelfs beter dan in de bibilo theek. met vriendelijke groeten van marie-josè
door marie-josè (reageren) op 5 mei 2003 om 20:58
@marie-josè: het is 2016, hoe oud ben je nu>?
door feerle (reageren) op 13 februari 2016 om 10:45

Welkom!

Goed dat je er bent. Scholieren.com is de plek waar scholieren elkaar helpen. Al onze informatie is gratis en openbaar. Met een profiel kun je méér:

snel zien welke verslagen je hebt bekeken
de verslagen die je liket terugvinden
snel uploaden en reacties achterlaten

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer

Hoge waardering

Anouk zeker weten goedZeker Weten Goed
anoniem7.3
Bianca 4e klas havo7.2
Annelies van Enk 4e klas vmbo7.1
anoniem2e klas vwo7.2
Elsbeth Pullen 4e klas vmbo7.1
Meer verslagen ›

Why I This BOOK

Alexandru over Het Achterhuis

Huiswerk

Stel je bent leraar en een leerling heeft zijn huiswerk niet gemaakt, wat doe je?
  • Snitchen bij ouders
  • Strafwerk schrijven, moest ik vroeger zelf ook
  • Weddenschap afsluiten om de leerling gemotiveerd te krijgen
  • Je negeert het. Eigen verantwoordelijkheid toch?