Cookies..
Door Scholieren.com te bezoeken ga je akkoord met het gebruik van cookies. Klik hier voor meer info.

Max Havelaar

Multatuli

1860

328

4 uit 5

7.1 / 10
6e klas vwo
1. Bibliografische gegevens

Titel: Max Havelaar
Auteur: Eduard Douwes Dekker alias Multatuli
Eerste druk: 1860
Uitgeverij: L.J. Veen, Amsterdam
Aantal bladzijden: 352

2. Het voorwoord
Het voorwoord is het onuitgegeven toneelstuk “Barbertje moet hangen”. Het gaat over een man, Lothario, die beschuldigd wordt van moord. Zelfs nadat zijn onschuld overduidelijk is bewezen, blijft hij schuldig bevonden voor iets waarvoor hij in de eerste plaats niet aangeklaagd was. Multatuli wil dus met dit toneelstuk duidelijk maken, dat zelfs een onschuldige nog ergens schuldig van bevonden kan worden, een mens doet altijd wel iets fout. Natuurlijk slaat dit verhaaltje op hem; ook hij is onschuldig, hij wilde ook alleen maar iets goeds doen, namelijk de situatie voor de Javanen verbeteren, maar dan wordt hij toch nog ontslagen, omdat de mensen vonden dat hij zich niet goed aan de regeltjes hield. Dit is volgens hem totaal onterecht en dat probeert hij op deze wijze duidelijk te maken.

3. Méér dan alleen een verhaal over een Nederlandse ambtenaar.

Batavus Droogstoppel, makelaar in koffie, aan de Lauriergracht nr.° 37, komt op een avond een oude schoolvriend, Sjaalman, tegen, hij voert een kort gesprek met hem en gaat dan naar huis. Twee dagen later ligt, op zijn stoep, een heel pak papier met een brief; in dezen verzoekt Sjaalman Droogstoppel om alle tekst eens door te lezen en een deel ervan uit te geven. Aangezien hij zelf niet de middelen heeft om een boek uit te geven en hij toch graag wil dat de informatie goed gebruikt wordt, en Droogstoppel wel genoeg geld heeft, ziet hij dit als de enige oplossing. Ook weet Sjaalman dat een uitgever naar de naam van een schrijver kijkt en omdat Sjaalman geen bekende schrijver is en Droogstoppel wel goed gekend is, lijkt hem dit nog een argument om Droogstoppel te vragen om het uit te geven. Droogstoppel vindt het wel een leuk idee, maar hij heeft geen zin om het allemaal zelf te doen, dus vraagt hij een Duitse collega, Ernest Stern, om hem te helpen.

Max Havelaar wordt aangenomen als assistent-resident in de provincie Lebak. Zijn voorganger, Slotering, is dood, hij moet zijn taak dus overnemen. De resident van Bantam (Lebak), Slijmering, is Havelaar’s superieur. Max Havelaar houdt een toespraak voor alle hoofden van Lebak, hij vertelt dat hij het op zal nemen tegen elke vorm van misbruik of geweld, hij weet dat de situatie in Indië er zo uit ziet en hij weet ook dat de resident er van af weet, maar Slijmering doet er niets aan.
In het verhaal van Max Havelaar worden ook nog twee korte verhaaltjes verteld, ‘De Javaanse Steenhouwer’ en ‘Saïdjah en Adinda’, maar daar ga ik verder niet op in, ze hebben geen belang voor het werkelijke verhaal, althans ‘De Javaanse Steenhouwer’ niet. Max Havelaar doet er alles aan om de situatie voor de inlandse bevolking te verbeteren; hij praat erover met de resident van Lebak, hij schrijft hem een brief en tot slot schrijft hij nog een brief naar de Gouverneur-generaal, maar alles is tevergeefs. Hierna neemt Multatuli de pen op en schrijft het slot van ‘Max Havelaar’. Hij wil dat alle mishandeling en onderdrukking van de Javanen ophoudt, het is niet eerlijk en het hoeft niet zo. Hij zal er alles aan doen om de inlandse bevolking te geven wat zij verdient. Hij draagt zijn boek op aan mensen in hogere rang:
“Want aan u draag ik mijn boek op, Willem de Derde, Koning, Groothertog, Prins… meer dan Prins, Groothertog en Koning… Keizer van’t prachtige rijk van Insulinde dat zich daar slingert om de evenaar, als een gordel van smaragd…” p.331
Ook is hij bereid zijn boek te laten vertalen in verschillende talen:
“En wanneer ook dit niet baatte? Dan zou ik mijn boek laten vertalen in’t Maleis, Javaans, Soendaas, Alfoers, Boeginees, Bataks…” p.330

Dit boek vertelt niet alleen het verhaal van een Nederlandse ambtenaar die het opneemt voor de inlandse bevolking, maar het beschrijft ook de situatie in Indië, de omgeving, het verhaal van Saïdjah en Adinda, het verhaal van de Javaanse Steenhouwer en het verhaal wordt door meerdere figuren verteld.

4. Het perspectief
Het boek is vanuit drie verschillende perspectieven geschreven, namelijk die van Batavus Droogstoppel, Ernest Stern en Multatuli zelf. Droogstoppel schreef hoofdstukken 1 t/m 4 en 9 t/m 10, hierin was hij zelf de hoofdpersoon. Hoofdstukken 5 t/m 8, 11 t/m 16 en 18 t/m 20 zijn geschreven door Stern en hierin is Max Havelaar de hoofdpersoon. Stern schreef ook het verhaal van Saïdjah en Adinda en Multatuli schrijft het slot van het boek.
Batavus Droogstoppel schrijft in de personale ik-vorm. Ook spreekt hij de lezer vaak aan.
“Daar ik nu voor’t ogenblik afscheid van u neem – ik moet naar de beurs – nodig ik u straks uit op een tweede hoofdstuk. Tot weerziens dus!” p.19
“Poeh! Ge weet, lezer, hoe ik en alle verstandige mensen daarover denken.” P.30
Deze twee citaten laten zien hoe de verteltechniek van Droogstoppel er uit ziet. Ook vertelt hij gewoon zijn verhaal, maar vaak spreekt hij de lezer aan. Stern is een auctoriale verteller; hij vertelt het verhaal van Max Havelaar, maar spreekt de lezer ook af en toe toe. Hij vertelt het verhaal vanuit zijn standpunt, dus in de auctoriale ik-vorm.
“Het is mijn doel niet, vooral niet in het begin van mijn vertelling, om de lezer lang bezig te houden met het beschrijven van plaatsen, landschappen of gebouwen. Ik vrees zeer hem af te schrikken door wat zou zwemen naar langdradigheid…”
“Waarde lezer, er zijn geen torens. Een toren is een denkbeeld, een droom, een ideaal, een verzinsel, overdragelijke grootspraak” beide citaten p.61
Stern vertelt het verhaal van Saïdjah en Adinda. Het wordt verteld in de auctoriale vorm, met af en toe een inmenging van Stern. Multatuli schrijft in de personale ik-vorm, hij schrijft namelijk hoe hij er zelf over denkt, hij schrijft het slot van zijn verhaal.

5. De functie van het verhaal “Saïdjah en Adinda”

Saïdjah is een boerenzoon in Lebak. Hij werkt voor zijn vader op het land met buffels. Voor de zoveelste keer wordt de buffel die de familie op dat moment afgepakt door de regering. Saïdjah besluit om ergens anders te gaan werken om wat extra geld te gaan verdien zodat hij een nieuwe buffel kan kopen, want ze hebben niet genoeg geld meer. Saïdjah is verliefd op Adinda en hij belooft haar terug te zijn over drie jaar, als er drie keer twaalf nieuwe manen zijn geweest. Dan zullen ze met elkaar trouwen. Als Saïdjah na drie jaar is teruggekeerd en hij wacht onder de Ketapan, waar ze hadden afgesproken, ziet hij zijn geliefde niet. Hij gaat naar haar op zoek en het blijkt dat ze vermoord is. Hij kan dit niet verdragen en pleegt zelfmoord.
De functie van dit verhaal is om de hele toestand in Indië beter te illustreren, het is een verpersoonlijking van de mishandelde inlandse bevolking. Er wordt een voorbeeld gegeven van hoe het er aan toe gaat, dit helpt de lezer om het verhaal beter te begrijpen. Dit verhaal is één voorbeeld, maar het staat als een paal boven water dat het niet het enige voorbeeld is, nog duizenden anderen verkeren in dezelfde situatie.

6. Lebak en de hiërarchieën
De zaak Lebak gaat over de situatie in Indië die Max Havelaar probeert te verbeteren. Hij vindt het onacceptabel dat regenten, residenten en gouverneurs de mensen van hun bevolking zo kunnen behandelen zoals ze doen. Ze worden volgens Havelaar onderdrukt, mishandeld en misbruikt. Ze horen meer te krijgen voor al het werk dat ze verrichten dan dat ze krijgen. De hiërarchie in de inlandse bevolking werkt als volgt: De bevolking wordt aan het werk gezet en aan het werk gehouden door de regenten. Regenten zijn als het ware hun baas, zij mogen tegen het volk zeggen wat ze moeten doen, maar hebben niet het laatste woord, ze hebben namelijk ook nog iemand boven hen die toch nog weer wat meer te zeggen heeft. Die mensen, hoger in rang, behoren echter niet tot deze hiërarchie, maar tot de hiërarchie van het Nederlandse bestuursapparaat. Deze werkt volgens het volgende systeem: De hoogste in rang is de koning, daarna volgen de Gouverneur-Generaal, de Gouverneurs, de residenten en de assistent-residenten. Ze hebben allemaal iets te zeggen over een bepaald stuk land, maar ze hebben natuurlijk respectievelijk elk wat minder te zeggen. Zo is de Gouverneur-Generaal de baas over de hele kolonie, de Gouverneur over een deel van de kolonie, de resident over een stukje van het deel van de Gouverneur en de assistent-resident heeft dan weer wat te zeggen over een stukje van het deel van de resident. De assistent-resident heeft meer gezag dan de regent, en helemaal onder aan de piramide staat natuurlijk het inlandse volk. De verhoudingen tussen het Nederlandse bestuursapparaat en de inlandse bevolking waren goed. De inlanders wisten niet anders dan dat de regenten de boosdoeners waren, van hen kregen ze de bevelen. Ze beseften niet dat die bevelen rechtstreeks van de Nederlanders kwamen. Als ze dat wel hadden geweten, hadden ze waarschijnlijk niet alles zomaar aangenomen en waren eerder in opstand gekomen. Aangezien een mens altijd gemakkelijker bevelen aanneemt van iemand van hetzelfde ‘soort’ zag de bevolking in eerste instantie geen problemen. Hierdoor ontstonden er ook geen problemen met het Nederlandse bestuursapparaat, maar op een gegeven moment wel met de regenten.

Max Havelaar zag in deze hele hiërarchie een groot probleem; de bevolking werd volgens hem niet eerlijk behandeld. Ze werden uitgebuit en mishandeld. Om deze redenen ondernam hij dus ook actie en schreef brieven naar de Gouverneur-Generaal en de resident van Lebak. Dit hielp echter niets en zorgde er alleen maar voor dat hij ontslagen werd en dus helemaal niets meer kon doen.

7. Waarom behoort dit boek in de periode van de Romantiek?

Ten eerste valt de humor op in dit boek. Dit wordt veroorzaakt door de overdreven herhalingen die voorvallen in dit boek. Vooral in de stukken van Droogstoppel komt dit vaak voor. (Zie citaten verderop) Dit is toch wel een groot kenmerk van de Romantiek.
Ten tweede, een veel groter kenmerk; het individualisme. Het hele boek draait om Multatuli die wil bewijzen dat hij gelijk had, wat betreft de affaire Lebak. Het gaat de hele tijd over hem. Dit was niet vaak voorkomend in deze periode, want in de Verlichting ging het vooral om de gemeenschap; ze zouden Multatuli zelfs egoïstisch hebben gevonden. Ook het feit dat Multatuli voor zijn eigen mening uitkomt, eigen gevoelens durft te hebben, bewijst dat dit boek echt thuishoort in de Romantiek.

8.+9. Mijn mening
‘Max Havelaar’ is naar mijn mening een boek dat niet meer tot de verplichte literatuur gerekend moet worden, het heeft zijn tijd gehad. Ik snap dat het van grote waarde is geweest voor de mensen in de periode waarin het boek geschreven is, omdat het een autobiografische roman was, het gaf een realistisch beeld van een land, er zat een verhaal in en het bevatte humor. Dat was niet in veel boeken in die tijd het geval. Toch is het nu wel sterk verouderd en moeilijk te begrijpen. Daarbij komt nog dat het verhaal mij totaal niet aansprak. Ik vond het nogal saai en langdradig. Ik kon me dan ook helemaal niet in het verhaal inleven.
“Ik vond daar verhandelingen en opstellen:
Over het Sanskrit, als moeder van de Germaanse taaltakken.
Over de strafbepalingen op kindermoord.
Over de oorsprong van de adel.

Over de misdaden der Europeeërs buiten Europa.
Over de wapenen der zwakkere diersoorten.
Over het jus talionis.” P.41 t/m 47
Dit citaat is een voorbeeld van de langdradigheid in dit boek; het gaat 7 bladzijden lang over wat er allemaal in het pak papier van Sjaalman staat. Dit kon volgens mij wel 6 bladzijden ingekort worden, als het niet meer is. Ik had in het begin de indruk gekregen dat het een ontzettend saai boek zou worden, maar dat viel gelukkig mee, althans, de eerste vier Hoofdstukken. Daarna vond ik het onmogelijk om het verhaal goed te begrijpen en er sowieso mijn aandacht bij te houden en dat bleef zo het geval. In het eerste deel kon ik soms ook nog wel lachen, doordat bepaalde fragmenten constant herhaald worden:
“Ik ben makelaar in koffie, en woon op de Lauriergracht no. 37. p.13
“Ik ben sedert zeventien jaren makelaar in koffie – Lauriergracht, no. 37 - …” p.17
“Ik ben namelijk makelaar in koffie, Lauriergracht, no.37.” p.18
Doordat het zo vaak herhaald wordt, wordt dit stukje erg grappig! Kortom, een boek dat erg geliefd is geweest, is nu toch wel een beetje versleten en kan niet meer door iedereen gelezen worden, want het is moeilijk te begrijpen en sterk verouderd.

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

2455

reacties

Prima verslag, ik heb er veel aan gehad.
door Ron Becherer (reageren) op 5 maart 2002 om 23:53

Welkom!

Goed dat je er bent. Scholieren.com is de plek waar scholieren elkaar helpen. Al onze informatie is gratis en openbaar. Met een profiel kun je méér:

snel zien welke verslagen je hebt bekeken
de verslagen die je liket terugvinden
snel uploaden en reacties achterlaten
tot aan de eindexamens: 1 euro korting op samenvattingen van ExamenOverzicht

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer
Hou ervan

Hoge waardering

Andr van Bel 7.9
Remco 5e klas vwo7.9
Erik 6e klas vwo7.7
Marloes Sijbenga 6e klas vwo7.1
Marloes 7.4
Meer verslagen ›