Cookies..
Door Scholieren.com te bezoeken ga je akkoord met het gebruik van cookies. Klik hier voor meer info.

Red ons, Maria Montanelli

Herman Koch

1989

124

2 uit 5

6.0 / 10
4e klas havo
  • Elma Wesselink
  • Nederlands
  • 1129 woorden
  • 19324 keer
    89 deze maand
  • 1 maart 2001
De roman "Red ons, Maria Montanelli" is geschreven door Herman Koch en uitgegeven door uitgeverij Maarten Muntinga bv, te Amsterdam, in samenwerking met uitgeverij J.M. Meulenhoff bv, te Amsterdam. De eerste editie van de twee is uitgegeven in de februari van 1989. Het boek heeft geen motto of ondertitel. Wel is het opgedragen aan Amalia.

De titel van het boek is makkelijk te verklaren, omdat met "Maria Montanelli" duidelijk Maria Montessori wordt bedoeld. Zij was een Italiaanse onderwijzeres die een schoolsysteem ontwierp, waarbij meer aandacht wordt besteed aan het leertempo van elke leerling apart. De hoofdpersoon zit op zo'n school en denkt dat zij (Maria Montanelli) hem als enige nog kan redden van zijn school en zijn veel te sjieke buurt, waar hij tegen het eind van het boek ook van droomt.


"Red ons, Maria Montanelli" is chronologisch verteld en staat in de verleden tijd; de hoofdpersoon kijkt terug op zijn schooltijd. Het perspectief ligt dan ook bij de ik-verteller.
Een naamloze verteller wil in dit boek duidelijk maken, dat de dood van een zwak begaafde jongen (Jan Wildschut), veroorzaakt is door de school (het Montanelli Lyceum) en de omgeving waarin zij beiden wonen. De verteller is niet gelukkig in deze luxe buurt en thuis krijgt hij weinig aandacht. Zijn ouders leven langs elkaar heen en zijn vader heeft een buitenechtelijke relatie met een weduwe. Hij ergert zich vooral aan school (het Montanelli Lyseum), waar veel rijkelui's-kinderen op zitten. Hij vraagt zich af waarom hij (met niet zulke rijke ouders) op deze school zit. Ook de komst van een zwakbegaafde jongen begrijpt hij niet. De jongen wordt tot de ergernis van de verteller bevoordeeld door de leraren (waar de verteller ook een slechte band mee heeft). Hij weet dat hij een te grote mond heeft, die hij heeft gekregen om zijn verlegenheid te overwinnen.
Zijn ouders zien de oplossing voor deze treurige bende, door naar de psycholoog te gaan. Bij het eerste gesprek krijgen zijn ouders al meteen ruzie over vaders vriendin. Ook wordt door de psycholoog de verteller in behandeling genomen die hij wel vertrouwt. Als de verteller enkele dagen later een nieuwe afspraak wil maken is de psycholoog echter overleden.
De verteller zijn moeder (zo'n beetje de enige die hem een beetje begrijpt) overlijdt na een ernstige ziekte. De verteller probeert dan het huishouden te doen en maakt ruzie met zijn vader, die zijn relatie met de weduwe versterkt.
Dan gaat de verteller op werkweek; overdag fietsen en 's avonds zelf koken. De verteller verslechtert de situatie tegenover zijn leraren, doordat hij en zijn vriend betrapt worden (door Jan Wildschut) na een bezoek aan de bioscoop.
Als de verteller en zijn vrienden (tijdens een pauze van een fietstocht in de werkweek) op een brugleuning gaan staan, klimt de zwakbeschaafde jongen er ook op. Hij valt naar beneden en niemand doet iets om te helpen. De jongens zijn schuldig, maar mogen nog een half jaar op school blijven zitten voor ze eraf gestuurd worden. (Volgens de verteller omdat de leraren de oorzaak en het gevolg zo ver mogelijk uit elkaar te houden, om de goede naam van de school te behouden.)
Vier maanden nadat de verteller van school is gestuurd droomt hij dat Maria Montanelli de school bezoekt, die zich ergert aan de leraren en de gang van zaken daar en de hele school laat platbombarderen.
Na enkele maanden heeft de verteller eindelijk rust. Hij neemt zonder emotie afscheid van zijn vader (die naar de weduwe verhuist). Hij leeft alleen thuis en denkt aan andere dingen dan het Montanelli Lyceum.
"Er wordt een nieuwe bladzijde omgeslagen. Hij heeft zijn hele leven nog voor zich."

Het thema in deze roman is de ergernis van de hoofdpersoon en ergernis is ook steeds het geen dat telkens weer terugkeert, dus het belangrijkste motief. De hoofdpersoon ergert zich aan zijn ouders van wie hij geen aandacht krijgt. Hij haat de buurt waarin hij woont en zelfs een oom en tante bij wie hij logeert. Vooral ergert hij zich aan de dingen die met school te maken hebben. Slecht enkele mensen waardeert hij en vindt hij sympathiek. Hij waardeert zijn moeder uit medelijden, want zij kan niks doen tegen de verhouding van haar man en de weduwe; hij waardeert de psycholoog; en hij waardeert zijn geschiedenisleraar. Deze drie mensen hebben iets gemeen, namelijk dat het alledrie slecht met hen gaat; zijn moeder en de psycholoog overlijden zelfs en de geschiedenisleraar ziet het niet zitten in zijn leven. Ik denk dat dit het tweede motief is uit het boek.

De hoofdpersoon uit dit boek is de naamloze scholier van ongeveer 16 jaar, die zich aan alles ergert, in het bijzonder zijn school. Hij is brutaal (waar hij trots op is), opstandig, intelligent en in zichzelf gekeerd. Aan het eind van het verhaal lijkt hij vrede te krijgen met zijn omgeving (in tegenstelling tot het begin van het verhaal), waardoor mede bewezen wordt dat de hoofdpersoon een karakter heeft.
Over zijn uiterlijk wordt niet veel gezegd, behalve dan dat hij dun is, waar hij dan ook niet trots op is.
De belangrijkste bijpersoon is Jan Wildtschut, de zwakbegaafde jongen. Hij wordt door de verteller als een irritante, schijnbrave jongen die misbruik maakt van zijn handicap afgeschilderd. Hij had een dik, een beetje opgeblazen gezicht, en zowel in de zomer als in de winter droeg hij een sjaal en wanten.
Onbelangrijkere bijpersonen zijn de ouders van de verteller, de psycholoog, de geschiedenisleraar en de vrienden van de verteller (Erik en Gerard).

Het verhaal speelt zich af in deze tijd, tenminste in de jaren zestig als je er vanuit gaat dat de schrijver die in de jaren negentig leeft en vertelt over zijn tienerjaren. In het boek is geen plaatsaanduiding, maar de verwijzing naar de Montessori school in Amsterdam Zuid is duidelijk. Ook de beschrijving van de winkelstraat (Beethovenstraat) en de buurt rond de school, kloppen met de werkelijkheid van dit gedeelte in Amsterdam.

Er wordt spanning in het verhaal gebracht, doordat de verteller in het begin van het verhaal een vooruitwijzing geeft. Hij vertelt dan wel dat de zwakbegaafde jongen overlijdt, maar hoe, dat weet je nog niet en dat maakt de lezer nieuwsgierig, zodat je verder blijft lezen. Pas tegen het eind van het boek wordt alles uitgelegd, zodat de schrijver allerlei 'bijzaken' aan het verhaal kan toevoegen.

Herman Koch, geboren in 1953, is schrijver, acteur en programmamaker. Hij werkte bij het vpro-radioprogramma Borát en is met Michiel Romeyn en Kees Prins één van de breinen achter de humoristische en ontwrichtende t.v.-programma’s als Jiskefet, Debiteuren Crediteuren en andere. In 1985 maakte Herman Koch zijn literaire debuut met de verhalenbundel De voorbijganger, in 1989 gevolgd door de roman Red ons, Maria Montanelli. Ook in 1989 werd Hansaplast voor een opstandige, een bundel van radiosketches, gepubliceerd. Herman Koch zijn laatste boek Eindelijk oorlog werd gepubliceerd in 1996.

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

1191

reacties

moi
door kees jansen (reageren) op 24 april 2002 om 10:43
TOP verslag!! super dat je dit ingestuurd hebt kus
door Jo (reageren) op 30 september 2004 om 16:37

Welkom!

Goed dat je er bent. Scholieren.com is de plek waar scholieren elkaar helpen. Al onze informatie is gratis en openbaar. Met een profiel kun je méér:

snel zien welke verslagen je hebt bekeken
de verslagen die je liket terugvinden
snel uploaden en reacties achterlaten

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer
Hou ervan

Hoge waardering

Ska 5e klas vwo6.9
Petra Minnen 4e klas vwo6.9
Anoniem4e klas vmbo6.9
Joost Bollaart 6.5
Annoniempje 1.0
Meer verslagen ›

Eindexamens

Ben jij al helemaal klaar voor de eindexamens?